‘Kom aan mij tekort’, mooi geschoten korte muziekfilm met thema ‘haat/liefde’

In een theaterzaal aan de Korte Verspronckweg liep ik in de zomer Joris Verdonkschot bijna tegen het lijf, ware het niet dat de coronamaatregelen dit verhinderden. Hij was bezig met een project, meldde hij. Een muziek- en filmproject met Bert Vissers, bekend van de groep Bender. Of dit wellicht iets zou kunnen zijn voor Spaarnestroom. Natuurlijk, antwoordde ik. Immers, we staan altijd open voor interessante kunstuitingen. Er moest eerst nog wel een en ander worden gesleuteld, zei Verdonkschot. Maanden gingen voorbij.

still uit de film

Ondertussen kwam ik ook nog Bert Vissers himself tegen op straat. Hoe het met de clip stond, vroeg ik. Bert toonde zijn bekende ontwapenende lach en wist ook niet precies waarom het maar duurde en duurde, maar er zou vast wel een keer een moment komen dat er een teken van leven werd gegeven. Verzekerde hij.

dring je aan mij op

rij me in de wielen

negeer mijn jammerlied

en gedraag je niet

Met deze woorden begint ‘Kom Aan Mij Tekort‘, waarin Vissers figureert, in een verlaten stadsschouwburg. Daar zit-ie, met de voeten in een teiltje water, en een gezicht nat van… tja, waarvan eigenlijk. De suggestie wordt gewekt dat Bert piano speelt en zichzelf begeleidt… terwijl daar weer zo’n onheilspellende regel klinkt… ‘giet me in beton‘… Het doet denken aan die ene lijfwacht van een drugsbaron, die in 1985 gegoten in een vat cement werd teruggevonden in de rivier De Waal bij Herwijnen.

we zijn zo virtuoos

in het ontvluchten van de ander

ons samen zoekgeraakt

maar als misverstand volmaakt

Het menselijk tekort, het relationeel tekort. Het ‘net-niet gevoel’ dat velen zullen herkennen als ze zichzelf op de keper beschouwen. Een vogel in een kooi komt in beeld in de film. Symbool van onvrijheid. En dan ineens de lege zaal met al die verlaten stoelen van de Stadsschouwburg Haarlem.

still uit de film

De door Boudewijn de Groot geschonken kroonluchter brandt weliswaar, maar heeft ineens niet meer de functie zoals voorafgaand aan drukbezochte voorstellingen waarbij het licht vóór aanvang langzaam dooft en de spanning stijgt over wat er gaat komen. En daar komt de clou van het lied: ‘ik haat je, ik haat je, ik haat je zo lief‘.

Het zijn gewaagde woorden in een liedtekst, ‘ik haat je‘. Maar ze passen hier wonderwel, door de toevoeging ‘zo lief‘.

Ik denk dat een Jacquel Brel, een Ramses Shaffy of een Maarten van Roozendaal niet snel het woord ‘haat’ zouden gebruiken in een liedtekst. Zij zouden dat poëtischer verwoorden. Neem ‘Liefde van later‘ van Brel in de vertaling van Lennaert Nijgh:

Of ‘Ga weg‘, een jazzy lied van één minuut van de poëtische duivelskunstenaar Ramses Shaffy uit zijn glorieuze periode, waarin de hoofdpersoon een geliefde op afstand houdt maar toch stil verlangt:

Kom Aan Mij Tekort‘ is een Vissie d’Arte Production, aan het slot komen de credits keurig in beeld. Bert Vissers schreef de muziek, de tekst is geschreven door Joris Verdonkschot. Het schijnt dat Verdonkschot en Vissers werken aan een solo-EP van Vissers, die normaal gesproken optreedt met de groep Bender. Daar zijn we uiteraard zeer benieuwd naar. Voorlopig luisteren wij naar ‘Kom Aan Mij Tekort‘.

Paul Lips

Joris August Verdonkschot, the official site of Joris Verdonkschot

Nieuws – Bender Muziek

Nick Vos, gitaarheld – afscheid van een vriend en een van de beste muzikanten van Haarlem – in memoriam door Rom Helweg

Als uit het niets kwam plotseling het schokkende en intens droevige bericht dat mijn lievelingsgitarist en vriend Nick Vos is overleden. Hij bleek al geruime tijd ziek, maar hield dit verborgen voor de mensen om hem heen. Haarlem verliest met Nick Vos een ongeëvenaard muziekicoon, een muzikant die een inspiratiebron was voor velen. Hij laat een leegte achter die alleen gevuld kan worden met de herinnering aan zijn humor, geduld, vriendschap, passie voor muziek en: gitaarspel-beyond-category.

(foto Peter Vroon)

Het was 39 jaar geleden toen ik Nick Vos voor het eerst zag optreden. Ik was 16 en moest absoluut naar Reflud, een van de eerste bands van saxofonist Hans Dulfer. Ik speelde zelf al een beetje saxofoon en vond Hans vooral hard spelen. Maar dat werd helemaal goedgemaakt toen de gitarist mocht soleren. Een stoïcijnse rocker, die kwikzilveren riffs uit zijn Stratocaster toverde, flonkerend als een watervalletje in de avondzon. Nick Vos was de naam. Mijn eerste echte gitaarheld.

Vijf jaar later kwam ik als jochie van 21 in café De Patriot in de Kleine Houtraat. Daar zou een jamsessie zijn. Mijn mond viel open toen ik -naast muziekgrootheden als Fred Leeflang, Ruud Brink, Nanning van der Hoop – de krullenbol van Nick Vos zag. Met knikkende knieën en mijn allerstoutste schoenen aan, stapte ik op Nick af. ,,Zou ik een liedje mee mogen zingen? Night and Day?” Tot mijn grote verbazing antwoordde hij zonder te aarzelen: ,,Ja, mèn! Natuurlijk!” Het was nog heel lang gezellig in De Patriot.

Dat was Nick ten voeten uit. Hij was toen 31 en had alles al gezien en met de grootste muzikanten gespeeld. Toch voelde hij zich nooit te groot om ook samen te spelen met jonge muzikanten die nog maar net om de hoek kwamen kijken. Hij was in feite de grondlegger van de jamsessiecultuur in Haarlem, waar onder zijn leiding talloze muzikanten een begin maakten met hun carrière. Hij gaf iedereen een kans. Dat maakte Nick tot een bewonderde en geliefde muzikant bij zowel het publiek als collega muzikanten.

Nick had een ragfijn gehoor en een groot gevoel voor samenspel. Of er nou jazz, blues, soul of rock op het programma stond; als begeleider wist hij binnen het arrangement altijd de ruimte te pakken zonder iemand in de weg te zitten. Op het podium zocht hij voortdurend contact met de andere bandleden en kon met een knikje of een snel handgebaar de band inspireren. Ik heb honderden keren met hem mogen spelen en telkens wist hij de band naar een hoger plan te trekken.

Maar Nick was meer dan alleen een gitaarvirtuoos, een inspirerende muzikant of een sessieleider. Hij was een buitengewoon lief mens met een geweldig gevoel voor humor. Hij had eigenzinnige ideeën over spiritualiteit, waar je uren met hem over kon praten. Zijn grootste liefde was zijn dochter Noot, waarvoor altijd alles moest wijken en: zijn innig geliefde Celina met wie hij de laatste jaren samenleefde en muziek maakte. Nick speelde een onvervangbare rol in hun leven, in de muzikale rijkdom van Haarlem en ook bij mij. Ik ben geschokt, verdrietig maar vooral dankbaar voor al die vriendschap, gesprekken, lachsalvo’s en inspiratie, die ik de afgelopen 33 jaar van Nick Vos heb gekregen.

