Zinderende vernissage in Spaarndam door Bennink & Roelofs

Velen zullen de kleine sensatie kennen van een muntstuk dat je op z’n kant op tafel zet, om vervolgens met duim en wijsvinger in één beweging (van je af) rond te laten draaien. Het draaien en het geluid van het metaal dat zich langzaam een verstilde plek op het blad verwerft. En dat je dat dan later met een kletterend pannendeksel op het aanrecht uitprobeert, tot ergernis van je moeder. Han Bennink deed zaterdagmiddag hetzelfde, achtereenvolgens met twee cymbalen. Op de stenen vloer van de Oude Kerk in Spaarndam. Het was het eerste geluid dat klonk ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling ‘Beeld en Percussie’, die te zien is in Kunstcentrum De Kolk aan de Westkolk.

tekt & beeld Paul Lips

De galerie is te krap voor een drukbezochte vernissage, dus is het altijd prettig dat de Oude Kerk op steenworp afstand is gelegen. Zo’n veertig belangstellenden mogen aanwezig zijn, verspreid over de kerkbanken. Of iedereen wel de anderhalve meter in acht wil nemen, benadrukt Johanna van Steen van het kunstcentrum een pietsie streng doch rechtvaardig. Vervolgens mag aquarellist Sipke Huismans (die trouwens zelf ook mooi werk maakt) het openingswoord spreken, waarvan één anekdote vooral bijblijft. Huismans verhaalt over het moment dat Han Bennink de militaire dienstkeuring moest ondergaan, en vastbesloten was om daar voor afgekeurd te worden. Bennink had een grote koffer meegebracht, met daarin een drol. In die drol had hij een rotje gestoken, ongetwijfeld bedoeld voor de heren van de keuring. Het resultaat laat zich raden: S5.


Als vervolgens de muziek mag klinken gaat dat uiteraard weer op die weergaloze Bennink-wijze. Eerst dat draaien en de TSJING!-geluiden van die neerkletterende bekkens, vervolgens en dan de klanken van de basklarinet van Joris Roelofs die zich mengen met de percussie. Han Bennink beroert de trommels met twee paukenstokken. Het zijn twee snaredrums die hij heeft opgesteld, waarvan er één eerst nog omhuld is met zo’n blauwgeblokte keukenhanddoek. Veelvuldig speelt de in – wit overhemd en zwart giletje gehulde – meester met gesloten ogen. Dan weer met brushes, soms met de handen op de cajon waar hij op zit, een enkel moment met de linkervoet op de snare. Prachtig is het moment dat hij tegen kwart voor vijf – als een soort slotakkoord – met een stick vier keer op een hoefijzer slaat – Ting! Ting! Ting! Ting! – en mompelt: ‘Het is al vier uur, neem ik aan’.

Overigens geeft rietblazer Joris Roelofs de kijker nog een onbedoelde Pletterij-ervaring, als hij op sommige momenten al spelend schuilgaat achter een pilaar (= kachelpijp, wist trouwe lezer Joost Mulder ons te vertellen).
Het zijn zinderende improvisaties, opzwepende grooves, fijne shuffles, latin-ritmes, met flarden van bekende jazz-standards, kortom een muzikale happening zoals we die vandaag de dag zelden nog meemaken. Immers: ,,Je kan op één ding heel veel doen. Slaan op de randen van de snare. Boventonen. Doek er op, doek er af. Dat maakt heel veel uit”, laat de slagwerker zich na afloop ontvallen. Dan zijn er al twee toegiften geweest en de flessen ontkurkt.

Mooi moment om een blik op de tentoonstelling te werpen. Ondertussen vliegen de vinylplaten van ‘Icarus’ – het album dat het duo maakte, vol punky jazz – als warme broodjes uit de koffer. En het thema van de overmoedige, gevleugelde ‘Icarus’ komt dan ook weer terug in de kunst die te zien is. Vergane drumsticks- en vellen worden inventief hergebruikt. Objecten, assemblages – veelal van gevonden materialen – alsook verfijnde collages en messcherpe tekeningen, maken deze tentoonstelling tot een must-see. Oftewel: gewoon even op de fiets stappen en gaan kijken, daar aan de Westkolk. Dat kan nog tot en met 25 oktober.

http://kunstcentrumdekolk.nl/2020/09/19/oktober-han-bennink/

‘Kenau Hasselaer, de stoerste chick van deze tijd’

Dat Haarlem 775 jaar stadsrechten bezit, ach ja, dat is geinig, maar zegt me verder niet veel. Het is een cijfer. Maar dat – in dit min of meer speciale jaar – een voorstelling wordt gespeeld waarin de figuur ‘Kenau’ tot leven wordt gebracht die een heerlijke theaterbeleving teweegbrengt, dat is een van de kersen op de verjaarstaart. Op het voorplein van de Stadsschouwburg is momenteel de muziektheatervoorstelling ‘Kenau’ te zien. De legende van de vrouwelijke held is daarbij totáál verbouwd. En zo hoort het ook. Dinsdagavond was ik er bij.

door Paul Lips


In 2012 gonsde het in de Spaarnestad ineens over ‘Kenau, de film’ die op stapel stond. Monic Hendrickx ging de rol van de ‘heldin’ vertolken en uiteraard waren in de ogen van de dames van Citymarketing meteen eurotekens te ontwaren. Toen de rolprent op televisie werd vertoond heb ik het denk ik tien minuten volgehouden, turend naar de bordkartonnen decors en het belabberde acteerwerk, om daarna te concluderen: typisch weer zo’n product van ‘De Nederlandse Film’.


Nee, geef mij liever het dynamische muziektheater dat Emma van Muiswinkel, Marlies Bosmans, Jasper van Hofwegen, Jasper Stoop, Bart Sietsema en Jacob de Groot over het voetlicht brengen. Geafficheerd als ‘een muzikale zomerkomedie in de buitenlucht’, en dat is precies wat het is. Stijn Renger Dijkema deed de eindregie, Marlies Bosmans schreef het script. Maar juist ook de live-muziek (met spaanse gitaren, toetsen en cajon) tilt het geheel naar een uitstekend niveau.

Dat met een ‘Kenau’ in de spreektaal wordt verwezen naar een bazige vrouw, een potige dame, een feeks of een dragonder wordt door haar vertolkster Emma van Muiswinkel direct om zeep geholpen. Deze ‘schone jonkvrouwe’ heeft niets van een manwijf. Dat je je vervolgens afvraagt waarom haar kompaan ‘Marike’ Vlaams spreekt komt eenvoudigweg omdat zij van oorsprong een Vlaamse ís. Vast ooit naar De Nederlanden afgereisd, en als ‘gelukszoeker’ met open armen in Haerloheim ontvangen. En dan zijn er Generaal Filipé (een heerlijke rol van Jasper van Hofwegen) en zijn soldaten Joaquin (Jasper Stoop) en Manuel (Bart Sietsema). Soldaten die toevallig ook nog eens fijne flamenco-achtige muziek ten gehore brengen. Met van die geestige, romantische teksten waar Imca Marina ongetwijfeld heel vrolijk van zou worden. Uiteraard is er een verteller die de scènes verbindt in de persoon van Jacob de Groot. Had ik trouwens al vermeld dat de kostuums van de hand van Evelien Pfeiffer niet te versmaden zijn? Bij deze.

