Leave a comment

Sorry. Sorry dat je we je door het sturen van een mail lieten denken dat we weer een mooi artikel hadden geplaatst. We snappen dat je vol verwachting naar de site surfde en dan teleurgesteld bent dat je dit schrijfsel aantreft.

We hadden een probleem met het achterlaten van een reactie. Vanaf nu kan dat. Direct onder de titel staat ‘leave a comment’. Dank Joost Mulder voor het ons attent maken hier op.

Nu kan je dus onder de artikelen laten weten dat je het ontzettend leuk vond! Doen!

‘De Fietz’ gaat tegen de vlakte

De sloopmachine deed zijn werk. Ik stapte even van de fiets om te kijken hoe een bos hout van de ene plek werd opgetild, vervolgens door de lucht zweefde en uiteindelijk naast een muur werd neergekwakt.

Tekst en foto’s: Paul Lips


Fietsen werden er nimmer geproduceerd, in het pand aan de Oostvest dat min of meer legendarisch is geworden als De Fietsznfabriek. Een drukkerij was het. Vernhout en Van Sluyters’ Drukkerijen genaamd. Een enorm complex met verschillende ruimten, uitermate geschikt als creatieve broedplaats. Zo zag Frans Fiets het – vlak voor de eeuwwisseling – voor zich, de aanjager die een leger aan artistieke Haarlemmers om zich heen verzamelde.


Veel Haarlemmers hebben er mooie herinneringen liggen. Dichter en programmeur Joshua Baumgarten begon er zijn roemruchte Irrational Library-avonden. Er waren dansavonden, optredens van underground-bands, cabaret- en toneelvoorstellingen, en de bedoeling was om er ook film te gaan programmeren. Die filmhuisvertoningen komen misschien alsnog, maar dan in De Koepel, waarvan de verbouwing lijkt te zijn begonnen.


Haarlem, je moet je schamen‘, schrijft kunstenaar Piet Zwaanswijk op Facebook naar aanleiding van een door iemand gedeelde foto van de begonnen sloop. Zwaanswijk betreurt dat het particuliere initiatief van Frans Fiets destijds de nek werd omgedraaid. Een andere Haarlemmer, Edwin van Nieuwpoort, is blij dat er nu eindelijk eens actie wordt ondernomen. ‘Eindelijk is die ouwe zooi weg en nu hup bouwen voor jongeren met een low budget desnoods container woningen‘.


Nadat Frans Fiets de handdoek in de ring had gegooid namen Leon Fortgens en Martijn Kruijver ‘De Fietz’ over. Het lukte ze niet om de culturele vrijplaats overeind te houden. Dat was spijtig. Het was leuk om te zien dat een aantal figuren van het eerste uur meteen op kwam draven toen Martijn Kruijver als nachtburgemeester precies een jaar geleden vol trots de tijdelijke underground-plek ‘Slachthuis13’ opende. Op het Slachthuisterrein komen woningen, een popcentrum en nog veel meer leuks.


In Haarlem zou meer ruimte mogen zijn voor vrijplaatsen, creatieve broedplekken en underground-locaties. Helaas is kraken verboden, anders zou je roepen: ‘zoek een locatie en trek er in’. Een zogeheten voormalige ‘Watermeterfabriek‘ staat inmiddels al jaren te verpieteren aan de Noord-Schalkwijkerweg. Zo af en toe staat er iemand op die zich afvraagt of daar niet meer schot in de zaak kan komen. Dat wordt door gezagsdragers van de gemeente Haarlem vervolgens weer keurig afgewimpeld, met nadruk op ingewikkelde procedures enzoblablabla. De Egelantier aan de Gasthuisvest staat eveneens te verpieteren. Zo nu en dan maakt iemand een foto van de totaal verwaarloosde staat van het pand, waar ooit artistieke breinen huisden en gedoceerd werd in creatieve vakken als schilderen en muziek.

Het is te hopen dat er betaalbare woningen verrijzen op de plek aan de Oostvest. De creatievelingen die er lang geleden hun kunsten vertoonden zullen het moeten doen met hun herinneringen. Ik heb er persoonlijk nog een aantal mooie kleinkunst-optredens gezien, waaronder dat van Maarten van Roozendaal, met bassist Egon Kracht.

TRIK ontwerpt Spaarnestroom-logo


beeld: TRIK

In zijn atelier in Nieuwe Vide sprak ik onlangs met beeldend kunstenaar TRIK over inspiratie, streetart, Keith Haring, politieke cartoons, maatschappelijke tendenzen en het fenomeen ‘humor met scherpe randjes’. Terloops kwam de zogeheten ‘Spaarnestroom-banner’ ter sprake.
Die was hoognodig aan vernieuwing toe, vond TRIK. ,,Een mooie foto van het Spaarne, maar het roept eerder een associatie met de VVV op. Of Haarlem Marketing. Of bootjehuren punt ennel.”
Nog dezelfde middag stuurde TRIK een ideetje. Bijna nochalant stond er: ,,Ik heb alvast een opzetje gemaakt.”
Wij vinden het supermooi. Een doeltreffend beeld. De lijn van de Spaarnerivier leidt jou als lezer naar het artikel op de site. We zijn TRIK dan ook zeer dankbaar en raden iedereen aan hem te volgen. En anders kom je zijn werk wel tegen. Op posters in de stad, in kranten en tijdschriften, Nieuwe Vide en The Irrational Library Band. TRIK is overal.


https://illustrik.nl/

TRIK

Chopin, The Doors en HIT Haarlem

Drieënvijftig seconden zijn er voor nodig om het thema te herkennen. Kijkend naar de videoclip die onlangs is gemaakt van de winnaar ‘Finale Klassieke Muziek 2020’ Michiel Dolfing word ik ineens aangenaam verrast. Het brengt me terug naar dagen van weleer. Ik moet de neiging onderdrukken van puur plezier een polonaise in te zetten.


door Paul Lips

Vier videoclips kwamen afgelopen week online van finalisten van het Haarlems Interscholair Toernooi (HIT). Vanwege de coronacrisis was de organisatie (cultuurinstelling Hart Haarlem) noodgedwongen de HIT-finales online te houden. Dat betekende: géén live-optredens in het Patronaat, Philharmonie of Toneelschuur. Geen publiek. Inzendingen van scholieren die enkel te zien waren voor de jury, via een privé instagram-account. Een nogal geforceerd gedoe van een organisatie die niet uitblinkt in het gebruik van social media.