Rom Helweg

(Rom Helweg is musicus te Haarlem)

Teken hier het condoleanceregister:

Ter herinnering aan Nicolaas Dirk Vos | Memori.nl

Schone Kunsten! Volgens Hans Goes

Wat zijn volgens stads- en regiogenoten de allermooiste Schone Kunsten? In deze Spaarnestroom-rubriek wordt uitgelegd welke en waaróm bepaalde kunstwerken of kunstenaars steeds opnieuw blijven inspireren. Het zijn schone, en dus hóge kunsten.

(foto: Franklin van der Erf)

Hans Goes (Haarlem, 1966) bestiert het in Haarlem gevestigde Productiehuis De Verbinding. Hij is producent van zowel theatrale- als muzikale evenementen, zo’n beetje de beste pr-man die men zich kan wensen en daarnaast zelf ook nog eens begenadigd acteur en zanger. Omdat Hans een van de kandidaten van de verkiezing voor Persoon van het Jaar van Haarlems Dagblad is, willen we graag weten wat hij persoonlijk als Schone Kunsten beschouwt. ‘Kunst zet mensen in beweging’, is het motto van Goes.

Interview: Paul Lips

Donna Summer ‘I Feel Love’

,,Uit 1977, een periode waarin ik zwaar in de punk zat. Hoe zich dat uitte? Doordat ik een veiligheidsspeld door een gat in m’n spijkerbroek had gestoken, haha. Punk op z’n Hans Goes, met een vette knipoog natuurlijk. Je had toen ook de opkomst van de disco en de vette jaren van ABBA, en punk. Ik vond het alledrie wel goed eigenlijk. Siouxie & The Banshees uit de punkscene, maar vooral Blondie. Die maakten toen nog een soort van punkmuziek. Ik had m’n hele jongenskamer vol met posters van Debbie Harry.

Maar toen kwam ‘I Feel Love‘ uit, van Donna Summer. Ze had het album ‘I Remember Yesterday‘ gemaakt in München, in de studio van Giorgio Moroder en Pete Bellotte. Dat album was een soort ode aan allerlei muziekstromingen, en ‘I Feel Love‘ moest een soort futuristisch gevoel oproepen. De producers hadden toen een Moog-synthesizer geleend van een Duitse componist, omdat ze die zelf nog niet hadden staan. Ik denk dat Moroder was beïnvloed door het geluid van Kraftwerk. De sound die toen is ontstaan zou je kunnen beschouwen als de geboorte van de disco. De sample is heel vaak gebruikt door anderen, o.a. door Divine in ‘Shoot Your Shot‘. Dat vind ik het mooie: kunst zet mensen in beweging. Letterlijk in dit geval, maar ook omdat allerlei artiesten via Giorgio Moroder op nieuwe ideeën zijn gekomen. Het nummer staat op positie 673 van de Top2000 en is te horen op dinsdag 29 december tussen 10.00 en 11.00 uur op Radio2.”

Andy Warhol

,,Een groot kunstenaar die allerlei disciplines aan elkaar wist te koppelen, vooral via zijn ateliercomplex The Factory in New York. Hij maakte heel veel zeefdrukken in series, zoals die van Marilyn Monroe. Die werken lijken makkelijk gemaakt, maar dat zijn ze niet. Het portret is gebaseerd op een publiciteitsfoto van de film ‘Niagara‘ uit 1953. Omdat Marilyn Monroe in 1962 overleed heeft Warhol tot 1967 gewacht eer hij de serie uitbracht. Een actrice, haar portret en daar dan een kunstwerk in serie van uitbrengen, dat geeft een soort Droste-effect.

Warhol-tentoonstelling in Brussel (eigen foto Hans Goes)

In 1999 hebben we een overzichtstentoonstelling van Andy Warhol bezocht in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Heel indrukwekkend. Vooral ook die kunstwerken van Campbell-soepblikken en Brillo-dozen. Daarnaast was Andy Warhol natuurlijk filmmaker en ‘producer’ van de band The Velvet Underground. De beroemde bananen-hoes is van zijn hand. Jouw collega Peter Bruyn heeft een mooi boek geschreven over het ontstaan van die legendarische plaat.

(eigen foto)

The Velvet Underground

,,De band rond Lou Reed en John Cale, met een gastrol voor zangeres Nico. De sfeer van sex, drugs & rock ‘n roll. Als je er naar luistert klinkt het in eerste instantie als een bak klereherrie, maar het zit verdomd goed in elkaar. Ze traden op terwijl er zwart-witfilms van Warhol op ze werden geprojecteerd, wat een vervreemdend effect gaf. En dan zo’n album uitbrengen, die met die bananen-hoes. ‘De plaat die rock volwassen maakte‘, zoals de titel van het boek van Peter Bruyn luidt. In die jaren schreef Lou Reed al flink wat uitstekende nummers. Laatst hoorde ik in de Top2000 het intro van Reeds ‘Sweet Jane‘, dat ook te vinden is op zijn soloplaat ‘Rock ‘n’ Roll Animal‘. dan hoor je ook weer hoe verdomd goed die twee gitaristen dat instrumentale intro spelen.”

Marina Abramović

,,Een intrigerende performance-kunstenares. Vooral haar eigenzinnigheid boeit me. Een ongelukkige jeugd leidde tot haar vooral vaak fysieke performances. Met haar partner Ulay had ze een haat-liefdeverhouding. Als kunstproject hadden ze op een gegeven moment besloten om de Chinese Muur te bewandelen. Ieder van een kant, vervolgens zouden ze elkaar in het midden treffen. Daar gingen jaren voorbereiding aan vooraf. Toen ze dat punt eenmaal hadden bereikt besloten ze uit elkaar te gaan. Zo zie je maar: kunst verandert levens en levens veranderen kunst. En dan is er nog die beroemde scène in het Museum of Modern Art in New York, tijdens het retrospectief ‘Marina Abramović: The Artist is Present‘. Daar zit ze dagenlang aan het uiteinde van die lange tafel, en komen er steeds mensen tegenover haar zitten. Dat leverde een enorme wachtrij op. En dan verschijnt opeens Ulay ten tonele. Ze opent haar eerst nog gesloten ogen en ziet hem tegenover haar zitten. Een heel emotioneel moment.”

,,In 2012 zijn we naar de voorstelling ‘The life and death of Marina Abramović’ in theater Carré geweest. In dat stuk – geregisseerd door Robert Wilson – speelt ze zichzelf, met een vertellersrol van een zwaar geschminkte William Dafoe. Met mooie muziek door Antony (van Antony and the Johnsons, een artiest die inmiddels door het leven gaat als Anohni). In deze hierbij geplaatste recensie kun je er een mooie foto van zien.”

The Life and Death of Marina Abramović door Robert Wilson, Marina Abramovic, Antony, Willem Dafoe – Theaterkrant

Fascinatie voor beroemde blonde vrouwen (met theatrale mogelijkheden)

,,Debbie Harry, Marilyn Monroe, Mae West. Ik heb een fascinatie voor blonde vrouwen. Zoals ook voor Mae West (1893-1980) die bekend stond als seksbom. Maar zij heeft óók zes toneelstukken geschreven! Onder meer het toneelstuk ‘Sex‘ uit 1926, over een prostituee die uit het leven wil stappen en een normaal leven wil gaan leiden.

