‘Kunstenaar zonder atelier’ Hans Bossmann werkte een jaar in Antwerpen en geeft daar zondag 26 september een lezing over bij Athenaeum Boekhandel in Haarlem

United Objects Antwerpen‘ is de titel van het boek van beeldend kunstenaar Hans Bossmann, die zijn atelier heeft verplaatst naar winkelcentra, festivals, bibliotheken of gewoon buiten op straat. Hij nodigt voorbijgangers uit om samen met vilstift te tekenen op meubels en voorwerpen. Vierkantjes tekenen in allerlei varianten. De Haarlemmer trok in 2019 naar Antwerpen om daar te verblijven als ‘artist in residence’. Zijn ervaringen legde hij vast in dit boek, waar hij zondagmiddag om 17.30 uur een lezing over geeft bij Athenaeum Boekhandel aan de Gedempte Oude Gracht in Haarlem.

door Paul Lips

Hans Bossmann (foto pl)

Hans Bossmann heeft zojuist de etalage van Athenaeum ingericht waarbij de meubels en objecten alsook exemplaren van zijn splinternieuwe boek zijn uitgestald. Het ziet er prachtig uit. Kenmerken zijn de op de IKEA-tafeltjes getekende vierkantjes, aangebracht door allerlei voorbijgangers. Als je binnen staat zie je dan ook nog enkele voorwerpen waarop met zwarte viltstift is getekend, zoals een aanvankelijk witgeverfd beeldje van een clown. Voorwerpen afkomstig uit de collectie van Jaap Kruithof (1929 – 2009), waarvan Bossmann er een paar honderd van verwierf.

“Jaap Kruithof was een filosoof, professor ook, spraakmakend. Hij ageerde tegen wat hij de ‘wegwerpmaatschappij’ noemde. Hij vond dat mensen veel te veel weggooiden. Privé is hij op rommelmarkten en in kringloopwinkels allerlei prullen gaan kopen. Vaasjes, potjes, clowntjes, servetringen, hangers voor het raam, je kunt het zo gek niet bedenken. Toen hij overleed had hij zo’n tienduizend prullen in zijn huis staan. Dat is inderdaad ongelofelijk. En het Museum aan de Stroom (MAS) in Antwerpen heeft besloten om de helft te bewaren als de filosofische verzameling van Jaap Kruithof, en voor de andere helft hebben ze een oproep gedaan met de vraag of mensen die voorwerpen een nieuwe toekomst te geven. Toen heb ik een aantal dozen gekregen, en ben daarmee Antwerpen ingegaan, met daarbij witte IKEA-tafeltjes. Die IKEA-tafeltjes waren bedoeld om mensen te vragen ‘heb je zin om mee vierkantjes te tekenen?’, dat is namelijk een hele makkelijke uitnodiging, die snappen mensen. En als ze dan bezig waren kon ik ze het verhaal van Jaap Kruithof vertellen. Dan vroeg ik ze of ze zo’n voorwerp mee naar huis wilden nemen, met een zwarte stift er bij, met de bedoeling dat ze daar dan streepjes op zouden tekenen. De bedoeling was dan om een reünie van Kruithof-voorwepen te maken. Een tentoonstelling van twee uur, en daarna zou iedereen het voorwerp weer meepakken en dan op straat achterlaten. Vanwege corona en de lockdown is dat laatste niet gelukt, dat tachtig mensen dat voorwerp tentoon zouden stellen en er vervolgens ineens allerlei van die voorwerpen zouden opduiken in de stad.”

(foto: collectie Hans Bossmann)

Even terug naar het begin. Je was al kunstenaar zonder atelier. Je gaf in die tijd nog les als docent. Waarom wilde je naar Antwerpen?

“Vanaf 2015 ben ik fulltime aan de slag als kunstenaar. In 2017 ben ik met die meubels begonnen, op allerlei plekken, zoals Schalkwijk, Parksessies in De Hout, in De Vishal, maar ook in Rotterdam.

Over de hele wereld zijn er kunstruimten, grootschalig of kleinschalig, en die bieden artist in residence ruimten aan. Ik had bedacht dat dat wel een hele mooie manier van reizen is en mensen te leren kennen. Ik had besloten op kleinere voorwerpen te gaan tekenen.In Antwerpen is een kunstenorganisatie die heet De Veerman, daar kon ik terecht voor een werkplek. De Veerman richt zich op kunsteducatie en -participatie; reflecteert vanuit de kunsten op maatschappelijke vraagstukken. En toen kwam dat MAS met die oproep van die voorwerpen. Een supergoeie timing. Antwerpen kende ik alleen van dagtrips en zo. Ik verbleef in een heel leuk appartementje in het centrum, aan de Sint-Jacobsmarkt. Vandaar uit liep ik in een paar minuten naar de Meir, de winkelstraat, of naar de Grote Markt.

Wat wel apart was is dat ik in de valkuil ben getrapt waar veel Nederlander in trappen. Het idee dat Vlaanderen hetzelfde is als Nederland. Maar daar zijn toch een flink aantal cultuurverschillen te vinden hoor. Antwerpenaren leer je niet zo snel kennen. Die zijn bijvoorbeeld veel minder direct dan wij. Ze kijken de kat uit de boom. Toen ben ik naar de bieb gegaan daar om een aantal boeken te bestuderen over cultuurverschillen tussen Vlaanderen en Nederland.”

“Iedere woensdag was ik te vinden in een buurthuis, in ‘t Werkhuys. Op donderdagmiddag was ik in cultureel ontmoetingscentrum Nova. Daar ben ik een half jaar bezig geweest. Er sloten zich ook mensen aan die me hielpen met het leggen van contacten. Die anderen aanspoorden om mee te doen met het tekenen.”


Dat tekenen van vierkantjes doet me in de verte denken aan het werk van de minimalisten. Minimalistische kunst.

“Ik ben absoluut schatplichtig aan de minimalisten. Daar zit trouwens wel een grappig verhaal aan vast. Ik zat op school in Nijmegen op de Mavo, in jaar één. Ik had een ontzettende hekel aan die school, ik vond het niet leuk. Bij het vak wiskunde ben ik ruitjespapier om en om gaan inkleuren tijdens de les. Het heet ruitjespapier maar het zijn natuurlijk vierkantjes. Later in mijn atelier had ik een werktafel met een werktafel met een wit vel papier om aantekeningen op te maken als ik aan het telefoneren was. Op een gegeven moment had ik een heel stuk gemaakt met vierkantjes. Toen dacht ik: ‘dat is eigenlijk best mooi’. Het gaat dan om de handeling. Het is de handeling die de gedachtestroom ruimte geeft. In de kantlijn stonden dan korte woorden, zinnetjes, gedachteflarden. Ik heb gemerkt dat als je die vierkantjes tekent, dat er dan ruimte in je hoofd ontstaat voor gedachten die je niet verwacht. Als docent heb ik het ook heel vaak gedaan. Dan moest ik een hoorcollege geven. Dat duurt altijd te lang. Dan liet ik studenten tekenen. Dan gaf ik studenten ansichtkaarten en een stift en dan zei ik: teen maar vierkantjes als ik bezig ben. Dan konden zij zich langer concentreren. Dat werkte wel. En het kan overal. Iedereen kan meedoen. Jouw afkomst, politieke opvatting of geloofsovertuiging maakt niet uit. Heel veel mensen vinden het leuk om te doen. Duizenden, in de loop der jaren. En het is universeel. Het kan overal in de wereld. Ik ben zelf ook heel benieuwd waar ik de volgende keer terecht kom.”

Tot slot: het interview met jou over de Huiskamer van Haarlem uit 2016 (opgetekend door Remco van der Kruis) is het best scorende verhaal op Spaarnestroom, dat wilde ik je toch nog even melden… Ik plaats de link hier nog even bij.

De Huiskamer van Haarlem – Spaarnestroom

“Echt waar? Geweldig! Dat is leuk om te horen. Dat was ook al bij De Vishal, die tentoonstelling ‘de Huiskamer van Haarlem‘ schijnt daar de ‘best bezochte expositie ever’ geweest te zijn. Fantastisch.”


Lezing over ‘United Objects Antwerpen’ door Hans Bossmann. Zondagmiddag 26 september om 17.30 uur. Reserveren mogelijk onder 023-5318755 of haarlem@athenaeum.nl

Website: hans bossmann

Toegift van Lipz: ‘Hip to be square‘ van Huey Lewis & The News (‘nooit gesnapt waarom het leuk is om een vierkantje te zijn’, zegt radio-deejay Gijs Staverman daar steevast over)

Bijzondere tentoonstelling ‘Celestial Waste’ in een nieuwe, unieke Haarlemse kunstruimte: De Kapel

De Kapel is een nieuwe ruimte voor kunst in Haarlem, gelegen aan de Emmalaan, op steenworp afstand van de Zijlweg. Cees Brandjes en Ellen Siebert zijn de initiatiefnemers. Afgelopen zondag was de opening van een gloedvolle tentoonstelling van beeldend kunstenaar Feddow Claassen en videokunstenaar Agniet Snoep. Een expositie die met veel enthousiasme door de aanwezigen is ontvangen. Eerder de afgelopen tijd was ik op bezoek in de ruimte, om Ellen Siebert aan de tand te voelen over dit bijzondere initiatief. Met in het kielzog de daadwerkelijke opening.

door Paul Lips

Hoe kom je op ideeën voor interessante kunstverhalen? Soms gebeurt dat min of meer per toeval. Zo bezocht ik galerie Kruis-Weg68 van Michel van Overbeeke en Joke Stoute en werd daar voorgesteld aan Ellen Siebert, die verklapte dat ze bezig was met het creëren van een kunstruimte. Aan de Zijlweg in Haarlem, in een voormalig klooster. Daar wilden wij van Spaarnestroom natuurlijk alles van weten. Dus kwam er in juli gesprek en een rondleiding door het gebouw.

Ellen Siebert

Ellen Siebert: “Het kloosterhuis is van 1911. De paters Augustijnen woonden daar. Die werkten hier bij het rooms-katholieke Triniteits Lyceum, dat later in 1923 werd geopend aan de Zijlweg. De kapel waar we nu zitten is ook later aangebouwd. Hiernaast – waar nu het pand van Yarden staat – was de kloostertuin, daar werden groentes geteeld en zo. Dat heeft tot 1984 dienst gedaan. Daarna werd het complex gesloten en wilde Yarden het complex overnemen. Maar dat bleek te klein te zijn voor hen. Toen hebben ze een nieuw gebouw neergezet. Dat is dat lelijke gebouw daar. Maar ze wilden het klooster wel behouden, als garage voor de lijkwagens en ruimte waar de kisten konden worden geplaatst. Het was dus een opslagruimte. Met een kleedruimte voor de lijkwagenchauffeurs en de dragers. Verlaagde plafonds en witgeschilderde muren. Garagedeuren. Er was geen tuin, geen terras. Echt een bedrijfsterrein. Wij hebben geregeld dat die tuin en dat terras er kwamen.”

Ellen leidt me door de schitterende ruimte, waarbij oorspronkelijke elementen weer zijn teruggebracht. Ondertussen stiefelen Vincent Nelis (van Nelis Antiques in Amsterdam) en Feddow Claassen door de ruimte om te onderzoeken wat daar zoal ‘mee kan’. Vincent fungeert als intermediar voor de tentoonstelling en zal ook antieke elementen aanleveren, zoals kunstarmen- en benen enzovoort.

Ellen’s man, architect Cees Brandjes van Klous Brandjes Architecten (gezeteld aan de voorzijde van het gebouw), vond ook dat de ruimte weer echt die kapel-sfeer zou moeten gaan uitstralen. Die ramen, met dat licht dat er doorheen schijnt, dat geeft die speciale sfeer, vinden ze. Tijdens de Kunstlijn-die-niet-door-kon-gaan van 2020 was er voorzichtig al iets te zien met videokunst van Marcella Kuiper. Dat schijnt al wonderschoon te zijn geweest, verzekert Siebert. Maar De Kapel wordt niet een galerieruimte zoals er al veel bestaan in Haarlem.

“Ik wil geen echte galerie zoals Joke en Michel dat hebben. Ik heb hier immers geen verdienmodel. Maar ik zag wel meteen de potentie van deze ruimte. Dat ik iets met mijn fascinatie voor kunst kan doen. Ik heb nog geen vast omlijnd idee, maar dat ontvouwt zich gaandeweg. Graag zou ik zien dat kunstenaars zich voor een tentoonstelling hier laten inspireren door het gebouw, en door het speciale licht. En ik ben van plan samenwerkingen te zoeken en aan te gaan, zoals met de Kunstlijn. Het idee van een laboratorium, met leuke mensen. Cross-overs. Tentoonstellingen, kunst, misschen ook zo nu en dan een optreden. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Het moét gewoon gebeuren. Mensen moeten in beweging blijven. Hersens mogen gewoon een beetje kraken.”

