Aanrader: tentoonstelling ‘Before things are restored’ in het Seinwezen laat de toeschouwer nadenken over ‘verval van het oude en ontstaan van het nieuwe’

Een zonovergoten zondagmiddag en een fijne opening van een tentoonstelling. Omdat het weer mag. ‘Before Things Are Restored‘ is de titel van de expositie in het Seinwezen aan de Kinderhuissingel. Er is werk te zien van René Bosch, Claudia Mulder en Steffen Vogelezang. Keurig op anderhalve meter hadden de bezoekers – van wie er veel niet uit de Spaarnestad kwamen – het tijdens de opening uitstekend naar de zin. Thema van de zorgvuldig samengestelde tentoonstelling: ‘verval van het oude en ontstaan van het nieuwe’. In brede kaders.

door Paul Lips

Hans Kuiper introduceert de tentoonstelling

Curator Ilja Warmerdam van Het Seinwezen werkt voor deze expositie samen met Hans Kuiper van kunstruimte / art space 411, een zogeheten ‘hybride kunstruimte’ die niet gebonden is aan één plek en dus zowel in binnen- en buitenland kunstprojecten kan realiseren. Iemand om via de media te volgen dus, die Hans Kuiper. Want het levert meteen een interessante tentoonstelling in Haarlem op. Gaan we weer terug naar ‘herstel’ van het oude? En wat gebeurt er op het moment daarvóór?

De foto’s van René Bosch bijvoorbeeld laten ons nadenken over wat de natuur ons te zeggen heeft. Een van zijn werken heet ‘Frozen Plastic Cloud‘. Een wolk van plastic materiaal is gestold in ijs, kleine pegels hangen er aan. Het levert een prachtig beeld op, met gedachten die uitgaan naar het fenomeen ‘plastic soup’. Net zo fascinerend als die andere foto waarop een deel van een grindpad te zien is, met links een stukje van een keurig gemaaid grasperk. Zulks roept associaties op met bezoekjes die je vroeger met je ouders placht te brengen aan plekken waar je – in die fase van jouw leven – weinig opwindends aan kon ontdekken, zoals landgoed Beeckestijn aan de Rijksweg in Velsen-Zuid. Aangeharkte kitsch uit vervlogen tijden.

Detail van de installatie van Claudia Mulder

Claudia Mulder heeft een installatie gemaakt met als titel ‘In hopes of seeing a ship‘. In een wat dieper liggende, kast-achtige ruimte zien we palm-achtig gebladerte en handgenaaide textielwerkjes. Op een van die werkjes ligt een blonde vrouw ruggelings op een zitbank. Het zou de kunstenares zelf kunnen zijn. De sfeer doet denken aan die van een onbewoond eiland waar iemand wanhopig wacht op dat schip dat langs komt varen. Zwaaien met je hemd. Intrigerend is dat fotootje dat er bij hangt, een youtube-still van drie dansende meisjes in sexy sportoutfits. Rustig kijken is het devies en constateren dat dit een interessante manier van het maken van textielkunst oplevert. Als toeschouwer dien je ook nog even om de hoek richting de toiletten te kijken, want daar hangen nog twee geborduurde werkjes. ‘Een dagboek van deze tijd’, zo omschrijft Claudia Mulder haar getoonde werk waarin de humor nooit ver weg is. Dat dametje dat een glaasje rode wijn achterover klokt bijvoorbeeld is onweerstaanbaar.

Schilderijen van Steffen Vogelezang

Steffen Vogelezang laat zich inspireren door ‘het alledaagse’. ‘Everyday life, met elementen van plantjes of patronen die hij dagelijks waarneemt. Dat vertaalt zich in sfeervolle olieverfschilderijen op doek, waarin de ‘materialiteit’ zichtbaar blijft. Zoals bij ‘Untitled (Arch)‘, waarin we in het midden een ‘zip’ waarnemen die een associatie oproept met werk van Barnett Newman. De gebogen vormen aan de linker en rechterzijde symboliseren het fenomeen ‘ark’ en lopen door tot de bovenzijde, waarbij de kunstenaar bovenop (en los van) het schilderij nog een stukje van die kromming heeft aangebracht. Zulke dingen dien je uiteraard even ter plekke te gaan zien. Aan andere wand hangen twee kleurrijke werken naast elkaar. Het linker-schilderij is genaamd ‘Untitled, diptych, one two tracksuit‘. De kunstenaar legt aan de bezoekers uit dat hij er inspiratie voor vond bij felkleurige trainingspakken uit de jaren negentig. U kent ze wel, van die Cavello-campingsmokings die André Hazes senior te pas en te onpas placht te dragen.

Al met al een heerlijke middag, waarbij bezoekers van buiten Haarlem zich enthousiast toonden over de mogelijkheden van de expositieruimte en de omgeving van het Seinwezen. Een aanrader, deze tentoonstelling.

‘Before Things Are Restored’ is te zien in het Seinwezen van maandag t/m vrijdag tussen 9.00 en 17.00 u., Kinderhuissingel 1. Tot en met 30 juni.

www.renebosch.com

www.claudiamulder.com

www.steffenvogelezang.com

Work in progress: een kijkje in de ‘etalage op locatie’ van MAPA aan het Verwulft

Als kunst & cultuurverslaggever kom je soms op plekken die niet direct toegankelijk zijn voor het publiek. Afgelopen week bijvoorbeeld mocht ik even komen kijken in de kelder van het voormalige Vroom & Dreesmann-gebouw aan het Verwulft in Haarlem, waar leden van de Moving Academy for Performing Arts (MAPA) bezig zijn met het samenstellen van voorwerpen voor de herinrichting van de etalage ‘aan de voorkant’. Voorproefje rond de voorstelling ‘Mapa Morphosis 2 / Procession of Icons‘, bewegingstheater dat zich op verschillende locaties in de stad zal gaan afspelen.

door Paul Lips

work in progress met Ide, Machteld en Virga (foto pl)

Binnenwandelend in de kelder – waar de letters Hudson’s Bay nog ergens in een van de hoeken zijn blijven liggen, zijn Machteld Aardse en Virga van Heiningen just bezig een enorm stuk zwartwit-gestreept behang van een wand te trekken. “We recyclen dus allerlei dingen vanuit het gebouw”, legt Machteld Aardse uit. “We hebben toestemming van beheerder a.s.r. om die elementen te gebruiken.”

Het lostrekken van het behang blijkt nog een flinke klus. Maar de dames slagen er wonderwel in. De inmiddels gearriveerde Ide van Heiningen laat de term ‘schaufensterkunst‘ vallen. “Wat later het straattheater werd, was in de jaren twintig en dertig een manier om het langslopend publiek stil te laten staan. Complete voorstellingen werden er in en om zo’n etalage gespeeld. Londen, Parijs, Berlijn, New York. Straattheaterartiesten die met hun mime de aandacht trokken en daarmee de blik op de etalage wisten te leggen bij de voorbijgangers.’’

Virga en Machteld trekken het behang los (foto pl)

Een goede etalage maken is ook een kunst…

Ide van Heiningen: “Zéker. En dat schaufenster was een aparte manier om mensen naar binnen te lokken. Tegenwoordig zal dat niet meer lukken omdat iedereen die langs dit pand loopt op z’n mobieltje loopt te kijken, haha.”