Dat stuk trok volle zalen, maar uiteindelijk werd ze opgepakt en moest tien dagen de gevangenis in wegens ‘obsceen gedrag’. Met mijn productiehuis zou ik dit stuk graag op de planken brengen, en daar zou méér omheen kunnen gebeuren, zoals een tentoonstelling enzovoort. We hopen dat het kan als er over een tijdje verruiming mogelijk is. Haarlemmer Joost Mulder heeft ‘Sex‘ vertaald in opdracht van Productiehuis De Verbinding en heeft dat heel secuur gedaan. Hij bezit zelfs woordenboeken met Amerikaanse ‘slang’ er in. Dat vertalen is een kunst op zich. Dus als je mij vraagt: wie mag de volgende zijn in deze Spaarnestroom-rubriek dan zeg ik: Joost Mulder.”

Productiehuis de Verbinding – Home

Schone Kunsten! volgens Remco van der Kruis

Wat zijn volgens stads- en regiogenoten de allermooiste Schone Kunsten? In deze Spaarnestroom-rubriek wordt uitgelegd welke en waaróm bepaalde kunstwerken steeds opnieuw blijven inspireren. Het zijn schone, en dus hóge kunsten.

(foto: Ellen de Boer)

Remco van der Kruis (Nieuwkoop, 1970) is communicatiemedewerker bij zorginstelling De Hartekamp Groep. Daarnaast fotografeert en schrijft hij voor Spaarnestroom. Een mooie aanleiding om juist Remco nu eens te vragen wat voor kunsten hij als Schone Kunsten beschouwt.

Tekst: Remco van der Kruis / eindredactie: PL

Therapy?

Met het nummer ‘Diane‘ op nummer 1420 in de Top2000 dit jaar. Vorig jaar 1584 dus dat gaat de goede kant op. Ik werd fan van deze band in de jaren negentig naar aanleiding van het album ‘Troublegum‘. Daar staan de hits op zoals ‘Going nowhere‘, ‘Die Laughing‘ en ‘Knives‘. Deze cd heb ik echt helemaal grijsgedraaid. Goede herinneringen aan een vakantie in Frankrijk met vrienden. In de auto staat in mijn herinnering niks anders op dan ‘Troublegum‘! Maar wat ik het meest aan deze band bewonder is dat ze na al die jaren nog steeds productief zijn, nieuwe albums maken en blijven toeren. En altijd vol energie en met veel plezier op het podium. Dat vind ik belangrijk. Een band die live met plezier en energie speelt, daar ben ik meteen fan van. Het verhaal van Therapy? in de beginjaren is indrukwekkend. Ze komen uit Noord-Ierland waar in de jaren negentig Protestanten en Katholieken elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Maar Therapy? bestaat uit katholieken én protestanten. ,,That’s enough of a political statement for a band ’, zei zanger/gitarist Andy Cairnes. Gevolg was dat al naar gelang in welk deel van Belfast ze gingen oefenen, een deel van de band ongezien de oefenruimte in gesmokkeld moest worden. Anders kregen ze grote problemen.

Dit jaar bestaat de band 30 jaar. Ze hadden weer een tournee uitgestippeld onder de noemer ‘So much for the 30 year plan‘. Onder die noemer is ook een biografie over de groep verschenen. Maar ja…het wordt hopelijk een feestje voor hun 31 jarig bestaan.. Gewoon een clip laten zien doet geen recht aan de band. Bekijk hier een live concert uit 2016. Live is deze band wat mij betreft op zijn best.

Harrie Jekkers

Met zijn band Klein Orkest staat hij twee keer in de Top2000. ‘Over de muur’ staat op 8 en ‘Laat mij maar alleen’ op nummer 205. Ik bewonder Jekkers om zijn mooie teksten. In ‘Over de muur’ weet hij van beide kanten van de muur de voor- en nadelen zo mooi te bezingen. Beide kanten hebben voors en tegens, maar alleen de vogels kunnen kiezen waar ze op een bepaald moment willen zijn. In ‘Laat mij maar alleen’ voel je hoe het is om in een relatie te zitten die niet werkt. Hoe je je in een relatie eenzaam kunt voelen.

Laat mij maar alleen ook al valt het soms niet mee
De eenzaamheid is soms erger met zijn twee
(Laat mij maar alleen) ook al valt het soms niet mee
De eenzaamheid en niemand die er zeurt
(Wat ben je stil waar denk je aan) Niemand die er zeurt
(Wat ben je stil waar denk je aan) Niemand die er zeurt

In veel liedjes van Jekkers zijn prachtige zinnen te vinden. Een van mijn favorieten komt uit ‘In de wolken’. Een lied over een jonge vrouw die doet waar ze zin in heeft en weet wat ze wil. In vind dit zó mooi bedacht:

Ze maakt zich op haar nagels in twee kleuren
Lak aan alles, laat iedereen maar zeuren

Het Klein Orkest heeft ook een album gemaakt met kinderliedjes: ‘Roltrap naar de maan’. Als toch inmiddels volwassen man, vind ik deze ook heerlijk om naar te luisteren. Wat dacht je van het lied over een dromedaris die de dierentuin zat is en de uitgang uitloopt en de stad in trekt?

Een oude dromedaris was de dierentuin spuugzat
Hij wou na al die jaren eens gaan kijken in de stad
Hij sprong over het hek en liep gewoon de ingang uit
Hij vond het eerst wel even gek, maar bleef bij z’n besluit
Rond voedertijd kreeg ie opeens zo’n dorst
Hij nam tien bier en at een warme worst

Hé, kijk daar eens
Verdomd als het niet waar is
Daar loopt een dromedaris
Op het zebrapad

Of het vrolijke ‘Leve het nijlpaard’:

De schapen die blaten, de kaka zegt: toe
De mensen die praten, de ka die zegt boe
Maar ons aller nijlpaard interesseert dat geen fluit
Hij ligt in de modder en maakt geen enkel geluid

De apen in Artis die stellen zich aan
Ze krijsen en gillen voor een simpele banaan
Maar ons slimme nijlpaard verzet nog geen poot
Hij gaapt af en toe eens en verdient zo z’n brood

Leve het nijlpaard
Wat een schitterend dier
Dik, lui en lelijk
Ligt hij in de rivier
Je hoort hem nooit klagen
Het nijlpaard heeft stijl:
Hij ligt alle dagen
Met z’n kont in de Nijl

Bij de laatste voorstelling van het Klein Orkest dat ik vorig jaar in Velsen zag, werd dit nummer luidkeels door de hele zaal meegezongen.

Het Spaarne Stroomt

Een prachtig boek samengesteld door George Moormann. Hij neemt je samen met heel veel andere dichters mee op een tocht over het Spaarne van noord naar zuid. Tegendraads, want het Spaarne stroomt van zuid naar noord. Te beginnen bij de Woerdersluis in Spaarndam tot aan het gemaal Cruquius, via de negen bruggen. Een mooie tocht aan de hand van gedichten met toelichting bij de gedichten door Moormann. Bezienswaardigheden, flora en fauna, schrijvershuizen, alles komt aan bod. Echt een geweldig mooi boek. Bij het gedicht ‘Gebonden Mannen‘ van Moormann zelf bijvoorbeeld, lees je waar het beeld staat en welke gruwelijkheden hier plaats vonden. De Spanjaarden vermoordden de soldaten die de stad hadden verdedigd. De beul werd zo moe van het afhakken van hoofden en het ophangen van mensen, dat hij besloot om ze rug aan rug aan elkaar vast te binden en ze in het Haarlemmermeer te gooien.