Agniet, Vincent, Feddow en Ellen die een toelichting geeft

Zondag 19 september is het dan zover. De tentoonstelling is klaar om te worden bezichtigd. Volgens de overlevering zijn de meeste elementen voor de expositie nog op het allerlaatste moment aan de ruimte toegevoegd. “Maar alles was al tot in de puntjes voorbereid”, zegt Ellen Siebert in haar korte speech.

Celestial Waste‘ is de titel van de expositie. Hemels Afval. In een bijgaande tekst leggen de kunstenaars uit dat de mens bij schoonheid vaak geneigd is te verwijzen naar een hogere macht, iets dat groter is dan wijzelf. Het goddelijke.

Aan de andere kant zijn daar de menselijke creaties, die tot grote hoogten kunnen reiken, maar vaak ook allerlei bijeffecten veroorzaken. Met een stapel afval die alsmaar groter wordt.

Creatie en destructie. Waarbij de kans bestaat dat de natuur haar rechtmatige plaats terug eist. Sporen van onze destructieve creativiteit blijven tastbare overblijfselen.

De uitleg is te vinden via de site www.celestialwaste.nl, een site die je de ene keer makkelijk kunt aanklikken en de andere keer verdwijnt in de cloud, waarna je de grootste moeite moet doen om er weer op terecht te komen. Dat lijkt onderdeel van de ‘verwarring’ die Feddow Claassen wil stichten met zijn kunstwerken.

De tentoonstelling is een aaneenschakeling van bijzondere kijkervaringen, verbazing wekkende objecten die niet zelden een glimlach opleveren. Van de (van papier vervaardigde) wapens – door een jochie – die door Claassen met goud zijn omhuld tot aan de film van de Billy-kast van IKEA die keurig in elkaar wordt gezet. Althans, zo lijkt dat.


De kunst van Feddow Claassen, daar moet je verder eigenlijk niet te veel van verklappen. Die kunst dien je te ervaren. Claassen wil discussies uitlokken en speelt met constructie en destructie. Draait dingen graag om. Speelt met klassieke beelden, van de klassieke blekersvelden van Ruydael tot de ‘Adam en Eva’ van Albrecht Dürer. Op Instagram zijn van Feddow Claassen (die in Den Haag woont en werkt) allerlei bijzondere spiegels te zien, een element dat ook in een van de werken in De Kapel terugkomt.

still uit een videowerk van Agniet Snoep

De kunst van Agniet Snoep beweegt zich tussen fotografie en film. Video-loops waarbij je het beeld minimaal ziet veranderen. Indruk maakt het scherm waarop je een caravan in een landschap ziet staan, met in de verte een persoon die daar iets lijkt op te rapen van de grond. En het regent. Het regent doorlopend. Titel: ‘Holiday for the wicked’. Het zou een verwijzing kunnen zijn naar de rampspoed die de mens te wachten staat, als gevolg van de klimaatverandering. Op een ander scherm is dan weer ‘droogte’ het thema. En als je dan de trap op gaat van de door Cees Brandjes geplaatste witte muur (de muur heeft binnenin een smalle trap die leidt naar een ruimte die weer voor een speciale Marina Abramović/Ulay-ervaring zorgt) dan kun je nog een aantal videowerken bewonderen. Nog even links de hoek om, waar je de armen van de Venus van Milo terug kunt zien, een werk van Feddow Claassen waarvoor Vincent Nelis het materiaal leverde.

‘Celestial Waste’ met werk van Feddow Claassen en Agniet Snoep, te zien tot 24 oktober in De Kapel, Emmalaan 30, Haarlem. Celestial Waste | The Art of Dismantling Creations

Op vrijdag en zaterdag van 14.00 tot 17.30 uur en op afspraak: e.siebert@online.nl

Gemiste kans met nadeel als uiteindelijk voordeel: Dagklad gebundeld

‘Dagklad – de Haarlemse jaren’ is een verzameling van een aantal columns die oud-Haarlemmer Marius Jaspers verzamelde in een toch nog fors uitgevallen boek, dat op zondag 26 september wordt gepresenteerd. Ooit begonnen uit baldadigheid, maar gaandeweg ontpopt tot meester van de observatie, kleinsteedse amuses, klinische observaties en ijle impressies, zoals hij ze zelf noemt. Voor deze gelegenheid slaan journalist Paul Lips en postbode/zanger/gitarist/dichter PM Delèfre de handen ineen.

door Paul Lips en PM Delèfre (cursief)

Marius Jaspers (eigen foto)

Wij Haarlemmers houden van tradities. Zoals die Damiaatjes, die elke avond tussen 21.00 en 21.30 uur hun getingel laten klinken. Ting Tang Tang! Als het goed is een half uur, mits ze niet enkele minuten eerder eindigen en/of de tweede Tang zachter klinkt als de eerste Tang. Haarlemmers houden van dat ritueel. Haarlemmers kunnen er niet zo goed tegen als vaste waarden ineens veranderen. Sommige Haarlemmers zijn er nog steeds ondersteboven van dat Dagklad-columnist Marius Jaspers en zijn Huisdichteres de stad hebben verlaten, om ergens neer te strijken in een of ander onbeduidend gehucht aan het water. Een rivier die niet de naam ‘Spaarne’ draagt, maar ‘IJssel’.

Er was eens een plaatselijke krant. Een krant die jarenlang bekend stond als ‘kwaliteitskrant’ waar een knuffelbullebak de scepter zwaaide en waar een gedegen redactie zich als rokend en zuipend (dat laatste uiteraard ná de werkzaamheden) door het dagelijkse nieuws heen worstelde. Daar was op de dinsdagen die columnist, die zijn sporen in de jaren zestig reeds had verdiend als tekstdichter voor een lage-landelijk bekende troubadour, en wiens schrijfsels met veel liefde door Haarlemmers werd gelezen. Tot-ie de pijp aan Maarten gaf en veel te jong het tijdelijke voor het eeuwige verruilde. Natuurlijk kende de krant nog andere columnisten, maar die specifieke stijl van de Jonge Jacob-kapitein bleef toch nummer één. Er werden er een aantal verzameld in een handzaam boekje. Het gat dat ontstond werd aanvankelijk niet opgevuld. Marius trok de stoute schoenen aan en stuurde er een aantal naar de toenmalige chef stadsredactie. Zij ‘wist niet wat ze er mee aan moest’. Jaren later werd er een andere columnist aangesteld, met een geheel andere werkwijze en visie op de stad. Een gemiste kans bleek gaandeweg ‘steeds gemister’. Jaspers had natuurlijk een plek moeten krijgen in het dagblad. Desnoods in om-de-dagvorm. Maar aan de andere kant: dan hadden we dus nooit een Raarlems Dagklad gehad. Want wat een lol is het om die media-uiting te lezen. Is het of was het? De trouwe fans blijven zijn avonturen uiteraard op de voet volgen. Maar stilletjes verlang ik wel eens terug naar de scherpte, geestigheid én taalacrobatiek van Jaspers’ schrijfsels als er weer eens een dorpsrel uitbrak in het Haarlemse. Politieke brandhaardjes, stadsdichtersgedoe, Haarlems Dagblad-geleuter of andersoortige dorpsergernissen. Die zal je niet snel teruglezen in deze overigens schitterende bloemlezing, waarin zeker ook ruimte is voor iets meer filosofische en poëtische overpeinzingen.

Dat lijvige boek met als titel ‘Dagklad, De Haarlemse jaren‘, is prachtig vormgegeven door Christel Bouwmeester. Zondag 26 september is de presentatie, met zelfs drie wandelingen (12.00, 13.30 en 15.00 uur) waarbij de auteur zal voorlezen uit het boek. Let op: reserveren verplicht!

Was getekend: Paul Lips.

En nu geef ik de Haarlemse postbode/zanger-gitarist/dichter en ‘stadsagitator’ PM Delèfre het woord.


Marius Jaspers, ja die ken ik wel. Ik weet nog goed dat ik hem en zijn geliefde Sylvia Hubers in de Toneelschuur (ja, Tonéélschuur!) ontmoette tijdens de inzegening van de zelfbenoemde eerste stadsdichter van Haarlem, George Moormann. Het was een koude decemberavond en Sylvia vroeg onderzoekend toen ze mij ontwaarde: ‘Delèfre?’

Waarop ik knikte. Van háár gedichten was ik immers reeds fan geworden. Ik denk dat we er toen wel eentje gedronken hebben. Maar altijd in het nette. Niet zoals tijdens die ene verjaardag op die bovenverdieping in de Van der Vinnestraat, waar een tweedehands boekverkoper annex drankorgel meende de heer Delèfre de maat te moeten nemen door te vragen van wat voor dichters hij dan wel zoal hield. Toen daar een – naar maatstaven van de vragende partij – onbevredigend antwoord op volgde – veegde de Utrechtse boekhandelaar (volkomen toeter, zoveel was duidelijk) vakkundig de vloer aan met de zingende en dichtende Haarlemmer, en smeet hem voor de voeten dat hij toch tenMINSTE ‘Reis naar het einde van de nacht’ van Céline gelezen zou moeten hebben. De tirade was van zulk een ongekend Ferron/Wiener-niveau dat ondergetekende er zelfs stil van viel. Als de drank is in de man, enzovoort. Zegt Delèfre, die enkel nog pleegt te drinken tijdens speciale gelegenheden en/of feestjes. En dat is dan weer vanwege een collega-dichter wiens schrijfsels er niet op vooruit pleegden te gaan na weer een bezoek aan de plaatselijke herberg (lees: Het Dronkemanshuisje). Ik heb het natuurlijk over Barend J. Cardoes, die zich inmiddels heeft ontpopt tot society-verslaggever van de weblog Spaarnestroom en in kennelijke staat (lees: volkomen lazarus) allerlei premières, vernissages en finissages afloopt. Als het maar iets met kunst te maken heeft. Cardoes (van oorsprong bollenkweker) is de man die wellicht min of meer de opengevallen plek van stadschroniqueur Jaspers kan innemen. Maar benaderen zal hij deze meester-columnist uiteraard nooit en te nimmer. Delèfre zegt: kópen dat boek! Ting Tang Tang!

Was getekend: PM Delèfre.

Presentatie ‘Dagklad, De Haarlemse jaren’ van Marius Jaspers, zondag 26 september 2021 (met drie wandelingen (12.00, 13.30 en 15.00 uur) bij de Kennemer Boekhandel, Kleverparkweg 3, Haarlem. ISBN 9 789464 371291

https://libris.nl/kennemerboekhandel/activiteiten/september-2021/boekpresentatie-marius?fbclid=IwAR1SFMp4shaA64L5RYHjcoqvU2U-WZ09QF31lzKUh6ylYgwpNW9iSX9Xp

(beeld: Kennemer Boekhandel)

Ik ging naar de Schagchelstraat om de Stomp Brothers te zien

Er stond een eenvoudige aankondiging op Facebook. ‘The Stomp Brothers treden op zaterdagmiddag 18 september op in de Schagchelstraat tijdens Haarlem Shopping Weekend vanaf 12.30 uur.‘ Shopping weekend? Het is toch elk weekend ‘shopping weekend’? Nou ja, dat ‘shopping weekend’ is kennelijk een voortzetting van de zogeheten ‘Shopping Night‘. Haarlem Promotie en zo. Enfin, ik eerst naar de bieb en vervolgens naar de Schagchelstraat. Bij Mark Keppel Lijstenmakerij & Galerie zaten ze: de mondharmonicavirtuoos en gitaarvirtuoos.

door Paul Lips

September. ‘Een van mijn lievelings-weermaanden’, hoor ik op televisie de weerman zeggen tijdens het NOS Journaal. Dat geldt ook voor mij. Het is die mooie nazomer met in de verte de herfst die zich aankondigt. En – niet onbelangrijk – het culturele seizoen begint. Als het goed is. En het wordt langzaamaan iets beter. Of het ooit weer wordt zoals het was valt te bezien. Zo’n dag waarop je verliefd bent op de stad en de bewoners. Boeken gehaald bij de bibliotheek (van stripprofessor Joost Pollmann, en een boek over kunst aan het begin van de twintigste eeuw), fietsen langs een volle Botermarkt, een blik in een kunstzinnige etalage bij Muys Kantoor & Kado aan de Gedempte Oude Gracht, en vervolgens de lokroep van de muziek volgend.

