ATELIERGESPREK: DE WERELD VAN MELI KUHN

Haarlemse Meli Kuhn was al bekend van haar dansgroep en haar intrigerende films. De laatste jaren profileert ze zich steeds meer als beeldend kunstenaar. Maar niet alleen in Haarlem, eigenlijk  veel meer buíten de Spaarnestad. Hoogste tijd voor een gesprek in haar atelier, in Nieuwe Vide aan de Minckelersweg.

Zo’n vier jaar geleden speelde Kuhn zich in de kijker met haar films ‘Wurzel’ en ‘Mangel’. Daarnaast waren er optredens van haar eigen Tanztheater Meli Kuhn. Niet zo’n Haarlems kliekje, maar een internationaal gezelschap met dansers uit onder meer Roemenië, Rusland en Spanje. Tijdens repetities van haar dansgroep maakte ze al schetsjes. Ze deed een docentenopleiding aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en trad langzaam met haar werk naar buiten. Ze raakte in contact met iemand die exposities organiseerde en stelde ten toon bij Loods 6, een creatieve plek in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam.

Een verbreding richting het maken van beeldende kunst. Hoe ging dat?

,, Tijdens mijn eerste exposities in Duitsland durfde ik mijn werk eerst bijna niet op te hangen. Zo kwetsbaar voelde ik me omdat ik het gevoel had dat ik mijn ziel bloot stelde. En toch is daar de wens je werk aan de wereld te laten zien… Vreemd toch? Al de enthousiaste reacties maakten mij ontzettend blij en daar ben ik erg dankbaar voor. Iemand zei me dat ik ‘het hart geraakt’ had. Ik hoefde eigenlijk niet lang te zoeken naar wat ik wilde uitbeelden. Dat gevoel was er al. Bij mijn andere kunstvormen was ik namelijk ook al op zoek naar de meeste krachtige uitdrukkingsvorm van mijn binnenleven. Omdat ik in Nederland woon, zou ik het ook fijn vinden als mijn kunst hier gezien wordt.”

Je maakt je werken op oud papier. Hoe kom je daar aan?

,,Dat oud papier verzamel ik en haal dat overal vandaan. Het idee dat iets ouds en misschien niet meer bruikbaar een nieuw leven krijgt vind ik een mooie gedachte. De kringloop van het leven… Een tijd terug kreeg ik van een antiquariaat oud braille-papier, van rond 1800. Omdat ik graag wilde weten wat erop stond ben ik zoek gegaan naar iemand die het voor me kon lezen en ontmoette zo Tina, een blinde dame. Het was een heel bijzonder moment toen zij mij voor ging lezen van dit oude papier. Het zijn zangoefeningen van een Franse meisjesschool.”

,,Overigens is het verliezen van het gezichtsvermogen voor mij als kunstenaar een grote angst. Daarom ben ik nu bezig met een zogeheten ‘blindenproject’. Ik ben bezig met te onderzoeken hoe ver je kunt gaan als schilder. Schetsen zonder te zien wat je doet. Je raakt totaal je oriëntatie kwijt , en toch ontstaat er iets heel moois.”

Met welke materialen werk je?

,,Van alles. Inkt, aquarel, gouache, allemaal fijn om mee te werken. Olieverf heb ik onlangs ontdekt. Dat is een soort boetseren met verf. Je bouwt het echt op. Een puur materiaal, waar je ook in kunt vegen of wegschrapen, en dingen laag voor laag kunt opbouwen. Het hoeft niet makkelijk te gaan.”

Veel vrouwen bevolken je kunstwerken…

,,Heel veel fantasiefiguren. Thuis waren we met vijf meisjes. Vijf zussen. We hebben een innige band. Dus vanuit dat gegeven krijg ik inspiratie. En omdat ik altijd een deel van mezelf in mijn werk verwerk, is het logisch dat het vrouwen zijn. Vandaar ook dat mensen vaak denken dat ze mij in het werk herkennen. Maar er zijn ook mannen te vinden in mijn werk, absoluut!”  

,,Laatst heb ik trouwens een eerste natuurschets gemaakt. Dat wil ik ook onderzoeken. Ik werk echt in fasen. De ene keer ben ik met dit bezig, de andere keer met dat. Ik ben een fan van Paul van der Steen. Een hele goede leermeester. Hij maakt ook van die schetsboekjes. Helaas is hij verhuisd uit Haarlem.”

En dan overal exposeren, behalve in Haarlem?! Why?

,,Tsja. Zo is dat gegaan. Inmiddels zijn er vaste exposities in Duitsland waar ik aan mee doe en heb ik een fijne groep kunstenaarsvrienden daar.  Eind november exposeer ik bij galerie Grimm in Magdeburg en ook in Galerie Klose in Essen, tijdens de Eindejaarsexpositie ‘Zeitzeichen’.  Maar ook in de Eusebiuskerk in Arnhem, als onderdeel van Art Arnhem.”

Je hebt een nieuwe film gemaakt, ‘Helena’. Wat kun je er over vertellen? 

,,’Helena’ heb ik samen met mijn nichtje Teresa Kuhn, die cameravrouw is, gemaakt. Dat was een ontzettend fijne samenwerking. Ali Helnwein heeft weer de muziek voor de film gecomponeerd, net als bij ‘Wurzel’. Ik houd ontzettend van de manier waarop hij mijn films met zijn muziek benadert en er een extra dimensie aan geeft. De film ging afgelopen jaar in première tijdens Cinedans in Amsterdam. Daarna verdween de film in de la en nu dus pas openbaar te zien.” 

,,Ik vind het altijd het mooist als de kijker helemaal vrij zijn eigen invulling, gevoel en voorstelling kan maken van wat hij beleeft bij het kijken van mijn film. In de film zien we een vrouw, Helena, eenzaam in haar zielloze huis. Steeds weer verschijnt vaag een andere vrouw in beeld – haar verborgen binnenkant. Aan het eind omhelst zij deze ‘donkere’ kant van zichzelf.  Ik wilde een groot gemis binnen in jezelf verbeelden, iets wat je kunt voelen maar ook lief kunt hebben. Enfin… kijk zelf maar…!”

Een prachtig atelier op een prachtige plek. Uitzicht op dat krot van een gebouw. Totaal verwaarloosd. Maar er schijnt verbetering in aantocht te zijn.

,,Met allerlei vogels die in en uit vliegen daar. Helaas moeten we verhuizen. Nieuwe Vide moet er uit en elders onderdak vinden. Daarom wil ik bij dit interview graag het filmpje laten zien dat is gemaakt. Het is jammer, want dit is een hele inspirerende plek.”

Tot slot vragen we altijd naar muziek waar je van houdt. Met een clip die je hier graag bij zou zien.

,,’Missa Criolla’. Met deze muziek ben ik opgegroeid. Mijn ouders zijn, toen ze rond de dertig waren vanuit Argentinië naar Duitsland verhuisd en hoorden wij veel Argentijnse muziek thuis. Het is een muziek die mij een gevoel van ‘Heimat’ geeft en mij ter gelijke tijd op een heel bijzondere manier ontzettend diep raakt.”  