Hoe dan ook kwamen er enkele winnaars uit de bus. Optredens van bands vielen af, en ook de theaterfinale ging niet lukken dit jaar. Vier finalisten werden in de gelegenheid gesteld een videoclip op te nemen onder productionele leiding van creatief onderwijsbureau A Small Gang Education uit Haarlem. Dat gebeurde in Slachthuis13 op het Slachthuisterrein aan de Oorkondelaan in Haarlem-Oost. Het heeft tot mooie resultaten geleid, die te bewonderen zijn op YouTube.


In de jaren zeventig van de vorige eeuw woonde ons gezin in een flat aan de Delftlaan in Haarlem-Noord. Mijn zus Joke draaide op haar kamer te pas en te onpas de nieuw aangeschafte elpee ‘LA Woman’ van The Doors. Het diepe, sombere stemgeluid van zanger Jim Morrison maakte grote indruk. Achteraf bekeken zou je kunnen zeggen dat The Doors een creatief hoogtepunt beleefden. Het muzikale palet, de rauwheid van de uptempo-nummers, de intrigerende teksten vol eenzaamheid, vervat in bluesy rock. Dat had nog veel meer moois op kunnen leveren, ware het niet dat Jim naar Parijs…
Mijn vader en moeder hielden niet van ‘die popmuziek’. Ach, een ‘Beatle-tje’ zo nu en dan moest wel kunnen, en Ekseption ging ook wel. Thijs van Leer was welluidend als hij zich maar beperkte tot zijn ‘Introspection’-gedreutel, met Letty ‘lalala’ de Jong als vocaliste. Daarnaast was er die elpee met muziek van Frédéric Chopin (1810-1849). Op de hoes een enigszins stuurs kijkende klavierspeler. Het was romantische pianomuziek. Scháámteloos romantisch. In een interview met een vertolker van modernere pianomuziek las ik de uitspraak: ‘Chopin, dat vind ik gewoon weerzinwekkend’. Duidelijk was dat de Pools-Franse componist gemengde gevoelens opriep.


Toen ik voor het eerst op kamers ging draaide ik het repertoire van The Doors zo’n beetje grijs. Zinnen als ‘I need a brand new friend, who doesn’t trouble me…I need someone and, who doesn’t need me…’ (‘Hyacinth House‘) bleven hangen. Tegen de achtergrond van de getroubleerde geest van Jim, die steeds het idee had dat iedereen ‘iets van hem moest’. Die niet in optreedkringetjes wilde blijven ronddraaien en uiteindelijk zijn publiek steeds meer begon uit te dagen. De rol van klavierspeler Ray Manzarek mag met terugwerkende kracht wat extra pluimen krijgen, omdat hij veel schitterende orgelpartijen bedacht, maar ook de Fender Rhodes-piano een prominente rol liet spelen tijdens het – via een improvisatie tot stand gekomen – ‘Riders On The Storm’.
Het moét Manzarek geweest zijn die dat stukje van de ‘Polonaise Opus 53’ verwerkte in het lied ‘Hyacinth House’.
Michiel Dolfing (17 jaar, College Hageveld) is de winnaar van de HIT-finale Klassieke muziek 2020. Met zijn gloedvolle uitvoering van die Chopin-compositie. In tijden van corona mogen we niet een polonaise inzetten. Maar een staande ovatie is zeker op zijn plaats.

Haarlemse Popscene Off Tour – Corona edition

Dit jaar werd de muzikale trein van de Haarlemse Popscene On Tour bruut tot stoppen gedwongen door het Coronavirus. De HPSOT is een organisatie die in samenwerking met allerhande cafés beginnende bands een podium geeft om te spelen. Speelritme opdoen, jezelf in de kijker spelen en vooral elkaar ontmoeten en inspireren in de cafés.

Aan het eind van HPSOT seizoen is er een slotfeest in Patronaat waar alle bandjes die meededen, nog eens optreden. Dat slotfeest is er toch nog gekomen. Zonder live publiek. Zaterdag 20 juni en zaterdag 27 juni mochten er in totaal 18 bands optreden in Patronaat. De optredens werden uitgezonden via het kanaal van HaarlemOnAir op Twitch. Je kunt de streams nog terug kijken. Hier vind je de stream van 20 juni en hier die van 27 juni. Op de foto’s hieronder het ‘commandocentrum’ in het Patronaat om de livestream mogelijk te maken. Tijdens de livestream was een QR-code in beeld via welke geld kon worden gedoneerd voor Patronaat en de bands.

Er wordt in twee zalen opgetreden; de kleine zaal en in het Patronaat Café. Omdat ik ook fotografeer voor de HPSOT en was ingedeeld in het Patronaat Café, zie je hier foto’s van die bands. Gevarieerd aanbod was het zeker. Te beginnen met de Stomp Brothers. Mondharmonica, gitaar en mooie liedjes. Heel fijn om naar te luisteren.

Daarna moesten de oordoppen in voor de Schnitzelkids. Een band die vooral covers speelt in een punkrock jasje. Een band met de nodige zelfspot. Niet zuiver en dat weten ze zelf ook. Maar wel heel leuk en veel grappen en grollen. Om de opmerking van de spreekstalmeester van de avond Bob Wiebes, “Voor degene die vraagt in de chat of je via de QR-code ook geld terug kunt vragen, nee dat kan helaas niet”, moet de band zelf het hardst lachen.