Twee rode stoeltjes. Mannen met hoeden. En dan als luisteraar met je neus in de boter vallen. ‘Summertime‘. Weergaloos getokkeld op de gitaar en subliem geblazen op de bluesharp. Er bestaan journalisten die hebben uitgezocht hoe veel versies er bestaan van deze klassieker. De versie van The Stomp Brothers mag daar aan worden toegevoegd. ‘Het weer past zich aan aan onze muziek’, grapt Stomp Brother Sjef.

Wie op internet louter de term ‘Stomp Brothers’ intikt krijgt andere resultaten. The Brothers Johnson met ‘Stomp‘. Een feestnummer. Disco. Over uitgaan. De stad in. Nachtleven. Stampen. Wanna party ’til the morning light’. Conga’s en synthesizers. Slapping bass. Zo’n lied dat je zo nu en dan overdag’s nog wel eens op de radio hoort, en je terugbrengt naar 1980, ook zo’n jaar dat van alles weer opnieuw begon.

De Haarlemse Stomp Brothers zijn ondertussen alweer bezig met het volgende nummer. ‘It don’t mean a thing (if it ain’t got that swing)‘. De winkeljuffrouw van de overkant deint vrolijk mee op het ritme. Mijn gedachten dwalen onwillekeurig af naar het album ‘Bitter Jug Blues‘, dat inmiddels op Soundcloud staat. Maar dat pas in januari 2022 zal verschijnen. Niet te vroeg pieken, is een wijs devies. “Onze fans zijn liefhebbers van vinyl, dus wij nemen aan dat zij ook de plaat wel zullen aanschaffen”, is de eenvoudige verklaring van Sjef Huurdeman. Ik kijk uit naar de plaat, maar heb hem op soundcloud nog niet in z’n geheel beluisterd. Doseren is het devies. En ik zou de heren graag interviewen voor Spaarnestroom. ‘Ja, dat roep je al twee jáár’, zegt Pieter met zijn bekende schamperheid.

“Komt nog. Het mag nog even rijpen, als goede wijn”, riposteer ik.

Survivors zijn ze, Sjef Huurdeman en Pieter Mulder. Te grazen genomen door het leven, maar nog steeds fier rechtop en tot mooie dingen in staat. Ook om te kunnen genieten van mooie dingen. En wat past daar beter bij dan een weergaloze versie van ‘My Favourite Things‘? John Coltrane ging de heren al voor, maar wat een heerlijkheid, deze rondgang over de snaren. Soms zelfs met flamenco-achtige tendenzen. Er wordt driftig gefilmd en gefotografeerd. Live-muziek op straat, het mag weer en het is heerlijk. Nee, de hoed hoeven ze niet neer te leggen. De gage wordt reeds betaald.

(beeld: Olaf Jens)

Over dat tekeningetje dat Sjef bij zijn Facebookbericht plaatste. Dat schetsje van tekenaar Olaf Jens, die het hoesontwerp van de plaat heeft gemaakt. Sjef toonde het schetsje aan zijn kompaan Pieter Mulder, die direct uitriep: ‘Dát is ‘m. De hoes!’. Een goede reden om @Olaf.Jens te volgen op instagram. Er gaat een wereld voor je open. Oudere jongeren zaten er al of strijken neer in de Schagchelstraat. Bekenden uit de Haarlemse muziekscene of andere kringen. Jelle, Joce, Danny, Pim, Janis, Ruby, Sue, Marten, Kees, Dick enzovoort.

“Ik heb twee jaar niet gespeeld. Ik ben mijn embouchure helemaal kwijt”, laat Sjef zich ontvallen. Embouchure. Een mooi woord. Dat wat nodig is om blaasgeluid op een instrument te kunnen voortbrengen. Toch spelen de heren bijna drie uur lang de ene na het andere classic. Om te eindigen met een instrumentale versie van ‘This Masquerade‘. Een lied van de hand van Leon Russell. Ik leerde het kennen in een gloedvolle versie van The Carpenters, het Amerikaanse popduo dat in de loop der jaren bredere erkenning kreeg dan in eerste instantie het geval was. Verduiveld ingewikkelde akkoorden, dat nummer. Melancholieke tekst. Een soort cooling down, passend bij het sentiment dat je voelt als zo’n zonovergoten muzikale middag ten einde loopt.

Stream Sounds Haarlem Likes Vinyl | Luister gratis online naar afspeellijst The Stomp Brothers – Bitter Jug Blues op SoundCloud

The Stomp Brothers | Facebook

Tonneke Sengers onderzoekt het bewegende en stilstaande beeld: ‘ik heb eerst iets bedacht, en dan later begrijp je hoe het zit’

Through the Bathroom Window‘ is de titel van de nieuwste Vishal-tentoonstelling waarin de buitenwereld naar binnen ‘sijpelt, stroomt, kruipt en breekt’. De grens tussen binnen- en buitenwereld is immers ‘fluïde’, aldus curator Renée Borgonjen. De regel ‘through the bathroom window’ verwijst naar een lied van Paul McCartney, met een nonsens-tekst waarin een groupie-achtige dame zijn huis binnendringt. De buitenwereld die even met de deur in huis komt vallen, terechtgekomen op het Beatles-album ‘Abbey Road‘. Een van de vier exposanten is Tonneke Sengers, die speciaal voor deze tentoonstelling het werk ‘20FPS, analyse van een stilstaand beeld‘ vervaardigde. ‘Twintig frames per seconde’, de snelheid die beweging impliceert. Frames – twee die op het eerste gezicht identiek lijken, maar toch gekenmerkt worden door subtiele verschillen.

interview: Paul Lips

fotografie: Remco van der Kruis


Sinds jaar en dag ben ik een liefhebber van het werk van de Haarlemse Tonneke Sengers. Het gaat om min of meer abstract werk, symmetrisch, meestal bestaande uit lijnen, rasters, vierkanten of kegels. Een ‘abstract geometrische vormentaal’, zoals op haar website te lezen valt. De omgeving waarin het kunstwerk is geplaatst of gemaakt is van invloed op de kijkervaring. Licht en schaduw doen er toe. Zo nu er dan is er sprake van kleur, maar in beperkte mate. Het werk van Tonneke Sengers wordt regelmatig geëxposeerd in kunstruimten en galeries – nationaal en internationaal – , soms in combinatie met verwante kunstenaars. Ook maakt Sengers werken geschikt voor de openbare ruimte. Voor de tentoonstelling ‘Through the Bathroom Window’ werd Sengers gevraagd door curator Renée Borgonjen. Vandaar dat Remco & Paul afgelopen week koers zetten richting De Vishal, om haar te laten vertellen over de serie frames die ze speciaal vervaardigde. Een associatieve gedachtestroom kwam op gang, die we graag zonder tussenteksten tot zijn recht laten komen. Het woord is aan Tonneke Sengers.

Tonneke Sengers in de Vishal

“Dit is inderdaad écht een heel project geweest, dat ik speciaal voor deze tentoonstelling heb gemaakt. Toen Renée mij vroeg is het project eigenlijk een eigen leven gaan leiden. Het is steeds verder uitgebreid, en weer veranderd. Ik wilde meedoen met frames. Zonder schilderkunstige details. Die heb ik voor dit project helemaal weggelaten. Ik wilde m’n gedachten laten gaan, ik heb veel gewandeld. Er zit een heel verhaal achter. Dat verhaal is er op zich natuurlijk leuk bij, maar het zal de kunst nooit echt helemaal verklaren.”

“Ik ben ook museumdocent in het Teylers Museum. Daar ben ik altijd heel erg gefascineerd door die schedel van die mastodont. Een schedel van een mammoet, een soort voorloper van de olifant. Toen ze dat ding opgroeven dachten ze: dit is een schedel van een cycloop, van een reus! Dus mijn inspiratie was: het gaat er om wat je ogen zien, en wat je hersens denken, en andersom. Op het moment dat die resten van die mastodont werden opgegraven hadden ze nog nooit van een mastodont gehoord. Dus je hersens bepalen voor een deel wat je waarneemt. Iemand had laatst via internet een werk van mij gekocht, maar had niet gezien dat er gaten in zaten. Dus je bent geconditioneerd in je kijken.”

“Curator Renée Borgonjen zei: ‘als je er dan langs loopt lijkt het een ‘zoötroop’. Je kent het wel, zo’n boekje waarbij als je snel bladert het net lijkt of er beweging in te zien is. Maar toen dacht ik: dan moet het anders, dan moet ik het veel radicaler aan gaan pakken. De serie frames liep van 1 tot en met 20. Elke keer kwam er een gat bij in een apart frame, maar het moest wel symmetrisch blijven. Ja, dat is bij mij altijd het geval, symmetrisch. Ik denk altijd: waarom zou ik het asymmetrisch maken als het symmetrisch kan. En ik ben blij met een limiet. Een kader waarbinnen ik kan werken.”

“Ik laat mijn werk bepalen door de context. De eerste indrukken moeten allemaal hetzelfde zijn. Bij film richt je je toch meer op wat zichtbaar is. Bij mijn werk is het meer ‘wat er niet is’. De gaten bepalen het verschil tussen de beelden. De ene keer zie je een gat, en de andere keer is zo’n vlak gevuld. Het gaat er dus eigenlijk om wat er áchter het beeld gebeurt. Ook met het licht en de schaduw. En als je die frames allemaal op elkaar stapelt kom je weer uit op hetzelfde beeld. Snap je?”

20FPS - detail

“Ik heb die frames dus eerst een keer allemaal boven op elkaar gestapeld. Ik was ook geïnspireerd door het ‘Zwarte Vierkant’ van Malevich. Hij zei: alles wat tot nu toe is geschilderd, als je dat zou opstapelen, dan kom je uit op het zwarte vierkant. Tenminste, ik dácht dat het een uitspraak van Malevich was, maar dat blijkt hij dus nooit te hebben gezegd. Curator Renée Borgonjen heeft zich een ongeluk zitten zoeken in encyclopedieën en op wikipedia en dergelijke, die kon die uitspraak niet terugvinden.”

Als je van bovenaf zou kijken kom je tòch weer tot hetzelfde beeld. Dat ene frame dat dáár links apart hangt is eigenlijk het begin en het einde. Als je het in een film zou analyseren krijg je die hele rij. En dan kom je weer bij die mastodonten uit. Ik heb het precies andersom gedaan. Ik heb éérst iets bedacht, en dan later begrijp je hoe het zit. Snap je? Het is net andersom.”

“Ik wil de toeschouwer laten denken: wat zou er achter dat beeld zitten? Elk beeld dat we zien is opgebouwd uit een heleboel lagen. Als je dat in één seconde zou afspelen dan krijg je toch weer hetzelfde. Boven de zestien frames kunnen wij de afzonderlijke beelden niet meer zien. Dus vandaar dat je dat beeld dan weer ziet, als je het in één seconde zou afspelen.”

Tonneke Sengers in de Vishal

“Ik heb dagelijks – vier keer in de week – steeds dezelfde wandeling gedaan. In Middenduin in Overveen. Elke keer die drieënhalve kilometer, elke keer hetzelfde. Dan ga je steeds meer zien. Je krijgt oog voor veel meer kleine details. Hee, dít was er gisteren nog niet. Die meerkoetenfamilie bijvoorbeeld zat eerst op dat nest, en op een gegeven moment was het leeg. En dan was dat mannetje al steeds op en neer geweest met takjes en zo. Dat wandelen kan ik iedereen aanraden. Ik doe het nog steeds bijna dagelijks.”

“Deze rij frames heeft hele kleine verschillen in de details. Renée schreef de tekst voor de brochure. ‘Ja, er kwam elke keer een gat bij, maar het bleef wel symmetrisch’. Renée dacht: dat kan toch niet? Klopt het wel? Bijvoorbeeld nummer drie van de frames, is die nog steeds symetrisch? Maar dat kan natuurlijk omdat in het midden drie vlakken zitten. Dus je kan ook de oneven bedienen, zeg maar. Snap je het nog, of niet?”

“Minimalisme of minimalistische kunst verwijst inderdaad alleen naar zichzelf. Bij mij zit er wel iets meer associatie in, je kunt bijvoorbeeld denken aan badhokjes, Japanse kamerschermen of iets dergelijks. Ik maak ook wel minimalistisch werk. Maar dit werk ‘20FPS‘ is ook gebaseerd op een schilderij uit 2007, ‘Black Lines I‘. Toen schilderde ik nog. Deze frames ontwerp ik op de computer en laat ze laseren. Als het makkelijk kan ga ik echt niet moeilijk doen.”