We wandelen naar de begane grond, waar langslopend publiek ook nu nog nieuwsgierig naar binnen tuurt. In de etalage staat een keukentrap en liggen verschillende etalagematerialen verspreid. Ook staan er nog de grote vogelkooi en de lampenkap, elementen uit eerdere mimevoorstellingen van MAPA. Niet zelden zie je passanten even stilstaan om een blik te werpen op de intrigerende uitstalling. Ide: “In augustus, september en oktober spelen we de voorstelling Mapa Morphsis 2 / Procession of Icons. Dan werken we samen met de Groenmarktkerk en zulen we ook Schalkwijk in trekken.

Machteld Aardse tovert een afbeelding van een werk van Johannes Cornelisz. Verspronck (1600?-1662) tevoorschijn: ‘Portret van een meisje in het blauw‘. Het is een doek uit 1641 en hangt in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Machteld Aardse: “Onze thuisbasis als Moving Academy for Performing Arts is het voormalige schoolgebouw aan de Korte Verspronckweg. Maar als we bezoekers vragen of ze weten wie Johannes Verspronck nu eigenlijk was weten ze dat vaak niet. Met deze kopie laten we dus een van zijn bekendste werken zien.”

De komende tijd zal de etalage aan het Verwulft stukje bij beetje veder worden getransformeerd. Daarnaast is er nog tot en met zaterdag 5 juni de mogelijkheid de Moving Academy for Performing Arts te ondersteunen met een gift via de Anjer-actie van het Prins Bernhardfonds (zie onder).

MAPA • Moving Academy for Performing Arts

MAPA MORPHOSIS 2 / Podiumkunst-museum in etalages V&D/HEMA gebouw | HaarlemLink

voorbeeld van schaufensterkunst (foto pl)

ARNO VAN DER VUURST DE VRIES (VERHALENHUIS) OVER HET ‘MANIFEST CULTUURMAKERS MET EEN KLEINE C’

Haarlem is een veelzijdige cultuurstad. De grote instellingen staan met grote regelmaat in de belangstelling van de media. Maar met het oog op de toekomst vragen de zogeheten ‘cultuurmakers met een kleine C’ met een manifest nu om aandacht van gemeente en gemeenteraad. Denk aan Het Verhalenhuis, Het Badhuis Leidsebuurt, De Stookkamer Haarlem Zuid-West, Theater De Liefde of De Pletterij. Tijd voor een toelichting op dit manifest, door Arno van der Vuurst de Vries van het Verhalenhuis Haarlem.

door Paul Lips

Arno van der Vuurst de Vries (foto pl)

Dit manifest dat vorige week is rondgestuurd is een duidelijk signaal naar de gemeente en gemeenteraad van Haarlem…

“Het hele concept-Cultuurplan dat door de gemeente Haarlem wordt gemaakt moet van de zomer eerst de gemeenteraad in, en door de raad worden goedgekeurd. Het gaat om het plan 2022-2028. Daarin staan een aantal uitgangspunten.”

We halen ze er even bij…ze staan op de website van de Gemeente Haarlem

Kunst en cultuur toegankelijk voor iedereen

  • Ruimte voor makers en creativiteit zichtbaar in de stad, zoals het creëren van broedplaatsen en ateliers en het stimuleren van talentontwikkeling van makers
  • Verstevigen van de dwarsverbanden tussen zorg, welzijn en cultuur
  • Versterken van cultuureducatie, met aandacht voor talentontwikkeling, kwaliteit van het onderwijs en 21ste -eeuwse vaardigheden
  • Vergroten van het belang van culturele voorzieningen en erfgoed voor Haarlem als cultuurstad

(bron: Gemeente Haarlem)

“Wat ons betreft zijn belangrijke punten: de wijkgerichte benadering, participatie en verbetering van het leefklimaat. Wij zouden graag zien of het mogelijk is om dingen wat meer wijkgericht – dichter bij de mensen te gaan doen. Een voorbeeld daarvan zijn de zogeheten ‘Cultuurankers’ in Den Haag, plekken waar vanuit cultuur dichter naar de bewoners wordt gebracht, zoals vanuit theaters of bibliotheken. Maar je kunt in Haarlem ook denken aan het Verhalenhuis hier in Noord, De Stookkamer in Haarlem Zuid-West of Het Badhuis in de Leidsebuurt. Met het accent op professionele kunst.”

Ik begrijp dat een aantal kleinere cultuurmakers zich dus heeft verenigd. Professionele kunstenaars en instellingen waarover je niet dagelijks in de krant leest..

“Vervolgens kwam er een cultuurnetwerkgroep, een appgroep van inmiddels 128 betrokken creatieve Haarlemmers die is ontstaan vanuit de Stadmakers. Ondertussen hield de gemeente Zoomsessies met als doel te inventariseren wat er leeft op cultureel gebied.

Wij als cultuurmakers hebben ons toen beziggehouden met de vraag: ‘wat vinden we belangrijk bij de cultuur met de kleine C’? Daar is uiteindelijk het manifest uitgekomen dat we onlangs naar buiten hebben gebracht. We hebben dat manifest overhandigd aan de afdeling Cultuur. Een manifest dus waarmee zij invulling kunnen geven aan het Cultuurplan van de komende jaren. De punten die wij aanbevelen sluiten aan op die vijf doelstellingen van de gemeente. Een schat aan informatie vastgelegd in een manifest, ondertekend door een aantal Haarlemse instellingen. Wellicht kan dat leiden tot een andere verdeelsleutel wat betreft het cultuurbudget. Want op dit moment gaan het meeste geld naar de vijf grote instellingen: Frans Hals Museum, Stadsschouwburg/Philharmonie, Toneelschuur, Teylers Museum. Uiteindelijk gaat dat Cultuurplan dus deel uitmaken van de Begroting die in november wordt behandeld.”

Een evenwichtiger cultuurklimaat in de stad, dat klinkt idealistisch… en jullie zijn op deze manier het culturele landschap van Haarlem aan het beïnvloeden, jullie zijn zogezegd influencers… Een andere verdeelsleutel van de beschikbare financiën lijkt mij persoonlijk wel zo eerlijk…En daarnaast ondersteuning ook op het gebied van ruimtes. Er staat van alles leeg in Haarlem, waar veel meer mee kan gebeuren.

“Het manifest is afgelopen week naar de raadsleden gestuurd. Wij als organisaties zijn er natuurlijk al. Er zou alleen door de gemeente beter ondersteund kunnen worden, hetgeen weer kan leiden tot allerlei samenwerkingen. Een erkenning dat ‘klein’ en ‘in de wijk’ een goede toevoeging is voor de hele stad. En dat dat duidelijker uitgedragen wordt in onze stad. Ook op de website van de gemeente Haarlem. Een en ander kan leiden tot een sterker en evenwichtiger kunst & cultuurklimaat in Haarlem.”