Ronald Offerman

Een vriend nam ons een paar jaar geleden mee naar een voorstelling van Ronald Offerman. Een echte ras-Amsterdammer. Type grote bek, klein hartje en humor. Hij stond achter de microfoon, lulde alles aan elkaar, praatte met iedereen in het zaaltje of café en droeg zijn gedichten voor. ,,Het is een vuile kutzooi!”, was een gevleugelde kreet van hem. Vorig jaar kwam zijn bundel uit: ‘De Baarsjesman‘. Gedichten over het leven in de Baarsjes. Wars van moeilijke woorden en opsmuk. Helaas is Ronald dit jaar plotseling overleden. Zijn gedichtenbundel is nog steeds te verkrijgen. Een aanrader.

Eindejaarsconférence door Ronald Offerman in Café Eijlders (foto Remco van der Kruis)

Bernini

Ik ben één keer in Rome geweest. Maar wat een geweldige stad als je van kunst houdt. Caravaggio, Michelangelo, Raphael, het ene schilderij nog mooier dan het andere. En op elke hoek in stad staat wel een oude kerk of een fontein. Maar waar ik echt van onder de indruk was, waren de beelden van Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) in Villa Borghese. Bernini slaagde erin om keihard marmer er uit te laten zien of het vlees is. Een mooi voorbeeld is het beeld ‘Pluto en Proserpina‘. Pluto is de god van de onderwereld en ontvoert Proserpina naar de onderwereld. Dat moment heeft Bernini in marmer gehouwen. Keihard marmer. En toch zie je de wanhoop op het gezicht van Proserpina en duwen de vingers van Pluto in de huid van Proserpina. Het marmer lijkt geen marmer.

Heel Rome staat vol met werk van Bernini. Hij heeft nagenoeg alleen in Rome gewerkt. De colonnade rond het St. Pietersplein is ook van zijn hand alsook het baldakijn in de St. Pieter.

Paulus Potter

Drie keer ben ik dit jaar in het Mauritshuis geweest. Twee keer voor de tentoonstelling ‘Stubbs, the man, the horse, the obsession’ waar het geweldige schilderij ‘Whistlejacket‘ voor het eerst in Nederland te zien was. Na het bekijken van deze expositie dwaal ik door de rest van dit mooie museum. Ik loop een zaal binnen en meteen word mijn blik naar links getrokken. ‘De Stier‘ hangt daar. Ik kende het schilderij, maar had het nooit ‘live’ gezien. Een prachtig doek van 2,35 meter bij 3,39 meter met een indrukwekkende stier. Je blijft er naar kijken en ziet steeds meer details. De vliegen op de stier, de kikker in het land er achter en de snorharen van de koeien. Dan te bedenken dat Paulus Potter (1625-1654) pas 21 jaar was toen hij dit schilderde.

,,Leuk om op Wikipedia te lezen dat de boerenfiguur links op het schilderij model zou hebben gestaan voor ‘Teun’ van het beroemde leesplankje, in 1891 bedacht door hoofdonderwijzer M.B. Hoogeveen uit Stiens. Met zijn hoed en baard heeft hij er inderdaad best wel wat van weg.”

Get yourself a ‘Goodhearted Christmas’ – een greep uit de kerstmuziek-lijst van Marcel Goedhart

Kerstmis. Feest van licht, gezelligheid, met z’n allen in je kersttrui rond het avondmaal terwijl het buiten zachtjes sneeuwt en vader – de sneeuw van zich afschuddend – zojuist is thuisgekomen van nog een laatste lange werkdag. Drivin’ Home For Christmas. ,,Maar dát nummer moest er dus nou nèt niet in”, zegt oud-Haarlemmer en programmamaker Marcel Goedhart, die een mooi spotify-muzieklijstje samenstelde. Daar willen we even meer van weten.

door Paul Lips

Marcel Goedhart (eigen foto)

,,Vroeger maakte je cassettebandjes met toepasselijke nummers. Voor de kerst, maar ook voor bepaalde zomervakanties. Als je naar Frankrijk ging bijvoorbeeld, dan stelde je een bandje samen met mooie chansons. Van daaruit is het idee ontstaan om lijstjes te maken. Maar dan nèt niet Mariah Carey of Chris Rea, maar de iets meer originele liedjes. En ook niet enkel zoetsappigheid.”

Hoe zie jij de kerstperiode?

,,Het is voor veel mensen een nare tijd. Een eenzame tijd. Als je alleen bent word je daar nog eens extra mee geconfronteerd. Maar in die televisiereclames zie je al die gezelligheid met die vrolijke gezinnetjes die hun boodschappen naar binnen sjouwen. Het sneeuwt ook altijd in die reclames, terwijl dat al lang niet meer zo is. The Staves – drie zangeressen – zingen daar over in het lied ‘Home Alone Too‘. Ironisch: It only snows on TV.”

Je hebt ook liedjes gekozen die dus niet direct een link met het kerstfeest hebben…

,,Het nummer ‘Take Me To The Alley‘ van Gregory Porter is zo’n voorbeeld. Met een mooi thema: zorgen voor de getroffenen. Bijbels, inderdaad. Wij kunnen ons altijd realiseren hoe goed we het hebben en kunnen nadenken op welke manier we iets voor een ander zouden kunnen betekenen. Ja, er zitten mooie regels in dat lied…”

Take me to the alley
Take me to the afflicted ones
Take me to the lonely ones that
Somehow lost their ways
Let me hear me say
I am your friend

Come to my table
Rest here in my garden
You will have a pardon

En dan ineens ‘Redding’ van Tröckener Kecks… waarvan ik dacht dat het letterlijk om een ‘redding’ gaat, maar ook verwijst naar Otis Redding…

,,Voor mij eigenlijk de leukste van de hele lijst. Een beetje een vergeten kerstlied, afkomstig van het Tröckener Kecks-album ‘Met Hart En Ziel‘ uit 1990. De sneeuw valt, het wordt een mooie kerst dit jaar… Als het dan toch kerst is kun je er natuurlijk maar beter het beste van maken. Het idee loslaten dat alles perfect moet zijn. Het leven ís niet perfect. Het leven is een hoop ongemak en een hoop gerommel. Bij ons thuis was dat duidelijk te merken tijdens zulke dagen. Dat geháng op zo’n eerste kerstdag! Vader, moeder en drie jongens en dan de hele dag binnen zitten. Dat werd uiteraard vaak ruzie tussen die broertjes. Als je dan op tweede kerstdag weer naar buiten kon om een potje te gaan voetballen dan was alles weer goed.”

Tot mijn verrassing staat ‘River’ van Joni Mitchell ook op het lijstje. Afkomstig van het album ‘Blue’. Waar ze zingt dat ze wel zou willen wegschaatsen op een rivier… geschreven in een periode dat Joni eenzaamheid en ‘alleen zijn’ verkoos – boven het comfortabele van een relatie…

It’s coming on Christmas
They’re cutting down trees
They’re putting up reindeer
And singing songs of joy and peace
Oh, I wish I had a river
I could skate away on

,,Met kerst denken we altijd dat het gezellig moet zijn. Maar waaróm eigenlijk? Je kunt die laatste dagen van het jaar ook gebruiken om na te denken over de zin van het leven. Zoals Joni Mitchell ook met grote regelmaat deed. Dat kun je terugzien in die prachtige documentaire ‘Joni Mitchell – Woman of Heart and Mind‘ uit 2003 die over haar is gemaakt. We zouden het ongemak best wat meer mogen omarmen. Ik vind het wel verfrissend als mensen hun hart laten spreken.”