De Drone Strings moesten heel even wachten op hun bassist Tjeerd Gunning. Hij speelde mee in de kleine zaal met Kookaburra. Maar toen kon de fijne rock van Drone Strings beginnen.

De afsluiter in het café was de Richard’s Blues Band. Ga deze band, als het weer kan, gauw live zien. Echte heerlijke blues.

Tekst en foto’s: Remco van der Kruis

Meer foto’s, ook van de eerste editie en andere zalen, op de Facebookpagina van de Haarlemse Popscene on Tour.

Bloemen van leven naar dood

‘De nieuwe bloemen van Hals’ is de naam van de expositie van bloemenfoto’s van Fjodor C. Buis. Ze zijn te zien in de binnentuin van het Frans Hals Museum Locatie Hof aan het Groot Heiligland. ‘Bloemen van leven naar dood’, een uitstapje van de Haarlemse portret- en reportagefotograaf.

door Paul Lips

Fjodor C. Buis (foto pl)


Sinds de laatste jaren wordt er telkens wel iets bedacht om het fenomeen ‘lente’ extra cachet te geven. De Kathedraal in Bloei, Museum in Bloei, de Stad in Bloei, Alles in Bloei. De immer gezellige Bloemenmeisjes van Haarlem heb ik de laatste tijd niet meer gesignaleerd. Ach ja, bezuinigingen, coronacrisis, maatschappelijke onrust, en meer van dergelijke dingen.
Vlak vóór de lente, zo half maart, had de fototentoonstelling geopend zullen worden. Ook dát viel in het water, vanwege dat vermaledijde virus dat het land nu al maanden in een venijnige greep houdt. Een lente die wordt uitgesteld naar september, in poëtisch opzicht zou dat mogelijk moeten zijn.
Hoe dan ook, op een zonovergoten maandagmiddag zitten we in de inmiddels buxusloze binnentuin (weggesnoeid vanwege de buxusmot) van de hof waar ooit oude heertjes rondstiefelden, als bewoners van het toenmalige Oudemannenhuis.

‘Gerbera’ (foto Fjodor C. Buis)


In de studio aan de Burgwal werden in februari de bloemen voor het project door Buis verzameld. Bloemenwinkel Klavertje 5 – van Paul Wijkmeijer – uit de Breestraat in de Vijfhoek leverde het moois. ,,De meesten zaten in een vaasje”, zegt hij. Maar Buis is natuurlijk Buis, dus fotografeerde hij er ook een aantal zonder steel.
,,Ik hou best wel van dooie bloemen”, zegt hij. ,,Soms vind ik dode bloemen zelfs mooier dan levende. Ik denk dat elke fotograaf ooit wel iets met bloemen wil doen. Het is natuurlijk al vaker gedaan, bijvoorbeeld door Robert Mapplethorpe en Irving Penn. Ik hoop dus dat ik het op een manier heb gedaan zoals een ander het nog niet heeft gedaan, bijvoorbeeld het spelen met de lichtval. Of met verschillende achtergronden. Bloemen doen het goed op een zwarte achtergrond, maar met de kleuren van de achtergronden heb ik gevarieerd. Eerst heb ik de bloem in volle bloei gefotografeerd, daarna op het moment dat alle levenssappen er uit waren verdwenen. Dat klinkt heel dramatisch natuurlijk. Dat kleurverlies is interessant. Uitgedroogd tot er bijna niks meer van over is. Dat sterven gebeurde dus in de studio. Sommige bloemen gingen sneller dood dan andere. De anthurium bijvoorbeeld deed er lang over. En de gebera ziet er na het afsterven ineens heel droevig uit. Bij de tulp verwonderde ik met er over dat die aan het eind nog zo veel kleuren had.”

‘Franse oranje tulp’ (foto Fjodor C. Buis)

Van leven naar dood binnen enkele dagen. Iedereen die op zaterdag gezellig een bosje bloemen op de markt koopt ziet weldra het proces voltrekken. Bloemen in een vaas, mooi geschikt, verschrompelen langzaam tot levenloze frutsels. Soms hoor je een zachte plof, als er weer een bloem of blad van de steel valt. Schilder Kees Verweij hield er van, die levenloze boeketten. Niemand mocht er aan komen, want juist het stof dat er op kwam te liggen gaf dat speciale effect. In Parijs schilderde Vincent van Gogh enkele uitgebloeide zonnebloemen. Mick Jagger en Keith Richards lieten zich door dode bloemen inspireren voor een countrysong, die vervolgens gecoverd werd door Townes van Zandt. Een macaber idee natuurlijk, om een geliefde een boeket dode bloemen per post te laten bezorgen.


Van zijn vorige project ‘Hals meets Vinci‘ (in de Schagchelstraat) had Fjodor C. Buis de fotoframes bewaard, dus die komen bij het huidige project mooi van pas. Fjodors dochter Olivia hielp met het ophangen. Door dit bloemenproject denkt Buis er over om in de toekomst vaker buiten te exposeren.
De coronacrisis dwong hem de afgelopen tijd tot reflectie, legt hij uit. Hoewel hij altijd wel bezig is met het bedenken van interessante projecten, bracht hij veel tijd door in de studio. ,,Zo’n crisis geeft je de gelegenheid om veel vrij werk te maken. Het dwingt je om dingen te doen die je anders nooit doet. Dat is goed voor de geest.”