‘Wij gaan door’ van Haarlemmer Raoul Michel: een hart onder de riem én ‘oorwurm met positieve vibe’

Op de buurtapp ‘nextdoor‘ kwam ineens een bericht langs waarin aandacht gevraagd werd voor een videoclip met de titel ‘Wij gaan door‘. Een lied dat reacties oproept als: ‘een heerlijk positief nummer word ik blij van’. De artiest: Raoul Michel. ‘Het is aan ons, alleen aan ons, om de hoop niet op te geven‘, houdt de Haarlemmer ons voor.

door Paul Lips

(beeld: team Raoul Michel)

Afgelopen week ben ik geprikt. Met AstraZeneca. Of: ‘astrasenicum’, zoals ik tegen familie en vrienden pleeg te grappen. Het gekke is dat het me enigszins geruststelt, terwijl ik het idee heb dat er nog lang geen einde komt aan het afstand houden, mondkapjes dragen, handen wassen enzovoort. Om over ‘volle zalen’ nog maar helemaal niet te dromen. Maar goed, een soort van begin is er, ook al ben ik werkzaam in een sector waarin redelijk te leven valt met uitzonderlijke regelgeving. Het type dat ‘snakt naar het terras’ was ik al nooit zo, dus dat is niet aan de orde.

‘Als je lange adem op lijkt te raken, keer dan nog niet om’, met die regel begin het lied ‘Wij gaan door‘. Met doeltreffende akkoorden en eenvoudige tekstregels weet Raoul Michel de grootste cynicus voor zich te winnen. Dat is een jongen met gevoel voor pakkende melodieën, dat hoor je zo. ‘Wij gaan door‘ valt te categoriseren als een poplied pur sang. De combinatie met de videobeelden – waarin de stad Haarlem (plus omgeving) weer eens op en top uit de verf komt – onderstreept de boodschap.

(beeld: team Raoul Michel)

“Ik ben mega trots op de cast (van te gekke kids en horeca ondernemers) + crew die een hele dag van vroeg tot laat hebben staan beuken”, schrijft Raoul Michel op nextdoor.

Die ‘kids’ mogen gerust even apart vermeld worden. Want zíj vormen de imaginaire band; met zang, gitaar, bas en drums verspreiden ze niet alleen de positieve ‘vibe’ maar ook het idee dat de jeugd de toekomst heeft: ‘we houden vol, blijven dansen als het schemert’.

En als je dan de gezichten van Joost (Stiel’s) en het personeel van Bar Boef ziet stralen dan kun je alleen maar vaststellen dat er snel weer betere tijden gaan aanbreken. Klein opbouwend kritiekpuntje: qua uitspraak van de tekstregels valt hier en daar nog een en ander te verbeteren. ‘Onder regels gebukt, het is nog ‘nie‘ gelukt om het ‘taai‘ echt te keren’, dat is natuurlijk geen ABN zoals we dat in de Spaarnestad plegen te spreken. Maar verder is ‘Wij gaan door‘ een ware oorwurm die het verdient om gedraaid én gedeeld te worden. Waarvan akte.

www.raoulmichel.com

Video credits:

Production company: Stomp Visuals

Director: Claudia Rison

D.O.P: Valentijn Stomp

Focus puller: Daan Hettinga

Camera Assistent: Lisa Hoekstra

Productieleiding: Jorike Verlaan

Junior producer: Nina Veenstra

Junior producer: Anne Gardien

Styling: Rianne Kuijkens

Edit: Valentijn Stomp

Colorist: Sander van Weert

Cast

Zanger: Noé

Gitaar: Liv

Bas: Wies

Drum: Luca

Met dank aan: Bar Boef / Stiels Haarlem / Ax Specialty coffee / Tetterode Sportcomplex / Bakker OSCAR / Chef’s Burger / Fortuyn / Café Studio / Café de Lift / Dodici / Chocolate Company / Goudse Stroopwafel kraam / Haarlem 105

Camera: Het Productiehuis

(beeld: team Raoul Michel)

Afscheid Jan Heijer

Met een expositie waarbij Heijer zelf in zijn eigen ontworpen kist de grootste blikvanger is, namen vrienden en kennissen dit weekend afscheid van de dinsdag 11 mei overleden Jan Heijer. De expositie was als Jan zelf: mooi, kleurrijk, gek, grappig, raar en vriendelijk. We gaan je missen. Haarlem gaat je missen.

Tekst en foto’s: Remco van der Kruis

‘Bewijzen zoeken voor je bestaan’, duo-tentoonstelling in De Waag van Aureen Harthoorn en Miriam de Koning

Onder de titel ‘Bewijzen zoeken voor je bestaan’ exposeren Aureen Harthoorn en Miriam de Koning vanaf donderdag 13 mei in De Waag bij Kunst Zij Ons Doel. Beide kunstenaars tonen nieuw, speciaal op de tentoonstellingsruimte gemaakt werk. Tijdens het inrichten hebben Aureen en Miriam tijd voor een toelichting op het werk. De tentoonstelling kan op afspraak worden bezocht.

door Paul Lips

Aureen en Miriam (foto pl)

‘Een geweldige ruimte. Maar niet makkelijk. Neem alleen al die schouw’. Miriam de Koning valt meteen maar even met de deur in huis. De oud-Haarlemse woont alweer sinds jaar en dag in sleutelstad Leiden, maar voelt zich nog steeds verbonden met haar geboorteplaats. “Het gebouw was heel belangrijk voor wat ik aan het maken was. De geschiedenis, Haarlem, ik woon er niet meer maar het zit in mijn systeem. Kijk, hier zie je hoe ik het uitzicht heb vastgelegd vanuit de flat aan de Leonard Springerlaan in Parkwijk, waar ik opgroeide. Zowel de Grote Kerk als de Nieuwe Bavo konden we in de verte zien.” Ze wijst op een tekening waarop twee figuren te zien zijn. De linker figuur is duidelijk Miriam, en de rechter?

(beeld: Miriam de Koning)

“Die rechter figuur is mijn jongere zelf. In die tijd zat ik op het Lorentz Lyceum in Haarlem-Noord, daar aan de Planetenlaan naast het zwembad. Toen wilde ik heel graag weg, de wereld verkennen. Maar nu heb ik soms heimwee. Hier kom ik vandaan, je ziet me op de tekening achter mezelf staan.”

“Mijn ouders kwamen van buiten Haarlem en zochten gewoon een goede woning, dus waren heel blij met die flatwoning. Ik ben daar heerlijk opgegroeid, ik ervaarde het als een fijne buurt. Later merkten we dat Parkwijk door sommigen als een soort ‘achterbuurt’ werd gezien. Na de Leonard Springerlaan ging ik naar Hazepa, het gekraakte diaconessenhuis aan de Hazepaterslaan.”

Het was midden jaren tachtig, de tijd van de garagerock met de band Honger! als Haarlems trots. Een dynamische, vaak onbezorgde tijd. Uiteindelijk voerde de liefde Miriam naar Leiden.

We kijken naar het donkere werk ‘Met een zucht klim ik op en in een ruis daal ik neer‘. Het is een werk in gemengde techniek, waarin zelfs boekbinderslijm is gebruikt. “In dit werk heb ik allerlei elementen die ik in mijn onderbewustzijn bewaar, van wat ik nog weet van kunst in Haarlemse musea of van wat schilders die actief waren in de stad. Dat geweldige ‘Gezicht op Haarlem met bleekvelden‘ van Jacob van Ruisdael met die prachtige velden, of elementen van stillevens die je kunt zien in het Frans Hals Museum enzovoort. Verderop zie je dan foto’s en een werk waarin ik het duinlandschap van ‘t Wed laat terugkomen. Soms kleur, soms delen zwart-wit. We hebben onze werken een beetje door elkaar gehangen zoals je ziet. Ik zie wel overeenkomsten.”