We gaan vrolijk eindigen. Met Donny Hathaway.

,,Ik hoorde dat nummer op televisie gezongen door Trijntje Oosterhuis en ging het even opzoeken. David Kleijwegt heeft een documentaire gemaakt over Donny Hathaway, die is nog terug te kijken. Dit is gewoon een lekker kerstnummer met een mooie boodschap. Het zal een speciale kerst zijn… we zingen de hele nacht mooie kerstliedjes, reik een ander de hand. Da’s toch een inspirerende kerstwens, niet?”

Hieronder vind je de spotify-lijst van Marcel Goedhart, met ook nog nummers van o.a. Stevie Wonder, Nick Cave & The Bad Seeds, Neil Young & Emmylou Harris, The Teskey Brothers, Billie Holiday en The Pogues & Kirsty MacColl.

Goodhearted Christmas – playlist by marcelgoedhart | Spotify

Vervreemdende underground-poëzie

De Haarlemse underground-dichter Kris Visser Luzi heeft een poëziebundel uitgebracht. ‘Ik schrijf mijn ondergrondse rijmelarij’ is de titel. Tien gedichten voor de luttele prijs van 1,50 euro. En dan komt de dichter (die ooit ook als postbode werkzaam was) ze nog persoonlijk bezorgen ook.

door Paul Lips

foto Kris Visser Luzi

De enige keer dat Kris Visser Luzi bij ons thuis op de bank zat was tijdens een huiskameroptreden van de Haarlemse cultband De Filistijnen. Visser had zijn eigen blikjes bier meegebracht. De aanwezige drank en spijzen die werden aangeboden sloeg hij beleefd af. ‘Niet nodig’. Aan het einde van de middag bleef er zo’n leeg blikje op tafel staan. Een beetje ingedeukt. De mysterieuze man was vertrokken. Of hij die middag het naar z’n zin heeft gehad weet niemand.

Facebookgebruikers kunnen Kris Visser Luzi kennen als een volstrekt eigen geest, die niet zelden zijn zielenroerselen als losse zinnetjes neerkwakt. Daarna kun je ze tegenkomen in een gedicht van hem, en de zorgvuldig gecomponeerde volgorde levert dan weer een intrigerend gedicht op. Zo nu en dan treedt hij op bij het evenement ‘The Poets of Haarlemtown Underground‘ in de beatkelder van pub The Wolfhound aan de Riviervischmarkt, hosted by The Irrational Library in de persoon van Joshua Baumgarten.

De toevoeging ‘Luzi‘ nam hij over van ‘een meid uit Rome’ en zou uit het Grieks stammen, waar het staat voor ‘licht’. De versregels die Visser schrijft zijn niet altijd licht te noemen. Juist meer vervreemdend, verwarring stichtend, als een soort punk-tegelwijsheden.

HET ZOTTE LEVEN VAN DE VREEMDE DWAAS

Je moet stoppen op je hoogtepunt.

Ik gooi mijn hart weg.

Ik heb mijn leven vergokt.

Je wilt dood tot je een hond hebt.

Ik ben een gevoelsmens.

Ik ben een positief mens.

Ik moet even de kat uitlaten.

De eerste goede grap over de dood moet nog gemaakt worden.

Ik ben ongeduldig maar ik heb goede manieren.

Ik vind het leuk als elektronische apparatuur goed werkt.

Gebruiksaanwijzing lees ik niet.

Afwas slaat nergens op.

Afwasmachine ook niet.

Alles wat gratis is is meegenomen.

Van Danny de Munk kan je de klere krijgen.

Ik ben nog van de guldentijd en weet eens wat je er van kon kopen.

Ik ben geboren onder de biljarttafel.

Ik ben een grote eter.

Ik kan vele jaren zonder eten en drinken.

Je zelf dood drinken is geen kunst.

Ik zag laatst een meid met zúlke memmen.

Ik laat haar in de steek.

Zij vond mij amusant.

Soms moet je hard zijn.

© Kris Visser Luzi

De dichter is enigszins overweldigd door alle aandacht en positieve reacties. Hij heeft zijn boekje laten drukken bij Roads Prints en Pixels. Kleine kritische notitie: zo nu en dan het woord ‘ik’ vermijden zou geen overbodige luxe zijn. Voor de rest alle lof. De bundel gaat deel uitmaken van een serie en Kris Visser Luzi hoopt dat de volgende edities net zo veel aandacht zullen genereren als dit onlangs uitgebrachte item. Houd hem in de gaten, deze dichter. Voor meer info verwijs ik naar zijn Facebookpagina, voor meer poëzie naar zijn weblog:

Kris Visser Luzi poëzie

Neerdalende confetti van Haarlem-liederen

Het feestgedruis is verstomd. De confetti is nedergedaald. De Spaarnestad beleeft qua stadsrechten een jubileumjaar en dat is zo goed en zo kwaad als het gaat gevierd. Zonder al te veel drank en spijzen of massaal bezochte culturele uitspattingen, maar mét mondkapjes en anderhalve meter afstand. En leporello’s. Véél leporello’s. Waarvoor kunstenaars en liefhebbers zich lieten inspireren door het thema ‘Haarlem en ik’. Maar… er zijn ook een handvol nieuwe lofliederen geschreven.

door Paul Lips


Voor Willem Brand en Fons Stam was de leporello-actie van Artvark een goede reden om een heus ‘Haarlem en ik‘-lied te schrijven. Op een vrolijke melodie (geschreven door Stam) verhaalt Brand over het feit dat hij hier niet geboren maar wel getogen is, dat het even duurde ‘voor-ie ‘t ging zien’, dat hij dagelijks verdwaalt in De Hout die z’n achtertuin is:
ik ben geen Nijgh
en geen Boudewijn de Groot
ook geen Kenau, die pek over spanjolen goot
ik was linkspoot bij Alliance, schrijf stukjes voor de krant
ik kan er verder niks aan doen…
mijn naam is Willem Brand

(beeld: 023TVonline)

De eerste keer maar ook de keren daarna dat ik dit heerlijke, country-achtige lied (inclusief fijne twang-gitaarsolootjes) op een toegezonden empeedrietje mocht beluisteren werd ik daar dus héél vrolijk van. Zonder al te veel pretenties, een sympathiek heerschap portretterend dat veel mooie dingen doet voor de stad Haarlem. Neem alleen al die Haarlemse Hofjeskrant die met grote regelmaat het levenslicht ziet en waarin allerlei interessante (vaak historische) weetjes te vinden zijn.
En wie een regel als ‘ik kan er verder niks aan doen, mijn naam is Willem Brand‘ uit zijn pen weet te toveren steelt mijn hart. Dat kunnen alleen de héle groten, wat ik je brom.
Maandag 23 november werden in Museum Haarlem door Willemijn Faber en Cilia Tel van Artvark de ‘eerste leporello’ – die van Pieter Zwaanswijk – symbolisch overhandigd aan burgemeester Jos Wienen. De kunstwerkjes zullen in wisselende samenstellingen te zien zijn in het museum aan het Groot Heiligland. Tja, en dan was daar dat moment dat het lied ‘Haarlem en ik‘ ten gehore gebracht mocht worden, uiteraard op gepaste afstand. John van der Wal van 023TVonline filmde het. Heerlijk om te zien hoe zo’n lied dan nog een Drs. P-achtig einde krijgt.