INTERVIEW: PAUL LIPS

FOTOGRAFIE: REMCO VAN DER KRUIS

https://www.melikuhn.com/

MODEJOURNALIST NATASJA ADMIRAAL OVER HET BOEK ‘TRANSFORMERS’ VAN ONTWERPER CLAES IVERSEN

‘Transformers’ is de titel van een wonderschoon vormgegeven boek over het werk van ontwerper Claes Iversen. Iversen is naast ontwerper ook actief als beeldend kunstenaar, en maakt schilderijen en interieurontwerpen zoals vloer- en wandkleden. Het boek is in beperkte oplage – 2000 exemplaren – verschenen bij uitgeverij Waanders & De Kunst. De Haarlemse modejournalist Natasja Admiraal schreef de tekst. Tijd voor tekst en uitleg bij een cappuccino.

door Paul Lips / beeld: Claes Iversen/Natasja Admiraal

Natasja, ik begrijp dat ik de naam van Claes Iversen eigenlijk verkeerd uitspreek?
,,Eigenlijk is het ‘Clees’. Claes is van Deense afkomst, dus zijn voornaam spreek je officieel uit als ‘Clees’. Zelf maakt het hem eigenlijk niet zo veel uit, hoor.”

Je volgt de ontwikkelingen in de mode op de voet en schrijft al geruime tijd voor modebladen, maar ook voor andere magazines. Consciëntieus geschreven stukken met een flinke lengte, waarvoor je ook regelmatig reizen maakt…
,,Tijdschriften met een bewaarfactor, in Nederland en België. Dan is het een mooie stap om het gebied te vergroten naar boeken. Achtergrondverhalen die beklijven. Claes wil met zijn nieuwe collectie een groot publiek bereiken en koos daarom voor een multidisciplinaire presentatie. Dit kunstboek is daar onderdeel van.”

Natasja Admiraal bij de opening van de tentoonstelling ‘Mode in Kleur’ in het Kunstmuseum Den Haag

Ik begrijp dat je gevraagd bent om de tekst van dit boek te schrijven. Hoe was dat voor jou?
,,Half juli rinkelde de telefoon en werd me de vraag voorgelegd. Een enorme eer! Ik ken zijn werk, en we hebben allebei de kunstacademie in Den Haag gedaan. Niet tegelijkertijd overigens. Toen hij afstudeerde begon ik net in het eerste jaar van de modeafdeling. Een ontwerper die ik bewonder vanwege zijn vakmanschap. Ik heb een aantal gesprekken met hem mogen voeren, zo kon ik me verder verdiepen in zijn universum. De samenwerking met de uitgever, het team van Claes en vormgevers Ton Hoogerwerf en Dennis Koot verliep uiterst inspirerend. Het is een prachtig koffietafelboek geworden.”

Wandkleed van Claes Iversen

Opvallend is de lange vorm van het boek, er staan niet alleen modefoto’s in maar ook schitterende kunstwerken in een minimalistische stijl…
,,Ontwerpers tekenen hun ideeën vaak op een manier waarbij de modellen heel lang ogen, met overdreven proporties dus. Deze proporties kun je in werkelijkheid nooit op die manier terug laten komen. Dus heeft Claes zijn modellen op onzichtbare sokkels geplaatst, waardoor er heel langgerekte silhouetten ontstaan. Vandaar dat de vormgevers hebben gekozen voor een langwerpig formaat van het boek. Het naast elkaar beoefenen van kunstdisciplines is kenmerkend voor Claes. Hij deelt zijn dagen zo in dat hij tijd heeft om te schilderen. In die schilderijen draait het om het lijnenspel en de vlakverdeling. Couturetechnieken – zoals borduren – past hij ook toe op zijn wandkleden en schilderijen.”

Wat is ‘Transformers’ voor een collectie?
,,Claes is voor deze collectie uitgegaan van vijf archetypische kledingstukken: de sweater, het overhemd, het pak, de trenchcoat en de Litte Black Dress. Deze iconische items transformeren in vier stappen tot geëvolueerde versies. Voor de presentatie koos hij voor een expositie in hotel MAI aan de Geldersekade in Amsterdam. Dus geen traditionele catwalkshow, maar een multidisciplinaire installatie, met geëxposeerde kleding, schilderijen, wandkleden en een modefilm. Een eigentijdse manier van presenteren.”

uit het boek ‘Transformers’

Hoe ging je te werk bij het schrijven van de teksten?
,,Je maakt zo’n boek met een team. In samenspraak zijn we tot vijf thema’s gekomen voor de hoofdstukken: ‘Volume‘, ‘Beweging‘, ‘Kleur‘, ‘Lijn‘ en ‘Vorm‘. In het hoofdstuk ‘Vorm‘ bijvoorbeeld wordt beschreven hoe Claes speelt met het gegeven van de ‘Litte Black Dress’. Een tijdloos kledingstuk, waarover Coco Chanel ooit heeft gezegd dat iedere vrouw er minimaal één in de kast zou moeten hebben hangen. Dat zwarte jurkje kent veel verschijningsvormen. Je kunt ‘m heel casual dragen of naar werk. Mooie sieraden erbij en je bent klaar om naar een feestje te gaan. Het is chic, maar ook een beetje veilig. Claes stelt zichzelf de vraag: waarom moet dat jurkje nu eigenlijk altijd zwart zijn? En combineert het vervolgens met de kleur hard-roze. Dus in feite breekt-ie het concept af. Hij transformeert het.”

uit het boek ‘Transformers’

Nu ik je zo door het boek zie bladeren merk ik dat je het zelf ook prachtige ontwerpen vindt…
,,Kijk hier, wat Claes doet met ruches en revers, ja dat vind ik bijzonder. Kijk hier, bij dit broekpak. Een knipoog naar Le Smoking, oftewel de vrouwensmoking. Yves Saint Laurent is daar onder meer bekend mee geworden. Claes heeft als ontwerper eigenlijk een klassiek handschrift, maar voegt daar vaak onverwachtse elementen aan toe. Een dissonant. Bij dit ontwerp heeft-ie weer Escher-achtige figuratie toegepast. Heel grafisch. En hier gebruikt-ie dan ineens weer van die fel-oranje spanbanden.”

Als kunstliefhebber vind ik ook zijn schilderkunst en wandkleed-ontwerpen bijzonder. Het minimalistische daarvan doet me zelfs enigszins denken aan het Spaarnestroom-logo dat kunstenaar TRIK voor ons heeft ontworpen…
,,Het lijkt er inderdaad wel wat op! Het mooie van die schilderijen vind ik dat hij aparte kleuren gebruikt. Kleuren waar een beetje ‘viezigheid’ in zit, zo omschrijft Claes het zelf. Het schuurt een beetje. Neem dat bruin, grijs en blauw dat hij in dat wandkleed gebruikt. Die veelzijdigheid, dat interdisciplinaire spreekt mij persoonlijk erg aan.”

‘Transformers’ is verschenen bij Waanders & De Kunst, prijs € 31,50 ISBN 9789462623132

https://claesiversen.com/

https://www.waandersdekunst.nl/claes-iversen.html

https://www.natasja-admiraal.com/

WAT INSPIREERT… EVA DURLACHER

Haarlemse Eva Durlacher is beeldend kunstenaar, trainer en coach. Ze is bekend van Gouden Boeken, een kunst- en cultuurproject waarmee mensen meer uit hun leven kunnen halen door beelden, verhalen en gevoelens te tekenen. Dit doet ze in samenwerking met Debbie Claassen-Kramer. Het resultaat is inmiddels dat er meer dan honderd goudenboeken zijn gemaakt in Haarlem en omgeving. Ieder een eigen, visueel levensboek.
Daar willen we meer van weten, dus hoog tijd voor een koffie op het zonovergoten terras van Spaarne 66, pal naast de Melkbrug. Detail: Eva prefereert koffie met ‘havermelk’.