‘Through the Bathroom Window’, met werk van Maurice Bogaert, Sylvie Zijlmans, Irene van de Mheen en Tonneke Sengers. Tot en met 19 september in De Vishal, Grote Markt 20, Haarlem. Dinsdag tot en met zaterdag open van 11.00 tot 17.00 uur. Zondag open van 13.00 tot 17.00 uur. Bij de installatie van Tonneke Sengers is een door curator Renée Borgonjen geschreven publicatie verschenen, die te koop is aan de balie.

De Vishal

Tonneke Sengers

Hallóóów, hier zijn we weer! (ons-kent-ons in de Spaarnestad) was bij: ‘Ver-dwalen en Ont-moeten’, vernissage Waag-expositie van Ada Kors

Hallóóów allemaal. Hiérrr zijn we weer, in ons altijd gezellige Spaarnestadje, waar de kunsten welig tieren en de drank rijkelijk vloeit. Barend J. Cardoes is de naam. Dit is de society-rubriek van Spaarnestroom, waarin wij verslag zullen doen van premières, feestjes, vernissages en andere happenings. Mits die plaatsgrijpen natuurlijk. Want het was armoe de laatste anderhalf jaar. Er viel weinig tot niets te beleven in het Spaarnestadje. Bijkans nix was toegestaan. Daarom was onze society-verslaggever Barend J. Cardoes extra blij toen hij per appje een uitnodiging kreeg om nochtans even acte de présence te geven bij de vernissage van de KZOD-tentoonstelling ‘Ver-dwalen en Ont-moeten’ van Ada Kors in galerie De Waag aan het Spaarne.

door Barend J. Cardoes, society verslaggever

Barend geeft ‘m van katoen

In Haarlem is het natuurlijk traditie dat een – in de kunstverslaggeving actieve – reporter élke gelegenheid aangrijpt om zich vol te laten lopen tijdens vernissages, interviews, premières, presentaties en wat dies meer zij. Veertig jaar traditie vlak je immers niet zo maar uit. Dat is dus aan ondergetekende, Barend J. Cardoes, wel besteed. Die ‘J’ als tussenvoegsel zou – naast ongekende ijdeltuiterij – immers kunnen staan voor ‘ja, ik heb er zin in’. Als er maar een rood wijntje klaar staat. Dan is Barend wel bereid om een uurtje te ver-dwalen in de schitterende foto’s van exposante Ada Kors. Vanwege de toch nog geldende beperkingen zijn er niet zulke héél bekende Haarlemmers (BH-ers) in de galerie aanwezig. Maar dat mag de pret niet drukken.

Ada Kors laat zich onder meer inspireren door bomen. Bij haar tentoonstelling citeert ze een gedicht van Ferdy Jongenelen:

Vrienden zijn als bomen
Op een goede afstand
van elkaar geplant
Zo ontnemen ze elkaar het licht niet
Maar geven elkaar de ruimte
Vrienden zijn als bomen
Samen groeien ze hoger
Ze worden sterker
en strekken zich uit
Ze moedigen elkaar
aan hoger te groeien
Vrienden zijn als bomen
Met de wind fluisteren
ze elkaar geheimen toe
Ze koesteren elkaar met de zon
Ze verkwikken met de regen.
Vrienden zijn als bomen
Ze trotseren de stormen
Ze trotseren de droogte
Ze doorstaan de seizoenen
van het leven
Vrienden zijn als bomen
Soms lijken ze verder
van elkaar af te staan
Maar ondergronds
Zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden.

© Ferdy Jongenelen


Bij een vernissage is een speech natuurlijk gewenst. Aan collega-kunstenaar en KZOD-bestuurslid Joke Kokkelkoren de schone taak om het woord te nemen. Ze verhaalt over de los van elkaar staande bomen, waarvan de takken elkaar opzoeken hoog in de lucht. De bomen als verbindende factor tijdens het ont-moeten. ‘Ze zijn als vrienden die elkaar ontmoeten en elkaars nabijheid zoeken, maar zonder dwang’. Joke stelt dat er ‘onder de grond’ ook van alles gebeurt, en waar – niet zichtbaar voor ons mensen – ook de wortels verbinding met elkaar maken. Dat bomen ook als ‘vrienden van de mens’ kunnen worden ervaren, merkt Joke Kokkelkoren als zij op landgoed Elswout in Overveen wandelt en oog in oog staat met de ‘knotlinde’.

‘Daar heb je mijn vrienden, denk ik dan’, aldus Kokkelkoren, die benadrukt dat Ada Kors heel wat spullen mee torst tijdens haar fotografische verkenningen. En daarbij zichzelf zo nu en dan blootstelt aan ‘bijna-dood-ervaringen’. Ternauwernood ontsnapt aan een grote olifant, bijna uit een tent gepeuterd en opgepeuzeld door een leeuw, en bijna met camera en al verzwolgen door drijfzand.

‘Néé, maarrr…’ nu wil het geval dat ondergetekende met grote regelmaat óók oog in oog staat met een ROZE olifant, maar dat is natuurlijk ‘peanuts’ vergeleken bij de ontberingen van Kors. Zo’n confrontatie is uiteraard best ‘link man’, dus kan ik nog wel even naar… café-restaurant Brinkmann… Maar dit uiteraard terzijde.


Dat met die leeuw in Zimbabwe was natuurlijk zeer griezelig, verhaalt Ada Kors op het moment dat de glazen rode wijn zijn ingeschonken en er kan worden geproost. Het schijnt dat als je snel je de tent in duikt, dat de wilde dieren dan afdruipen of de interesse in het lekkere hapje afneemt. Maar dat moment dat Ada even haar malariapillen die in de tent lagen wilde pakken en ze ineens oog in oog stond met een olifant: ‘zijn slurf ging omhoog en hij begon enorm te tetteren!’. Uiteindelijk liep het avontuur goed af.

Ondertussen dwalen de belangstellenden – zoals KZOD-voorzitter Ellen Wolff, Dick Stegenga, Leonore Hatt, Barbara Schröder, Ronnie Helder, Joep van Opzeeland – langs de sfeervolle foto’s aan de wanden. Vooral de foto’s uit de serie ‘dubbel belicht’ kunnen bekoren. Thema’s als water, bomen, strand, zee of bloemen zijn met grote zorg – en vaak met een bijzondere twist – vastgelegd. In die zin geeft Ada Kors haar eigen draai aan het fenomeen fotografie. Een goede reden om even te gaan kijken bij deze gratis toegankelijke tentoonstelling.

Tot slot is er nog een hilarisch moment als Barbara Schröder de speciaal voor het 200-jarig KZOD-jubileum vervaardigde parasol (of paraplu) probeert uit te klappen, en het ding zodanig doorschiet alsof er een stormwind onder is gekomen. Met vereende krachten wordt de parasol weer in de goede stand gezet. De gezellige maar beperkte bijeenkomst vormt een leuk opmaatje naar de jubileumviering die 17 september aftrapt met een besloten bijeenkomst op het stadhuis en vervolgens over het seizoen 2021-2022 is uitgesmeerd. Benieuwd wat er er dan weer allemaal te beleven valt in kunstminnend Haarlem. Hips!


Waag expositie VER-DWALEN EN ONT-MOETEN | Ada Kors | KZOD | Beroepsvereniging van Haarlemse kunstenaars

Ada Kors – ada kors

Amateurkunstenaars staan te trappelen om te exposeren tijdens Haarlem Uit De Kunst in Schalkwijk tijdens het weekeinde van 11 en 12 september

Evenementen waar amateurkunstenaars hun werk kunnen tonen zijn de laatste jaren dun bezaaid in Haarlem en omstreken. Immers: de Kunstlijn Haarlem werkt met een ballotagecommissie, en bij andere manifestaties is het al evenmin eenvoudig om ‘er tussen te komen’. Maar het goede nieuws is dat Haarlem Uit De Kunst (editie Schalkwijk) in aantocht is, en wel op zaterdag 11 en zondag 12 september. Twee dagen gratis kunst kijken in wijkcentrum Da Vinci aan het Da Vinciplein in Meerwijk. Een initiatief van Eric Veltkamp.

door Paul Lips

Eric Veltkamp bij de ‘Karel Appel Zaal’ in ontmoetingscentrum Da Vinci

Eric Veltkamp is er eentje van het type: ‘komt goed, gaan we regelen’. Al drie keer moest het evenement worden afgelast vanwege de maatregelen en de pandemie, die vierde keer zou toch bingo moeten zijn. Alles in de filosofie van de kunstliefhebber Veltkamp: kunst tonen aan een breed publiek, zo toegankelijk mogelijk. De aanmeldingen stroomden binnen en de deelnemers staan spreekwoordelijk te trappelen.

Het is niet zómaar een kunstevenement, want er is zelfs een vakjury bij betrokken, die een prijs uitreikt voor het beste werk. Daarnaast is er ook een publieksprijs. Serious business dus. Zaterdag 11 september om 10.00 uur zal cultuurwethouder Marie-Thèrèse Meijs de opening verrichten.

”Elke kunstenaar krijgt in principe drie borden waarbij op elk bord een werk kan worden gehangen”, legt Eric Veltkamp uit. ”De borden kunnen zowel horizontaal als verticaal worden geplaatst en zijn eenvoudig in elkaar te zetten.” Voor enig vertier wordt gezorgd, met zaterdagmiddag vanaf 14.00 uur een optreden door muziekkollektief De Filistijnen en zondagmiddag komen dichters van de Haarlemse Dichtlijn (Peter Straus, Anneruth Wibaut en Marten Janse) vanaf 12.00 uur live gedichten schrijven en voordragen.”

Hoe is Schalkwijk Uit De Kunst ooit begonnen?

”Het begon hier in de jaren negentig in het gezondheidscentrum aan de Jan van Zutphenstraat in Meerwijk, bij de huisartsen Faber en Arentz. Die deden dat in klein verband, voor hun patiënten. Faber schilderde ook zelf. Ze hadden een ruimte ingericht waar geëxposeerd werd. Op een gegeven moment gingen ze met pensioen enzovoort. Dus toen verwaterde het. Via leden van de wijkraden bleek dat er toch behoefte was bij amateurkunstenaars om te exposeren. Ik deed al allerlei activiteiten in de wijken, en daardoor beschikte ik over veel contacten. Dus het begon eigenlijk allemaal heel klein. Fely van der Linden, Pieter Peute en ik waren de initiatiefnemers van de eerste echte editie in 1998. Eerst nog in het Damiate College op de hoek van de Boerhaave, en het Linnaeuscollege aan het Terschellingpad, en later ook meestal in aula’s van scholen. Een aula is immers één grote ruimte. Het was wel een enorm gesleep met die gigantische borden die we hadden. Toen eerst Pieter en een jaar later Fely overleed stond ik er weer alleen voor. Mede door bezuinigingsperikelen is is Schalkwijk Uit De Kunst een aantal jaren op een laag pitje komen te staan, en concentreerde ik me meer op Muziek in de Wijk. En daar is later weer Schalkwijk aan Zee uit ontstaan. En voor Schalkwijk aan Zee is inmiddels de Stichting Culturele Activiteiten Schalkwijk (SCAS) opgericht.”

En toen kroop het bloed weer waar het…

”Maar omdat ik als pensionado allerlei soorten van vrijwilligerswerk doe merkte ik dat de roep om een podium voor amateurkunstenaars weer luider werd. Dus heb ik Schalkwijk Uit De Kunst samen met Liesbeth Groenewegen opnieuw opgestart. Eigenlijk zou dat in maart 2020 hebben moeten plaatsvinden, maar toen brak de coronapandemie uit. Het evenement werd daardoor enkele keren uitgesteld, en we rekenen er op dat het tijdens het weekend van 11 en 12 september nu toch echt gaat gebeuren. Een heel werk? Is dat is zo. Inmiddels heeft Liesbeth af moeten haken en nam Nina Bredemeijer haar taken over, maar vanwege veranderde werkomstandigheden heeft Nina die taken eveneens moeten neerleggen. Ik krijg gelukkig alle medewerking van mijn zoon en andere vrijwilligers.

En mét een vakjury? Is meedoen niet belangrijker dan winnen?