(beeld: Miriam de Koning)

Zo’n duo-tentoonstelling moet wel een beetje spannend zijn, vinden Harthoorn en De Koning. Het werk toont raakvlakken en sluit mooi op elkaar aan. Ook Aureen Harthoorn vindt het interessanter om nieuw werk te vervaardigen in plaats van ouder gemaakt werk van stal te halen. Voor het uitlichten draagt ‘Waagmeester’ Arnold Janssen zorg. Besloten is de rolgordijnen voor de ramen te laten, zodat de werken vrijwel enkel door kunstlicht worden beschenen.

We staan stil bij het werk van Aureen Harthoorn. “Ik maak veel verschillend werk. Ik ben tekenaar, maar schilder ook en hou me bezig met grafisch werk. Ik merk wel dat ik altijd met het menselijk lichaam bezig ben. Naarmate ik ouder word ben ik mezelf meer bewust van mijn lichaam. Soms moet je erkennen dat je niet alles onbeperkt kunt. Daarnaast laat ik me inspireren door gedichten en songteksten, bijvoorbeeld het gedicht ‘Ik ben het‘ van J.B. Charles. Dat vond ik passen bij waar ik mee bezig was. Het is enigszins apart dat we hier grotendeels werk op papier tonen, want bij Kunst Zij Ons Doel zie je overwegend schilders exposeren. Deze figuur hier op het werk ‘Ik ben het‘ dat ben ik zelf. De figuren die ik teken en schilder ogen niet heel gedetailleerd, ik zet een sfeer neer. Ik werk gevoelsmatig. Zoals je daar ziet in die pastels. Dat is bijna schilderen met pastelkrijt. Je kunt er heel mooi laagjes in maken. Mengen. Soms vegen.”

(beeld: Aureen Harthoorn)

“Die ruimtelijke objecten daar in de hoek zijn geabstraheerde vormen die verwijzen naar het fenomeen ‘vlees’. Misschien een beetje afstotend, maar dat vind ik niet erg. Ik hou van experimenteren en het materiaal laten werken. Zoals inkt die kan uitvloeien.”

Miriam: “Ik vind het fascinerend hoe Aureen gevoelsmatig en zoekend dingen maakt, zonder het precies te definiëren. Dat inspireert mij dan weer.”

Aureen Harthoorn wijst op een werk waarop twee gezichten te zien zijn die elkaar zeer dicht zijn genaderd. Het duidt op de benauwde sfeer in treinen en bussen, waarin je je bewust raakt van het feit dat je ‘je eigen adem opnieuw zit in te ademen’. Een ongemakkelijk gevoel, net zo ongemakkelijk als je soms ziet in performances van Marina Abramović en Ulay.

Het lichaam als spiegel van het innerlijk, gecombineerd met – onderbewuste – beelden van plekken waar je ooit opgroeide, maken ‘Bewijzen zoeken voor je bestaan‘ tot een bijzondere KZOD-Waag-expositie, die op afspraak kan worden bezocht. De tentoonstelling loopt van 13 tot en met 30 mei 2021 en is op donderdagen t/m zondagen te zien (tijdslot reserveren verplicht).

Miriam en Aureen: “We denken dat we mooi op elkaar aansluiten in deze persoonlijke opgraving van het onderbewuste, en dat de combinatie interessant is voor de kijker.”

Harthoorn & de Koning exposeren in De Waag: Bewijzen zoeken voor je bestaan | KZOD | Beroepsvereniging van Haarlemse kunstenaars

(beeld: Aureen Harthoorn)

Afscheid van beeldend kunstenaar Jan Heijer (1949 – 2021)

Jan Heijer is dood. Het nieuws kwam toch nog plotseling, dinsdag 11 mei, terwijl menigeen er al rekening mee hield. De bijzondere beeldend kunstenaar werd min of meer als een Haarlemmer beschouwd, terwijl hij in Halfweg woonde. Heijer was veelzijdig, scherp, enigszins rebels en vooral geestig. Héél geestig. Voor Spaarnestroom waren we verschillende keren te gast in het Jan & Piet Museum en in tentoonstellingsruimte Het Postkantoor.

door Remco van der Kruis en Paul Lips

De naam Jan Heijer lijkt vastgeklonken aan de stad Haarlem, waar je kennis kon nemen van tal van Heijers creatieve uitspattingen. Decors voor toneelgroep Het Volk, ruimtelijke objecten voor de Vijfhoekkunstroute, beelden voor het Wijngaard Collectief in de Wijngaardtuin, enorme objecten voor het jaarlijkse Houtfestival in de Haarlemmerhout, Jan Heijer leek zijn hand er niet voor om te draaien. Ogenschijnlijk, want al die kunstwerken waren het resultaat van hard en geconcentreerd werken. Vaak met hout. Heijer kon een reuzendamespump in elkaar timmeren, die hij vervolgens roze schilderde. Of zulke objecten verkochten kon je je afvragen. Maar meestal was er dan wel een of ander ambachtelijk kastje in opdracht te maken voor iemand, zodat er toch nog wat geld in het laatje rolde.

Jan Heijer in zijn rol als veilingmeester tijdens de kunstmanifestatie Flurt

Jan Heijer was vooral ook een kunstenaar die je op een prettige manier wist te ontregelen. De kunststroming DaDa was niet aan hem voorbijgegaan, ook al vond deze aan het begin van de vorige eeuw plaats. Van de verwarrende personages die hij speelde tijdens straattheatervoorstellingen van Les Pleemetz en Badmutz tot aan de hilarische veilingmeester van het legendarische Jan en Piet Museum in de Dijkstraat. Dat Jan en Piet Museum was trouwens een soort natuurverschijnsel van ongekende creativiteit: oneindig viel daar te dwalen door ruimtes met schilderijen, beelden, objecten, assemblages en wat al niet meer.

Legendarisch is het torenhoge, pikzwarte ‘zoute schuintje’ drop waar je bijkans aan zou willen likken. Naast al die kunst kon je dan ook oude voorwerpen ontwaren waar Jan een voorliefde voor had: beschuitbus, speelgoed-tramwagon, keulse pot, koffiemolen, allerhande bordjes met aanwijzingen enz enz. Een soort ontplofte villa Kakelbont waar veel mogelijk was voor kunstenaars en muzikanten, en waar de gastheren ons duidelijk leken te willen maken dat we ons niets hoeven te verbeelden, dat we slechts stervelingen zijn op weg naar het einde. Jan’s rake oneliners konden jou even op je plaats zetten, maar waren nooit sarcastisch, meer geestig-vilein. En als hij even de tijd had kon hij prachtig vertellen, glimlachend om gemeentelijke gemiste kansen. Met creatieve vrienden als Piet Zwaanswijk, Gerrit van Dijk, Angela Bogaard of de mannen van Het Volk liet hij zien hoe je de stad leuker, creatiever en mooier kon maken. Plannen werden gesmeed tijdens maandagochtend-ouwelullen-koffierondes op de Botermarkt, vaste prik.

Op de foto die vandaag op social media verscheen – een van de laatste foto’s – zien we Jan bij zijn huis op zijn onafscheidelijke klompen. Een tikje vorsend, turend richting de fotograaf, Ron de Gruyl. Turend ook richting de oneindigheid. Onder zijn arm het speelgoed-tramwagonnetje. Om hem heen hout, veel hout. Op de trottoirtegels de schaduwpartij, de schaduw die in zijn leven aanwezig was, zijn verdrietige kant die je niet aan de oppervlakte kon zien.