door Paul Lips

Hoe is de stemming?
,,Goed… De laatste maanden hebben we vanwege de crisis eerst uit noodzaak zoomsessies gedaan. Maar dat was juist ook bijzonder om te doen. Vanuit allerlei plekken waren mensen vanuit hun huis aan het tekenen over hun leven en boeken aan het maken, vanuit allerlei kamers in Haarlem. Het werkt als en soort middel om elkaar te ontmoeten op de meeste onverwachte manier, middels herinneringen die mensen van elkaar herkennen, en dit helpt ook om een gevoel van eenzaamheid te voorkomen. Na zo’n sessie gaat iedereen dan weer op zichzelf verder met tekenen. Op een gegeven moment wilden er ook mensen uit het buitenland meedoen. Iemand uit Berlijn, en iemand uit Italië. Verhalen werken verbindend. Vanwege de verscherpte coronamaatregelen gaan we de komende tijd opnieuw zoomsessies doen”


Momenteel dus zoomsessies vanwege de verscherpte coronamaatregels. Maar hoe werkt het als de bijeenkomsten weer in het echt mogelijk zijn?
,,Dan gaan we naar de ruimte van Mooizooi, aan de Zwemmerslaan/Terschellingpad in Molenwijk, Schalkwijk. Een groot voormalig schoollokaal met genoeg ruimte om op anderhalve meter van elkaar te kunnen zitten. Er kunnen tien deelnemers per sessie meedoen. Ben je daar wel eens binnen geweest? Het is een ruimte die creativiteit opwekt. We hopen trouwens ook weer aan de slag te gaan in De Ringvaart in Schalkwijk, en in Schoterhof in Haarlem-Noord.”

Je bent betrokken bij het context-programma rond de komende voorstelling ‘Drie Zusters’ van Toneelschuurproducties, in regie van Eline Arbo. Daar zijn een aantal vrouwen van uiteenlopende leeftijden gevraagd om zich te verdiepen in de vraag: ‘waar was jij rebels of moedig en gaf je gehoor aan datgene waar je van droomt of voor wil strijden?’…
,,Daarvoor ben ik inderdaad gevraagd. Om het hele project te starten met een tekenopdracht. Zo’n toneelstuk is iets tastbaars waar veel mensen zich in kunnen herkennen. Het stuk gaat over zusters die blijven hangen in lethargie, die dromen maar niet in actie komen. Tijdens dat context-programma wordt de vraag opgeworpen: ,,Waar ben je rebels geweest, of had je een durf of moed, wat je omgeving niet van jou verwachtte? Rebelse acties met verandering tot gevolg. Als je durf toont heeft dat soms een domino-effect op je hele omgeving, en kun je verandering bewerkstelligen.”

Hoe gaat zo’n tekensessie in z’n werk?
,,We maken eerst een lijstje met associaties. Associaties die belangrijk kunnen zijn, maar soms ook onbelangrijk. Bijvoorbeeld associaties rond herinneringen over je gewoontes met betrekking tot het opstaan ‘s ochtends. Het zijn vaak niet van die ‘kijk mij eens-verhalen’. Vaker is er sprake van ‘verlegen verhaaltjes’, dingen die onbelangrijk leken. Dan gaan we tekenen. Veel mensen zeggen vaak: ik kan niet tekenen. Maar juist dat onbeholpene geeft een bepaalde kracht. Zo’n tekening maak je binnen ongeveer anderhalf uur. Tijdsdruk hoort erbij. Uiteindelijk leveren al die tekeningen een boek op. Een Gouden Boek.”

Waar groeide je op?
,,In Amsterdam, Amstelveen en Haarlem Zuid-West. Duinwijk, aan de andere kant van de Randweg, vlakbij landgoed Elswout. Een beetje een tuttige omgeving. Ik ging naar het ECL, een leuke school. En ik was altijd te vinden in de Toneelschuur en bij toneelworkshops, zoals die van Rieks Swarte. Toneel had mijn interesse. Ik ging ook naar De Brakke Grond, en heb nog een tijdje als kok gewerkt in het Shaffy Theater in Amsterdam. Een bruisende tijd, met het Festival of Fools en zo. De Gentse Feesten bezocht ik graag, of de Boulevard of Broken Dreams. Voorstellingen van theatergroep Radijs, met Josse de Pauw en Eric de Volder. Hauser Orkater met de legendarische muziektheatervoorstelling ‘Zie de mannen vallen‘. In Amsterdam deed ik de audiovisuele vormgeving aan de Rietveld Academie. Een mix van theater en beeldende kunst spreekt me nog altijd aan. Samen met de regieopleiding maakten we toen absurde visuele voorstellingen.”

De belangstelling voor buurtprojecten groeit. Eerder was je ook al betrokken bij ‘Het Verhalenboek van de Vijfhoek’, waar een expositie in de Doelenzaal van de bibliotheek uit voortkwam. Hoe verklaar je dit succes?
,,Ik noem het de democratie van de overgeslagen verhalen. Het is mooi om bijvoorbeeld ouderen een podium te geven. En dan oog te hebben voor de mensen die eerder tijdens hun leven niet een podium hebben gekregen.. Als je creatief aan de slag blijft word je daar gelukkig van. En je blijft wakker. Het is ook een manier om eenzaamheid bij ouderen tegen te gaan. Ik heb allerlei ideeën voor culturele evenementen in die sfeer. Daarbij wil ik dan jong en oud met elkaar verbinden.”


Tot slot, van welke muziek hou je, welke clip kunnen we bij dit interview plaatsen?
,,Ik hou heel veel van klezmer- en zigeunermuziek. Zangeres Shura Lipovsky is een vriendin van me en trekt met haar ensemble Novaya Shira door Europa met jiddische liederen, poëzie en verhalen.”

Website Eva Durlacher: http://www.goudadertraining.nl

Project Gouden Boeken/Gouden Verhalen: https://goudenverhalen.nl/

JACO VAN DER STEEN OVER ZIJN NIEUWE MUZIKALE PROJECT: THE DASHBOARD DANGLERS

Haarlemmer Jaco van der Steen is een muzikale duizendpoot. Altijd bezig met muziek. Opnemen in zijn eigen studio, componeren, optredens op grote of kleine podia. Inmiddels zo goed en zo kwaad als het gaat onder de veranderende omstandigheden. Toen hij meldde dat hij bezig is met een splinternieuwe band – stijl: country en americana – wilden we daar uiteraard alles van weten.

Een tijdje terug kwam ik Jaco van der Steen tegen op straat. We wonen bij elkaar om de hoek. ,,Binnenkort heb ik nieuws voor je!”, riep hij. Altijd leuk natuurlijk voor Spaarnestroom. Vervolgens brak de coronacrisis uit en werd het stil. Tot enkele weken geleden. Toen fietste Jaco weer door de straat. Met – gezeten in de bak van de bakfiets – zijn geliefde. Het tafereel zag er vrolijk en gezellig uit. ,,We gaan afspreken!”, zei Jaco. Zo geschiedde. Dus meldde ik mij op een maandagmiddag bij de studio in de Kennemerstraat.

Aanleiding vormt de lancering van de band The Dashboard Danglers. Volgens de informatie op Facebook: ‘country, americana, pop/rock and originals from the Dutch Westcoast’. Dat roept direct vragen op. Wat is dat voor ensemble? Er staan optredens geboekt in het land, hoe gaat dat allemaal gebeuren onder deze ingewikkelde omstandigheden?

,,Toen we met The Dutch Eagles aan de plaat ‘Even Weg‘ van Boudewijn de Groot werkten, merkte ik al dat ik steeds meer plezier kreeg in het zelf schrijven van nummers. Die zou ik dan ook graag op het podium ten gehore willen brengen. Bij The Dutch Eagles ben je altijd gebonden aan het repertoire van The Eagles. Geweldig materiaal natuurlijk, daar niet van. Vooral ook qua samenzang. Maar uiteindelijk wilde ik een andere richting op.”