”Dat is op zich natuurlijk zo, maar we merken dat de kunstenaars dat toch wel een interessant aspect vinden. Ze zetten echt hun beste beentje voor. Albert Röllich, Martine Porienski, Rubia Oehlers, Jan Reijnders en Jacintha Reijnders vormen de vakjury. Die prijs wordt uitgereikt op zaterdagochtend, aansluitend na de opening door wethouder Marie-Thérèse Meijs. En dan hebben we ook nog een Publieksprijs waarbij de bezoekers mogen stemmen. Die prijs wordt zondagmiddag rond 16.00 uur uitgereikt. De toegang is gratis en er is gelegenheid tot het nuttigen van een drankje.”

‘Landschap met molen’, Nolly Cornet

Haarlem Uit De Kunst editie Schalkwijk, zaterdag 11 (van 10.00 tot 17.00 u.) en zondag 12 september (van 10.00 tot 16.00 u.), centrum voor ontmoeting Da Vinci, Da Vinciplein 73, Meerwijk, Haarlem.

Meer informatie: https://haarlemuitdekunst.wordpress.com

DEELNEMERS: Marwa Hamwi, Antoinette Wijnoogst, Liesbeth Groenewegen, Claudia van Beelen, Robert van Rossem, Boetseerclub Da Vinci, Plaqueq Plaq, Louis Groenewegen, Marianne Schouten, Anneke Caspers, Frits Vermeijs, Albert van den Berg, Marlies Velde, Ine van Loon, Netty van Lammeren, Bas van Dijke, Maaike Kila, Marijke Mooij, Hans Geerdink, Odensehuis Reinalda, Marlies de Vries, Jane Westerik, Nolly Cornet, Vrouwina Spiers, Ine van Ameijde, Natascha Klerks, Joop van der Horst, Peter Hulscher, Marijke de Jong, Jacky Ghijsen

Afscheid van Age Baars (1952-2021): ‘Age had een scherp gevoel voor ‘goed’

Een lieve man. Aardige gast. Mooie vent. Bescheiden. Vrijgevig. Altijd een vriendelijke lach. Dit zijn slechts enkele typeringen voor Haarlemmer Age Baars, die afgelopen week op 68-jarige leeftijd plotseling is overleden. Age Baars was een muziekliefhebber in hart en nieren. Je kon hem overal tegenkomen, in zalen van het Patronaat, maar ook op festivals of bij kleinschalige optredens, binnen en buiten Haarlem. Hij hield van muzikale acts als De Kift, André Manuel en Severin Bells, slechts enkele namen uit zijn gigantische muziekkennis. Daarnaast speelde hij basgitaar in een band die slechts optrad voor intimi. Popmuziek-minnenden kenden Age Baars vrijwel allemaal van gezicht. Afgelopen dagen ging er een schok door de popscene in Haarlem. Daarom dit eerbetoon aan hem, een bloemlezing van de mooiste herinneringen. Er komen nog steeds reacties en verhalen binnen, daarom zal deze ode aan Age van tijd tot tijd worden aangevuld.

eindredactie: Paul Lips

Age Baars (foto: Jo Higgs)

Age is weg. Dat is een groot verlies voor Haarlem en voor de wereld.
Hij was een immer inspirerende geest. Een die leefde voor live-muziek en aldus zowel de optredens van de bands waarin ik zing, als de gigs die we met Haarlemse PopScene On Tour organiseerden met grote regelmaat bezocht.
Het is geweldig hem te mogen hebben gekend.
Wat zullen we je vreselijk missen.

Michiel van Reenen


Wat verdrietig om te horen dat Age Baars ons is ontvallen. Ik kende Age als een zeer aimabele man met een twinkeling in zijn ogen en een ironische glimlach rond de lippen die je blij was te treffen bij concerten en concertjes: in het Badhuis, de Irrational Library, het Patronaat, de Platenslager, de Pletterij of de Waag. Age was wat je in het Engels soft-spoken zou noemen, maar had duidelijk zijn voor- en afkeuren. We deelden een voorliefde voor eigenheimers als Meindert Talma en De Kift. In 2016 treinden we samen (met vertraging) naar Den Haag voor het Nederlandstalige Smetvis-concert in Het Paard van Melle de Boer, van wie hij een trouwe fan was. In 2018 logeerde ik tijdens Oerol een paar dagen in een huisje in Midsland dat Age gehuurd had, een bijdrage aan de kosten sloeg hij resoluut af. (Gelukkig vond ik een aardigheidje dat ik hem kon toestoppen.) Tijdens Oerol zat hij vaak op Terschelling, maar niet vanwege het locatietheater. Hij bracht dan hele dagen, avonden en nachten door in café De Vijfpoort in Formerum. Met een biertje in de hand luisterde hij naar de vele, vele bandjes en acts die er optraden, zowel binnen als buiten op het terras. Een opgewekte muziekverslinder was Age. Ik ga hem missen.

Jan Willem Reitsma


Wat erg.. Veel liefs uit Scram C Baby xxx

Geert, Frank, Marit, Mark en John Cees


Echt een lieve man. En inderdaad, hij was er altijd. En dat was altijd fijn. Ik zal vast wel weer met een bandje in of rond Haarlem spelen (toch?) en ik weet zeker dat ik aan hem zal denken en zijn glimlach tussen de mensen zal zien, naast Peter, of naast Sjef. Biertje in de hand.

Arno Koel


Dat komt wel aan. Lieve man. Wanneer Age er was kwam het optreden altijd wel goed.

Melle de Boer


Gecondoleerd, wat een onverwachte klap. Zo’n lieve collega en prachtige muzikant.

Ruth Nelemaat


Gecondoleerd, mooie woorden en herinneringen. Age was ooit mijn stagebegeleider bij het CWI. De jaren erna kwamen we elkaar regelmatig tegen in de Patronaat of bij circus Hakim. Het was een zeer bijzonder persoon, ben blij hem gekend te hebben

Sandra Prins


Mooi kut weer een lieverd weg.

Jolanda Prinsen


Herinnering aan Age. We waren te laat op school. Te laat voor de klassenfoto. Op de pedagogische akademie aan de Leidse Vaart. De oude meneer Kersbergen, conciërge, Noor Nahuis, Joes Groot (ben ik) en Age Baars mochten nog even apart op de foto bij de schoolfotograaf.

Van Age weet ik ook nog wel dat hij, net als vele medestudenten, best wel een rebel was en het blokfluiten en de ouderwetse lessen niet zo interessant vond.

Joes Kriek-Groot


Ik kende hem al heel lang maar eigenlijk heel oppervlakkig: hij was er gewoon ‘altijd’! Zeker als er leuke bandjes ergens optraden…. Het leuke is dat ik erachter kom dat-ie een stuk ouder was dan wij: dat siert m dan wel weer!

Ron de Gruyl


Ik heb Age leren kennen via Peter Bruyn die ik vaak tegenkwam in de stad. Age was een vriend van hem. Ik had snel een goed contact met Age omdat hij een brede kijk op muziek bleek te hebben. Meestal kwam ik hem tegen in het Patronaat en in het Badhuis Leidsebuurt. Ook wel eens in de Pletterij. Hij was sympathiek en gaf je het gevoel, een oude vriend van hem te zijn. Lang heb ik hem niet gekend; misschien nauwelijks 5 jaar maar het leek veel langer.

René van Kalken

Irrational Library Shop, 2016 – (foto: Alexander Milikan)

Onze Patronaat-crew werd gisteren even stil. Onze trouwe bezoeker en vriend Age Baars is er niet meer. De loyaalste muziekfan die iedere artiest zich mag wensen. Ook in Patronaat laat hij een leegte achter, die wij zelfs met de mooiste muziek niet kunnen vullen. Wat is het onwerkelijk om Age’s glimlach niet meer in het publiek te kunnen zien

Wij wensen de nabestaanden veel sterkte toe in deze moeilijke tijd.

Namens alle collega’s van Patronaat X


Age is hoofdrolspeler in het verhaal ‘Een wak in de tijd‘ uit de verhalenbundel ‘Denkend aan Haarlem‘ uit 1995, ter gelegenheid van Haarlem 750 jaar. Dat verhaal gaat over het huis waar we in woonden, in de late jaren zeventig.

Ik heb Age jaren niet of nauwelijks gesproken en dan opeens wel weer, en we gingen altijd verder waar we gebleven waren. Bijna 50 jaar. Twee jaar geleden kwam hij hier eten (Conny en hij werkten bij hetzelfde bedrijf, Pasmatch).

Terugkijkend was het Age al snel duidelijk dat hij als beschouwer het beste zijn vaardigheden benutte. Een typemachine om een boek op te schrijven; nooit aan begonnen. Een basgitaar nooit serieus leren bespelen. Was ook niet nodig want Age had een scherp gevoel voor ‘goed’: in boeken en liedjes. Mijn verhalen vond hij niet bijzonder goed. Mijn liedjes al wat beter. Intussen had hij ons attent gemaakt op zowel Dire Straits (Sultans of Swing) en Normaal (Oerend Hard). Die platen had hij al in huis voordat welke radiozender dan ook ze draaide. Die interesse heeft hem zijn hele leven mee op pad genomen.

Ik weet niet zo goed hoe je Age kunt definiëren, misschien wel als de vanzelfsprekendheid van zijn aanwezigheid. Iemand zei ergens dat ie dacht dat Age bij het Patronaat werkte omdat hij er altijd was. Heel kenmerkend. En dat feilloze gevoel voor aanstormende muziek. Hij had wat dat betreft meer passie voor muziek dan menig muzikant.

Bies van Ede

met Marianne, 1981 (foto archief Bies van Ede)

Een hele fijne oud-collega. Gepassioneerd zoals alleen hij over muziek kon praten. Veel sterke aan nabestaanden.

Remco Roman


Wat een verdrietig bericht. Ik ken Age van de Pedagogische Academie, waar wij beiden opzaten.

Karin de Jongh


Ach, lieve Age, ik heb hem nog geholpen met zijn breiwerk op de Pedagogische Academie.

Marianne Gerrits

(foto: archief Jan Pieterse)

AGE

De weg die we gingen:
middelbare school, studie,
wijde wereld en daarna
ieder ons weegs.
Jij met de muziek mee.

Soms kruisten onze wegen elkaar,
op weg naar theater of concert.

In mijn herinnering
ging je nooit vroeg weg.
Je gaat gemist worden.

Jan Pieterse


In 1992 trad ik als consulent in dienst van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie met als thuisbasis het Arbeidsbureau in Haarlem. Age zat jn de sollicitatiecommissie die mij aannam. Age was Senior Consulent en deed voornamelijk arbeidsinpassing voor mensen met een wat grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Vanaf het moment dat ik daar startte met werken besefte ik al gauw dat Age degene was die het meeste kennis had van alle regelingen m.b.t. scholing, subsidies en over een zeer groot netwerk beschikte waar hij en collega’s gebruik van konden maken. Age was er vooral voor die mensen die tussen wal en schip terecht kwamen omdat zij ‘anders’ zijn of waren. Altijd een enorme inzet om het onmogelijke (regels van het bureau, bedrijfsvereniging, sociale dienst) mogelijk te maken. Altijd op de voor hem zo vriendelijke manier, maar resultaatgericht. Age was een wandelende vraagbaak waar ik(en heel veel anderen) veel van geleerd hebben. Als ik vastliep met klanten of regelingen vond hij altijd een geitenpaadje dat het wel lukte. Wij hadden bij borrels en in diverse cafés altijd een goede ‘click’ op allerlei niveaus. Zijn fascinatie voor allerlei optreden en bandjes volgde ik via FB, het was zijn maar niet mijn passie. Haarlem verliest een man die een passie heeft voor hedendaagse muziek, maar bovenal een aimabele en bijzonder persoon, hij zal buitengewoon gemist worden.

Nico Bijster

Janis, Pim en Age (foto archief Pim Scheelings)

Ik weet niet meer precies hoe ik Age ontmoet heb maar het zal ongetwijfeld bij een concert geweest zijn. We klikten meteen, allebei ouwe lullen en gek op muziek. Age had een huisje op Terschelling waar hij jaarlijks heen ging voor het Oerol festival en ik mocht daar een keer bij hem logeren. Zijn dochter Karen en haar vriend Arnoud waren er ook. Ik sliep met Age op 1 kamer en dat viel niet mee, hij snurkte verschrikkelijk en had ook de gewoonte om luid te hoesten in zijn slaap gelukkig had ik oordopjes en slaappillen bij me anders was het niet te doen geweest.