‘De nieuwe bloemen van Hals’, tot en met 31 oktober 2020 in de binnentuin van Frans Hals Museum, Groot Heiligland 62, Haarlem.


https://www.franshalsmuseum.nl/nl/event/de-nieuwe-bloemen-van-hals-fjodor-c-buis/

(foto PL)

Verrassingsvoordracht met liefdespoëzie van Hugo Claus

(foto: Stedelijk Gymnasium Haarlem)

DE DIEF VAN LIEFDE

Nu nog, aan de galg vandaag, met een vod in de mond,
zij die wakker wordt met gezwollen lippen, ogen toe,
zij was iets dat ik wist en toen verloren heb, en hoe,
maar hoe ben ik haar kwijt, hoe blaft een dronken hond?

II
Nu nog haar gezicht als de maan en haar lijf als de maan
jong, bitter jong, met die borsten en billen en die ribben.
Vroeger had je liefdespijlen, je voelde ze voorwaar,
zij teisterden, dacht je, die blanke volle maan van haar.

III
Nu nog haar afgebeten nagels, haar gekwetste tepels,
haar gladde billen waartussen zij verticaal lachte
en zij die metafysica verachtte zei: ‘ Ach, schat,
in elke cel van je zaad zitten God en zijn moeder.’

IV
Nu nog de strepen schrammen vlekken tatoeëringen,
allemaal kwetsuren van liefde onder haar lichte jurk,
en ik vrees dat dit zal blijven duren, dit wrang achterbaks
krabben en klauwen naar haar ondermaatse niemandsland.

V
Nu nog, volkomen stil lag zij buitensporig alleen,
kruiselings verlaten en met verlamd verhemelte,
en ik, even onbeweeglijk in mijn cel, hoorde ze,
de rinkelende kettingen rond haar linkerenkel.

VI
Nu nog weet ik hoe moe en melig na het loom vrijen
zij ’s ochtends bijna schroomvallig haar hoofd vooroverboog,
een eend die over het meer gleed en aan ’t water nipte
en toen duikelde naar mij en hapte en toen nooit meer.

VII
Nu nog knoop ik haar gitzwarte haren in hanige
kammen en sprieten en stekels en verheerlijk haar als
totem en kruis in mijn huis dat onhandig en haastig
verandert in een tempel voor Minne, de steelse godin.

VIII
Nu nog al die kamers en nachten en roomkleurig naakt
en al die slaap erna en ervoor en de geur van hei.
Hoe ze snurkte toen ik vroeg of ze nu gelukkig was
en hoe ze de peluw aaide plompverloren naast mij.

IX
Nu nog haar ledematen, alle vier bezig, bekaf,
en haar pasgewassen haar over haar warme wangen,
toen greep zij mijn nek met haar enkels, giechelende beul,
onthoofd bood zij mij haar koele glinsterende wonde.

X
Nu nog hef ik een vlag en steek mijn armen in de lucht
en roep ‘Kameraad’. Maar zij was het die zich overgaf.
Want op het slagveld hoorde ik haar stamelend razen
met het accent van haar moeder, gore lettergrepen.

XI
Nu nog, nu ik op het punt sta over te schakelen
naar dat andere leven, leidt ze mij als door zwart water
en loert en loenst naar mij door haar gevaarlijke wimpers
en lacht als ik kletsnat opklim tegen haar gouden berm.

XII
Nu nog is haar hele lijf karmijn en glimt van het zweet
en van babyolie glad zijn haar openingen.
Toch blijft wat ik van haar weet een zonderling gebaar,
iets zonder echo, vol bitterheid, toeval en spijt.

XIII
Nu nog vergeet ik weer de goden en hun ministers,
zij is het die mij versplintert, veroordeelt en vergeet,
zij van alle seizoenen maar vooral van de winter
want zij wordt mooier, kouder naarmate ik verder sterf.

XIV
Nu nog tussen alle vrouwen is er niet een als zij,
niet een waarvan de woeste mond mij zozeer heeft verrast.
Mijn zotte ziel zou over haar vertellen als zij kon
maar mijn ziel werd met al haar hebben en houden verwoest.

XV
Nu nog hoe zij beefde van vermoeidheid en fluisterde:
‘Waarom doe je dit? Ik laat je nooit meer los, mijn koning.’
Er was geen killere vorst dan ik en overmoedig
liet ik haar zien hoe de Koning traande uit zijn éne oog.

XVI
Nu nog als ik durf te denken aan mijn verloren bruid
tril ik op mijn benen als ik denk aan wie haar nu plukt,
mijn wandelende oleander van een bruid die steeds
opnieuw het onkruid dat ik ben uit zijn lusttuin rukt.

XVII
Nu nog terwijl de bijen van de dood om mij zwermen
proef ik de honing van haar buik en hoor ik het gezoem
van haar klaarkomen en staar ik naar de natte roze
blaadjes van haar beweeglijke vleesetende bloem.

XVIII
Nu nog ons breed bed dat ruikt naar haar en haar oksels
ons bleek bed door de vogels van de wereld bescheten.
Op de vogelmarkt zei zij: ‘Die wil ik, die wilde daar,
die almaardoor met zijn bek tikt tegen die tiet van haar.’

XIX
Nu nog. hoe zij zich verweerde en mijn mond weigerde,
en pas toen ik haar vloerde met mijn nagels in haar borst,
lam lag en toen, terwijl ik dronken van haar weelde sliep,
mij weer oppookte als een lang gedoofd gewaande haard.

XX
Nu nog haar beweeglijke borst die in mijn handen lag
en haar lippen dik door de beten van mijn tanden
en haar afgebeten nagels en gekwetste tepels
en hoe zij scheel keek in het wrede licht van de morgen.

XXI
Nu nog verbeeld ik mij dat zij in de smalle tijd
tussen mij en de poolnacht de sterren is geweest,
het gras, de kakkerlakken, de vruchten en de maden
en dat ik dit aanvaardde en dat dit mij nog steeds verblijdt.