,,Op een gegeven moment deed ik met Rebecca Bakker een klein liedjes-programma. Rebecca is een actrice en schrijfster. Dat was tijdens het WoudeWoude Festival. De Woude is een eiland bij het Alkmaarder- en Uitgeestermeer. Een soort mini-dorpje met weilanden en boerderijen. Wij traden daar op in een schuurtje. Onze stemmen samen pasten als een handschoen. De reacties die we kregen waren enorm enthousiast.”

,,Ondertussen had Boudewijn de Groot me een Engelse tekst gestuurd die hij had geschreven, ‘Hollywood Blizzard‘. Daarin had hij zijn herinneringen aan een avond beschreven, waarin hij in een etablissement was waar een stripteasedanseres optrad. En daar prompt mee in gesprek raakte. Dat is een Eagle-esk liedje in americana-stijl geworden.’

,,Vast stond dat ik duetten wil zingen met Rebecca. Maar ik ben ook een echte bandmuzikant en houd erg van mooie meerstemmige zang, dus ik wilde een nieuwe band erbij. De formatie van de band ging achteraf gezien best snel. Ik heb echt een top-clubje nu: Martin Bakker speelt bas, Leon Klaasse op slagwerk. Marcel de Groot op gitaar. En ze zingen ook allemaal!’’

Marcel de Groot? Dé Marcel de Groot?? Die zulke mooie dingen deed toen hij deel uitmaakte van het ensemble rond Maarten van Roozendaal?

,,Ik sprak Boudewijn en die zei tegen me: ‘Waarom vráág je hem niet gewoon?’ Toen bleek dat Marcel gewoon wel weer zin had om in een bandje te spelen. Meestal was hij gast in gelegenheidsprojecten, of trad hij solo op.”

Op het album ‘Even Weg’ van Boudewijn de Groot is ook de invloed van country en americana duidelijk te horen…

,,Van die plaat zijn toch nog tienduizend exemplaren verkocht. Een godswonder. Dat nummer ‘De Stoet‘ heeft een beetje de sfeer van dat zingzeg-lied van de Rolling Stones, ‘Faraway Eyes‘. Als we in de auto zitten vragen mijn dochters altijd: ‘mag Boudewijn op?’ Het lied ‘De Boom‘ is hun favoriet. Ik was trouwens aanwezig bij een van die concerten die The Kik in Ahoy Rotterdam deed en waarbij ze de bekendste platen van Boudewijn integraal speelden, met orkest. Ik zat op uitnodiging van Boudewijn helemaal vooraan. Al die nummers kwamen voorbij: ‘Het Land Van Maas En Waal‘, ‘Meester Prikkebeen‘ enzovoort. En als dan aan het einde van de avond de Meester zelf nog even opkomt met zijn gitaar om nog even mee te doen, dan doet dat wel wat hoor.”

The Dashboard Danglers zijn te boeken en hebben een speellijst. Hoe moet dat nu, in deze tijd?

,,Onze muziek is geboekt in middenzalen. ‘Take Me Home’ heet de tour. We gaan nu vanwege de corona twee keer op een avond een ruim uur optreden met wisselend publiek. Steeds ongeveer 100 mensen. Ik denk dat we dat eenvoudig moeten houden, gewoon de band op Perzische tapijten. Het wordt geen vetpot, komend seizoen. Maar ik ben al lang weer blij dat we kleinschalig kunnen beginnen met optredens.’’

“Onze single ‘Simple As That’ is deze week uitgekomen en wat ook nog leuk is om te melden: samen met een lokale producent van hele stoere mondkapjes brengen we binnenkort het eigen nummer ‘Corona Days‘ met een videoclip uit. Om dat te promoten gingen we ook een leuke samenwerking aan met een dansschool in Amsterdam en die hebben er een ‘line-dance’ bij gemaakt. Dat hebben we gefilmd op ‘Het Stenen Hoofd’, buiten aan de oever van het IJ afgelopen zondag. Binnenkort, half oktober, lanceren we de video.

Je bent een soort van duizendpoot, altijd bezig met muzikale projecten en componeren…

,,Oh ja, dit is ook nog leuk om te vertellen: ik heb nu als componist een hit met het nummer ‘Eén keer’ van van zanger Tino Martin, dat ik samen met Marcel Schimscheimer schreef. Het staat op de nieuwe plaat ‘Voor iedereen’. Dat lied kwam 25 september uit en stond al binnen 5 dagen op meer dan 30.000 views op Youtube…dus dat is wel een opsteker in deze tijden.”

Aan het slot van een gesprek vragen we meestal om een persoonlijk favoriet nummer met favoriete clip. Wat is die van jou?

,,The Rubettes! ‘Sugar Baby Love‘. Die gasten waren hartstikke goed, daar was ik als jochie fan van. Ze hebben wel tien hitsingles gehad. Miljoénen exemplaren verkocht, En ik heb ze zelfs nog een keer live zien optreden. In Baarle-Nassau, bij Tilburg. Bijna in de originele bezetting. Toen ‘Sugar Baby Love’ langskwam heb ik helemaal vooraan mee staan zingen met mijn grote helden. Ik was weer tien jaar oud die avond. Na het optreden – in zo’n foeilelijke witte tent – ben ik nog backstage gegaan. Die bassist wees op mij en zei tegen de anderen: ‘that’s the guy with the voice’. Een tópavond!”

INTERVIEW: PAUL LIPS

FOTOGRAFIE: REMCO VAN DER KRUIS

The Dashboard Danglers

Dancing Cowboys

Zinderende vernissage in Spaarndam door Bennink & Roelofs

Velen zullen de kleine sensatie kennen van een muntstuk dat je op z’n kant op tafel zet, om vervolgens met duim en wijsvinger in één beweging (van je af) rond te laten draaien. Het draaien en het geluid van het metaal dat zich langzaam een verstilde plek op het blad verwerft. En dat je dat dan later met een kletterend pannendeksel op het aanrecht uitprobeert, tot ergernis van je moeder. Han Bennink deed zaterdagmiddag hetzelfde, achtereenvolgens met twee cymbalen. Op de stenen vloer van de Oude Kerk in Spaarndam. Het was het eerste geluid dat klonk ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling ‘Beeld en Percussie’, die te zien is in Kunstcentrum De Kolk aan de Westkolk.

tekt & beeld Paul Lips

De galerie is te krap voor een drukbezochte vernissage, dus is het altijd prettig dat de Oude Kerk op steenworp afstand is gelegen. Zo’n veertig belangstellenden mogen aanwezig zijn, verspreid over de kerkbanken. Of iedereen wel de anderhalve meter in acht wil nemen, benadrukt Johanna van Steen van het kunstcentrum een pietsie streng doch rechtvaardig. Vervolgens mag aquarellist Sipke Huismans (die trouwens zelf ook mooi werk maakt) het openingswoord spreken, waarvan één anekdote vooral bijblijft. Huismans verhaalt over het moment dat Han Bennink de militaire dienstkeuring moest ondergaan, en vastbesloten was om daar voor afgekeurd te worden. Bennink had een grote koffer meegebracht, met daarin een drol. In die drol had hij een rotje gestoken, ongetwijfeld bedoeld voor de heren van de keuring. Het resultaat laat zich raden: S5.