Ingenieus wordt gebruik gemaakt van de omgeving, zoals de deuren en het zogenaamde ‘balkon’ (de zij-opgangen dus). Aan Kenau de taak om de omsingelde stad Haarlem te vrijwaren van de Spaanse agressor, want: ‘Haarlem moet weer vrij kunnen zijn’, vindt ze. Daarom vraagt ze aan Generaal Filipé en zijn mannen: ‘Kunnen jullie niet gewoon ophoepelen?’
In een geinig Spaans-Hollands brabbeltaaltje klinken zinnen als ‘deze senoritas zijn helemaal loco’. De soldaten staan al klaar met een jerrycan gevuld met brandstof om Haarlem plat te branden. Uiteraard verzinnen de dames een list om de Spanjaarden om de tuin te leiden, maar Generaal Filipé (bijnaam: ‘Gigantesco‘) is ook niet gek. Of het Kenau lukt om de troepen te verdrijven laat zich raden. Voor degenen die de voorstelling nog gaan bezoeken is het in elk geval goed om te weten dat niet gevoetbald wordt met het hoofd van Wigbolt Ripperda. In deze ingenieuze voorstelling is Kenau gewoon ‘de stoerste chick van deze tijd‘.


Het is zo’n avond dat alles klopt. Zo’n avond dat je geneigd bent te schrijven: ‘alles klopt aan Kenau’. Maar dat is weer zo’n recensenten-dooddoener die in feite nietszeggend is. Mooier is om te beschrijven hoe de staande ovatie tot stand komt. Niet zoals bij wéér zo’n matig geacteerde amateurvoorstelling waar de toeschouwers al overeind staan vóórdat het doek dicht is.

Na het slotakkoord rijzen eerst enkelen – gezeten op de stoelen aan de zijkanten – omhoog. Daarna volgen degenen achterin, en langzaam maar zeker staan alle aanwezigen al klappend op vanuit de coronaproof opgestelde zitplaatsen. De goed uitgevoerde, verdiende staande ovatie. Deze voorstelling laat zien dat het loont om te denken in mogelijkheden. Niet bij de pakken neer gaan zitten, maar veerkracht tonen. Zoals ook de Haarlemmers er na de tegenslag van 1573 uiteindelijk weer bovenop kwamen.

https://www.theater-haarlem.nl/programma/17543/Een_muzikale_zomerkomedie_in_de_buitenlucht/KENAU/

Terugverlangen naar ongelukkige tijden met Roos Rebergen

Ik luisterde naar een album en één zinnetje trok mijn speciale belangstelling. ‘Toen ik nog jong en ongelukkig was, oh, wat verlang ik terug naar die tijd…’ Het werd gezongen door Roos Rebergen en is te vinden op haar begin dit jaar verschenen album ‘Lucky’, dat ze opnam met haar band Roosbeef. Ik dacht terug aan de tijd waarin ik zelf nog ongelukkig was, en het Haarlemse café ‘t Melkwoud frequenteerde. En dat eigenaar/barman Klaas dan die ene plaat opzette.

door Paul Lips


Terugverlangen naar een bepaalde tijd doen we uiteraard allemaal wel eens. Meestal naar een tijd waarin je je gelukkig voelde, dat de dingen vanzelf en voor de wind gingen. Des te opvallender is het dat iemand zingt over het terugverlangen naar een tijd dat ze ‘nog jong en ongelukkig was’. Waarom zou je daar naar terug willen? Of zou het kunnen zijn dat je stiekem benauwd bent voor je inmiddels gevonden ‘geluk’. Alsof er een afspraak bestaat voor geluk: in de trant van ‘nu ben je getrouwd en heb je een kind dus kappen met zeuren nou’.

(bron foto: website Roosbeef)


De Melkwoud-tijd was een dynamische tijd. Gelegen in de Zijlstraat die naar de Grote Markt leidde, was daar dat ‘literair café’ met de naam die was ontleend aan het beroemde hoorspel van de Engelse auteur Dylan Thomas (1914-1953). Het was een echte Haarlemse Huiskamer waar rockers, punkies, hippies, feministes, ex-psychiatrisch patiënten, dichters scholieren, blowers en andere creatievelingen elkaar ontmoetten. Kroegtijgers verbleven er tot in de late uurtjes, maar juist de vroege uurtjes waren goud. Zo’n moment dat Klaas een stokbroodje gezond voor je maakte, en en passant die elpee op de draaitafel legde. Met dat ene nummer, dat begon met de woorden: ‘from the dark and of the street, to the bright side of the road‘. Dat heerlijke uptempo-nummer van Van the Man, afkomstig van een van zijn beste albums, ‘Into The Music‘ (1979). Waarin ook de zinsnede ‘help me share my load‘ voorkwam. En dat gold voor mij. Zwaar teleurgesteld in de liefde zocht ik me een weg in het leven, van poëzie tot new wave en van dienstweigeren tot vredesdemonstraties. Die zelf-katapultering leverde een hoop nieuwe vriendschappen op. Een periode waar je zo af en toe naar terug zou kunnen verlangen.


Begin dit jaar bevond ik me in boekhandel Stevens in het winkelcentrum Vier Meren in Hoofddorp. Altijd leuk om daar even te snuffelen, omdat je er boeken kunt vinden die je bij andere boekhandels niet zult aantreffen. Verdomd, het was weer zover. In de sectie ‘poëzie’ vond ik de bundel ‘ik ben al 11 jaar geen 16 meer‘ van Roos Rebergen. Korte en langere absurdistische gedichten, zonder hoofdletters, zonder punten. Zoals:

sorry
sorry hoofd dat ik zo slecht voor u zorg
dat ik u verwaarloos door niet te lezen
en u probeer te vergeten door te drinken
ik wil vaak van u weglopen soms ben ik zelfs bang voor u
ik ren weg en laat het afweten
wanneer u mij het hardste nodig heeft
sorry dat ik u steeds wakker houd
sorry dat ik zo streng voor u ben
sorry dat ik u zo diep kan haten
sorry dat u mij niet kan vertrouwen
dat ik u wil vervloeken vermoorden iets wil aandoen (een jurk)
sorry dat ik u zo laat schrikken
sorry dat ik u niet kan vertrouwen
sorry dat ik u niet mee durf te nemen naar de familie
sorry dat ik u alleen laat op feestjes
en bij de sukkels achterlaat
ik wil het goedmaken
sorry dat ik zoveel beloof
ik weet een pil een dokter een bos bloemen zijn niet genoeg
ik kan mijzelf wel voor de kop slaan
ik wil u niet meer buitensluiten
kom erbij lief hoofd
vier het met mij samen
ik wil niet meer alleen
u bent de liefde van mijn leven al was het niet op het eerste gezicht
groeien moet het groeien
we hebben zuurstof nodig
ik leer u alsmaar beter kennen
ach arm hoofd kom hier in mijn armen
ik leg u op mijn kussen met een schone sloop
met mijn zakdoek dep ik u droog
rustig maar het is goed zo
ik geef u mijn beste vriend van stal mee
hij brengt u naar de bossen de zee de bergen

we hebben zuurstof nodig
want we moeten groeien
we moeten groeien hoor je

(c) Roos Rebergen 2016

Uitgerekend deze Roos Rebergen komt donderdagavond 19 september met haar band Roosbeef optreden in het Patronaat. Met stoelen in de zaal, op gepaste afstand van elkaar. Is het toeval dat onderstaand lied te vinden is op haar album, dat half januari jongstleden werd uitgebracht, twee maanden voor de corona-pandemie?


Roosbeef en Figgy (voorprogramma), donderdag 17 september, Patronaat, Zijlsingel 2, Haarlem. Aanvang 20.00 u.
https://roosbeef.nl/

Wat inspireert… Mirna Ligthart

Haarlemse Mirna Ligthart is storyteller en filmmaker. Ze is gespecialiseerd in het maken van beeldverhalen, waarbij het publieke domein wordt verbonden met kunst. Mensen van alle leeftijden leren kijken, op onderzoek uit laten gaan, hun verhaal laten vertellen en met elkaar in verbinding stellen. Zo doet Ligthart dat met haar eigen Studio Beeldrijk. Ze is betrokken bij tal van producties en organisaties, zoals eerder het succesvolle project ‘BuurtBlik’, dat ze uitvoert met collega Marieke Boon.


door Paul Lips

Mirna Ligthart (foto pl)

Hoe is de stemming en waar werk je momenteel aan?
,,De stemming is uitstekend. Momenteel werken we aan een contextprogramma bij de voorstelling ‘Drie Zusters‘ van regisseur Eline Arbo, gebaseerd op het stuk van Anton Tsjechov uit 1900. Een Toneelschuurproductie die vanaf 24 oktober in de grote zaal te zien zal zijn. Een stuk over drie vrouwen die wonen in een boerengehucht op het platteland, maar er naar verlangen om naar de grote stad Moskou terug te keren. Ze dromen van een ander leven maar ze komen niet tot actie. Eline Arbo heeft momenteel veel succes met haar voorstelling ‘Weg met Eddy Bellegueule‘ en weet stukken zo te bewerken dat ze actuele maatschappelijke thema’s scherp aansnijden, in dit geval de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen.’’

(foto: StadsReporters/Toneelschuurproducties)

Wat is een contextprogramma?
,,Dat zijn ‘social labs’, waarmee de Toneelschuur verschillende Haarlemmers op een actieve manier betrekt bij de (maatschappelijke) thema’s uit hun voorstellingen. Met een uiteenlopende groep vrouwen – de jongste is 18 en de oudste 93 – onderzoeken wij in dit zogenoemde ‘Red(actie)lab’ vragen als ‘Waar was jij rebels en gaf je gehoor aan datgene waar je van droomt of voor wil strijden?’ Dus niet te blijven hangen in dromen zoals die Drie Zusters, maar daadwerkelijk stappen zetten of je stem verheffen. In de groep zit bijvoorbeeld een vrouw uit Syrië, die in 2015 in Haarlem is komen wonen. Zij heeft Arabische taal gestudeerd en had een belangrijke maatschappelijke functie in Aleppo maar hier kan ze daar vooralsnog weinig mee. Ze vraagt zich af hoe ze hier van betekenis kan zijn. Dat verlangen is zo groot. Omdat ze meedoet in dit lab levert dat, naast het uitwisselen van verhalen en het werken aan een tentoonstelling, nieuwe contacten en netwerken op.”

Mirna Ligthart (eigen foto)

De voorstelling gaat eind oktober in première. En het contextprogramma?
,,Het wordt een tentoonstelling met tekeningen, foto’s en podcasts, die op 23 oktober feestelijk wordt geopend. Tijdens de periode dat de voorstelling in de Toneelschuur te zien is kunnen bezoekers de resultaten zien. Maar er komt ook informatie vrij via de site van de Toneelschuur. De verhalen halen we op aan de hand van teken- en schrijfopdrachten onder leiding van Eva Durlacher van Gouden Boeken. Dat levert prachtig werk op en verhalen die diep verankerd zijn in iemands leven, identiteit en dromen.’’
We zitten midden in de coronacrisis. Hoe was het voor jou als zzp’er? Was je in staat om je staande te houden?
,,Ik heb de broekriem wel behoorlijk aan moeten snoeren hoor. Vier projecten waren klaar om te beginnen, toen ze half maart allemaal werden uitgesteld. Mijn werk gaat natuurlijk over het verbinden van mensen, en dat werd ineens behoorlijk lastig. Gelukkig kunnen we nu weer steeds meer verder met de projecten, uiteraard coronaproof.”
BuurtBlik was en is telkens weer een succes…
,,Waarbij ouderen op stap gaan met microfoon en camera en allerlei interviews doen. Een prachtige manier om ouderen met elkaar te verbinden en eenzaamheid te bestrijden. Op reportage gaan en zien wat er allemaal nog te beleven valt en op welke manier je tot op hoge leeftijd verbonden kan blijven met de wereld om je heen. In Haarlem zijn er veel welzijnsorganisaties en voor hun was het een eye-opener om op deze participatieve manier met hun deelnemers en met elkaar te werken. Met behulp van dit soort sociale projecten komen steeds meer ouderen én organisaties in verbinding met elkaar. Je zou het kunnen zien als een andere benadering van zorg en participatie. We proberen te laten zien dat je zélf mede onderdeel kunt zijn van de oplossing. Met mijn vaste collega Marieke Boon trek ik nu ook Heemstede in voor een BuurtBlik-project. BuurtBlik zorgt voor ontwapening. Een van mijn buurvrouwen in de Leidsebuurt bijvoorbeeld zegt dat haar leven er wezenlijk door veranderd is. ‘Vóórdat ik met BuurtBlik meedeed zat ik in een doosje’, zei ze me laatst.”