XXII
Nu nog, hoe haar beschrijven, met wat haar vergelijken?
Tot in mijn graf zal ik haar ordenen en haar verven
en bederven en haar amechtig weer tot leven blazen
met mijn ergerlijk geklaag, mijn zenuwslopend zeuren.

XXIII
Nu nog haar ogen met de rimmel en de oogschaduw
en de scharlaken lelletjes van haar oren doorboord.
‘Ik heb koorts,’ zei zij, ‘ik kan niet meer, ik vermoord
je, die vingers van jou, niemand anders ooit, nergens, nooit.’

XXIV
Nu nog blijft zij negentien, al drinkt zij; nog zo veel,
en hebben te veel tranen rimpels over haar wangen
getrokken, oorlogsbeschildering en camouflage,
de schimmel en de diepvries van haar leven zonder mij.

XXV
Nu nog als ik haar terug zou vinden als een sprookje
van de maan na de regen en ik lik weer haar tenen,
weer op de been met mijn hart van steen dan vrees ik wordt er
weer een griezelig week lied gewekt als van Cole Porter.

XXVI
Nu nog, zij; meer dan het water in haar wonderlijk lijf
een zoutmeer waarop een eend zou drijven en beklijven
en die eend met een pik was ik – hoor me kwaken! – en zij
meer zijnde wiegde mij op de baren of deed alsof.

XXVII
Nu nog als ik haar terug zou zien met die bijziende blik
van haar, zwaarder in de heupen en voller in de kont,
ik zou haar, geloof ik, weer omhelzen, weer van haar drinken,
een hommel was niet drukker bezig blijer leniger.

XXVIII
Nu nog terwijl ik in haar verstrengeld en geknoopt zit
is de Verwoester bezig en verschroeit Hij de mensen.
Mensen van enige standing zijn hun weg verloren
als na een gevecht zonder wapens en zonder winnaars.

XXIX
Nu nog in haar boeien geklonken en met de bloedneus
van minnaars zeg ik, van haar bloeiende lente vervuld:
‘Dood, folter niet langer de aarde, wacht niet, lieve dood,
tot ik klaargekomen ben, maar doe zoals zij en sla toe!’

Hugo Claus

Dit indringende gedicht van de hand van de Vlaamse auteur Hugo Claus werd vrijdagmiddag 19 juni voorgedragen vanuit een raam tegenover het Stedelijk Gymnasium te Haarlem. Acteur Roeland Fernhout verscheen totaal onverwacht ten tonele en onderbrak de les van docent Nederlands Josje van Walraven.
De voordracht was zorgvuldig geënsceneerd door overbuurman Patrick van Gerwen, die werkzaam is in een bedrijfspand tegenover de school. Al jaren kijkt Van Gerwen uit op het lokaal waar Van Walraven lesgeeft. Dat het lokaal maandenlang leegstond deed Van Gerwen besluiten zijn ‘overbuurvrouw’ én haar groep leerlingen te verrassen. Als troost voor het leed van de afgelopen maanden, waarin Van Walraven haar groep moest missen en de lessen vanwege de coronacrisis digitaal moesten worden gegeven.

(foto: Stedelijk Gymnasium Haarlem)


Leerling Steinn de Boer (17) beschrijft de surprise als volgt: …’Terwijl mevrouw Van Walraven lesgeeft wordt ze onderbroken door Roeland Fernhout. Hij wil een gedicht voorlezen. Nu keek de hele klas naar hem Hij werd opeens de docent. Het grote raam verving het schoolbord. De anderhalve meter afstand werd door de klas even vergeten om naar het gedicht van Hugo Claus te luisteren‘…
Een mooie manier om de aandacht weer eens te vestigen op Hugo Claus (1929-2008), een schrijver die gerekend wordt tot de generatie van Vijftig en opviel door zijn veelzijdigheid, rauwheid, cynisme en beeldend taalgebruik. Het gedicht ‘De dief van liefde’ hoef je als lezer niet direct te begrijpen. Er mag genoten worden van de taal met die explosie van gebeitelde zinnen, die naar meer smaakt. Als ik naar de heropende bibliotheek ga denk ik dat ik maar eens op zoek ga naar een bundel gedichten van Hugo Claus.

PL (met dank aan Isabel Visser, Stedelijk Gymnasium Haarlem)

‘All Gold And Promises’, een gloedvolle uitgave van ZAT

Het album ‘All Gold And Promises’ van de Haarlemse formatie ZAT behelst niet alleen eigenzinnige rockmuziek, maar oogt als een totaalkunstwerk. Maar liefst veertien illustratoren verleenden medewerking aan dit bijzondere project.


door Paul Lips

ZAT (foto: Eric Keyzer)


Om maar meteen met de deur in huis te vallen: de muziek van ZAT zal niet aan iedereen besteed zijn. Daarvoor zijn de composities – hoe doordacht ook – te grillig. Toch is de energie van de live-optredens mooi op deze plaat gevangen, verdiensten van producers Niek de Wit en Caspar Spilker. ZAT is een puike liveband (eighties-rock noemen ze het zelf) en stond enkele jaren terug niet toevallig in het voorprogramma van The Godfathers in het Patronaat. Dat het lastig is te begrijpen waar zanger Chielie zoal over zingt, wordt met deze uitgave mooi ondervangen, doordat de teksten zijn afgedrukt en daar ook nog eens apart een heldere uitleg bij wordt gegeven. ‘All Gold And Promises’ is duidelijk een ‘groeiplaat’ (excusez le mot). Meerdere malen beluisteren is het devies. Daarnaast is de verschijning van de gehele uitgave dusdanig vertraagd dat een uurtje minder of meer de tijd nemen niet uitmaakt.