Als vervolgens de muziek mag klinken gaat dat uiteraard weer op die weergaloze Bennink-wijze. Eerst dat draaien en de TSJING!-geluiden van die neerkletterende bekkens, vervolgens en dan de klanken van de basklarinet van Joris Roelofs die zich mengen met de percussie. Han Bennink beroert de trommels met twee paukenstokken. Het zijn twee snaredrums die hij heeft opgesteld, waarvan er één eerst nog omhuld is met zo’n blauwgeblokte keukenhanddoek. Veelvuldig speelt de in – wit overhemd en zwart giletje gehulde – meester met gesloten ogen. Dan weer met brushes, soms met de handen op de cajon waar hij op zit, een enkel moment met de linkervoet op de snare. Prachtig is het moment dat hij tegen kwart voor vijf – als een soort slotakkoord – met een stick vier keer op een hoefijzer slaat – Ting! Ting! Ting! Ting! – en mompelt: ‘Het is al vier uur, neem ik aan’.

Overigens geeft rietblazer Joris Roelofs de kijker nog een onbedoelde Pletterij-ervaring, als hij op sommige momenten al spelend schuilgaat achter een pilaar (= kachelpijp, wist trouwe lezer Joost Mulder ons te vertellen).
Het zijn zinderende improvisaties, opzwepende grooves, fijne shuffles, latin-ritmes, met flarden van bekende jazz-standards, kortom een muzikale happening zoals we die vandaag de dag zelden nog meemaken. Immers: ,,Je kan op één ding heel veel doen. Slaan op de randen van de snare. Boventonen. Doek er op, doek er af. Dat maakt heel veel uit”, laat de slagwerker zich na afloop ontvallen. Dan zijn er al twee toegiften geweest en de flessen ontkurkt.

Mooi moment om een blik op de tentoonstelling te werpen. Ondertussen vliegen de vinylplaten van ‘Icarus’ – het album dat het duo maakte, vol punky jazz – als warme broodjes uit de koffer. En het thema van de overmoedige, gevleugelde ‘Icarus’ komt dan ook weer terug in de kunst die te zien is. Vergane drumsticks- en vellen worden inventief hergebruikt. Objecten, assemblages – veelal van gevonden materialen – alsook verfijnde collages en messcherpe tekeningen, maken deze tentoonstelling tot een must-see. Oftewel: gewoon even op de fiets stappen en gaan kijken, daar aan de Westkolk. Dat kan nog tot en met 25 oktober.

http://kunstcentrumdekolk.nl/2020/09/19/oktober-han-bennink/

‘Kenau Hasselaer, de stoerste chick van deze tijd’

Dat Haarlem 775 jaar stadsrechten bezit, ach ja, dat is geinig, maar zegt me verder niet veel. Het is een cijfer. Maar dat – in dit min of meer speciale jaar – een voorstelling wordt gespeeld waarin de figuur ‘Kenau’ tot leven wordt gebracht die een heerlijke theaterbeleving teweegbrengt, dat is een van de kersen op de verjaarstaart. Op het voorplein van de Stadsschouwburg is momenteel de muziektheatervoorstelling ‘Kenau’ te zien. De legende van de vrouwelijke held is daarbij totáál verbouwd. En zo hoort het ook. Dinsdagavond was ik er bij.

door Paul Lips


In 2012 gonsde het in de Spaarnestad ineens over ‘Kenau, de film’ die op stapel stond. Monic Hendrickx ging de rol van de ‘heldin’ vertolken en uiteraard waren in de ogen van de dames van Citymarketing meteen eurotekens te ontwaren. Toen de rolprent op televisie werd vertoond heb ik het denk ik tien minuten volgehouden, turend naar de bordkartonnen decors en het belabberde acteerwerk, om daarna te concluderen: typisch weer zo’n product van ‘De Nederlandse Film’.


Nee, geef mij liever het dynamische muziektheater dat Emma van Muiswinkel, Marlies Bosmans, Jasper van Hofwegen, Jasper Stoop, Bart Sietsema en Jacob de Groot over het voetlicht brengen. Geafficheerd als ‘een muzikale zomerkomedie in de buitenlucht’, en dat is precies wat het is. Stijn Renger Dijkema deed de eindregie, Marlies Bosmans schreef het script. Maar juist ook de live-muziek (met spaanse gitaren, toetsen en cajon) tilt het geheel naar een uitstekend niveau.

Dat met een ‘Kenau’ in de spreektaal wordt verwezen naar een bazige vrouw, een potige dame, een feeks of een dragonder wordt door haar vertolkster Emma van Muiswinkel direct om zeep geholpen. Deze ‘schone jonkvrouwe’ heeft niets van een manwijf. Dat je je vervolgens afvraagt waarom haar kompaan ‘Marike’ Vlaams spreekt komt eenvoudigweg omdat zij van oorsprong een Vlaamse ís. Vast ooit naar De Nederlanden afgereisd, en als ‘gelukszoeker’ met open armen in Haerloheim ontvangen. En dan zijn er Generaal Filipé (een heerlijke rol van Jasper van Hofwegen) en zijn soldaten Joaquin (Jasper Stoop) en Manuel (Bart Sietsema). Soldaten die toevallig ook nog eens fijne flamenco-achtige muziek ten gehore brengen. Met van die geestige, romantische teksten waar Imca Marina ongetwijfeld heel vrolijk van zou worden. Uiteraard is er een verteller die de scènes verbindt in de persoon van Jacob de Groot. Had ik trouwens al vermeld dat de kostuums van de hand van Evelien Pfeiffer niet te versmaden zijn? Bij deze.

Ingenieus wordt gebruik gemaakt van de omgeving, zoals de deuren en het zogenaamde ‘balkon’ (de zij-opgangen dus). Aan Kenau de taak om de omsingelde stad Haarlem te vrijwaren van de Spaanse agressor, want: ‘Haarlem moet weer vrij kunnen zijn’, vindt ze. Daarom vraagt ze aan Generaal Filipé en zijn mannen: ‘Kunnen jullie niet gewoon ophoepelen?’
In een geinig Spaans-Hollands brabbeltaaltje klinken zinnen als ‘deze senoritas zijn helemaal loco’. De soldaten staan al klaar met een jerrycan gevuld met brandstof om Haarlem plat te branden. Uiteraard verzinnen de dames een list om de Spanjaarden om de tuin te leiden, maar Generaal Filipé (bijnaam: ‘Gigantesco‘) is ook niet gek. Of het Kenau lukt om de troepen te verdrijven laat zich raden. Voor degenen die de voorstelling nog gaan bezoeken is het in elk geval goed om te weten dat niet gevoetbald wordt met het hoofd van Wigbolt Ripperda. In deze ingenieuze voorstelling is Kenau gewoon ‘de stoerste chick van deze tijd‘.


Het is zo’n avond dat alles klopt. Zo’n avond dat je geneigd bent te schrijven: ‘alles klopt aan Kenau’. Maar dat is weer zo’n recensenten-dooddoener die in feite nietszeggend is. Mooier is om te beschrijven hoe de staande ovatie tot stand komt. Niet zoals bij wéér zo’n matig geacteerde amateurvoorstelling waar de toeschouwers al overeind staan vóórdat het doek dicht is.