Ik las op Facebook dat Age bekend stond om zijn zorgzaamheid nou daar kan ik van meepraten. Toen ik in de wao belandde kwam ik chronisch zonder geld te zitten, na de 2e week van de maand was ik gewoonlijk al blut. Dat was voor Age reden om mij maandelijks een fiks bedrag te lenen wat ik dan op betaaldag weer terug stortte, waarna het hele verhaal 14 dagen later opnieuw begon. Saillant detail was dat Age ook voor UWV op de wao afdeling werkte. “Uw bonus voor deze maand” zei ie dan ook altijd wanneer ie het geld kwam brengen waarna we beiden in schaterlachen uitbarstten. Vervolgens gingen we op dezelfde avond met z’n tweeën naar het café waar Age trouwens alles afrekende want hij wilde niet dat ik al dat geld meteen weer uitgaf.

Op een gegeven moment kreeg ik op Facebook contact met mijn tegenwoordige vriendin Janis. Age was aanwezig bij onze eerste messenger-chat daar het geldleen-avond was. “Die moet je vasthouden,” zei hij nadat hij alles gelezen had. Janis nam al snel het geld lenen over dus Age kon eindelijk stoppen, hij schold me wel het laatste bedrag kwijt zodat ik poen had om de eerste date met Janis te bekostigen. Bedankt Age ik heb ‘r vastgehouden hoor het is nog steeds aan!

Pim Scheelings


Verdrietig ja. De Vijfpoort, daar kende ik hem van. Niet dat ik hem daar ooit ontmoette. Ik was daar stamgast eind jaren 70, met toen dezelfde barkeeper/discjockey als nu. Als ik wist dat hij er naar toe ging, bracht hij mijn groeten over en van daar ook weer terug.

Dick Stegenga


Wat een naar bericht! We spraken elkaar, dronken een biertje met een zekere regelmaat zonder vast patroon en dat al vanaf 1977…….ik ga je missen Age. En hoe moet het nu met onze afspraak bij boer Jan? Sterkte voor iedereen die hem in het hart heeft.

Sipke Posma


Een fantastisch mens!

Dick van den Berg


R.I.P. Age. Ik ben blij dat ik je heb gekend.

Wijnand Visser


Ergens in de jaren 90 vertrouwde Age me blijkbaar genoeg, om tijdens zijn vakantie op de kat te passen, in zijn mooie huisje aan de Ampzingstraat. Om de avonden daar nuttig te maken las ik er elke avond een boek, afkomstig uit zijn welgevulde boekenkast, de kat op schoot. Op een dezer schemerende avonden nam ik ‘De spoken van Godfried Bomans’ van Jeroen Brouwers ter hand. Een fijn boek, en terwijl ik het beestje over zijn kopje kroelde, las ik halverwege iets over de geboorte van Bomans’ dochter Eva, hem geschonken door echtgenote Pietsie. Laat nu het toeval willen, dat ik in mijn jaszak een handgeschreven uitnodiging had van diezelfde Eva, een goede dertiger nu, voor een of andere lezing of vergadering in het culturele circuit. Meteen haalde ik de kaart uit de enveloppe, en stak hem in het boek, precies op die pagina. Zodra Age dan het boek weer eens ter hand zou nemen, zou hij die kaart zien – een boekenlegger met de naam erop van degene die exact op die bladzijde als boreling genoemd werd! Dat moest iemand toch op een aardige manier de wenkbrauwen doen fronsen! Voorpret tintelde door mijn hoofd en handen, de kat rekte zich tevreden uit…

Dagen verliepen, Age keerde terug, de dagen werden weken, de weken maanden. Age zweeg. De maanden werden jaren, gevuld met Patronaat-, Oerol- en andere bezoeken. Age zweeg. Maar wat je van ver haalt, smaakt het lekkerst, dus ik zweeg ook. Ooit, ooit, ooit zou het gebeuren! En zouden zijn ogen twinkelen van plezier…Nog meer tijd verstreek, Bomans’ eeuwfeest werd gevierd, Age zelf werd feestelijk 60, stopte weer wat later met werken, onze gezamenlijke vriend Dick overleed, en Pietsie werd 100. Age zweeg. En ik ook.

Er was inmiddels een schaduw van vergetelheid over het hele project neergedaald, waardoor ik me voornam het er toch eens over te gaan hebben, een keer. Zou de Eva-kaart nog in het boek zitten, dat inmiddels bijna de status van time capsule had gekregen? ‘Volgende keer vraag ik het hem’, nam ik me keer op keer voor, als er toch weer iets anders of belangrijkers was voorgevallen of aan de hand of orde was. Altijd is er wel wat, natuurlijk. Geen nood, volgende keer beter. No big deal, het is maar een geintje.

Tot er ineens, tot je ontzetting, geen volgende keer meer is.

Honden blaffen, bomen ruisen, de karavaan trekt voort. Maar de wereld zal nooit meer dezelfde zijn…

Warry van der Leen


Age werd 60. Zijn dochters organiseerden een groot feest. Er was muziek. Er was bier. Er waren vrienden en bekenden. Het was de laatste keer dat Dick (van der Giessen) er was. Enkele maanden later overleed hij. Kort na zijn overlijden speelde De Kift in Patronaat. Dick en Age hadden voor De Kift allebei een speciale plek in hun muzikale harten. Age zag die avond dat het goed was: het was een mooi eerbetoon aan zijn goede vriend.De locatie van Age’s feest, naar verluidt een voormalige atoomkelder, moest wat Age betreft een muziekpodium worden. De naam had hij al bedacht: Het Atoompodium.Want daar was Age altijd voor in: muziek moest er zijn en als dat door zijn tussenkomst kon worden georganiseerd dan gebeurde het. In Haarlem, op Terschelling en overal daartussen. Hij verbond graag muzikanten aan podia, nam ze in juni mee naar de Vijfpoort.Zijn ogen glinsterden wanneer wij over onze muzikale plannen spraken. Dan was er weer die hand voor zijn mond wanneer hij zei: “Zo, ook weer voor elkaar, hihi”. In zijn hoofd was het plan dan rond, hoefde er alleen nog gewerkt te worden aan de uitvoering.De laatste jaren stond ik vaak naast hem op zondagmiddag in De Waag. Het was tot de lockdown in maart 2020 inmiddels vaste prik geworden. Dronken we een biertje, luisterden naar de muziek en vroegen ons in de pauze af of er nog een muzikaal vervolg aan de avond zou worden gegeven. “Er is metal in Patronaat, misschien wel een leuke combinatie zo na deze singer-songwriter!”. Er was weer een plan, over de uitvoering werden we het ook snel eens.Bij Age was het altijd vertrouwd, ook wanneer je elkaar een tijd niet had gezien. Na zijn ziekte een aantal jaren geleden, of in de luttele maanden tussen de eerste en tweede lockdown, toen het muzikale leven in het voorjaar van 2020 had stilgelegen. Het was altijd weer zoals daarvoor, zijn enthousiasme voor plannen bleek onverwoestbaar groot.Age was zorgzaam, hij wilde dat de mensen het om hem heen goed hadden. Waren er problemen, hij nam uitgebreid de tijd om je verhaal aan te horen en je in alle vertrouwelijkheid van advies te voorzien. Niet zelden tot besluit klonk dan: “Laat mij dat maar regelen”.Wanneer straks de live muziek weer klinkt in de stad zal dat zijn zonder Age. Dat is een onwerkelijk idee. In september speelt De Kift in Patronaat. Dat kan niet anders dan een mooi eerbetoon worden aan Age.

Danny van Leeuwen

(foto archief Joke Binnerts)

Ik had gehoopt meer foto’s van Age Baars te hebben (pensioenfeest voor collega’s). Met de hulp van zijn dochters verliep de catering vloeiend en werd het een fijne, gezellige middag. Ik condoleer hierbij zijn lieve meiden en de andere mensen die dicht bij hem stonden. Het is zeker dat hij ook erg gemist zal worden door mensen die hem wat minder frequent zagen. Maar niettemin om hem hebben gegeven. Hoe kon je niet om hem geven? Dank Age, voor je innemendheid en lieve persoonlijkheid.

Joke Binnerts


Deze man verdient zijn naam op een kruk!

Pieter Kamp


Age we gaan je missen in Haarlem.

Willem Jan Agterbos


Bijzonder fijne man en collega!

Ronald Spijkerman


Age Baars was een lieve, rustige man met een groot hart voor muziek. Ik kende hem in eerste instantie van het Patronaat, waar hij heel vaak bandjes kwam kijken. Na het overlijden van Dick van der Giessen in 2012, leerde ik hem beter kennen. Samen met Eric Bolland nam hij jaarlijks het neerzetten van geluidsapparatuur bij de Hannie Schaft Herdenking in het Kenaupark van Dick over. Daarna gingen we steevast opwarmen in Het Wachtlokaal. We kwamen Age zo vaak tegen: in Lugosi’s, in De Waag, waar hij zondags altijd bandjes keek, bij de winkel van The Irrational Library in de Doelstraat, De Harmonie in Edam (als er een leuk bandje speelde), tijdens de Haarlemse Popronde en zelf een keer tijdens een corona-proof optreden van De Niemanders in Arnhem. En in het Patronaat natuurlijk. Met het kleine vriendenclubje waar we beiden in zaten gingen we regelmatig samen eten. Ook op Terschelling was hij elk jaar tijdens Oerol (en soms met kerst) een graag geziene gast bij muziekcafé De Vijfpoort. Soms ook met Karen en Arnoud, zijn dochter en schoonzoon. Age wist veel over muziek. Hij was altijd overal en altijd even enthousiast. Maar daarnaast was hij een lieverd met een goed hart. Ik ga je missen, lieve Age. Rust zacht.

Liz Stokking

met Eric Bolland in ‘t Wachtlokaal, 2018 (foto Liz Stokking)

Lieve Age,

Er zijn zoveel mooie herinneringen die we samen hebben gemaakt: de biertjes die steevast klaar stonden als het podium in de Vijfpoort was opgeruimd tijdens Oerol: dit zijn ‘werkbiertjes’ zei je dan, wat inhield dat die niet hoefden te worden afgerekend. Op Terschelling, tijdens Oerol, hebben wij elkaar leren kennen 15 of 16 jaar geleden.

Of de talloze keren dat je ineens achter me stond om even te bespreken wat je van een optreden vond als ik in Patronaat of ergens anders een bandje stond af te breken en niet zelden om ook even biertje te brengen want… geen drank geen klank!

Maar mijn warmste herinnering aan jouw is wel, dat sinds Dick van der Giessen je ooit, zoals hij het zelf noemde: ‘op mij af stuurde’ om te helpen bij de Hannie schaft-herdenking ergens in november in het Kenaupark, ik er vanaf dat moment vanuit kon gaan dat je er zou zijn.

Sneeuw, regen of kou hielden jouw niet tegen en volgens mij heb je sinds dien geen editie gemist.

Na afloop altijd een late lunch met een goed glas bier (en soms wel twee!) in het wachtlokaal.

‘De Hannie Schaft’ wordt niet meer hetzelfde zonder jou!

Ik ga je missen Age!

Eric Bolland


Age, mijn muziekmaatje en redder in nood als het om arbeidsrecht ging. Naast muziek had hij ook daar veel verstand van en diverse malen heeft hij mij geweldig geadviseerd, waardoor er veel schade beperkt is gebleven.

Muziekmaatje omdat hij altijd overal was en ik wist dat, wanneer ik alleen naar een concert ging, de kans groot was Age daar aan te treffen. Zoekend in het publiek vond ik meestal zijn vriendelijke lieve gezicht en met een biertje in de hand werd het optreden van het nodige commentaar voorzien.

Age kwam ik ook altijd op Terschelling tegen, vooral bij de Vijfpoort tijdens Oerol maar ook een paar keer, heel onverwachts, buiten het seizoen om. Het feit dat ik op de camping stond bij weer en ontij zat hem niet lekker en diverse malen heeft hij zijn huisje aangeboden om te schuilen.

Ook zijn altijd vrolijke aanwezigheid bij de veel te gezellige etentjes met de FOP (Friends of Patronaat) zullen mij altijd bij blijven en de toekomstige etentjes zullen nooit meer hetzelfde zijn.

Mooie herinneringen aan een mooi mens. Ik ga hem heel erg missen.