Interessant om te lezen is hoe de band ZAT is ontstaan. De aarzeling bij sommige muzikanten werd weggenomen doordat bassist Kees Weidema als een spil fungeerde. Het feit dat Weidema ooit bij de wellicht ondergewaarde groep Passion Office speelde gaf de doorslag. ,,Daar zou ik nog wel eens mee in een band willen zitten”, was de gedachte van Chielie toen hij Weidema met Passion Office zag optreden op het inmiddels ter ziele gegane festival Beeckestijn Pop. ZAT bestaat in de huidige bezetting uit Chielie (zang, teksten), Bas van der Steeg (gitaar, zang), Kees Weidema (basgitaar) en Mike Veldkamp (drums).


Chielie is naast podiumpersoonlijkheid de onvermoeibare ambassadeur van popmuziek in Haarlem en omstreken. De man achter het team van de Haarlemse PopScene On Tour, waar in samenwerking met cafés optreedmogelijkheden worden geboden voor al dan niet beginnende bands. En dat werkt in principe als een tierelier. Ontelbare acts hebben zich de afgelopen jaren middels deze formule in de kijker weten te spelen. Helaas is dit mooie concept vanwege de recente coronacrisis tijdelijk gestaakt, maar ongetwijfeld vindt de HPSOT manieren om ook in de toekomst lokale acts te blijven presenteren. Zaterdag 20 en 27 juni presenteert de HPSOT zich overigens met een ‘Haarlemse PopScene Off Tour – Coronadrive‘, waarbij 18 bands optreden vanuit het Patronaat, als een alternatief voor het jaarlijkse seizoens-slotfeest.


Bladerend in het imposante boekwerk leer je als lezer dat de eveneens onvermoeibare Eric J. Coolen doorgaans als vaste bandtekenaar voor ZAT fungeert. Toen het idee voor de luxe uitgave ontstond bleek dat Eric op te veel terreinen actief is om het boek in z’n totaliteit vorm te geven. ,,Waarom maak je er geen project van met meerdere tekenaars?” was vervolgens zijn suggestie. Zo is geschied. Naast Eric hebben dertien illustratoren elk twee nummers van het album voor hun rekening genomen. Coolen zelf tekende het omslag, met daarin verwerkt het hek van het paleis van Versailles en het hoofd van De Zonnekoning).


In het album zijn meer verwijzingen naar de geschiedenis te zien. Het klassieke werk ‘De grote golf van Kanagawa’ van Katsushika Hokusai (1830-1831) is door illustrator Ron Bel vervormd tot een hedendaags tafereel, waar bootvluchtelingen overgeleverd zijn aan twee enorme golven die ogen als sinistere klauwen. ‘Needs must when the devil drives’ is het nummer dat de inspiratie voor Bel’s kunstwerk bood. Een lied waarin wordt gepleit voor een barmhartige houding ten opzichte van bootvluchtelingen, die niet voor hun lol het eigen land verlaten om in een gammel bootje een veilig heenkomen te zoeken.

https://www.youtube.com/watch?v=xzY5Gdto8V4


Naast maatschappelijke thema’s in de teksten (o.a. hooliganisme, mensenrechten, of ‘water als handelswaar voor een multinational’) is er ook het lied ‘You Being You’, een van mijn favorieten. Over teleurstelling in de liefde, is de eenregelige uitleg van Chielie. Tekenares Shirley Warlich verbeeldde bij dit nummer een jongedame met twee rode hoorntjes. Met op de achtergrond een lege vogelkooi, als onderdeel van het bloemetjesbehang.


Haarlemmers die het album hebben gekocht of cadeau gekregen zijn opgetogen over de uitgave. Erik ‘Bone’ Bone (bekend van o.a. Gotcha!) schrijft: ‘…Wat een mooi en zorgvuldig uitgewerkt concept, idee, album met al die prachtige plaatjes, info… en de muziek en zang is ook nog eens rete okee’.
Moussa Aynan, raadslid voor Jouw Haarlem: ‘…Denk nooit dat je de wereld niet kunt veranderen. Iedereen kan dat. Al is het op de eigen kleine millimeter. Met heel kleine acties’.
Prachtig citaat uit het eveneens prachtige boek van ZAT’.


Een gouden citaat. Geen loze belofte. Tot slot van dit relaas noem ik graag nog de namen van de illustratoren die ‘All Gold And Promises’ door hun bijdragen tot een gloedvol project hebben gemaakt: Eric J. Coolen, Ron Bel, Daan Berkhof, Meike Brandsma, Pieter Geenen, Geert Gratama, Ingrid Joustra, Willemijn de Lint, Luuk Poorthuis, Schwantz, Richard Tolmeijer, Hakim Traïdia, Joris Visser en Shirley Warlich.

http://www.zat.nu/sounds/

WAT INSPIREERT… SJOERD BLOKKER


Sjoerd Blokker (1982) is beeldend kunstenaar. Hij woont in Hillegom en heeft zijn atelier in The Living Museum in Bennebroek. Wie zijn wereld instapt komt terecht in een wonderlijk, surreël universum waarin niets is wat het lijkt, en telkens nieuwe aspecten kunnen worden ontdekt.

Hoe is de stemming?

,,Zoals altijd. Lastige vraag hoor. Niet meer down dan anders (lacht). Ik ben niet snel tevreden. Maar ook niet tevreden met de wereld en zie het ook niet als mijn plicht om de wereld te verbeteren. Maar door iets te maken dat er nog niet is verander je de wereld al. Eigenlijk zit ik liever in mijn droomwereld met onbegrensde mogelijkheden. Dan dat ik bijvoorbeeld een lammetje dat aan een bloem likt zou moeten schilderen. Realistisch schilderen kan ik overigens ook maar wil de realiteit verdraaien.