,,In Amsterdam Nieuw-West doen we een project dat lijkt op BuurtBlik. Met senioren maken we films over wat er toe doet als je ouder wordt. Thema’s als digitale verbondenheid of de manier waarop ouderen bijdragen aan leefbaarheid in de wijk komen aan bod. De ouderen vormen een zogenaamde stadsredactie. De films worden onder andere vertoond op locaties van de projectpartners zoals de OBA en New Metropolis.”
Waar groeide je op?
,,Ik ben geboren in Amsterdam en opgegroeid in Abcoude. Ik ging in Amsterdam naar de middelbare school, het Montessori Lyceum. Ik kreeg veel vrijheid. Ik was individueel en zelfstandig. In die tijd heb ik geleerd om goed te plannen. Ik was ook actief in het jongerencentrum van Abcoude. ‘Tumult’ heette dat. De programmagroep, de bargroep, de publiciteitsgroep, ik heb overal in gezeten. Bandjes boeken enzovoort, of een politieke avond over Chili organiseren. Ik kwam daar vanaf m’n veertiende.”
,,Op school was ik geïnteresseerd in filosofie, dat had ik ook als examenvak. Toch werd het Nederlands wat ik ging studeren. Ik koos de richting Publicistiek. Het leek me leuk om iets te gaan doen met documentaire. Ik liep stage bij film- en documentairemaker David Blitz. Na mijn studie kon ik aan de slag bij documentairemaker Frans Bromet. Een eigenzinnig iemand die zijn eigen pad loopt in de documentairewereld. Maar iemand die óók veel vertrouwen geeft. Hij gaf mij als editor volledige vrijheid. Dan moest ik 25 uur materiaal monteren tot een verhaal van anderhalf uur en pas op dat moment kwam hij er weer bij om mee te kijken. Van hem heb ik geleerd om te denken in verhalen, verhalen zoeken en vertellen.”

beeld: Mirna Ligthart

En je fotografeert ook nog?
,,Stillevens vind ik mooi om te maken. Van uitgebloeide bloemen en ‘dode natuur’ die ik tijdens mijn tochten door de natuur verzamel. ’Nature mort’, of zoals ik het noem: Stil Leven. Heerlijk stil in een wereld die veel geluid maakt.”
Van welke muziek hou je, welke clip kunnen we tot slot van dit artikel plaatsen?
,,Stromae: ‘Papaoutai’. Ik vind dit een interessante artiest en een prachtige clip. En ik vind het heel mooi hoe hij dit thema, het verlangen naar een aanwezige vader, vorm geeft. Dat raakt me.”


,,Daarnaast de aria ‘When I Am laid In Earth‘ uit de opera ‘Dido en Aeneas‘ van Purcell. Vertolkt door Jessye Norman. Zo ontzettend mooi en hartverscheurend. Met het koor waar ik in zing hebben we ook stukken gezongen uit ‘Dido en Aeneas’. Zó fijn om samen te zingen!”

https://www.studiobeeldrijk.nl/

Klassiek bariton Remmert Velthuis: ‘Nooit te moe om iets uit te leggen’

Haarlemmer Remmert Velthuis (41) is bas/bariton. De laatste jaren verdiept hij zich vooral in de muziek van J.S. Bach. Daarnaast ook Händel, Schubert, Rossini en Mozart. Hij wordt geregeld gevraagd als solist bij oratoriumkoren, en organiseert zelf concerten. In de coronatijd ligt de nadruk meer op het instuderen van vocale werken met zijn pianiste, nieuw repertoire verkennen, en het leggen van nieuwe muzikale contacten.

door Paul Lips

Voorheen was hij actief op diverse instrumenten en in diverse genres. Hij speelt piano, gitaar, bas en drums. Hij geeft les, én dirigeert. ,,Mensen willen niet een alleskunner”, zegt hij daar over. ,,Dus ik profileer me nu alleen nog als klassiek bariton.” 

In juni 2014 ontmoetten Remmert en ik elkaar tijdens een impro-sessie in De Pletterij aan de Gedempte Herengracht. Er werd live gemusiceerd tijdens een zinderend spannende voetbalwedstrijd van het Nederlands Elftal tegen Mexico. Velthuis speelde bas en ‘volgens mij zat ik op een gegeven moment ook nog achter het drumstel’, herinnert hij zich. Nederland – begeleid door schitterende live-muziek – won en ging naar de kwartfinale.

Zes jaar later heeft Velthuis besloten zich volledig op het zingen te richten. Daarnaast dirigeert hij, en geeft les, zowel privé als in het basisonderwijs. Deze zomer gaf hij lessen van blad zingen en solfège. Niet met een concert-doel, maar gewoon voor het plezier. Een koorproject-week met zo’n veertien zangers, dit jaar op gepaste afstand. 

Solfège. Volgens Wiki: ‘de stelselmatige training van het muzikale gehoor door middel van een muzikale zangoefening, waarbij de melodie gezongen wordt zonder de tekst en met gebruikmaking van alleen de namen van de noten‘.

Velthuis: ,,Veel koorzangers zingen met weinig besef van hoe de notatie, en de theorie achter de muziek werkt. Die zingen voor een groot deel op gehoor. Sommigen kunnen wel noten lezen, maar gebruiken dat als een geheugensteuntje. De koorrepetities zijn ter voorbereiding van een concert. Dan is er haast geboden en weinig tijd om de achtergronden uit te leggen.’’

,,Mijn uitgangspunt bij de ‘cursus solfège, muziektheorie en van blad zingen’ is dat er geen haast bij is. We onderzoeken ‘wat stáát er precies?’. Wat is een toonladder? Dat pluizen we helemaal uit. Waaróm dat ene bolletje of dat kruisje? Gewoon beginnen met de grondbeginselen. Het zingen van blad vereist natuurlijk studie en tijd, dat leer je niet in zo’n week. Maar je kunt wel een steivge basis leggen. Ik heb vijf jaar conservatorium gedaan, dus ik wéét hoe dat is.”

,,Ik ben nooit te moe om iets uit te leggen. Vaak met behulp van de piano. Waarom zitten er tussen die witte toetsen soms wel en soms niet een zwarte? Op welke plekken, en waaróm? Voor mij is het dagelijkse kost om dat uit te leggen, dat is geen moeite. En als ze het niet meteen begrijpen doe ik vier stappen terug en leg het opnieuw uit.”

In de gymzaal van openbare basisschool De Kring aan de Parklaan was Velthuis in staat om op gepaste afstand les te geven, met zo’n tien deelnemers. Ook deelnemen per zoom was mogelijk. De reacties waren enthousiast. Een deelnemer schreef: ,,Ik heb met recht geweldig geweldig genoten. Heel veel geleerd. En wat ik wist kon en kan ik nu meer uitdiepen; op een andere manier. Je deed het op een ontspannen manier zonder arrogant te zijn. Het was net of je één van de groep was. Iedereen snapte het meteen. En man wat een geduld. Dank je wel.”  