Rust zacht lieve Age

Sandra Klijn

met de Friends Of Patronaat (FOP Genootschap) bij Aangenaam Haarlem, 2018

Oef.. zojuist gehoord dat een van Haarlems grootste muziekliefhebbers/kenners Age Baars is overleden. Ik kende hem als een vriendelijke, goedlachse, enthousiaste man met een open blik op muziek en kunst. Ik voelde me zelf (als zanger van Grey Lotus en als DJ) altijd erg gesteund door zijn aanhoudende bemoedigende kritieken. Ik ga hem missen. Vooral als alles ooit weer open mag.

De muziekwereld kan voor mij soms als een moeilijk te navigeren zee voelen, waarin het onmogelijk is om te bepalen waar je heen moet zonder dat iemand je een beetje in de juiste richting stuurt. Dat ervaar ik zowel zo als uitvoerende muzikant als liefhebber. Dan helpt het heel erg om iemand te ontmoeten die op een bepaalde manier precies weet wat er gaande is, wat mooi is en welke afweging je moet maken. Ik heb in Haarlem een handjevol mensen die daar voor in aanmerking komen. Age Baars was één van hen. Als ik Age tegenkwam op de vrijdagavond, wist ik vaak onmiddellijk hoe de rest van het weekend eruit zou kunnen gaan zien. We deelden een bepaalde voorliefde voor spannende, grensverleggende muziek maar vooral ook voor alternatieve country en folk en gruizige rock zoals Sixteen Horsepower en De Kift. Age wist mij er zo ook van te overtuigen om Hallo Venray toch nog een nieuwe kans te geven. Geen slecht advies. Als muzikant was het enthousiasme van Age altijd iets wat net even voor dat vleugje hernieuwde vertrouwen in jezelf kon zorgen. Zijn optimisme en enthousiasme werkten aanstekelijk. Zo herinnerde hij me er met regelmaat aan waar het werkelijk om zou moeten gaan op momenten dat ik door de bomen het bos niet meer zag in het opzetten en organiseren van nieuwe muzikale projecten: namelijk de muziek zelf. Die voorliefde van muziek was bijna tastbaar als hij over de ontwikkelingen van het atoompodium of zijn randprogramma rond Oerol vertelde. Sinds de lente vorig jaar droomt iedereen ervan om terug te kunnen naar normaal. Maar voor ons als Haarlemse muziekwereld zal het zonder Age straks toch echt een heel andere ervaring zijn. Dankjewel Age, ik ga je missen.

Liefs,

Joost Verhagen (Grey Lotus)


Age Baars. In de jaren tachtig vaak in café de Tapuit op de Wagenweg te vinden, hij woonde in de buurt. Hij was ontzettend aardig, het was altijd fijn om met hem te praten. Over politiek, boeken, films en vooral over muziek.

Vanaf de jaren tachtig was Age ook altijd daar in Haarlem te vinden waar bandjes speelden. Of dat nu grote namen in de Grote Zaal van het Patronaat waren, of ‘nog nooit van gehoord maar je weet maar nooit’ bandjes in allerlei cafés, in kleine zaaltjes en op podia her en der in en rond Haarlem.

Age kende veel bandjes en bandleden, ontdekte ook altijd weer iets moois en als hij zei: daar moet je ècht deze week heengaan want daar speelt iets leuks, dan wist je wel zeker dat het die avond goed kwam. Met enorm veel plezier luisterde hij zelf naar live-muziek, en met een aanstekelijk enthousiasme. Zodat je, ook als het jouw smaak eigenlijk niet helemaal was, toch ging denken dat het best goed was, dat bandje.

Hij was optimistisch, altijd. Als hij zelf met tegenslag te maken kreeg ging hij ervan uit dat het vast weer goed kwam. Hij maakte zich meer zorgen om anderen dan om zichzelf.

Age had humor, was belezen, was een harde werker, een enorm betrokken vader, een trouwe vriend. Als je zoveel tijd en aandacht kunt besteden aan je grote liefde voor muziek en tegelijk al het andere niet verwaarloost, dan heb je een prachtige invulling aan je leven gegeven.

En gaan heel veel mensen je heel erg missen.

Matty Brokking

op het ‘hipste terras van Parijs’, 2019 (foto archief Age Baars)

Nou, nog ééntje dan

Age had vele levens. Een leven met zijn familie. Een leven met zijn werk. Een leven met het huiskamerorkestje waarin hij bas speelde. Een leven op Terschelling, zijn tweede thuis. Daar weet ik allemaal slechts zijdelings iets van. Daar kan ik weinig over vertellen. Ik kende Age vooral als muziekliefhebber en met name concertliefhebber.

Toen iemand mij vorige week, kort na het overlijden van Age vroeg wat mij het meest van hem zou bijblijven, had ik het antwoord ook onmiddellijk paraat: ‘aangenaam gezelschap’. (Je mag ook lezen: ‘Agenaam gezelschap’) Dat klinkt op het eerste gezicht misschien niet meteen als een ‘helden-classificatie’, maar dat is het wel degelijk. Mensen worden vaak geprezen om bijvoorbeeld sportprestaties of revoluties die ze ontketend hebben. Maar dan volgen er weer andere sportprestaties of revoluties die de eerdere doen vergeten. Bij aangenaam gezelschap is dat niet het geval. Dat blijft. Zelfs in de vorm van een herinnering.

In de vijfentwintig of dertig jaar dat ik Age gekend heb, was er nooit ruzie, zelfs geen stevige woordenwisseling. Dat is zeldzaam.

Terugblikkend kan ik de ruime kwart eeuw dat ik Age van redelijk dichtbij kende verdelen in drie periodes: De eerste periode is nog wat diffuus. Daarom heb ik het over 25 tot 30 jaar. Het is de tijd dat we elkaar steeds vaker tegenkwamen in het Patronaat. Beiden bovengemiddeld frequente concertbezoekers. Ik beroepsmatig, hij als muziekliefhebber. Biertje, praatje. ‘Ga je dan of dan ook naar die of die?’

Vervolgens belde ik hem steeds vaker als ik een extra kaartje voor een of ander concert had. Andere vrienden reageerden soms kritisch als ik hen uitnodigde mee naar een concert te gaan. Die vonden de artiest in kwestie niet zo interessant of hadden er nooit van gehoord . Of ze vonden een treinreis naar Rotterdam of Utrecht te ver. ‘Maar als je eens een kaartje voor Springsteen of The Stones over hebt, dan graag!’

Age was anders: die vond het gewoon leuk om naar iets toe te gaan wat hij niet kende: singersongwriter, levenslied, jazz, punk. Dat maakte niet uit. En extra leuk vond hij het om naar een concert op een speciale plek te gaan. In een kraakpand, een huiskamer, een fabriekshal, of op een boot. We hebben het allemaal gedaan. Natuurlijk had hij zijn voorkeuren: Smutfish, De Kift, André Manuel, Donnerwetter, Hallo Venray. Die steunde hij bij hun crowdfundingacties en om hen te zien en horen reisde hij stad en land af, ook zonder mij.

Als we na een concert rond middernacht, of later, weer in Haarlem aankwamen en door de Kruisstraat fietsten, dan was het vaste ritueel dat één van ons vroeg: ‘Nog eentje doen?’ En de ander antwoordde dan steevast: ‘Nou, ééntje dan!’

Vervolgens sloegen we dan linksaf de Ridderstraat in, naar café Lugosi’s.

Bij ééntje bleef het nooit.

Mijn derde periode met Age vond ik eigenlijk het mooiste. Toen hij minder ging werken en later toen hij met pensioen was en alle tijd aan zichzelf had. Hij ging mij steeds vaker vergezellen als ik voor een of ander schrijfklusje – of gewoon voor de leuk – naar het buitenland ging. Soms was er iets ‘officieels’ waarvoor we een ticket of accreditatie nodig hadden. Dan was Age mijn chauffeur – hoewel hij geen rijbewijs had – mijn ‘assistent’, of mijn fotograaf. Dan zwaaide hij wat met zijn smartphone. Zo kwamen we overal samen binnen.

Ik weet niet of Age alles leuk vond, maar wel dat hij heel veel dingen leuk vond waar ik ook van hield. En zo belandden we tot ons beider tevredenheid in de meest obscure hotelletjes, ver-onder-de-prijs pizzeria’s en dubieuze café’s waar anderen met een boog omheen lopen.

Niet dat hij mij in alles slaafs volgde. Als ik voor de derde achtereenvolgende dag dezelfde ondermaatse Mexicaan wilde binnen stappen voor weer een bijna-voor-niks nachoschotel, wees Age op zijn karakteristieke Age-wijze naar een aanpalend pand en zei: “Volgens mij is dat een niet-onaardig Indisch restaurantje” En natuurlijk gingen we daar dan heen en natuurlijk had hij gelijk. Dat is wat ik bedoel met ‘aangenaam’ gezelschap.

Juist tijdens die tripjes naar het buitenland werd ik mij bewust hoezeer Age plekken kon koesteren en mensen voor zich wist in te nemen. En iedereen die hem van Terschelling kent zal dat beamen, want zijn geliefde café De Vijfpoort aldaar was ook zo’n plek.

De één of twee keer dat hij meeging naar het Konfrontationen-festival in het Oostenrijkse Nickelsdorf, zat hij de eerste avond direct met de muzikanten aan de bar te keuvelen, alsof hij ze al jaren kende. De paar maal dat we samen in Parijs waren eindigden onze avonden steevast op het terras van het studentikoze café Aux Folies aan de Rue de Belleville, waar we zaten tot de laatste stoelen om ons heen opgestapeld waren. Dan praatten we over werk, onze kinderen, de wereld – kortom, over het leven. (Op de foto onder het stukje van Matty Brokking op deze Spaarnestroom zie je Age op het terras van Aux Folies)

Over onze uitstapjes naar Berlijn zou ik pagina’s vol kunnen schrijven, maar ik beperk mij tot één detail. Age werd er fan-voor-het-leven van de legendarische Kneipe Zum Goldenen Hahn in Kreuzberg, waar iedereen komt die in andere kroegen niet meer toegelaten wordt. Maar ook kunstenaars, muzikanten en buurtbewoners. Koffie wordt er niet geschonken en voor de enkeling die om een cola vraagt wordt in het beste geval zuchtend diep in de koelkast een flesje opgedoken dat steevast over datum is. De enkele toerist die toch een stap over de drempel zet en de 8o-jarige buurvrouw in panter-legging en Metallica T-shirt, de schaal met voor stamgasten gesmeerde boterhammen op de bar en de tafels vol lege flessen en volle asbakken ziet, maakt gelijk rechtsomkeert. Een plek waar alles kan zolang je maar lief bent voor elkaar. Age was thuis in Zum Goldenen Hahn vanaf de eerste keer dat hij er kwam. En ook daar wist hij iedereen voor zich in te nemen. Er wordt al Jaren gepoogd om het café op de werelderfgoed lijst te krijgen. Mocht dat lukken, dan is dat ook een eerbetoon aan Age

Ons laatste uitstapje, op 18 juli – drie weken voor zijn overlijden – was naar een concert in het Amsterdamse Occii. Daar speelde de nogal excentrieke Franse groep Oiseaux Tempête met voormalig Ex-zanger GW Sok als speciale gast. Het was een zit-concert – want coronatijd – en Age stelde iets minder vaak voor om nog een biertje te halen dan ik van hem gewend was. Maar dat realiseerde ik mij pas later.

Sok zong een heel leuk lied in het Nederlands, waarbij de groep een soort gekke folk speelde. “Werd het toch nog een beetje De Kift,” zei Age toen we na afloop naar de bus liepen. De zoveelste Agename avond samen. En de laatste, zou drie weken later blijken. Aangenaam gezelschap. Ik zal het missen, maar niet vergeten.