Na het slotakkoord rijzen eerst enkelen – gezeten op de stoelen aan de zijkanten – omhoog. Daarna volgen degenen achterin, en langzaam maar zeker staan alle aanwezigen al klappend op vanuit de coronaproof opgestelde zitplaatsen. De goed uitgevoerde, verdiende staande ovatie. Deze voorstelling laat zien dat het loont om te denken in mogelijkheden. Niet bij de pakken neer gaan zitten, maar veerkracht tonen. Zoals ook de Haarlemmers er na de tegenslag van 1573 uiteindelijk weer bovenop kwamen.

https://www.theater-haarlem.nl/programma/17543/Een_muzikale_zomerkomedie_in_de_buitenlucht/KENAU/

Terugverlangen naar ongelukkige tijden met Roos Rebergen

Ik luisterde naar een album en één zinnetje trok mijn speciale belangstelling. ‘Toen ik nog jong en ongelukkig was, oh, wat verlang ik terug naar die tijd…’ Het werd gezongen door Roos Rebergen en is te vinden op haar begin dit jaar verschenen album ‘Lucky’, dat ze opnam met haar band Roosbeef. Ik dacht terug aan de tijd waarin ik zelf nog ongelukkig was, en het Haarlemse café ‘t Melkwoud frequenteerde. En dat eigenaar/barman Klaas dan die ene plaat opzette.

door Paul Lips


Terugverlangen naar een bepaalde tijd doen we uiteraard allemaal wel eens. Meestal naar een tijd waarin je je gelukkig voelde, dat de dingen vanzelf en voor de wind gingen. Des te opvallender is het dat iemand zingt over het terugverlangen naar een tijd dat ze ‘nog jong en ongelukkig was’. Waarom zou je daar naar terug willen? Of zou het kunnen zijn dat je stiekem benauwd bent voor je inmiddels gevonden ‘geluk’. Alsof er een afspraak bestaat voor geluk: in de trant van ‘nu ben je getrouwd en heb je een kind dus kappen met zeuren nou’.

(bron foto: website Roosbeef)


De Melkwoud-tijd was een dynamische tijd. Gelegen in de Zijlstraat die naar de Grote Markt leidde, was daar dat ‘literair café’ met de naam die was ontleend aan het beroemde hoorspel van de Engelse auteur Dylan Thomas (1914-1953). Het was een echte Haarlemse Huiskamer waar rockers, punkies, hippies, feministes, ex-psychiatrisch patiënten, dichters scholieren, blowers en andere creatievelingen elkaar ontmoetten. Kroegtijgers verbleven er tot in de late uurtjes, maar juist de vroege uurtjes waren goud. Zo’n moment dat Klaas een stokbroodje gezond voor je maakte, en en passant die elpee op de draaitafel legde. Met dat ene nummer, dat begon met de woorden: ‘from the dark and of the street, to the bright side of the road‘. Dat heerlijke uptempo-nummer van Van the Man, afkomstig van een van zijn beste albums, ‘Into The Music‘ (1979). Waarin ook de zinsnede ‘help me share my load‘ voorkwam. En dat gold voor mij. Zwaar teleurgesteld in de liefde zocht ik me een weg in het leven, van poëzie tot new wave en van dienstweigeren tot vredesdemonstraties. Die zelf-katapultering leverde een hoop nieuwe vriendschappen op. Een periode waar je zo af en toe naar terug zou kunnen verlangen.


Begin dit jaar bevond ik me in boekhandel Stevens in het winkelcentrum Vier Meren in Hoofddorp. Altijd leuk om daar even te snuffelen, omdat je er boeken kunt vinden die je bij andere boekhandels niet zult aantreffen. Verdomd, het was weer zover. In de sectie ‘poëzie’ vond ik de bundel ‘ik ben al 11 jaar geen 16 meer‘ van Roos Rebergen. Korte en langere absurdistische gedichten, zonder hoofdletters, zonder punten. Zoals:

sorry
sorry hoofd dat ik zo slecht voor u zorg
dat ik u verwaarloos door niet te lezen
en u probeer te vergeten door te drinken
ik wil vaak van u weglopen soms ben ik zelfs bang voor u
ik ren weg en laat het afweten
wanneer u mij het hardste nodig heeft
sorry dat ik u steeds wakker houd
sorry dat ik zo streng voor u ben
sorry dat ik u zo diep kan haten
sorry dat u mij niet kan vertrouwen
dat ik u wil vervloeken vermoorden iets wil aandoen (een jurk)
sorry dat ik u zo laat schrikken
sorry dat ik u niet kan vertrouwen
sorry dat ik u niet mee durf te nemen naar de familie
sorry dat ik u alleen laat op feestjes
en bij de sukkels achterlaat
ik wil het goedmaken
sorry dat ik zoveel beloof
ik weet een pil een dokter een bos bloemen zijn niet genoeg
ik kan mijzelf wel voor de kop slaan
ik wil u niet meer buitensluiten
kom erbij lief hoofd
vier het met mij samen
ik wil niet meer alleen
u bent de liefde van mijn leven al was het niet op het eerste gezicht
groeien moet het groeien
we hebben zuurstof nodig
ik leer u alsmaar beter kennen
ach arm hoofd kom hier in mijn armen
ik leg u op mijn kussen met een schone sloop
met mijn zakdoek dep ik u droog
rustig maar het is goed zo
ik geef u mijn beste vriend van stal mee
hij brengt u naar de bossen de zee de bergen

we hebben zuurstof nodig
want we moeten groeien
we moeten groeien hoor je

(c) Roos Rebergen 2016

Uitgerekend deze Roos Rebergen komt donderdagavond 19 september met haar band Roosbeef optreden in het Patronaat. Met stoelen in de zaal, op gepaste afstand van elkaar. Is het toeval dat onderstaand lied te vinden is op haar album, dat half januari jongstleden werd uitgebracht, twee maanden voor de corona-pandemie?


Roosbeef en Figgy (voorprogramma), donderdag 17 september, Patronaat, Zijlsingel 2, Haarlem. Aanvang 20.00 u.
https://roosbeef.nl/

Wat inspireert… Mirna Ligthart

Haarlemse Mirna Ligthart is storyteller en filmmaker. Ze is gespecialiseerd in het maken van beeldverhalen, waarbij het publieke domein wordt verbonden met kunst. Mensen van alle leeftijden leren kijken, op onderzoek uit laten gaan, hun verhaal laten vertellen en met elkaar in verbinding stellen. Zo doet Ligthart dat met haar eigen Studio Beeldrijk. Ze is betrokken bij tal van producties en organisaties, zoals eerder het succesvolle project ‘BuurtBlik’, dat ze uitvoert met collega Marieke Boon.


door Paul Lips

Mirna Ligthart (foto pl)

Hoe is de stemming en waar werk je momenteel aan?
,,De stemming is uitstekend. Momenteel werken we aan een contextprogramma bij de voorstelling ‘Drie Zusters‘ van regisseur Eline Arbo, gebaseerd op het stuk van Anton Tsjechov uit 1900. Een Toneelschuurproductie die vanaf 24 oktober in de grote zaal te zien zal zijn. Een stuk over drie vrouwen die wonen in een boerengehucht op het platteland, maar er naar verlangen om naar de grote stad Moskou terug te keren. Ze dromen van een ander leven maar ze komen niet tot actie. Eline Arbo heeft momenteel veel succes met haar voorstelling ‘Weg met Eddy Bellegueule‘ en weet stukken zo te bewerken dat ze actuele maatschappelijke thema’s scherp aansnijden, in dit geval de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.’’

(foto: StadsReporters/Toneelschuurproducties)

Wat is een contextprogramma?
,,Dat zijn ‘social labs’, waarmee de Toneelschuur verschillende Haarlemmers op een actieve manier betrekt bij de (maatschappelijke) thema’s uit hun voorstellingen. Met een uiteenlopende groep vrouwen – de jongste is 18 en de oudste 93 – onderzoeken wij in dit zogenoemde ‘Red(actie)lab’ vragen als ‘Waar was jij rebels en gaf je gehoor aan datgene waar je van droomt of voor wil strijden?’ Dus niet te blijven hangen in dromen zoals die Drie Zusters, maar daadwerkelijk stappen zetten of je stem verheffen. In de groep zit bijvoorbeeld een vrouw uit Syrië, die in 2015 in Haarlem is komen wonen. Zij heeft Arabische taal gestudeerd en had een belangrijke maatschappelijke functie in Aleppo maar hier kan ze daar vooralsnog weinig mee. Ze vraagt zich af hoe ze hier van betekenis kan zijn. Dat verlangen is zo groot. Omdat ze meedoet in dit lab levert dat, naast het uitwisselen van verhalen en het werken aan een tentoonstelling, nieuwe contacten en netwerken op.”