Jan Heijer heeft de stad Haarlem mooier gemaakt.

Hij laat een prachtig oeuvre na, en talloze fijne herinneringen.

Een creatieve en vooral vrije geest die de stad gaat missen.

Dag Jan.

WAT INSPIREERT: PIERRE WINKLER… ‘Haarlem mag jonger, diverser en kunstzinniger, een museum voor moderne kunst is welkom in de stad’

Haarlemmer Pierre Winkler is docent klassieke talen, schreef tal van studieboeken en is vrijwillig medewerker bij De Pletterij aan de Gedempte Herensingel. Pierre is bezig met het schrijven van een vegetarisch kookboek en heeft onlangs een eerste artikel gepubliceerd op de website van feministisch tijdschrift LOVER.

door Paul Lips

Pierre Winkler (eigen foto)

Hoe is de stemming?

“Bij mij is de stemming wel goed. Ik vermaak me wel. Net als iedereen zou ik blij zijn als die corona-regels afgelopen zijn. We hopen er maar het beste van. Ook heb ik er soms wel last van dat je niet mag afspreken, of voetballen in het Florapark, wat we wekelijks deden met een clubje mannen. Eigenlijk weten we heel weinig van dat virus. We moeten dingen zien te weten, maar eigenlijk weten we niks. Iedereen doet maar wat. De regering doet ook maar wat, en maakt keuzes op basis van een ‘wens richting versoepelingen’. Mijn moeder is afgelopen jaar op 89-jarige leeftijd aan het virus overleden. Van iemand die heel levenslustig en dynamisch is kan het dan ineens afgelopen zijn. Dat is heel vreemd om mee te maken.”

Afgelopen maand liet je weten dat je een artikel hebt geschreven voor een feministisch tijdschrift. Dat is best bijzonder.

“Voor een feministisch tijdschrift inderdaad. Vroeger was er ook een papieren versie. Het heet LOVER en bestaat al vijftig jaar. Mijn eerste artikel staat online, en gaat over vrouwelijk leiderschap. Als het over leiderschap gaat is het natuurlijk nog steeds ongelijk verdeeld in ons land. Maar mensen die zich uitspreken over meer vrouwelijk leiderschap halen er dan allerlei eigenschappen bij (zoals meer empathisch, verzorgend) die in feite stereotiep zijn, en achterhaald. Dus meer vrouwelijke leiders en managers, ja, maar niet op basis van definities die achterhaald zijn.”

Hoe kwam je bij LOVER terecht?

“Het blad zocht een redacteur dus heb ik ze geschreven. Ik had vervolgens een gesprek met de hoofdredacteur, online. Toen was het beklonken. Veel interessante artikelen hebben ze, heel breed ook, dus ik ben vereerd daaraan een bijdrage te mogen leveren. Nou ja, en verder betaalt het niks natuurlijk, maar voor mij persoonlijk betaalt het heel veel omdat het hartstikke leuk is om te doen. Dat zijn de dingen die tellen.”

En je bent bezig met het schrijven en uitbrengen van een kookboek?

“Een kookboek bestemd voor mensen die willen koken met uitsluitend groenten. Werktitel: ‘De Grote Winkler Keukenprins‘. Ik ben niet principieel vegetariër hoor, ik was een verstokte vleeseter. Ik vind het af en toe nog steeds lekker om een stukje vlees te eten. Maar als je overschakelt naar alleen maar groenten eten, dan mis je dat vlees al heel snel niet meer. Een maaltijd zonder vlees was lange tijd ondenkbaar. Maar je kunt de heerlijkste dingen maken zonder vlees. Zonder vlees en vis en zelfs zonder rijst en pasta. Zoals aardappelcrêpe met kastanjechampignons met bloemkoolbroccolicrème en kruidenolie, een gepaneerd ei en geitenkaasballetjes met zeesla. Dat lijkt heel veel werk maar je bent er in een kwartier mee klaar. Vaak zijn de kleurencombinaties leuk om te zien. En de smaakcombinaties zijn interessant om te bedenken. Zoet, zout, zuur, bitter en hartig. Het boek is praktisch klaar, nu nog zoeken naar een goede uitgever.”

Je bent docent klassieke talen…

“Klassieke talen hebben eigenlijk hun beste tijd wel gehad, vind ik. Afschaffen die hap zou ik zeggen. Veel classici denken daar precies zo over. De moeite die het kost om het een beetje goed te leren is niet voor te stellen. Bij kinderen ontbreekt heel vaak de motivatie, want het is taaie materie. En op de zogenaamde beschaving van de oudheid valt ook heel veel af te dingen. Oorlogszuchtig, Julius Caesar was de eerste massamoordenaar in de westerse geschiedenis, massale slavenarbeid, verouderde filosofieën en ze zagen vrouwen als inferieure soort. En zeg nou zelf: in plaats van Grieks en Latijn kun je ze beter de Nederlandse taal goed leren, in woord en schrift.”

Je bent zelf gepromoveerd op een klassieke taal, over een Spaanse jezuïet die in het Latijn schreef, Diego Luis de Sanvitores…

“Ja, dat was een Spaanse missionaris in de zeventiende eeuw. Toen gingen die missionarissen naar alle uithoeken van de wereld om mensen te bekeren. Ze kwamen met allerlei mensen in aanraking die andere talen spraken. Heel vaak schreven ze dan een soort taalcursusssen, zodat missionarissen die na hen zouden komen de taal makkelijker konden leren. Dat deed Sanvitores ook, en schreef zijn cursus in het Latijn, omdat iedere missionaris dat moeiteloos kon lezen. Heel veel van die taalcursussen zijn overgeleverd. Uit Zuid-Amerika, Azië, overal vandaan. Sommige van die folianten lagen stof te eten in de archieven van het Vaticaan. Een vriend van mij kwam met het idee om erover te schrijven. Dus ik heb het manuscript zelf opgehaald uit het archief in het Vaticaan en Sanvitores bleek taalkundig zijn tijd driehonderd jaar vooruit.”

Geef je nog les als docent klassieke talen?

“Lesgeven doe ik momenteel niet meer. Je zou kunnen zeggen dat ik gestopt ben op m’n hoogtepunt, haha. Lesgeven betekent een hoop stress, het is een zwaar vak. Het is altijd hollen of stilstaan. Als het niet goed gaat met je leerlingen kun je daar zelfs van wakker liggen. Ik gaf de laatste jaren les op het Utrechts Stedelijk Gymnasium. De beste school van Nederland, naar mijn idee. Maar nu heb ik die stress gelukkig niet meer. Dus kan ik schrijven voor het feministische tijdschrift LOVER, haha. En kan ik een kookboek schrijven.”

Pierre Winkler vindt het wonen in Haarlem praktisch onbetaalbaar. Zijn dochters zijn inmiddels uitgeweken naar het centrum van Zandvoort. Zelf woont hij in de omgeving van de Kruisstraat. Prachtig wonen in de binnenstad, maar…

“Er moeten in Haarlem flink veel woningen gebouwd worden. Maar betaalbaar graag. En voor jongeren. Neem dat project De Vierhoek. Dan ga je daar bouwen en dan maak je een afspraak met de gemeente dat daar zoveel procent sociale woningbouw gerealiseerd zal worden. Dan blijkt dat dus niks zoveel procent. Nul. Je kunt er wonen vanaf duizend euro per maand. Een gemiste kans.