In tijden van corona is het voor uitvoerenden en docenten een grote opgave om lessen te kunnen blijven geven, laat staan uitvoeringen op een podium te kunnen brengen. ,,Met een tweede cameraatje gericht op het schoolbord ging het lesgeven via zoom prima. De muziekfragmenten die ik wilde laten horen deed ik via ‘share sound’. Maar je merkt bij de privélessen via Zoom, dat het wel vermoeiender is om te doen. Mede door de vertraging op de lijn.” 

We blikken terug op de Haarlemse Popscene, waar Velthuis zo tussen 2008 en 2018 actief deel van uit maakte, in verschillende groepen, zoals Southern Train, Reve en ‘The Robert Housefield Blues Fusion’. Die popcarrière is wat hem betreft ten einde gekomen.  ,,Op een gegeven moment moet je kiezen. Het zingen staat voorop. Als je dat op hoog niveau wil doen, dan moet je keuzes maken.” De gitaren en basgitaren aan de wanden van de studio-aan-huis – coronaproof – refereren nog aan die tijd. 

Uitvoerend artiest zijn in tijden van corona is een lastige zaak. Zalen worden coronaproof ingericht. Voor 21 maart volgend jaar staat er in elk geval een concert gepland, een uitvoering van aria’s en duetten van J.S. Bach in  de Maria Christinakerk in Den Dolder. 

,,Hopelijk zijn we in staat met Haarlems Koor Lokaal – waar ik dirigeer – een kerstconcert te verzorgen. Of dat door kan gaan melden we via de website. Ook via mijn eigen website kun je mijn activiteiten volgen.”

En die koorproject-week met solfège, komt die er volgend jaar weer?

,,Dat ben ik zéker van plan. Iedereen mag vast de week van 13 tot en met 17 juli in de agenda zetten!”

remmertvelthuis.nl

Sopraan Michelle Mallinger: ‘Mijn hart breekt voor cultuurstad Haarlem’

Voor uitvoerend artiesten is de huidige coronacrisis soms om gek van te worden. Niet optreden, geen interactie met publiek, geen inkomsten. ,,Die leegte, het klopt niet”, vindt de Haarlemse sopraan Michelle Mallinger. Met een klein team maakte ze de fraaie clip ‘Haarlemmerliefde: Ach, Ich fühl’s (Mozart)’. Ze betuigt zingend haar liefde aan de lege stad en de noodgedwongen lege zalen.

Michelle Mallinger (pr-foto)

Hoe kwam je tot het maken van deze clip?
,,Ik dacht bij mezelf: ik moet op mijn manier toch iets zeggen. Tijdens het dagelijkse zingen bleef dit lied steeds maar in mijn hoofd zitten. Het komt uit ‘Die Zauberflöte’ van Mozart. Het is het moment dat Pamina steeds naar Tamino kijkt en denkt ‘waarom draai je je niet om?’. Ze voelt zich heel alleen, overmand door frustratie en verdriet. Hetzelfde gevoel dat veel artiesten hebben tijdens deze crisis.”

Met een figurantenrol van Joshua Baumgarten, dichter en podiumpersoonlijkheid…
,,Joshua als mijn Tamino. Ik geniet heel veel van The Irrational Library. De dynamische avonden, de optredens van de band. Joshua staat voor het ‘lekker tekeer gaan’ in een zaal. En nu zie je in de Patronaat-zaal een zitopstelling. Tijdens het maken van de opnamen hebben we gewoon gevraagd of alles in de zalen kon blijven staan zoals we het er aantroffen. Zoals in de Toneelschuur, waar een tribune was weggehaald en ineengeklapte tafels tegen elkaar stonden.”

Mooie locaties, Patronaat, Toneelschuur, Grote of St. Bavokerk, Koepelkathedraal…
,,M’n hart breekt voor cultuurstad Haarlem. Ik voel mee met de toeschouwers die ineens veel minder van die cultuur kunnen genieten. Ik zing voor de artiesten én het publiek. We hebben opnamen gemaakt tijdens een snikhete dag, op de locaties en rond het Spaarne. Tijdens het zingen laat ik ook pauzes vallen. Om de leegte te benadrukken.”

Opera wordt wel uitgevoerd in Haarlem, maar er is niet een aparte operazaal. Is er een manier om het fenomeen ‘opera’ over het voetlicht te brengen?
,,Vooral in de kerken, denk ik. Ook op kleinschalige manieren in kleinere locaties. Gelukkig gebeuren er al weer dingen, en kan er alweer een en ander georganiseerd worden. Op gepaste afstand. Zoals op zondag 27 september. Dan mag ik zingen tijdens de vesperdienst in de Grote Kerk. Dan kunnen er weliswaar minder mensen aanwezig zijn, één derde, maar dat wordt allemaal goed georganiseerd.”

Red je het nog in deze tijd?
,,Gelukkig kan ik nog lesgeven en ben ik docent logopedie aan de Hogeschool Utrecht. Daar leer ik mensen met stemproblemen hun stem weer op de juiste manier te gebruiken. En verder zal ik incidenteel vast weer kunnen optreden. Want wij moeten dóórgaan als artiesten. Anders gaan de dood!”

PL

‘Haarlemmerliefde: Ach, Ich fühl’s (Mozart)’, met: Michelle Mallinger (sopraan), Joshua Baumgarten (spel), Sophie Koster (camera), Erik Jan Eradus (geluid)

https://www.michellemallinger.com/

Trap afdalend

Die heerlijk gekke Marcel Duchamp (1887-1968) maakte aanvankelijk nog schilderijen, maar heeft zich waarschijnlijk gerealiseerd dat hij als zogeheten ‘conceptueel kunstenaar’ nog véél beter uit de verf zou kunnen komen. Een uitstekende keuze. Onlangs nog las ik ‘De bruid van Marcel Duchamp’ van K. Schippers, die in het voetspoor van de pionier wereldsteden als Parijs en New York afreisde en daar kostelijke verhalen over opdiept. Ik hou wel van kunstenaars die schandaaltjes veroorzaken. Zoals het geval was met het schilderij ‘Nu descendant un escalier no 2’ uit 1912.