Zo’n jubileumjaar is natuurlijk een mooie aanleiding om een geinig lied te schrijven. En dan hebben we het niet over die mallotige sinjeur die in 1945 (‘Haarlem 700 jaar’) muzikaal over ‘Ik ben Een Haarlemse Jongen‘ verhaalde, en nochtans vergat om over de stad te zingen maar zijn hoofd net iets te veel op hol liet brengen door al die ‘leuke Haarlemse meisjes’, met wie ‘het zoenen gesmeerd’ placht te gaan.

Dat doet me overigens denken aan een anekdote uit een ver verleden, de jaren tachtig van de vorige eeuw om precies te zijn. De tijd dat je Paul Witteman en Jan Tromp nog wel eens zómaar aan de bar van de oude Toneelschuur kon ontwaren. Daar schijnen enkele historische woorden van het tweetal (met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gebezigd door Paul) geklonken te hebben: ‘wat een mooie vrouwen lopen er rond hier in Haarlem’.

Dat brengt me op de volgende vraag: wie zijn de violiste en celliste die figureren in de clip ‘Hier wil ik zijn (ode aan Haarlem)‘ van VanVelzen ism Veldhuis & Kemper?? Die leuke meiden die vrolijk richting muziekkoepel paraderen en vervolgens op het verder lege Vlooienveld de snaren op wonderschone wijze beroeren? Wat mij betreft het allermooiste fragment uit dat hele – nogal schreeuwerige – lied. Dus de credits voor de meiden mogen nog even netjes worden vermeld bij die youtube-clip. Dat is overigens ook de mening van bloemenkweker Barend J. Cardoes (1605-1657), een historische kennis van me, die in vroeger tijden menige herberg in de Haarlemmerhout frequenteerde, waaronder het Dronkemanshuisje, gelegen vlakbij de Heerewegh.

Haarlem
pas thuis als ik daar ben
Zo goed voor elkaar
die plek, dat dorp
vermomd als een stad
Haarlem
Als ik jou toch niet had

(uit: ‘Hier wil ik zijn’)

Haarlem is een dorp. Dat weten we al jaren. Facebook fungeert inmiddels als de dorpspomp waar velen even een plasje in doen. Over dingen die niet in de lokale couranten verschijnen, over dingen die wél – of foutief – in locale couranten verschijnen. Ondertussen kent de Spaarnestad vele muzikanten van allerlei pluimage, die gewoon onverstoorbaar hun ding doen en onafhankelijk muziek componeren en uitvoeren. Net als de ontelbare beeldend kunstenaars.

Verrast waren Barend J. Cardoes en ondergetekende dan ook toen ineens een wonderschoon lied opdook van zangeres Iris Stubbendiek, getiteld ‘Haarlem heeft het helemaal – al 775 jaar!‘. Prachtige stem, mooie dictie. Thuis opgenomen en verfijnd en gemixed in Studio111 van Eric van Drunen Littel. Een tikje jammer, die ritmebox in de refreinen, maar desalniettemin:

‘we houden van jazz en van rock en van dance,
ja Haarlem heeft heel wat fantastische bands…’

Hopelijk mogen ze ooit weer gaan optreden, die muzikanten, ook verenigd in ‘De Grootste Band van Nederland‘, die graag op de Botermarkt zou willen neerstrijken. We gunnen het ze van harte, en het schijnt dat er speciaal voor die gelegenheid nog een fiks aantal fraaie Spaarnestad-composities zijn vervaardigd. Wordt uiteraard vervolgd.

Net als dat we de Haarlemse horeca alle steun gunnen. De Nederlandstalige rockband VOZ rond zanger/gitarist Cor Vos maakte deze fraaie ode (compleet met funky beat en Damiaatjes-intro):

VOZ – Hier in Haarlem – YouTube

Tot slot nog even aandacht voor het beste Haarlem-lied ooit gemaakt:
I was walking down the Jansstreet‘ door ingenieur Ko Wijnands en een keur van Haarlemse muzikanten, zoals Peter ten Have (piano) en Deetje Kaart (trompet). Opgenomen in het inmiddels niet meer bestaande café Yzo in de Kleine Houtstraat, met de onnavolgbare paradijsvogel en Markante Haarlemmer Ko uit het Rozenprieel.

Ingenieur Ko Wijnands in actie in café Yzo (archieffoto)

Haarlem 775 jaar stadsrechten: Een Fries geluid van Fred Thoolen en Astrid Maria Salman

De leporello-actie ‘Haarlem en ik’ van kunstorganisatie Artvark mag een eclatant succes worden genoemd. Ontelbare regionale kunstenaars, kunstliefhebbers en anderszins geïnteresseerden hebben wonderschone bijdragen geleverd aan het vriendenbibliotheek-project in het kader van ‘Haarlem 775 jaar stadsrechten’. Maandag 23 november zijn de reeds ingeleverde harmonicaboekjes aangeboden aan burgemeester Wienen en zullen er een aantal van in Museum Haarlem worden geëxposeerd. De overige leporello’s kunnen nog tot 15 april 2021 worden ingeleverd. Spaarnestroom richt de schijnwerper op een bijdrage uit Friesland.


door Paul Lips

beeld: Astrid Maria Salman

Afgelopen dagen werd Spaarnestroom bestookt met mails uit Friesland. Uit het plaatsje Oudebildtzijl om precies te zijn, gelegen in de zeeklei van een gebied dat reeds in 1505 werd ingepolderd in opdracht van hertog George van Saksen. Een van de oudste Nederlandse polders, waar verschillende kunstenaars zich hebben gevestigd. Twee daarvan zijn oorspronkelijk afkomstig uit de regio Haarlem: Fred Thoolen (1946) en Astrid Maria Salman (1956). Zij sloegen de handen ineen voor een bijdrage aan het project ‘Haarlem en ik‘. Astrid schreef gedichten en maakte bister-tekeningen (‘bister’ is een geelbruin pigment), Fred maakte aquarellen en deed de vormgeving.

beeld: Fred Thoolen / gedicht: Astrid Maria Salman

In de poëzie van Salman vinden we beelden uit vroeger tijden: het ijzige stille zwarte winterwater van het Spaarne met de gevel van Teyler in spiegelbeeld, het pand waar de Archeologische Dienst in was gevestigd, een ontploffing en paniek. In het gedicht ‘Haarlem‘ schetst de dichteres beelden met terugwerkende kracht:


de huizen waarin we leefden en liefden
beloftes deden aan de eeuwigheid
ach het had allemaal nog zoveel om het lijf

al dwalend vorm ik een beeld van vergeten jaren
en zie in sepia tinten de afdruk van
jouw halve eeuw oude kus verschijnen

De dichteres vraagt zich verwonderd af:

wat is er gebeurd met mijn stad
wie heeft haar zo te grazen genomen
de stad waar ik was wie ik was

Om weemoedig te concluderen dat haar geboorteplaats definitief is veranderd en overgenomen door hoofdstedelingen, de hippe few van ‘trendy brothers and sisters’, terwijl de vermeende uitvinder van de boekdrukkunst Laurens Janszoon Coster onverstoorbaar op zijn sokkel staat. Een van de gedichten is gezet in ‘blinddruk op lompenpapier’.