Mirna Ligthart (eigen foto)

De voorstelling gaat eind oktober in première. En het contextprogramma?
,,Het wordt een tentoonstelling met tekeningen, foto’s en podcasts, die op 23 oktober feestelijk wordt geopend. Tijdens de periode dat de voorstelling in de Toneelschuur te zien is kunnen bezoekers de resultaten zien. Maar er komt ook informatie vrij via de site van de Toneelschuur. De verhalen halen we op aan de hand van teken- en schrijfopdrachten onder leiding van Eva Durlacher van Gouden Boeken. Dat levert prachtig werk op en verhalen die diep verankerd zijn in iemands leven, identiteit en dromen.’’
We zitten midden in de coronacrisis. Hoe was het voor jou als zzp’er? Was je in staat om je staande te houden?
,,Ik heb de broekriem wel behoorlijk aan moeten snoeren hoor. Vier projecten waren klaar om te beginnen, toen ze half maart allemaal werden uitgesteld. Mijn werk gaat natuurlijk over het verbinden van mensen, en dat werd ineens behoorlijk lastig. Gelukkig kunnen we nu weer steeds meer verder met de projecten, uiteraard coronaproof.”
BuurtBlik was en is telkens weer een succes…
,,Waarbij ouderen op stap gaan met microfoon en camera en allerlei interviews doen. Een prachtige manier om ouderen met elkaar te verbinden en eenzaamheid te bestrijden. Op reportage gaan en zien wat er allemaal nog te beleven valt en op welke manier je tot op hoge leeftijd verbonden kan blijven met de wereld om je heen. In Haarlem zijn er veel welzijnsorganisaties en voor hun was het een eye-opener om op deze participatieve manier met hun deelnemers en met elkaar te werken. Met behulp van dit soort sociale projecten komen steeds meer ouderen én organisaties in verbinding met elkaar. Je zou het kunnen zien als een andere benadering van zorg en participatie. We proberen te laten zien dat je zélf mede onderdeel kunt zijn van de oplossing. Met mijn vaste collega Marieke Boon trek ik nu ook Heemstede in voor een BuurtBlik-project. BuurtBlik zorgt voor ontwapening. Een van mijn buurvrouwen in de Leidsebuurt bijvoorbeeld zegt dat haar leven er wezenlijk door veranderd is. ‘Vóórdat ik met BuurtBlik meedeed zat ik in een doosje’, zei ze me laatst.”


,,In Amsterdam Nieuw-West doen we een project dat lijkt op BuurtBlik. Met senioren maken we films over wat er toe doet als je ouder wordt. Thema’s als digitale verbondenheid of de manier waarop ouderen bijdragen aan leefbaarheid in de wijk komen aan bod. De ouderen vormen een zogenaamde stadsredactie. De films worden onder andere vertoond op locaties van de projectpartners zoals de OBA en New Metropolis.”
Waar groeide je op?
,,Ik ben geboren in Amsterdam en opgegroeid in Abcoude. Ik ging in Amsterdam naar de middelbare school, het Montessori Lyceum. Ik kreeg veel vrijheid. Ik was individueel en zelfstandig. In die tijd heb ik geleerd om goed te plannen. Ik was ook actief in het jongerencentrum van Abcoude. ‘Tumult’ heette dat. De programmagroep, de bargroep, de publiciteitsgroep, ik heb overal in gezeten. Bandjes boeken enzovoort, of een politieke avond over Chili organiseren. Ik kwam daar vanaf m’n veertiende.”
,,Op school was ik geïnteresseerd in filosofie, dat had ik ook als examenvak. Toch werd het Nederlands wat ik ging studeren. Ik koos de richting Publicistiek. Het leek me leuk om iets te gaan doen met documentaire. Ik liep stage bij film- en documentairemaker David Blitz. Na mijn studie kon ik aan de slag bij documentairemaker Frans Bromet. Een eigenzinnig iemand die zijn eigen pad loopt in de documentairewereld. Maar iemand die óók veel vertrouwen geeft. Hij gaf mij als editor volledige vrijheid. Dan moest ik 25 uur materiaal monteren tot een verhaal van anderhalf uur en pas op dat moment kwam hij er weer bij om mee te kijken. Van hem heb ik geleerd om te denken in verhalen, verhalen zoeken en vertellen.”

beeld: Mirna Ligthart

En je fotografeert ook nog?
,,Stillevens vind ik mooi om te maken. Van uitgebloeide bloemen en ‘dode natuur’ die ik tijdens mijn tochten door de natuur verzamel. ’Nature mort’, of zoals ik het noem: Stil Leven. Heerlijk stil in een wereld die veel geluid maakt.”
Van welke muziek hou je, welke clip kunnen we tot slot van dit artikel plaatsen?
,,Stromae: ‘Papaoutai’. Ik vind dit een interessante artiest en een prachtige clip. En ik vind het heel mooi hoe hij dit thema, het verlangen naar een aanwezige vader, vorm geeft. Dat raakt me.”


,,Daarnaast de aria ‘When I Am laid In Earth‘ uit de opera ‘Dido en Aeneas‘ van Purcell. Vertolkt door Jessye Norman. Zo ontzettend mooi en hartverscheurend. Met het koor waar ik in zing hebben we ook stukken gezongen uit ‘Dido en Aeneas’. Zó fijn om samen te zingen!”

https://www.studiobeeldrijk.nl/


www.stadsreporters.nl

Klassiek bariton Remmert Velthuis: ‘Nooit te moe om iets uit te leggen’

Haarlemmer Remmert Velthuis (41) is bas/bariton. De laatste jaren verdiept hij zich vooral in de muziek van J.S. Bach. Daarnaast ook Händel, Schubert, Rossini en Mozart. Hij wordt geregeld gevraagd als solist bij oratoriumkoren, en organiseert zelf concerten. In de coronatijd ligt de nadruk meer op het instuderen van vocale werken met zijn pianiste, nieuw repertoire verkennen, en het leggen van nieuwe muzikale contacten.

door Paul Lips

Voorheen was hij actief op diverse instrumenten en in diverse genres. Hij speelt piano, gitaar, bas en drums. Hij geeft les, én dirigeert. ,,Mensen willen niet een alleskunner”, zegt hij daar over. ,,Dus ik profileer me nu alleen nog als klassiek bariton.” 

In juni 2014 ontmoetten Remmert en ik elkaar tijdens een impro-sessie in De Pletterij aan de Gedempte Herengracht. Er werd live gemusiceerd tijdens een zinderend spannende voetbalwedstrijd van het Nederlands Elftal tegen Mexico. Velthuis speelde bas en ‘volgens mij zat ik op een gegeven moment ook nog achter het drumstel’, herinnert hij zich. Nederland – begeleid door schitterende live-muziek – won en ging naar de kwartfinale.

Zes jaar later heeft Velthuis besloten zich volledig op het zingen te richten. Daarnaast dirigeert hij, en geeft les, zowel privé als in het basisonderwijs. Deze zomer gaf hij lessen van blad zingen en solfège. Niet met een concert-doel, maar gewoon voor het plezier. Een koorproject-week met zo’n veertien zangers, dit jaar op gepaste afstand. 