Een parodie uit 1913, The Rude descending a staircase (Rush-Hour at the Subway)’, in The New York Evening Sun, 20 maart 1913. (Bron: Wikipedia)

Duchamp wilde het schilderij inzenden om tentoon te laten stellen op de Salon des Indépendants van 1912, maar enkele kubisten schijnen het té futuristisch te hebben gevonden, waardoor het werd afgewezen. Vervolgens was het te zien tijdens de ‘Armory Show’ van 1913 in New York, waar Amerikaanse en Europese avant-gardisten zich presenteerden. Hoon was hun deel, zowel bij de pers al publiek. ‘Een explosie in een grindfabriek’, noemde een criticus van de New York Times het werk van Duchamp.
Het werk bestaat grotendeels uit bruine en okerkleurige vlakken. Wie er een naakt in kan ontdekken is een knappe jongen. Of het een mannelijk of vrouwelijk naakt zou moeten zijn verklapt te kunstenaar niet. Het lijkt een schilderkunstig verbeeld stroboscoop-effect en is in die zin dus futuristisch te noemen. Of het een mooi werk is mag de kijker beoordelen. Dat het een aantal keren is geparodieerd zal Duchamp vast niet erg hebben gevonden. Hij deed dat zelf immers ook, door een reproductie van de Mona Lisa van een snor te voorzien.

Vrijdagavond was ik bij de salonvoorstelling ‘Nu descendant un escalier’ van Sanne Krijgsman. Het was een min-of-meer afscheid, want Sanne gaat de Pabo doen, het onderwijs in. Toch zal ze zo nu en dan nog te zien zijn bij de Moving Academy for Performing Arts (MAPA), zoals de instelling aan de Korte Verspronckweg heet. Verstilde beelden, spel met licht, spannende stappen van pilaar naar pilaar, lampenkappen en rollende salontafeltjes als onderdeel van woordloos theater, allemaal kwam het voorbij in een intrigerend geheel. Het zijn theatrale ervaringen die je vooral live – coronaproof – dient te ondergaan. Verheugend om te zien dat MAPA ondanks de coronacrisis in staat blijft dit soort voorstellingen voor theaterfijnproevers te blijven brengen.

PAUL LIPS

beeld: MAPA

https://www.mapa.nl/

Mozaïeken met Marion: ‘Een uit de hand gelopen hobby’

Haarlemse Marion Schouten van Mimosaico vindt dat iedereen een mooi werkstuk kan maken met mozaïek, ook al heb je dat nog nooit gedaan. Vrijdag 28 augustus geeft ze in de middag een Mozaïek Workshop aan huis in Haarlem-Noord. ,,Als ze aan de slag gaan zijn de cursisten het eerste uur nog druk, maar als ze eenmaal in hun concentratie komen wordt het stiller.”

Voor Marion is het een uit de hand gelopen hobby, legt ze uit. ,,Mozaïeken heeft natuurlijk een tuttig imago. Een beetje in de sfeer van breien of kantklossen. Maar dat proces van zélf iets maken met die mooie steentjes, dat is geweldig om te doen.”

Meestal zijn het dames die deelnemen, soms een heer. Minimaal aantal: 3. Koffie, thee en wat lekkers zijn inbegrepen. Voor Schouten is het belangrijk dat de cursist zélf creatief wordt. ,,Er bestaan ook van die kant en klare mozaïekpakketten, maar dat doet meer denken aan ‘schilderen op nummer’. Juist dat uitzoeken van steentjes, de materialen knippen, een ondergrond bedenken. Dat geeft voldoening.”
,,Neem nou dit soort schalen van bamboe. Een uitstekende ondergrond. Je neemt een paar tegeltjes, slaat er met een hamer op en die stukjes kun je dan plakken. Of je knipt de steentjes op maat.”

Marion toont enkele afbeeldingen uit mozaïekboeken waarop goed te zien is wat er allemaal mogelijk is. De traditie van het mozaïeken is al heel oud. De Grieken en Romeinen hielden zich er al mee bezig, maar ook in Spanje zijn er talloze voorbeelden van. En Spanje, dat is een andere grote liefde van Marion, die in het dagelijks leven werkzaam is in het sociaal wijkteam van Haarlem-Oost, de Slachthuisbuurt en Amsterdamse Buurten om precies te zijn. In Spanje heeft ze de buitenkant van een ligbad gemozaïekt. Ze toont er een foto van. Het ziet er prachtig uit. Maar in de map zitten nóg tal van foto’s van mozaïeken die ze al heeft vervaardigd.

Schouten praat honderduit. Ze beschouwt zichzelf als een druk iemand. ,,Maar ik word altijd helemaal rustig als ik aan het mozaïeken ben.”

Workshop-deelneemster Maureen roemt Marion Schouten in een reactie. ,,…Via deze weg wil ik je laten weten dat ik een leuke mozaïek middag bij je heb gehad. Je hebt veel keus in steentjes, je zorgt goed voor de innerlijke mens, zodat ik lekker door kon gaan met mijn werkstuk. Je helpt waar nodig, Zodat iedereen tevreden met zijn werkstuk naar huis kan. Ik heb jou de volgende dag nog wat vragen kunnen stellen wbt het voegen. Erg fijn!…”
,,Er is zó veel mogelijk”, legt Schouten uit. ,,Van een Marilyn Monroe tot een tafel met een dambord-mozaïek. Kinderen vinden het heerlijk om bijvoorbeeld een dolfijn, vlinder of libelle te maken. Met glasparels maak je daar mooie ogen bij. Glasmozaïek is sowieso fantastisch spul. Dat komt met schepen vol uit China. Het worden gewoon een soort schilderijen als je daar mee bezig bent.”

PL

Informatie Mozaïek Workshop Mimosaico:
Met glas- en tegelmozaiek maak je een mooie schaal, spiegel, dierfiguur etc. Bij mooi weer in de tuin. Kosten 35,- p.p inclusief alle materiaal plus koffie/thee en wat lekkers. Voegsel krijg je mee naar huis. Eerstvolgende workshop (corona-proof): vrijdag 28 augustus 2020 van 13.30 tot 17.00 u. Meer info via: www.mimosaico.eu

‘Alles kan poëzie zijn’, van de hak op de tak door het youtube-universum van jazz en poëzie

Leeswaarschuwing: dit stukje zal waarschijnlijk weinig belangstellenden trekken.

Daarnaast: als auteur spring ik zo nu en dan van de hak op de tak. ‘Net zoals je doet in het echte leven’, merkte Remco (van der Kruis) snedig op. Ik ga in dit verhaaltje gewoon wat associëren en toon wat jazzy voorbeelden. Verre van compleet. Alsof je voor een platenkast staat en daar lukraak wat schitterende jazzplaten uit trekt, alleen al vanwege de fraaie hoesontwerpen. Klik op de youtube-linkjes om de muziek te horen. Laten we beginnen met een gedicht dat inmmidels is verworden tot een klassieker in de vaderlandse poëzie.