Fred Thoolen: ,,We zijn gaan experimenteren met letterzetten, en vervolgens gaan proefpersen. Wat lompenpapier is? Dat is een oud procedé waarvan ik lang geleden kennis nam in de Franse Dordogne. Oud katoen en lakens worden gebleekt en vermalen tot handgeschept papier.”

Je hebt de leporello onlangs ingeleverd bij Kunst centrum Haarlem aan de Gedempte Oude Gracht…
,,Heel bijzonder, omdat in vroeger tijden de SBK daar was gevestigd, waar Jannie Sipkes de scepter zwaaide. De plek waar ik voor het eerst exposeerde, eind jaren zeventig. Dat ik daar weer terugkeerde maakte de cirkel min of meer rond.”

foto: archief Fred Thoolen

Het gegeven dat Laurens Janszoon Coster in het gedicht van Astrid Maria Salman wordt genoemd deed jou herinneren aan een happening in de jaren zeventig van de vorige eeuw…
,,Haarlem is natuurlijk ook de stad van Laurens Janszoon Coster, één van de innovators van de boekdrukkunst. Midden in die enerverende 70-er jaren mocht ik met een aantal bevriende Kreater-kunstcollega’s zijn standbeeld op de Grote Markt inpakken in een object dat er uitzag als een ‘computer’. Het beeld dat we toen hadden van een computer: een grote, vierkante kast met draaiende tapes! Vooral ‘s-avonds was dat imponerend als al die lampjes aan en uit gingen.”

foto: archief Fred Thoolen

Kreater was destijds een kunstinstelling en met de Volksuniversiteit een van de voorlopers van wat vandaag de dag kunstinstelling Hart is…
,,In die dagen gevestigd op de Gedempte Voldersgracht, vlakbij de Raaks en het gebouw dat nu de Jopenkerk geworden is. Op een van de foto’s zie je een van de kunstenaars met een stapel planken sjouwen. Ik weet nog dat toen we het plan indienden bij de gemeente Haarlem, dat ze aanvankelijk geen toestemming gaven. Immers, dat beeld van Loutje, dat mocht in geen geval worden aangeraakt. En als wij daar dan zo’n installatie van een computer zouden bouwen, dan zou die op een steiger komen te staan. Waar mensen in zouden kunnen klimmen!”

foto: archief Fred Thoolen

De gemeente zag het dus eigenlijk niet zitten?
,,Het mocht alleen als er dag én nacht bewaking bij zou zijn. Dus dat gingen we zelf regelen. Ik herinner me dat ik daar ‘s nachts met anderen in een busje heb gebivakkeerd. Het kunstwerk zag er heel mooi uit, met lampjes die aan en uit gingen. Dat heeft een lang weekend geduurd. Ik weet eigenlijk niet of er destijds iets over is gepubliceerd. Het jaartal is me eveneens ontschoten. Maar ik heb er toen een paar zwartwit-foto’s van gemaakt, die ik graag deel.”

foto: archief Fred Thoolen

Jullie wilden iets symboliseren in die dagen…
,,Het ging natuurlijk over de toenemende overname van het handwerk van de typograaf & letterzetter door de digitale machine. Het digitale tijdperk begon toen pas. Bedrijven gingen over op computers. We hadden nooit kunnen vermoeden dat heden ten dage moment iedereen met een pc in staat is om boeken en dergelijke te produceren. Op de achtergrond stond het gebouw van drukkerij Enschedé lijdzaam toe te kijken….”
,,Als eerbetoon aan het oude handwerk van de drukkerijen hebben we het gedicht ‘Conceptie‘ van Astrid in lood gezet en op een proefpers een blinddruk gemaakt in handgeschept lompenpapier. In combinatie met het andere gedicht ‘Haarlem‘, de tekeningen en aquarellen is dat dus uiteindelijk onze gezamenlijke bijdrage aan het leporello-project ‘Haarlem en ik‘ geworden.”

Info over Artvark:
https://www.artvark.nl/

Fred Thoolen en Astrid Maria Salman werkten al eerder samen voor de uitgave van een poëziebundel. Informatie daarover vind je hier:
https://www.artenon.nl/

‘Stay-at-home-expo’ in boekvorm van Popinnart dwingt geconcentreerd kunstkijken af

Wat te doen al de musea en galeries gesloten moeten blijven vanwege de pandemie? Dán weer gesloten, dán weer open. Geen peil op te trekken. ‘Veiligheid voorop’ is inderdaad het devies, maar de grilligheid doet zoeken naar nieuwe of andere mogelijkheden. Kunstenaarscollektief Popinnart bracht onlangs een ‘stay-at-home-expo’ in boekvorm uit. Immers, de coronapandemie dwingt ons om dingen rustiger aan te pakken en langer en aandachtiger te kijken naar kunst. Vandaar de boekvorm.


door Paul Lips

Popinnart (de kunst ‘popt op’ is is daarmee ‘popinn’) is opgericht door Katelijn Bergman. Een ‘nomadisch artist run collectief‘ noemt ze het. Dat duidt op een zwervend bestaan. Aanvankelijk kon nog een oude bioscoop aan de Amsterdamse Middenweg worden gehuurd, maar dat was anti-kraak en dus tijdelijk.

beeld: Popinnart

De Haarlemse kunstenaar – en betrokken deelnemer van Popinnart – Marjan Jaspers wees me op het boek en de aantrekkelijke introductieprijs van 12,50 eurootjes. Wist de Goedheiligman dit reeds? De cadeaux in het Nicolaes-pakhuis zouden met een voorraad van dit bijzonder gunstig geprijsde kleinood kunnen worden uitgebreid. In elk geval reden genoeg om mij op een doordeweekse ochtend met gezwinde spoed richting ateliercomplex Het Hoofkantoor in de Waarderpolder te snellen teneinde nochtans een exemplaar te bemachtigen. Als je niet beter wist zou je zo’n zonovergoten herfstdag ‘lenterig’ kunnen noemen. In elk geval is Pluvius in geen velden of wegen te bekennen. En in dat ruim bemeten perceel resideert Jaspers heden ten dage. Een splendide ruimte – zéker geen tabula rasa – met veel strijklicht door het vensterglas, waarachter je je niet hoeft te vervelen en niet hoeft te wensen dat je ‘twee hondjes was’.

Marjan Jaspers (foto pl)

Het omslag van het boek nodigt al uit vanwege het fluoriserende oranje, groen, zwart en wit. Afbeeldingen van het werk van Katelijn Bergman intrigeren direct. Vlot geschetste vrouwfiguren met veel grijstinten, met daarbij de titel ‘man of constant sorrow’. En als je dan de bijgevoegde Q-codes aanklikt verschijnen er achtereenvolgens een reclame voor lipstick, een artikel uit The Guardian over Harry Weinstein (met wie naar verluidt niet al te best gaat momenteel) en een youtube-filmpje met een lijnen schetsende hand. Andere namen van wie de afgebeelde werken me aanspreken zijn Jeanine Jordaan, Airco Caravan, Bonnita Postma en Jet Nijkamp.
Het werk dat Beth Namenwirth toont bestaat uit zwartwit-figuurtjes in yoga-houdingen en valt me een tikje tegen. Haar kleurrijke schilderijen die ze op andere plekken cq tentoonstellingsruimten laat zien zijn doorgaans interessanter, spannender en verrassender. Je kunt beter Beth, zou ik willen fluisteren. Maar wie ben ik?

werk van Marjan Jaspers

Marjan Jaspers schrijft bij haar hoofdstukje dat het kernbegrip waarop haar kunstenaarschap is gebaseerd het woord ‘spel’ betreft. ,,In spel kun je je verliezen, de wereld leren kennen, de wereld je eigen maken, je plek vinden, communiceren en spel houdt ook een proces in van ontdekkingen en op zoek gaan naar volmaaktheid.”