Peter Bruyn

‘Een vertrouwd beeld, muziekvrienden bij een concert’. (foto: archief Lidia Schoonderbeek)

‘Dromen van vliegen’, gevarieerde tentoonstelling van acht KZOD-leden in de Kloostergangen van stadhuis Haarlem

Het is alweer een tijdje toegestaan om de Kloostergangen binnen te wandelen. De Kloostergangen van stadhuis Haarlem welteverstaan, aan de Grote Markt. De plek waar elke zes weken wisselende tentoonstellingen te zien zijn (onder normale omstandigheden) van leden van de dit jaar 200 jaar bestaande kunstenaarsvereniging Kunst Zij Ons Doel. ‘Dromen van vliegen‘ heet de expositie die momenteel op werkdagen is te zien, waarbij acht KZOD-leden elk enkele kunstwerken tonen.

door Paul Lips

‘Zij wandelt door de wereld’, Arjan Bosch

Dromen van vliegen, daar dromen wij landrotten misschien stiekem zo nu en dan over. Het was op een zolderkamer in de Pijntorenstraat waar ik bij schoolgenoot Martien – februari 1977 – voor het eerst het complete album ‘Fly Like An Eagle‘ van Steve Miller Band mocht beluisteren, met een groepje vrienden en vriendinnen. In hogere sferen. ‘Let my spirit carry me’. Het titelnummer met voorafgaand dat ‘Space Intro‘, daar kregen we geen genoeg van. En na een aantal malen ‘tick tock tick doo doo doo’ klinken dan in een relaxte groove regels als:

I want to fly like an eagle

To the sea

Fly like an eagle

Let my spirit carry me

I want to fly like an eagle

‘Til I’m free

Oh, Lord through the revolution

Er zijn natuurlijk ontelbare voorbeelden van vogels in de kunsten, of mensen die graag het luchtruim zouden kiezen of hebben gekozen, al dan niet met zelf in elkaar geprutste vleugels op de rug. De fantasie-vliegtuigjes van de Zeeuwse illustrator/kunstenaar Wim Hofman zijn een genot om te zien. De ene keer ogend als papieren vouwsels, dan weer als kinderspeelgoed en soms totaal krakkemikkig.

Een andere kunstenaar die het fenomeen ‘vliegen’ tot een thema in zijn werk heeft gemaakt is Panamarenko (pseudoniem van Henri van Henwegen, 1940-2019). Allerlei modellen voor vliegtuigen, vliegende objecten of manieren om als mens door de lucht te kunnen zweven komen tot uitdrukking in de pop-art-achtige modellen en objecten. Aanvankelijk kon deze kunstenaar en zijn gedachtegoed mij niet al te zeer boeien, maar ik beloof dat ik via een bibliotheekboek kennis zal nemen van zijn gedachtegoed. Maar goed, nu over de tentoonstelling in De Kloostergangen.

Kunstenaars die tekenen met balpen. Van dat procedé ben ik tot nu toe nog niet erg onder de indruk. Misschien zou ik er aan moeten wennen. Van Miep den Haan zijn op zes kleine paneeltjes met balpen vervaardigde tekeningen te zien, die een mooi geheel vormen. Vooral het paneeltje met een draak-achtig monster uitmondend in een wezen en een grote voet, met op de achtergrond een niet herkenbaar gebouw, spreekt me aan vanwege het vloeiende lijnenspel.

De olieverfschilderijen van Arjan Bosch fascineren mij altijd wel. Zijn ‘Coronavogel, de grenzen van het bestaan‘ toont een grijs-gevederde die vanwege gekooide omstandigheden niet in staat is het luchtruim te kiezen. Gezien de verhoudingen komt het over als een fantasiedier, waarbij poot en nagels met een fraaie precisie zijn geschilderd. Nog intrigerender is ‘Zij wandelt door de wereld‘, waar een gevleugeld menselijke fantasiefiguur de kijker met één oog aanstaart. Blij gemaakt met een dooie mus?

Van de Heemsteedse Conny Vlasveld springt de ruitvormige ets ‘Joop‘ in het oog. Het is een gevleugelde mensfiguur die in het water lijkt te staan. Met een ironische blik beziet de figuur de kijker. Aan de overzijde van de ruimte hangt Vlasvelds acrylschilderij ‘Vleugel‘, een geabstraheerde vleugelvorm waarbij gloedvolle kleuren gedomineerd worden door het donker.

‘Mermaid playing with an orca whale’ (detail), Eiko Maruyama

Het thema ‘Dromen van vliegen‘ is door elk van de exposanten op een eigen wijze ingevuld. Soms letterlijk als gevleugelde figuren, zoals in de collages van Eveline Vos, soms als fantasieën over het vertoeven in de ruimte, zoals op de collages van Jolanda Kanters, die op een van de werken zelfs een compleet huis de ruimte in stuurt. Sprookjesachtig geschilderd zijn de werken van Eiko Maruyama. Op één ervan zwemt een groenharige zeemeermin met een orca (zwaardwalvis, familie van de dolfijn). Dik gepenseeld en sfeervol.

De prent ‘Big sky‘ van de Haarlemse Brit Mark Thatcher toont een figuur in een landschap bij een ondergaande zon, met bovenin het zwerk verschillende planeten en sterren, waarvan Saturnus herkenbaar is. Het is een ‘print met waterverf’ met fijne arceringen, waarbij de menselijke figuur naar het hoofd grijpt alsof hij of zij beseft hoe nietig we zijn in dit heelal.

Coby Kluitman werkt het thema op een geheel andere wijze uit. Zij schetst ‘Mensen in de wachtkamer, dromen van vrij er op uit gaan‘. We zien figuren, de meesten met een mondkapje, wachtend op wat er komen gaat. Ze zouden willen wegzweven uit een wereld die gedomineerd wordt door de coronapandemie. Spaarzame pastelkleuren zijn gecombineerd met de tekenstift, en het vermoeden bestaat dat er op sommige stukjes ook water en penseel aan te pas zijn gekomen. De enigszins ruwe toets en het schetsmatige aspect spreken me aan.

Al met al is ‘Dromen van vliegen‘ de moeite waard om met een bezoek te vereren. Hoewel driedimensionale kunst wat mij betreft welkom had kunnen zijn bij deze expositie, zijn de verbeelde zielenroerselen interessant genoeg om deze KZOD-tentoonstelling in De Kloostergangen met een bezoekje te vereren.

KZOD-tentoonstelling ‘Dromen van vliegen’ met werk van Arjan Bosch, Conny Vlasveld, Coby Kluitman, Mark Thatcher, Miep den Haan, Jolanda Kanters, Eiko Maruyama en Eveline Vos. Kloostergangen stadhuis, Grote Markt 2. Geopend op werkdagen tussen 8.00 en 17.00 uur. Tot en met vrijdag 3 september 2021.

Docent Heike Fein kiest voor het vak van leefstijlcoach en gaat werken aan jouw nieuwe ‘ik’: ‘maar jíj bepaalt het, ik geef adviezen’

Tijd voor een duurzame verandering van uw huidige leefstijl? Bij Vastbesloten werken wij samen aan uw nieuwe ‘ik’. Met deze woorden opent de nieuwe website van Haarlemse Heike Fein, die een switch heeft gemaakt in haar carrière: van docent Duits en Culturele Kunstzinnige Vorming tot leefstijlcoach. ‘Ik ga je niks voorschrijven, want jíj bent de regisseur van het proces’, aldus Heike.

door Paul Lips

Heike Fein

Daar word je vandaag de dag natuurlijk mee doodgegooid, met leefstijlcoaches in alle soorten en maten. Maar het is wel degelijk een serieus beroep, legt Heike Fein uit. Ze deed een opleiding tot leefstijlcoach, aangezien het om betaalde zorg gaat. “Als je de opleiding hebt voltooid moet je ook aangesloten zijn bij de Beroepsvereniging Leefstijlcoaches (BLCN).”

Ze was verbonden aan de Schoter Scholengemeenschap en Lyceum Sancta Maria, als docent Duits en docent Culturele Kunstzinnige Vorming (CKV). Ook werkte ze mee aan de ontwikkeling van leergangen en lesmateriaal. Toch vond de Haarlemse het als 59-jarige wel eens tijd voor een verandering, een sprong in het diepe. ”Maar het lesgeven heb ik altijd met veel plezier gedaan hoor. Ik heb mooie reacties gekregen van leerlingen. Eentje vond mij ‘de beste lerares Duits’, en een andere leerling is zelf óók leraar Duits geworden. Zelf zocht ik naar nieuwe mogelijkheden, en het feit dat ik van huis uit ook fysiotherapeute ben steunde me in de gedachte dat ik iets voor mensen kan betekenen. Dus ik ben een eigen praktijk onder de naam Vastbesloten begonnen, en doe sinds een jaar ook stoelyoga-sessies voor een groep van oudere mannen en vrouwen in Sint Jacob in de Hout.”

Maar stel nu dat ik – hypothetisch – regelmatig hard loop en daarbij het gevoel heb dat mijn hart veel te hard tekeer gaat… wat zou dan je advies zijn?

“Dan zou ik als eerste zeggen: ben je bij je huisarts geweest? Want ik ben coach. Geen therapeut, en ook geen arts. Een coach begeleidt mensen. Als ik het niet weet stuur ik je naar de specialist. Nadat je met de huisarts hebt gesproken kun je dan bij mij terugkomen. Want ik kan jou niet zo maar een beweegprogramma opleggen. Dus ik zou vragen: wat doé je momenteel aan beweging? Hoe groot is je rondje? Hoe lang loop je? Op welke momenten van de dag? Als je over één kilometer een half uur doet… dan zit daar natuurlijk een discrepantie. Als je dan merkt dat je last krijgt van pijn op de borst zou ik je aanraden om een ECG (hartfilmpje) te laten maken.”

En als ik dan na het hardlopen ‘s avonds neerplof op de bank en vlak voor het slapen gaan nog even wat litertjes cola wegtik en de koelkast plunder?

“Tja, ik kan me voorstellen dat je dan niet zo makkelijk in slaap komt. De vraag is: wát wil je veranderen? Wat kún je veranderen? Kun je kleine veranderingen bewerkstelligen. Na tien uur niets meer eten. De cola laten staan. Want wat je na tien uur ‘s avonds bunkert wordt als vet opgeslagen. Daar valt veel over te lezen, over wanneer organen actief en niet actief zijn. Ik zeg niet: jij moét dit doen. Ik ga jou niks voorschrijven. Jij bent de eigenaar van het proces. De regisseur van je lichaam. Ik sta er bij. Ik kan stimuleren, soms confronteren. Het fenomeen ‘obesitas’ zit trouwens heel ingewikkeld in elkaar. Dat is ook een hormonaal probleem. Ik woog in een bepaalde periode zelf ook veel te veel. Stress, stress, stress. Stress verhoogt cortisol. Cortisol verhoogt insuline, insuline maakt dik. Niet genoeg slapen zorgt voor stress. Dat zorgt voor een vicieuze cirkel.”

En wat is in het algemeen iets om aan te raden?

“Dan zeg ik: ga joggen, dat is nét iets sneller dan wandelen. Zo’n iets steviger stapje zoals de militairen doen. Dat kun je lang volhouden. En ik raad aan: ga naar buiten. Dat groen alleen al. Dat geeft een goed gevoel. Gun jezelf om weg te gaan van de stress, de drukte en maak ruimte voor mindfulness. ”

De liefde heeft je in Haarlem doen belanden. Waar kom je oorspronkelijk vandaan?

“Uit Koblenz in Duitsland. Daar waar Rijn en Moezel bij elkaar komen. Ik heb indertijd samengewerkt met Nederlandse fysiotherapeuten, dat was rond 1985/’86. Zo kwam ik in Amsterdam terecht. Eerst studeerde ik geneeskunde in Aken, maar de snijzaal zag ik niet zitten. Daarom koos ik er voor om me te bekwamen in het vak van fysiotherapeut. Maar als fysiotherapeut kwam ik niet aan de bak! Dus deed ik de lerarenopleiding Duits en ook Kunst, Cultuur en Educatie (vrije studierichting van de tweedegraads lerarenopleiding Geschiedenis). Zodoende kon ik naast docent Duits ook als docent CKV aan de slag. Maar stilletjes had ik gehoopt dat ik bij een educatieve dienst van een museum zou kunnen werken. Teylers Museum bijvoorbeeld. Maar dat lukte niet, qua personeel zaten al die musea potdicht.”

Tot slot, heb je bepaalde favoriete kunstenaars?

“Ik ben vooral gefascineerd door het verhaal achter een schilderij of een gebouw. Iets wat je misschien helemaal niet had verwacht. Maar doordat je het concept leert kennen, leer je het verhaal achter het kunstwerk of het gebouw kennen. Dus niet per se het feit dat het een Rembrandt, een Van Gogh, een De Kooning of een Anton Heyboer is. Of zitten we nu bij een gebouw van Rem Koolhaas in Amsterdam of in een totaal zwarte doos? Het verháál er achter, dat interesseert me. En dat is wellicht ook weer de link naar taal. Maar ik kan zowel genieten van de langgerekte eierhoofden van Jan van Eyck als van de wat donker ogende schilderijen van George Hendrik Breitner en de Amsterdamse School.”

Jan van Eyck, Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw, 1434 (National Gallery, Londen)

De praktijk van Heike Fein berust op twee pijlers: leefstijlcoaching en studiebegeleiding. Meer informatie vind je op de website:

www.vastbesloten.com

Heike Fein | LinkedIn