De combinatie tussen jazz en poëzie, zo nu en dan levert dat een interessante combinatie op. Aan het begin van de vorige eeuw waren er dichters die zich lieten inspireren door de opkomende jazzmuziek. Vele jaren later ontstond het verschijnsel jazz & poetry. De Dordtse dichter C. Buddingh’ (1918-1985) liet zich voor zijn bundel ‘West Coast’ inspireren door de platen die hij veelvuldig beluisterde.
In 1959 verscheen die bundel ‘West Coast’ van C. Buddingh’, met illustraties van beeldend kunstenaar Bouke Ylstra. De titels van de gedichten waren allemaal ontleend aan jazzcomposities. Zoals

NIGHTS AT THE TURNTABLE

vogeltje luister

wij moeten jou
niet meer

wij hebben gerry shorty en bud
chet en lennie en dave

heus de wereld is meer veranderd
dan de onderwijzers wel denken

nachtegaaltje ga maar slapen
op de grafsteen van johnnie keats

C. Buddingh’ 1959 (uit ‘West Coast’)


Misschien verwijst C. Buddingh’ in dit vers wel naar ‘De Nachtegalen van J.C. Bloem, uit 1950. Mijmerend over het leven, waarin weinig geluk voor hem was weggelegd, troostte de dichter zich met het gezang van de nachtegalen:


DE NACHTEGALEN

Ik heb van ‘t leven vrijwel niets verwacht,
‘t Geluk is nu eenmaal niet te achterhalen.
Wat geeft het? – In de koude voorjaarsnacht
Zingen de onsterfelijke nachtegalen.


Buddingh’ stelt in zíjn gedicht vast dat zulke odes aan dat soort vogelkens eind jaren vijftig wel zo’n beetje klaar zijn. Hij noemt de voornamen van jazzmusici die de moderne tijd aankondigen, zoals Gerry Mulligan en Chet Baker. De wereld is veranderd en dat mogen we weten. Dus dat nachtegaaltje mag lekker gaan dutten op de grafsteen van John Keats (1795-1821) die overigens óók een ode aan de nachtegaal schreef.
‘In principe kon alles thema voor het gedicht zijn’, vertelde C. Buddingh’ in een interview. ,,Alles was poëzie voor mij. En ik schreef over alles.”

Die jazzgedichten zijn in 2019 nog eens gepubliceerd in ‘West Coast Revisited’, waarin journalist John Schoorl een verband legt tussen de jaren vijftig-dynamiek van de jazz, in relatie tot de huidige West Coast-jazzgeneratie. Budding’-biograaf Wim Huijser verhaalt over de invloed van jazz op de poëzie van Buddingh’, en Eva Roefs fotografeerde enkele jonge jazzmusici. Voor Buddingh’ zelf vormde de poëzie van ‘West Coast’ een stap in een nieuwe richting.


SALT PEANUTS

ergens diep in mij
is geen vuur meer, geen ijs, geen fondant,
alleen een enorme vlakte,
kaal, zonder één geluid, van hier
tot alpha centauri en terug –
daar lig ik in een onopgemaakt bed
en staar met mijn lege ogen
naar het lege, zwarte niets

soms lach ik en eet een handje pinda’s

wie maakt mij wat?

C. Buddingh’ 1959 (uit ‘West Coast’)


‘Salt Peanuts’ is een compositie van Dizzy Gillespie uit 1942. Hier zie je hem in actie met zijn orkest. Uit de tijd dat bigbands nog populariteit genoten. Misschien liep er tijdens zo’n optreden wel een ‘pindamannetje’ met zo’n bakkie op z’n buik door de zaal, die zijn ‘lekka lekka pinda pinda’ – voor slechts een paar cents – aanprees.
De uitgave van Schoorl, Huijzer en Roefs is een moedige poging de relatie tussen Buddingh’s poëzie en zijn liefde voor jazz te duiden. Hoewel ik mezelf min of meer tot liefhebber van Buddingh’ mag rekenen (zijn uitspraak ‘alles kan poëzie zijn’ spreekt me aan), zijn de gedichten uit ‘West Coast’ toch niet helemaal mijn kopje thee. Nee, neem dan bijvoorbeeld het gedicht ‘Zo is het maar net’, van deze onbekende dichter, op sax begeleid door saxofonist ‘Pokon De Bie’:

De invloed van jazz die je soms bij Lucebert vindt, of bij Simon Vinkenoog (vooral qua ritme) leveren net iets interessantere teksten op. Bijzonder is ‘Stem uit de groef’, waar een gedicht voorgedragen door een jonge Vinkenoog van een fijne groove is voorzien door Spinvis.


Grasduinend door het muzikale landschap dat YouTube heet denk ik terug aan begin jaren zeventig van de vorige eeuw, toen bohémien-artiest Ramses Shaffy een plaat maakte met het Trio Louis van Dijk. De chansons ontstonden ter plekke in de studio.
Louis van Dijk: ,,De stukken op ‘Wij zullen doorgaan’ zijn denk ik allemaal ter plekke, in de studio ontstaan. Het ging in ieder geval allemaal heel snel. We kwamen binnen, Ramses speelde wat voor en dan schreven wij koortsachtig wat dingen op. Soms vroeg ik hem dan om de eerste regel nog een keer te spelen, maar meer ook niet. Mij staat bij dat het allemaal in één nacht ontstaan is. We hadden in ieder geval praktisch niets voorbereid.” Het album ‘Wij zullen doorgaan’ was het resultaat, met gloedvolle, jazzy liedjes. Zoals het geestige ‘Waar is mijn Picasso’:


Al improviserend stuitte ik op een zangeres genaamd Sisu Lustig Häntsche, begeleid op elektrische gitaar door Claus Mohr. Een prachtige fusie tussen poëzie en jazz. ‘I’ve a pain in my head’ is het zinnetje dat telkens wordt herhaald. De gitarist legt de juiste akkoorden op de juiste plaats.


Qua jazzpoëzie is Paul van Ostaijen (1896-1928) natuurlijk zo’n beetje de koning-keizer-admiraal. Het is dan ook niet toevallig dat Remco Campert zich voor zijn eigen poëzie heeft laten beïnvloeden door de Vlaming. Met het ensemble van Benjamin Herman maakte de vermaarde dichter in 2007 het album ‘Campert’, waarvan ‘Lamento’ een van de hoogtepunten vormt. Er valt kortom heel wat te vinden in het kader van jazz & poëzie. Hopelijk is het op de een of andere manier mogelijk die combi ook op de podia te blijven brengen.