Haarlem is vooral voor ‘rijk’ en ‘wit’, ‘oud’ ook vaak. Dat is het wel. Dat moet echt veranderen, vind ik. Het is eenzijdig nu. Haarlem moet anders. Het is tijd voor meer variatie. Jonger, diverser. Kunstzinniger. En daarnaast is het de hoogste tijd voor een groot Museum voor Moderne Kunst in Haarlem. Waar dat moet komen? In de Egelantier bijvoorbeeld. Is dat nog vrij?”

Het voormalige Sint Elisabeth Gasthuis, oftewel De Egelantier, in betere tijden (archieffoto)

Waar groeide je op?

“In Amsterdam-West. Ik ben geboren in De Pijp en vervolgens is het gezin naar West verhuisd, Osdorp. Dat was toen van die betonnen nieuwbouw. We woonden aan de Wolbrantskerkweg. Kwam je alleen in als je katholiek was. Ja, ik ben wel een echte Amsterdammer hoor. Als ik spreek met Amsterdammers ga ik vanzelf ook iets platter praten. Amsterdammers zijn ook wat directer. Haarlemmers zijn keurig en afstandelijk. Dat is gelukkig wel aan het veranderen, in goede zin.”

Je hebt als inwoner van Haarlem een aparte voetbalvoorkeur…

“Ik ben supporter van Feijenoord. Ik wilde altijd al een beetje anders zijn denk ik. Toen ik een jochie was had je die ijzeren verdediging van Feijenoord één. Rinus ‘IJzeren Rinus’ Israël, en Theo Laseroms. Dat waren mijn helden. Ik was ook verdediger, bij ons in het straatelftal. Dan probeerde ik Israël en Laseroms na te doen als jochie van twaalf. Schopte ook iedereen onderuit. Ook jongens die groter waren dan ik.

Het huidige Feijenoord? Tja, moeizaam. Maar eenmaal een Feijenoorder altijd een Feijenoorder denk ik. Eerlijk gezegd volg ik het nu niet zo. Voetbal zonder publiek is minder. Met al die nepgeluiden.

Willem van Hanegem was een weergaloze speler. Die kon een wedstrijd winnen zonder dat ie een bal raakte. En hij stond altijd vrij. Dat lukt mij niet hoor, zaterdagmiddags in het Florapark, haha.”

Tot slot, wat voor clip mogen we bij dit interview plaatsen?

“Living Colour met ‘Love Rears Its Ugly Head‘. Een fantastisch nummer. Omdat het heel expressief is, en heel kunstzinnig. Die jongens kunnen echt heel goed spelen. En ze zijn zo goed omdat ze anders zijn dan de rest.”

Lees hier het artikel van Pierre Winkler voor tijdschrift LOVER:

Tijdschrift LOVER – Het beeld van vrouwelijk leiderschap remt de emancipatie

Kleurrijke kunstroute ‘Het Ongeziene Gezien’ gaat eind juni ongekende kanten van Schalkwijk tonen

De Haarlemse wijk Schalkwijk heeft vele kanten. Maar er zijn ook allerlei aspecten waar stadsbewoners nog nauwelijks weet van hebben. Daarom komt Marisa Beretta met haar stichting Kapsalon met de kunstroute ‘Het Ongeziene Gezien’, die 24, 25, 26 en 27 juni wordt gehouden. Kunstdisciplines als fotografie, theater, ruimtelijke kunst, grafiek en podcast komen ruimschoots aan bod. Dit alles onder het motto ‘Samen maken we de wereld mooier’. Deelnemers mogen zich nog steeds aanmelden om mee te doen aan het project.

door Paul Lips

(foto: DubbelBelicht)

Het is een project dat verbinding tot stand wil brengen tussen oud en jong, kleurrijke bewoners met verschillende culturele achtergronden, familie, vrienden en organisaties die deel uit maken van het stadsdeel. Al die Schalkwijkers herinneren zich nog de grote fotodoeken die aan de parkeergarage bij het Winkelcentrum hebben gehangen, legt projectdirecteur Marisa Beretta uit. ”Als ik om me heen vraag: ‘weet je nog van het project DubbelBelicht‘ dan zeggen ze ‘nee’. Maar als je vraagt: herinner je die doeken met die foto’s op de parkeergarage dan klinkt er altijd als reactie ‘oh ja dié’.”

Allereerst was er in 2018 dat mooie project DubbelBelicht, waarin kinderen van het basisonderwijs aan de slag gingen met oudere bewoners van Schalkwijk. De camera als bindmiddel. Met andere ogen werd naar de wijk gekeken en het onderlinge begrip – en de interesse in elkaar – werd versterkt. Met als resultaat en fotodoeken op de parkeergarage bij het winkelcentrum, gepaard gaand met een prachtig boekje waarin de resultaten – met verslagen van journalist Marleen Zwartkruis – waren vastgelegd.

Marisa Beretta: “Ik was op zoek naar een naam. De naam ‘DubbelBelicht‘ hadden we natuurlijk al. Maar als we die naam zouden hanteren zou dat dan weer iets te veel gericht zijn op enkel fotografie. Dit jaar is het de bedoeling om méér kunstvormen te onderzoeken, vandaar dat we ook de Stichting Kapsalon hebben opgericht.”

De naam ‘Kapsalon’ schijnt uit Rotterdam afkomstig te zijn…

“Een Kapsalon is dat gerecht waarbij alles bij elkaar wordt gegooid. Shoarma, patat, sla, gesmolten kaas, de hele mikmak. Toen dacht ik: dat is eigenlijk wel heel erg leuk. De term is verzonnen door een kapper uit Rotterdam, die bij een naastgelegen shoarmazaak regelmatig een broodje bestelde en toen voorstelde om wat ingrediënten bij elkaar te gooien. Wat een wonderlijk gerecht dacht ik bij mezelf. Of ik het zelf zou eten? Nee, ik denk van niet. Maar er zit op de Italiëlaan een Turkse bakker waar je de ‘kapsalon’ kunt kopen. En als het goed is kom je er bij de kapper mooier uit dan dat je er in gaat. En bij de kapper worden natuurlijk de verhalen verteld.”

Marisa Beretta (eigen foto)

Ik hoorde onlangs iemand zeggen: hoe meer leuke dingen er in Schalkwijk gebeuren hoe leuker. Jij hebt gekozen om er een kunstroute van te maken.

“Ik hou heel erg van een kunstroute. Dat je op plekken komt waar je normaal nooit zou komen. Dat de route die je loopt net zo belangrijk is als de kunst die je onderweg te zien krijgt. Dus die hebben we uitgezet. We proberen iedereen er bij te betrekken. Via de kinderen de ouders en opa’s en oma’s enthousiast te maken. Ook via de juffen van de school. De tocht bestaat uit zo’n 4500 stappen hebben we uitgerekend. Dus je hebt meteen je dagelijkse ommetje gedaan. Het is een coronaproof-wandeling. Kunstenaars staan dan bij hun werk om dingen te vertellen. We gaan het gewoon eind juni doen. We willen het niet uitstellen. Iedereen snákt naar leuke, culturele dingen. En het is allemaal in de openbare ruimte, dus het moet allemaal keurig kunnen lukken op voldoende onderlinge afstand.”