Laatst zat ik een opzetje te schilderen in de duinen. Vlakbij mijn huis in Hillegom wandel je zó de duinen in. Dan lopen er mensen langs die komen kijken wat je aan het schilderen bent. Dat valt natuurlijk altijd tegen wanneer een realistisch beeld van de duinen wordt verwacht. Ik probeer niet hetgeen ik zie na te schilderen maar mijn gevoel. Het worden meer een soort vlekken die verhalen vertellen. Ik probeer te spelen met contrasten tussen figuratief en abstract, bewust en onbewust en de samenvloeiing daarvan. Zo zitten er vaak honderd schilderijen in één werk en probeer zo de vraag op te roepen of wat men ziet werkelijk is. Zo vormt het een beeltenis waarbij het lijkt alsof je aan het trippen bent.

Trippen? Wow.

,,Een schilderij van mij zal men in eerste instantie waarschijnlijk als een totaal abstract schilderij ervaren . Maar als je beter kijkt ontdek je dat er realistische elementen in zitten. Het doet denken aan trompe l’oeil, optische illusie. Je ziet bijvoorbeeld dat kindje, zittend op een paard, maar dat blijkt dan ook een vrouw te zijn. Mijn doel is om je te laten denken: wat zag ik nou?”

Hoe is het om als kunstenaar actief te zijn in crisistijd?

,,Net zo kut als altijd, denk ik.” (Lacht) Door de eeuwen heen is het nooit makkelijk geweest voor kunstenaars. ,,Alles leek samen te vallen. Ik had overal werk hangen en toen mocht er ineens niemand meer bij. Er zou een grote feestelijke opening zijn van het Van Nispenpark in Hillegom waar een beeldhouwwerk van mij geplaatst wordt, dat ging niet door. Maar het is niet helemáál tegengevallen, want ik heb wel weer veel verkocht en er staan nog een aantal mooie dingen gepland . Maar de échte crisis moet natuurlijk nog komen.
Kunst is een luxe product. Het kan zo zijn dat mensen op dit moment nog kunst aanschaffen. Dat ze bij zichzelf denken: ‘voor de zekerheid nog effe dat schilderijtje aanschaffen’. Maar over een tijdje gaan ze écht zuinig doen. Omdat ze deze crisis in hun portemonnee gaan voelen.”

Waar groeide je op?

,,Hier in Hillegom, in een warm gezin, waar alles kon en alles mocht. Een gezin met vier kinderen, ik heb nog twee zussen en een broer. Van kinds af aan was ik al veel bezig met tekenen. Vrije tekeningen vaak. Dat je het uit vrije wil kunt doen is prettig als je veel ideeën hebt. Tijdens m’n puberteit kwam daar het maken van graffiti bij. Ik heb nog een tijdje architectuur gestudeerd, maar daar ben ik mee gestopt. Ik wilde gewoon kunst maken. Als je nu vraagt aan jongeren wat ze willen worden dan zul je vaak horen: rijk en beroemd. Uiteraard moet je ook gewoon geld verdienen maar ik vind geld meer makkelijk als je het nodig hebt.”

Hoe kwam je terecht in dit schitterende Living Museum vol outsider art?

,,Een medewerkster van The Living Museum, Ingrid, zag mijn werk op instagram en vroeg zich af waarom ze nog nooit van mij en mijn werk had gehoord. We raakten in gesprek en zo is het contact verder uitgebouwd. Het is een prettige ruimte hier, en tien minuten fietsen vanaf mijn huis. Ik kan er vrijwel altijd terecht. Mijn moeder en vader hebben hier ook een atelier. Ik vind het prettig om een atelier te hebben. Voor mij is het beter om niet vanuit huis te werken. Je doet namelijk veel meer. Er komen hier veel bezoekers, ook uit het buitenland. Dat komt mede door directeur Rokus Loopik, die over heel veel internationale contacten beschikt. Het museum is verhuisd van het ene gebouw naar het andere, hier op het voormalige GGZ-terrein. Maar ik vind deze ruimte nét ietsje meer functioneel. Er zijn atelierruimten en flexibele werkplekken waar kunstenaars dagelijks bezig zijn. De oude sfeer met al die werken vind ik ook op deze nieuwe plek beter tot zijn recht komen.”

Paarden komen met grote regelmaat terug in je werk. Ben je geobsedeerd door paarden?

,,Dat er veel paarden te zien zijn op mijn schilderijen is iets van de laatste tijd. Als deel van Paard Verzameld collectief zal ik daar dan ook zeker door worden beïnvloed. Paard Verzameld is het grootste paarden-kunstplatform van de wereld. Desondanks probeer ik daar niet te veel de hand in te hebben. Ik bestudeer gewoon m’n vlekken en werk die uit. Juist die vrijheid dat het alle kanten op kan gaan vind ik prettig. Op mijn schilderij ‘Girls with pearls’ – naar het beroemde doek van Vermeer – zie je bijvoorbeeld weer hele andere elementen.”

Tripping on a horse, lost track and found Jerry

Kan het zijn dat je de laatste tijd iets meer paardfiguren schildert – te maken hebben met de tentoonstelling ‘De man, het paard, de obsessie’ van George Stubbs (1724-1806), die je onlangs in het Mauritshuis hebt bezocht?

,,Als ik kijk naar zo’n schilderij als ‘Whistlejacket’ dan vind ik dat razend knap en heel indrukwekkend. Uiteindelijk word je er door beïnvloed, denk ik. Maar vaak denk ik dan meteen: ik ga iets tegenovergestelds doen. Het nut van iets nadoen zie ik niet. Omdat het al gedaan is. Zelf vind ik het heerlijk om die oneindige fantasie te laten werken. Steeds nieuwe lagen aanbrengen. Dat is gewoon een soort dwang. Ik heb meer ideeën dan tijd, merk ik.”

Tot slot, van wat voor soort muziek hou je?