PAUL LIPS

Naschrift: Ooit was Haarlem een soortement van jazzstad. Er woonden jazzmuzikanten, er traden jazzmuzikanten op en aan het Groot Heiligland was zelfs een heuse Haarlemse Jazz Club. En er was een festival: Haarlem Jazzstad. Steevast zo half augustus, dus dat bracht heel wat volk op de been. Jazzminnenden, maar ook veel Haarlemmers die gewoon voor de gezelligheid naar de grote tent op de Grote Markt kwamen. Na 2010 werd steeds lastiger om dat jazzfestival overeind te houden. Een Haarlemmer wierp zich op om de organisatie op zich te nemen. Nu heet het jaarlijkse festival Haarlem Jazz & More. Met de nadruk op ‘more’. Popmuziek, geafficheerd als ‘jazz’. Immers, de bierpomp moet tappen. Het dondert niet. De jazzliefhebbers zijn al lang afgehaakt. Gelukkig is er in Haarlem altijd nog podium De Pletterij waar van tijd tot tijd geïmproviseerde muziek te horen is. En dwars door de zaal van De Pletterij heb je van die palen die het zicht op de artiest ontnemen, zoals je die ook kon vinden in de grote tent van weleer op de Grote Markt tijdens HJS.
Dus ook zonder Haarlem Jazz & More (het totale non-jazz gebeuren op de Grote Markt) valt er van geïmproviseerde muziek te genieten in de Spaarnestad. Zoals Haarlem Jazz & More anno 2020 verloopt – overigens alle begrip voor lastige omstandigheden – kunnen we het missen als kiespijn.

‘Malle Babbe’ leeft voort… in Haarlem

Een dagelijks rondje langs instagram levert soms mooie dingen op. Zo viel mijn oog op een schilderij van de hand van Fred Rosenhart, dat onmiskenbaar de roemruchte Haarlemse Malle Babbe voorstelt. Met kroes bier in de rechterhand en wijze uil op de linkerschouder. Die kroes is aan de grote kant. Maar dat zou kunnen, want zo’n ding schijnt een ‘flapcan’ te heten. Rosenhart schilderde het portret vrij naar dat klassieke werk van Frans Hals uit de periode 1633-1635. Het hangt in de Gemäldegalerie in Berlijn. Wij kennen Malle Babbe vandaag de dag beter als de dame van lichte zeden uit het lied waarmee Rob de Nijs begin jaren zeventig een hit scoorde, op tekst van Lennaert Nijgh en muziek van Boudewijn de Groot.

Arma Klaasen als ‘Malle Babbe’, Fred Rosenhart

Dat was dus een vergissinkje. Dat Lennaert dacht dat die malle dame er eentje van lichte zeden was, die het blijkbaar wel geinig vond als ze een klap op die lekkere kont ontving (kom er vandaag nog eens om). Lennaert had het schilderij ‘Het Zigeunermeisje‘ – hoogstwaarschijnlijk in het Frans Hals Museum – gezien en was in de veronderstelling dat Hals met dat doek de ‘heks van Haarlem’ – zoals Babbe in vroeger tijden ook wel werd genoemd – had verbeeld. Afgaande op het riante decolleté van het schattige zigeunermeisje deed dat de fantasie van Nijgh dusdanig prikkelen dat het hem inspireerde tot de vrolijke meezinger, die oorspronkelijk voor Adèle Bloemendaal was bedoeld.

‘Het Zigeunermeisje’, Frans Hals

Fred Rosenhart is acteur, regisseur en beeldend kunstenaar. Hij kruipt met grote regelmaat in de huid van illustere historische figuren, zoals Rembrandt, Anthony Fokker, Adriaan Pauw of Cruquius. En Frans Hals. Met de acteurgroep Living History worden stukken op locatie gebracht. Zo ook het verhaal van Malle Babbe, die in werkelijkheid Barbara Claes heette, een verstandelijke beperking had en waarschijnlijk leed aan cretinisme (dwerggroei). Ze schijnt werkzaam geweest te zijn in de toenmalige kroeg ‘Bastaert-Pijp’ in de Smedestraat. Ze schijnt ooit opgepakt te zijn door de ‘kapitein van de schutterij’ wegens ‘oneerbaar gedrag’.

‘Hille Bobbe’, ets naar Frans Hals uit 1870 van Leopold Flameng

Frans Hals portretteerde haar, maar ook de negentiende-eeuwse schilder Gustave Courbet en zelfs de meestervervalser Han van Meegeren tijdens de jaren tussen de twee wereldoorlogen. In de Haarlemse Barteljorisstraat staat een Malle Babbe-beeld van Kees Verkade, en er is een koor Malle Babbe dat onder leiding van Leny van Schaik staat. Of dit koor binnenkort weer zal kunnen optreden valt te bezien.

‘Malle Babbe’, Han van Meegeren

Daarnaast is er in Leiden aan de Nieuwe Beestenmarkt een café Malle Babbe, waar iemand in december 2013 een fiets door de ruit van de pui smeet. Het heerschap dat voor deze daad werd opgepakt bediende zich waarschijnlijk van een valse naam. De man die voor de fietssmijterij voor de rechter moest verschijnen was waarschijnlijk niet degene die dit vervelende akkefietsje op zijn kerfstok had, dus er is nochtans nimmer iemand veroordeeld.

Malle Babbe en Frans Hals in Haarlem

De op Fred Rosenhart’s doek afgebeelde vrouw is de Haarlemse Arma Klaasen, die in de huid van Malle Babbe is gekropen en daarnaast bekend staat om haar vele mooie rollen in het lokale amateurtoneel. Zo nu en dan duiken Frans Hals en Malle Babbe op in het Haarlemse. Jaarlijks wordt rond de herdenking van het verkrijgen van de stadsrechten een stukje theater vertolkt. Dat gaat niet enkel over de tijd van Frans Hals, maar ook over de huidige tijd, verzekert Rosenhart. ,,Over het vrouw zijn in het algemeen, en over hard werken. De uil – die verlokking en alcoholisme symboliseert – vormt een rode draad. We hopen het in november weer te kunnen spelen, als Haarlem viert dat het 775 jaar stadsrechten heeft.”
Sekswerkers vandaag de dag schijnen het niet makkelijk te hebben. In het lied dat Rob de Nijs zingt lijkt Malle Babbe gewoon een leuke blonde meid te zijn, die zich tussen het gepeupel in een dranklokaal ophoudt en haar weg wel weet te vinden in tussen de flapcans met blondschuimend bier. Zo’n meid die even bij jou als kroegtijger op schoot komt zitten en in je oor fluistert ‘ga je met me mee schat?’. Het schijnt dat de jazzmuziek is ontstaan in het zwoele ‘French Quarter’ in New Orleans, waar eveneens losbandige dames huisden. Hoe leuk zou het zijn als er de komende week weer eens jazzmuziek zou klinken in café Het Wapen van Bakenes… op steenworp afstand van de rosse perceeltjes. Het zal een fantasie blijven, vrees ik. De coronacrisis doet de jazz de das om. En wie betaalt bepaalt. Dus programmeert de organiserende geldschieter op de Grote Markt zitconcerten met o.a. de 3J’s en noemt dat Haarlem Jazz & More Sit-Down Edition. Dan is het beter om thuis sit-down naar echte jazz te luisteren. Met een blondschuimende flapcan binnen handbereik.

PAUL LIPS