Ondergetekende mag meehelpen met de verslaglegging. Maar stuk voor stuk hebben de deelnemende kunstenaars elk een idee hoe ze het willen gaan aanpakken en daar is ook al interessant onderling contact aan het ontstaan.

“We hebben de route een paar weken geleden al een keer gezamenlijk gewandeld. Vanaf de Engelandlaan zijn we door het Heempark gegaan richting de Laan van Berlijn met die plek onder de peilers van de flat. Vervolgens langs wijkcentrum De Wereld, aan het laatste gedeelte van de Laan van Berlijn. Daar gaat theater gespeeld worden door theatergezelschap LostProject in samenwerking met leerlingen van groep 6 en 8 van De Waddenschool.”

“In het winkelcentrum hebben we gekeken naar een leegstaande ruimte bij de HEMA, waar we graag dingen ten toon willen stellen. Daarna ging het langs de parkeergarage waar de doeken met foto’s komen te hangen, en aan de kant van de Briandlaan komt dan de grafische kunst te hangen die onder leiding van Rutger van der Tas gemaakt zal worden. Bij hem is het thema ‘Onder je Huid‘ en gaat het over tatoeages.”

Er er is zelfs ruimte voor poëzie begrijp ik.

”De hoek van de Aziëweg/Professor Donderslaan wordt de plek van Maud van Gool, die met de kinderen uit groep 5, 6 en 7 van OBS de Globe onder meer gedichten gaat maken en vormgeven, onder het motto Wat laat je zien van jezelf en wat verberg je?’. En de tocht is geëindigd op het Lissabonplantsoen waar viltkunstenares Brigit Daamen objecten tentoonstellen die gemaakt zijn met en door kinderen. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van de bomen die daar staan. Denk maar aan grote, vrolijke viltobjecten. Tot slot wordt er ook nog een serie podcasts over de workshops gemaakt door journalist Mohamed Bouzia en documentairemaakster Yeter Akin. We hopen natuurlijk ook dat de betrokkenen gaan zorgen voor hapjes en drankjes langs de route. Het wordt een mooi kunstweekend, dat de blik verruimt en waar samenwerking en het prikkelen van de zintuigen centraal staan.”

Vanaf deze week zijn er workshops en activiteiten ter voorbereiding van de kunstroute ‘Het Ongeziene Gezien’ van Stichting Kapsalon. Op de website stichtingkapsalon.nl zijn alle workshops en activiteiten te vinden. Deelnemers zijn welkom en kunnen zich opgeven bij marisa@stichtingkapsalon.nl of telefoonnummer 0641427698

Stichting Kapsalon – Het ongeziene gezien

(foto: Stichting Kapsalon/Marisa Beretta)

Ab Kok over zijn boek ‘In de bonen zijn’: ‘Een kopje thee zetten, hoe ging dat ook alweer?’

Ab Kok (1955) werkte jarenlang als docent in het speciaal voortgezet onderwijs, de laatste periode als stagecoördinator. Hij is ook bekend als ‘sprokenist’ (verhalenverteller van sprookjes) en als muzikant die het podium deelde met onder anderen Joep Smeenk (Gotcha!). Afgelopen week is zijn boek ‘In de bonen zijn’ verschenen, waarin hij – vaak op geestige wijze – beschrijft hoe hij enkele jaren geleden werd geconfronteerd met een herseninfarct. Hoogste tijd voor een gesprek, bij Ab thuis in Vogelenzang. Mét Baantjer-ontknoping.

door Paul Lips

Ab Kok (foto pl)

“Kun je dat aan, om dat hele eind te fietsen?”, vraagt Ab Kok voorafgaand aan de ontmoeting aan de telefoon. Een vriend van hem uit Haarlem vond Vogelenzang namelijk té ver weg om nog op bezoek te gaan, dus die gaf daar de brui aan. De verslaggever echter is gewend om flinke stukken te fietsen. Op een grijze dag vol noordenwind meld ik me bij Kok thuis aan het water. Waar de houtkachel gezellig knettert. Maar waar Ab Kok een tikje in verwarring is. “Waar heb ik die inktvis nou toch gelaten die ik had gekocht? Hij ligt niet in de koelkast. Nou ja, die duikt wel weer op.” En bij die vrolijke chaos in zijn hoofd kun je dan een aanstekelijke, bulderende lach verwachten.

Ab Kok laat zich niet gek maken, zoveel is al meteen duidelijk. “Nee, ik leef niet in angst. Ik hou me keurig aan de regels, dus doe ook altijd netjes dat mondkapje op. Maar eigenlijk geniet ik me dagelijks een slag in de rondte.”

Hij heeft sinds zijn herseninfarct last van een korte termijngeheugen-stoornis. “En een geografie-stoornis, dus ik moet ook altijd gebruik maken van een tomtom als ik op pad ga met de auto. Gek genoeg kan ik nog wel gewoon autorijden. Maar die geheugenstoornis ervaar ik dus ook met lezen, of met koken. En wachtwoorden, daar heb ik last mee. Met name het feit dat je altijd zo veel verschillende wachtwoorden moet gebruiken tegenwoordig. En ik moet altijd denken: waar is mijn mobiel, waar is mijn portemonnee. Ik heb trouwens nu een manier om mijn portemonnee met mijn mobiel te kunnen bellen, hahaha!”

Aan een van de wanden in het knusse huis hangt een assemblage van beeldend kunstenaar Eugène Brands (1913 – 2002). Daarin is een enorm pannendeksel verwerkt, alsook de tuit van een gieter. Het kunstwerk sluit helemaal aan op de denkwereld van Ab Kok. Dat alles kunst kan kan zijn en dat men zich vooral open zou moeten stellen voor het absurdisme. Iets waar hij later in het gesprek nog even op terug zal komen.

Maar eerst terug naar zijn pas verschenen boek ‘In de bonen zijn‘. Het slaat op het gevoel dat hij kreeg toen hij was overvallen door dat nare herseninfarct. In meeslepende bewoordingen verhaalt Kok over de chaos die hem overviel in de zomer van 2015, toen hij zijn partner Marijke en haar vriendin op Schiphol had afgezet voor een vakantie op Bali. Ab zou voor het paard Kelsey zorgen en deze bejaarde merrie dagelijks van eten voorzien.

“Dan loop je daar in dat weiland. Met een halster. Dat je bij jezelf denkt: wat is er in gódsnaam aan de hand. Ik ben bij een paard geweest. Maar wat nu. Jezus, waar ben ik? Ik zie daar m’n fiets staan. Nou, dat je dan maar naar huis bent gereden, volledig op de automatische piloot. Totáál de weg kwijt zijn. Maf is dat. Je kunt je er op dat moment geen voorstelling van maken hoe het afloopt.”

In meeslepende stijl beschrijft Ab Kok hoe hij – eenmaal thuisgekomen – besluit maar ‘even te gaan liggen’. En na een paar uren in zijn slaapkamer ontwaakt, géén idee hebbend hoe zijn huis er verder uit zou kunnen zien (terwijl hij daar al jaren woont). Hoe hij lange tijd verdwaasd naar het interieur van zijn woning staart, zich verwonderend over maar liefst vier afstandsbedieningen. Een kopje thee zetten, hoe ging dat ook alweer? De huisarts bellen, maar hoe? Eerst nog maar eens flink slapen.