Solfège. Volgens Wiki: ‘de stelselmatige training van het muzikale gehoor door middel van een muzikale zangoefening, waarbij de melodie gezongen wordt zonder de tekst en met gebruikmaking van alleen de namen van de noten‘.

Velthuis: ,,Veel koorzangers zingen met weinig besef van hoe de notatie, en de theorie achter de muziek werkt. Die zingen voor een groot deel op gehoor. Sommigen kunnen wel noten lezen, maar gebruiken dat als een geheugensteuntje. De koorrepetities zijn ter voorbereiding van een concert. Dan is er haast geboden en weinig tijd om de achtergronden uit te leggen.’’

,,Mijn uitgangspunt bij de ‘cursus solfège, muziektheorie en van blad zingen’ is dat er geen haast bij is. We onderzoeken ‘wat stáát er precies?’. Wat is een toonladder? Dat pluizen we helemaal uit. Waaróm dat ene bolletje of dat kruisje? Gewoon beginnen met de grondbeginselen. Het zingen van blad vereist natuurlijk studie en tijd, dat leer je niet in zo’n week. Maar je kunt wel een steivge basis leggen. Ik heb vijf jaar conservatorium gedaan, dus ik wéét hoe dat is.”

,,Ik ben nooit te moe om iets uit te leggen. Vaak met behulp van de piano. Waarom zitten er tussen die witte toetsen soms wel en soms niet een zwarte? Op welke plekken, en waaróm? Voor mij is het dagelijkse kost om dat uit te leggen, dat is geen moeite. En als ze het niet meteen begrijpen doe ik vier stappen terug en leg het opnieuw uit.”

In de gymzaal van openbare basisschool De Kring aan de Parklaan was Velthuis in staat om op gepaste afstand les te geven, met zo’n tien deelnemers. Ook deelnemen per zoom was mogelijk. De reacties waren enthousiast. Een deelnemer schreef: ,,Ik heb met recht geweldig geweldig genoten. Heel veel geleerd. En wat ik wist kon en kan ik nu meer uitdiepen; op een andere manier. Je deed het op een ontspannen manier zonder arrogant te zijn. Het was net of je één van de groep was. Iedereen snapte het meteen. En man wat een geduld. Dank je wel.”  

In tijden van corona is het voor uitvoerenden en docenten een grote opgave om lessen te kunnen blijven geven, laat staan uitvoeringen op een podium te kunnen brengen. ,,Met een tweede cameraatje gericht op het schoolbord ging het lesgeven via zoom prima. De muziekfragmenten die ik wilde laten horen deed ik via ‘share sound’. Maar je merkt bij de privélessen via Zoom, dat het wel vermoeiender is om te doen. Mede door de vertraging op de lijn.” 

We blikken terug op de Haarlemse Popscene, waar Velthuis zo tussen 2008 en 2018 actief deel van uit maakte, in verschillende groepen, zoals Southern Train, Reve en ‘The Robert Housefield Blues Fusion’. Die popcarrière is wat hem betreft ten einde gekomen.  ,,Op een gegeven moment moet je kiezen. Het zingen staat voorop. Als je dat op hoog niveau wil doen, dan moet je keuzes maken.” De gitaren en basgitaren aan de wanden van de studio-aan-huis – coronaproof – refereren nog aan die tijd. 

Uitvoerend artiest zijn in tijden van corona is een lastige zaak. Zalen worden coronaproof ingericht. Voor 21 maart volgend jaar staat er in elk geval een concert gepland, een uitvoering van aria’s en duetten van J.S. Bach in  de Maria Christinakerk in Den Dolder. 

,,Hopelijk zijn we in staat met Haarlems Koor Lokaal – waar ik dirigeer – een kerstconcert te verzorgen. Of dat door kan gaan melden we via de website. Ook via mijn eigen website kun je mijn activiteiten volgen.”

En die koorproject-week met solfège, komt die er volgend jaar weer?

,,Dat ben ik zéker van plan. Iedereen mag vast de week van 13 tot en met 17 juli in de agenda zetten!”

remmertvelthuis.nl

Sopraan Michelle Mallinger: ‘Mijn hart breekt voor cultuurstad Haarlem’

Voor uitvoerend artiesten is de huidige coronacrisis soms om gek van te worden. Niet optreden, geen interactie met publiek, geen inkomsten. ,,Die leegte, het klopt niet”, vindt de Haarlemse sopraan Michelle Mallinger. Met een klein team maakte ze de fraaie clip ‘Haarlemmerliefde: Ach, Ich fühl’s (Mozart)’. Ze betuigt zingend haar liefde aan de lege stad en de noodgedwongen lege zalen.

Michelle Mallinger (pr-foto)

Hoe kwam je tot het maken van deze clip?
,,Ik dacht bij mezelf: ik moet op mijn manier toch iets zeggen. Tijdens het dagelijkse zingen bleef dit lied steeds maar in mijn hoofd zitten. Het komt uit ‘Die Zauberflöte’ van Mozart. Het is het moment dat Pamina steeds naar Tamino kijkt en denkt ‘waarom draai je je niet om?’. Ze voelt zich heel alleen, overmand door frustratie en verdriet. Hetzelfde gevoel dat veel artiesten hebben tijdens deze crisis.”

Met een figurantenrol van Joshua Baumgarten, dichter en podiumpersoonlijkheid…
,,Joshua als mijn Tamino. Ik geniet heel veel van The Irrational Library. De dynamische avonden, de optredens van de band. Joshua staat voor het ‘lekker tekeer gaan’ in een zaal. En nu zie je in de Patronaat-zaal een zitopstelling. Tijdens het maken van de opnamen hebben we gewoon gevraagd of alles in de zalen kon blijven staan zoals we het er aantroffen. Zoals in de Toneelschuur, waar een tribune was weggehaald en ineengeklapte tafels tegen elkaar stonden.”

Mooie locaties, Patronaat, Toneelschuur, Grote of St. Bavokerk, Koepelkathedraal…
,,M’n hart breekt voor cultuurstad Haarlem. Ik voel mee met de toeschouwers die ineens veel minder van die cultuur kunnen genieten. Ik zing voor de artiesten én het publiek. We hebben opnamen gemaakt tijdens een snikhete dag, op de locaties en rond het Spaarne. Tijdens het zingen laat ik ook pauzes vallen. Om de leegte te benadrukken.”

Opera wordt wel uitgevoerd in Haarlem, maar er is niet een aparte operazaal. Is er een manier om het fenomeen ‘opera’ over het voetlicht te brengen?
,,Vooral in de kerken, denk ik. Ook op kleinschalige manieren in kleinere locaties. Gelukkig gebeuren er al weer dingen, en kan er alweer een en ander georganiseerd worden. Op gepaste afstand. Zoals op zondag 27 september. Dan mag ik zingen tijdens de vesperdienst in de Grote Kerk. Dan kunnen er weliswaar minder mensen aanwezig zijn, één derde, maar dat wordt allemaal goed georganiseerd.”

Red je het nog in deze tijd?
,,Gelukkig kan ik nog lesgeven en ben ik docent logopedie aan de Hogeschool Utrecht. Daar leer ik mensen met stemproblemen hun stem weer op de juiste manier te gebruiken. En verder zal ik incidenteel vast weer kunnen optreden. Want wij moeten dóórgaan als artiesten. Anders gaan de dood!”

PL

‘Haarlemmerliefde: Ach, Ich fühl’s (Mozart)’, met: Michelle Mallinger (sopraan), Joshua Baumgarten (spel), Sophie Koster (camera), Erik Jan Eradus (geluid)

https://www.michellemallinger.com/