Bijgaand een aantal vlot gepenseelde aquarellen van fantasie-insecten. En met de Q-code nodigt Jaspers ons via instagram uit om óók op zo’n speelse wijze het penseel ter hand te nemen.
Editor en designer van het boek is Maria Koning, als kunstenaar werkend onder de naam Airco Caravan. Prachtig is haar verbeelding van een Amerikaanse vlag, een werk dat uitsluitend uit pleisters in sobere kleuren blijkt te bestaan. Een werk waar Jasper Johns (de schilder van ‘Flag‘, uit 1954-’55) vast heel vrolijk van zou worden.

‘Flag’ (detail)

En als je dan bij Airco Caravan op de Q-code klikt zie je het youtube-filmpje waarop Martin Luther King jr. zijn fameuze speech ‘I Have A Dream‘ van augustus 1963 houdt. Sindsdien is de wereld er niet mooier op geworden. Eerder lelijker, cynischer en gewelddadiger. Het recht van de grootste bek, dat zich heeft genesteld in de haarvaten van de samenleving. Niet enkel op straat, maar ook in de politiek en zelfs het bedrijfsleven.

Een kunstboek als ‘Popinnart, coronaproof exhibition’ helpt om de lezer – en vooral kijker – een wereld te tonen waarin mensen zich bezig houden met het maken van mooie dingen. Een beetje zoals het zou horen te zijn in dit universum. Het is een mooi universum, dat van Popinnart.
https://popinnart.nl/

Tot slot nog een leuk muziekje waar ik aan moest denken. ‘Pop‘ van wijlen Herman Brood

Nog een maandje snuffelen bij platenwinkel Rainbow’s End in de Schagchelstraat

Een prettig klein winkeltje waar je kunt snuffelen tussen cd’s, vinylplaten en allerhande memorabilia. Nieuw en tweedehands. Dat is Rainbow’s End Records aan de Schagchelstraat in Haarlem centrum. Fijnproevers weten hun weg naar het pand – dat wordt bestierd door Ronald Loosveld – te vinden. De schrik was dan ook groot toen ineens bekend werd gemaakt dat Rainbow’s End Records per half december als winkel gaat sluiten. Het goede nieuws is dat Loosveld wel beurzen blijft bezoeken en de online-bestellingen doorgaan.

Tja, die vermaledijde coronacrisis speelt hem en zijn leuke winkel parten. Het bezoek van de klanten in sterk afgenomen, waardoor het lastig wordt de huur nog op te hoesten. Vlak vóór de coronapandemie losbarstte – ergens in februari – wandelde ik even binnen. Want ik ken Ronald Loosveld al wat langer dan vandaag. Maar dan als fotograaf. Analoog, wel te verstaan.

Midden jaren tachtig van de vorige eeuw kwamen wij ineens op elkaars pad. Dat had alles met popmuziek te maken. Ik werkte op de postkamer van CBS Grammofoonplaten BV aan het Stationsplein, en schreef in mijn vrije tijd artikelen voor een uitgaansblaadje genaamd ‘Swinging Haarlem‘ (een naam die vandaag de dag niet meer zou kunnen). Een magazine op A5-formaat met daarin de maandagenda en verhaaltjes over het uitgaansleven in Haarlem en omstreken. Ronald Loosveld maakte foto’s bij mijn verhalen. We gingen naar optredens (Herman Brood in een gehucht in Noord-Holland) of gewoon op reportage. Op de bank bij een piepjonge Candy Dulfer thuis in Broek in Waterland, nauwlettend gadegeslagen door haar moeder annex manager.

Daarnaast kreeg Loosveld de kans om foto’s te maken van artiesten die door CBS waren gecontracteerd. Ook tijdens liveconcerten van bijvoorbeeld Stevie Ray Vaughan, Bob Dylan en Johnny Winter. Het was een enerverende tijd, medio jaren tachtig, met in Haarlem de opening van het Patronaat aan de Zijlsingel en de prachtige eerste periode van Bevrijdingspop-zonder-hekken. Loosveld fotografeerde analoog. Met fotorolletjes. De slag naar digitale fotografie leek hij niet gemaakt te hebben, zo is inmiddels gebleken. Maar het verzamelen van elpees – zowel op vinyl als op cd – kreeg steeds meer zijn interesse. Toen wijlen Eric Korstjens zijn winkel Tipitina van de hand deed greep Ronald Loosveld de kans om daar Rainbow’s End in te vestigen.

Een zaterdagmiddag in november. Opnieuw meld ik me bij de winkel in de Schagchelstraat. Buiten staan de elpee- en cd-bakken uitgestald. Op het moment dat ik binnenstap klinkt het ‘heeee!’. Dat is de stem van de Haarlemse muziekliefhebber en woonbootbewoner Ko. Hij verklapt even later dat hij in verwarring was en dacht dat-ie Eric Korstjens zag binnenkomen. Een curieus moment.

Het leuke van Rainbow’s End is dat er altijd wel een paar muziekfreaks in de bakken staan te snuffelen met wie je voor dat je het weet staat te ouwehoeren over illustere bands en artiesten. En dat zo’n gesprek dan alle kanten uitvliegt. ,,Kijk hier, Alexis Korner”, zegt Ronald Loosveld terwijl hij een elpee uit een bak trekt. Ko: ,,Die is héél belangrijk geweest voor de Londense bluesscene. Bij hem hebben ze zo’n beetje allemaal het vak geleerd.” Meteen doemen namen op als Mick Jagger, Brian Jones, Eric Burdon, Jack Bruce en Ginger Baker. Als dan eenmaal het begrip ‘Haarlemse Jazz Club‘ valt is het hek van de dam.
Herinneringen aan een Haarlemse tijd die nooit meer terugkomt, met optredens van Ben Webster en Chet Baker tot Barrelhouse en John The Revelator. Bruine ribfluwelen banken en levensgevaarlijke elektriciteitsbedrading. Mooie momenten.

Het leuke van Rainbow’s End is dat je er materiaal van bekende namen als Madonna kunt vinden (vaak in limited editions of op gekleurd vinyl), maar ook dat ene live-concert van jouw favoriete artiest waarvan je nooit hebt geweten dat het ooit is geregistreerd. Opnamen gemaakt op plekken waarvan je vergeten was dat ze bestaan. De vermaarde Haarlemmer Mart Smeets schreef een prachtige column over zijn zoektochten in platenwinkeltjes als deze, die ooit werd gepubliceerd in de Vara-gids (zie foto).

En nu nadert het einde. ,,Maar de beurzen blijven we doen”, benadrukt Ronald Loosveld. ,,De laatste nieuwtjes kun je vinden op onze Facebookpagina.” Tot half december kunnen de slimme speurders terecht aan het adres Schagchelstraat 32. Dan gaat daar de stekker er uit.

TEKST: PAUL LIPS
FOTOGRAFIE: REMCO VAN DER KRUIS

Rainbow’s End Records, Schagchelstraat 32, Haarlem – is geopend op woensdag (13.00 – 17.00 u.) en donderdag tot en met zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur.
Facebook Rainbow’s End Records

Bestellingen: info@rainbowsendrec.nl