“Nou, uiteindelijk slaagde ik er dus in m’n huisarts te bellen. Kom maar langs, zei hij. Ik: ja, eh, kom maar langs?? Waar zit jij met je praktijk? Ik uiteindelijk dus op automatische piloot naar zijn praktijk gereden. Toen hij me zag liet hij alles voor wat het was en zei ‘kom, we gaan even een stukje rijden’. Vervolgens zijn we dus naar het Spaarne Ziekenhuis gereden, waar ik wezenloos op een bankje voor me uit heb zitten kijken. Mijn huisarts zei: er bestaat een kans bestaat dat je hier een paar dagen moet blijven. Maar twee uur later stond ik buiten. Ik mankeerde niks. Yés, dacht ik bij mezelf, ik mankeer niks!”

Dagelijks bezoekt hij de oude merrie Kelsey en probeert de verzorging zo goed mogelijk uit te voeren. Namen van andere bezoekers van de manege weet hij zich niet meer te herinneren. De avondmaaltijden bestaan uit tuinbonen, tuinbonen en nog eens tuinbonen, die hij enkele weken daarvoor heeft ingevroren. Want die tuinbonen, die kweekt Ab Kok zelf op zijn volkstuintje in Vogelenzang.

“Ik heb in die drie weken de héle vriezer leeggevreten met die tuinbonen. Ja die groene dingen. Die heb ik úren meditatief lopen ritsen in de tuin. Héél veel tuinbonen. Weken. Maar die zijn lekker hoor, die tuinbonen. Met ‘n spekkie d’rbij. Fantastisch eten is het. Dubbel gedopte tuinbonen. Koken. Afkoelen. Dan worden ze rimpelig. En dan moet je ze daarna nog een keertje doppen. Uiteindelijk hou je een prachtige, delicate maaltijd over. Met een klein beetje spek er bij en krielaardappeltjes. Glaasje wijn erbij ik ben gelukkig, hahaha!”

Hoewel de interviewer persoonlijk niet zo van de term houdt, zou men dit boekje kunnen ervaren als een ware ‘pageturner’. Steeds opnieuw beschrijft Kok op boeiende wijze zijn ‘gevecht’ met de dagelijkse gang van zaken. Vooral de wijze hoe hij kan genieten van oude afleveringen van de serie ‘Baantjer‘ zijn grappig om te lezen. En: omdat hij zijn korte termijngeheugen kwijt is, kan hij er iedere keer weer opnieuw van genieten alsof het de eerste keer is dat hij zo’n aflevering ziet.

“Báántjer. Zó lekker rustige televisie. Overzichtelijk. Altijd twee verhaallijntjes. En dan gaan ze op een gegeven moment wat drinken bij het café van Lowietje en dán komt dat moment dat De Cock iemand iets hoort zeggen en dan bedenkt: ‘Oh maar dát is er aan de hand! Nú weet ik wie de dader is!’. Die regelmaat en die rust. Dat overzichtelijke. Net zoals bij Laurel & Hardy. Het is duidelijk. Het gaat kapot. Die piano. 100 jaar geleden maakten ze dit. Die verhaaltjes gaan altijd hetzelfde. Het gaat altijd fout. Héérlijk, hahaha.”

Vijfenzestig jaar is Ab Kok nu. Toen hij voor zijn werk bij Heliomare in Wijk aan Zee moest zijn heeft hij gezien hoe anders het kan gaan met mensen die te maken krijgen met een herseninfarct. Depressiviteit. In een rolstoel belanden en praktisch niks meer kunnen. Hij toont zich gezegend dat-ie zoveel mazzel heeft gehad en nog van alles kan. “Ik heb doorgaans een opgeruimd humeur. Hoewel ik nu nog steeds ben vergeten waar nou die inktvis ligt, hahaha!”

Qua werk is hij 100 procent afgekeurd. De laatste jaren werkte hij als stagebegeleider voor leerlingen is het speciaal onderwijs. Veel naar boerderijen toe. Probleem was dat hij de namen van de leerlingen niet kon onthouden. Maar lachen was het altijd wel met ze, dus is het jammer dat dat aspect uit zijn leven is verdwenen. Aan de andere kant: “100 procent afgekeurd. Yes! Duidelijkheid.”

Eigenlijk heeft-ie het drukker dan ooit. De kippen verzorgen, de eitjes ophalen. Hout hakken. Kloven. ‘s Avonds koken. En schrijven. Hij denkt alweer aan een opvolger voor ‘In de bonen zijn’. Maar waar dat over zou moeten gaan is nog even een raadsel.

We praten over zijn muzikale escapades met Joep Smeenk, de saxofonist die furore maakte met onder meer Gotcha! Samen maakten ze éen half uurtje herrie’. Lekker strak repertoire voor saxofoon en Joep destijd nog op klarinet. ‘De Mensheid’ noemden ze zich en speelden op allerlei plekken.

Daarnaast was Kok actief als ‘sprokenist’ die bij mensen op visite ging om ze – vaak voor het slapen gaan een sprookje te vertellen. Hij kwam overal, van bejaardentehuizen tot gevangenissen. Maar vooral veel bij de mensen thuis. Daar moest het dan wel graag meteen gezellig zijn. Stoel bij het bed en dan begon de magische wereld van het sprookje. ”Maar als ik zo’n slaapkamer binnenstapte dan zei ik steevast ‘mooie lamp overigens’ á la Sjef van Oekel.

Dat acteur Porgy Franssen nu furore maakt met het fenomeen ‘slaapverhalen vertellen’ deert hem niet. Kok weet dat hij de eerste was die er serieus werk van maakte. ”Maar ik heb hem toch wel even een mailtje gestuurd hoor, om hem te laten weten dat ik daar eerder mee was.”

Hij toont nog wat zelfgemaakte assemblages en vertelt over zijn absurdistische escapades met vriend en collega Arjan Bosch. Van alles verzonnen ze, vreemde hoorspelen, idiote collages en de figuur ‘Ben Zwijmelteef’ die allerlei maffe avondturen beleeft. Een beetje ontregelen, want ‘er is toch iemand die het hoort of er naar luistert’.

Over horen gesproken. Ab Kok ergert zich al jaar en dag aan het feit dat er altijd en overal muziek moet klinken. ‘Zondermuziek.nl’ heet zijn website waar hij met enige regelmaat iets op schrijft. Toch weet hij muziek zeker te waarderen. Sjostakovich. “Ja, ik ben een echte muziekliefhebber hoor. Alleen Haydn, dat vind ik niks. Maar bijvoorbeeld Marianne Rosenberg, of Johnny Cash, Wat was ik nou aan het zoeken? Oh ja, Chet Baker. Ge-wél-dig! Zowel als hij trompet speelt als wanneer hij zingt. Als je voor mij ‘My Funny Valentine‘ bij dit artikel wilt plaatsen maak je me blij.”

Ab Kok, ‘In de bonen zijn’, (16,99 euro) is verschenen bij Boekscout. EAN 9789464312713

NASCHRIFT:

We eindigen dit artikel graag met een ontknoping zoals we die kennen van de serie Baantjer. Als De Cock en zijn collega’s gezellig een cognacje nuttigen en de opgeloste zaak nog eens met elkaar doornemen.

Mevrouw De Cock: “Maar hóe zat het nou met die inktvis?”

Ab Kok (anderhalve week later): “Die inktvis die ik zocht: die lag al in de vriezer. Lachen toch!!!!!”