,,Ik vind het heel prettig om tijdens het schilderen mijn eigen favoriete muziek op te zetten. Dat kan van alles zijn, van heel melodieus tot keihard. Ik luister graag naar onder andere Eels, Lamb en Lagwagon.
Als schilder werk ik samen met artiesten. De albumhoes van ‘Psycho Body Flamenco’ van Marnix Alexander DuCroock wordt gesierd door een schilderij van mijn hand. Het vervolgalbum is in de maak en zal eveneens een werk van mij op de hoes krijgen. Verder ben ik in gesprek met nog meer artiesten die willen samenwerken.”

Interview: Paul Lips
Fotografie:  Remco van der Kruis
www.artisshock.com
Instagram: @sjoerd_blokker_art

Als Lucinda weer naar Haarlem komt, zet ik de whiskey klaar

In een verwarrende tijd als de huidige lijken mensen meer prikkelbaar. Er is veel ergernis. Vaak ook om zaken of figuren die het wereldnieuws beheersen. Een daarvan is de president van de Verenigde Staten. Een man zonder ziel, volgens zangeres en gitarist Lucinda Williams. Op haar laatste album ‘Good Souls Better Angels’ zingt ze over hem, zonder hem bij naam te noemen.


door Paul Lips

(album sleeve: Danny Clinch)

In november 2007 stond Williams op het podium van de grote zaal van het Patronaat, tijdens het Roots of Heaven-festival. Wat ik me er nog van herinner was een nogal rommelig optreden. Was Lucinda dronken? ,,Die komt er hiér in elk geval nooit meer in”, brieste de toenmalige – waarnemend – Patronaat-directeur na afloop. Een wanprestatie, vond hij. Hij (overigens een prima kerel) wist destijds nog niet wat we nu weten: dat het überhaupt de vraag is of in de toekomst nog zulke fijne festivals als Roots of Heaven mogelijk zijn.
Wanneer hoorde ik voor het eerst van de muziek van Lucinda Williams? Ik vermoed in de periode dat ‘American Connection’ op de radio was, de opvolger van ‘Country Time’, waarin steevast allerlei interessante muziek te horen was in het americana-genre. Een programma dat uiteindelijk door weer zo’n minkukel van een zendercoördinator uit de lucht werd gehaald. Met terugwerkende kracht leerde ik ‘Car Wheels On A Gravel Road‘ (1998) kennen, met heerlijke nummers als ‘Drunken Angel’ en ‘Metal Firecracker‘. Het leverde haar destijds een Grammy Award op.
Feit is dat Lucinda Williams mijns inziens anno 2020 opnieuw een geweldige plaat heeft afgeleverd. Ze liet zich ervoor inspireren door Leonard Cohen, Bob Dylan en Nick Cave. De geest van bluespionier Robert Johnson is nabij.


You can’t rule me‘, zingt ze in het swampy openingsnummer. Een niet mis te verstane boodschap van deze eigenzinnige dame met haar ongepolijste stem. Het leuke van die track is dat als de – als slot bedoelde – eindroffel heeft geklonken, de gitaar gewoon nog even doorgaat, waarna bas en drums volgen. Met een bekkenslag stopt het uiteindelijk.
Over de dagelijkse stroom aan slecht nieuws zingt ze in ‘Bad news‘. Op televisie, in de lift, via de telefoon, de mailbox, de ijskast, of ruwweg kloppend op de deur. ‘Fools and thieves and clowns and hypocrites‘, op allerlei manier dringen ze je brein binnen. Vooral met een stroom aan nepnieuws.
Iemand die voor zo’n stroom aan vervelende nieuwsberichten zorgt is de ‘man without a soul’ zelf, meneer Donald Trump. Hij liegt, steelt, heeft geen waardigheid, vindt Williams. Waar het verhaal eindigt is de grote vraag. Je moet er toch niet aan denken dat je de komende vier jaar nog een keer zit opgescheept met die bleekwater-injecties adviserende gek. Met een woedende solo op de elektrische gitaar eindigt ‘Man without a soul’.


Overigens was het Neil Young die eind jaren zeventig de regel ‘even Richard Nixon got soul’ over het voetlicht bracht, in zijn lied ‘Campaigner‘. Waar ome Neil nog enig mededogen tentoon spreidde richting het heerschap ‘Tricky Dick’, die een hoop ellende veroorzaakte, is Lucinda Williams boos én strijdbaar.

(c) Kamagurka


Ze is daar natuurlijk niet de enige in. Met grote regelmaat zet Haarlemmer Frankie Misset een afbeelding van een door de Vlaming Kamagurka vervaardigde cartoon op Facebook, die niet zelden de – steevast uit de bocht vliegende – president als onderwerp heeft.


Lucinda Williams is de dochter van dichter en literatuurhoogleraar Miller Williams (1930-2015), die haar in aanraking bracht met de muziek van Hank Williams. Of dat verre familie is weer ik niet, maar zo’n vader als Miller willen we allemaal wel. Hij heeft zelfs voorgedragen tijdens de inauguratie van Barack Obama, toen deze zijn tweede termijn als president begon. Lucinda leerde van haar vader zorg te besteden aan teksten. Die combinatie met de soms rammelende, eigentijdse swampy en bluesy folk-rock (in een productie van Ray Kennedy en Tom Overby, die ook bijdroeg aan de teksten van ‘Good Souls Better Angels’) vind ik onweerstaanbaar. Stuart Mathis (gitaar/viool), David Sutton (bas) en Butch Norton (slagwerk) staan haar bij. Mark T Jordan bespeelt zo nu en dan het orgel. De nummers werden in twee of drie takes op de band geknald.
Hoewel de niet mis te verstane boodschap het hele album doordendert, eindigt ze toch positief, met het nummer ‘Good Souls‘.


Dus is het tijd voor een statement. Een statement van de schrijver van dit stukje. Mocht Lucinda Williams ooit weer eens naar Haarlem komen, dan zet Paul Lips de whiskey klaar. Dat vindt de huidige Patronaat-directeur vast niet erg.

https://www.lucindawilliams.com/