Gustan Asselbergs over zijn verhalenbundel ‘In een veilinghuis wordt niet gelezen’

Van Haarlemmer Gustan Asselbergs verscheen onlangs de verhalenbundel ‘In een veilinghuis wordt niet gelezen’, waarin het draait om het doen en laten in en rond een veilinghuis en waarin Asselbergs zich zowel het lot van boeken als de daaraan verknoopte mensen aantrekt. Het curieuze is dat de eerste druk in no-time is uitverkocht. Een tweede druk is in voorbereiding.

door Paul Lips

Gustan Asselbergs (foto pl)

Gustan Asselbergs is een creatieve Haarlemmer. Actief als slagwerkdocent en uitvoerend musicus, waarbij allerhande samenwerkingen, muzikale eigenzinnigheid en het fenomeen ‘improvisatie’ een rol spelen. Voor de inleiding van de vijf beschouwingen die ‘In een veilinghuis wordt niet gelezen‘ telt wist zijn uitgever de vermaarde historicus en schrijver Willem Otterspeer te strikken, die zich op gloedvolle wijze van deze taak heeft gekweten. ‘Veilinghuizen zijn stranden vol flessenpost, waar de zeedrift van eeuwen het verlangen van zwervers stilt’. Otterspeer verhaalt over ‘albuminedruk’, de sensatie van het voelen, verzamelen en bieden en de uiteindelijke vergankelijkheid der dingen. Met die bagage en de vooraf gelezen verhalen meld ik me op een mistroostige maandagochtend in de wijk Rosehaghe bij de Zijlweg, voor een gesprek dat zich afspeelt in het drumles-prieeltje van de auteur.

Een bijzondere plek, zo’n veilinghuis…

,,Inderdaad een plek waar je niet zomaar terecht kunt voor een corona-uitje, haha. Je zult er niet zo snel dagjesmensen treffen. Er zijn veilingen van allerlei soort. Veilingen met inboedels bijvoorbeeld, dat is meer de brocante-hoek. Het boekenveilinghuis of het kunstveilinghuis is natuurlijk wel de plek waar de echt geïnteresseerde verzamelaar komt. Daar is ook een financiële drempel. Je moet het er voor over hebben om die materiële spullen ter verzamelen en aan te schaffen. Of je hebt gewoon de handelaar.”

Je hebt zelf in zo’n veilinghuis gewerkt…

,,Ik had een voltijds-aanstelling en was lid van het team. Veilingmedewerker ben je dan. Je gaat dan leren beschrijven. Een heel lang leertraject voordat je zelfstandig kunt opereren. Daarvoor moet je heel veel visuele kennis opdoen. Van wat er is, waar het vandaan komt, wat de staat van iets zegt over het product. Een soort taxatie, meteen als je het boek openslaat. Je visuele geheugen uitbreiden.”

Kan iedereen dat leren?

,,Het werkt in je voordeel als je een geesteswetenschappelijke achtergrond of opleiding hebt. Talen zijn heel belangrijk. Als je boeken wil doen moet je gewoon goed in de talen zijn. Maar ook: een boekenmens zijn. Anders schiet het niet op, haha. Je moet wel een band hebben met datgene waar jou werk over gaat. De mensen die heel erg bezig zijn met tekeningen en schilderkunst die zijn helemaal maf van kunst. Ik had dus meer te maken met boeken, foto-albums, ansichtkaarten en dergelijke. Verder is het al doende leren. Je moet het spul adequaat kunnen beschrijven, en vervolgens goed neerzetten. Dat beschrijven doe je met behulp van handboeken.”

Een hele analoge manier. Ook voor de klanten. Tegenwoordig zoekt iedereen immers alles op via google…

,,Met die stap naar digitalisatie dreigen we de oorsprong, de bron kwijt te raken. Dat maakt mensen ook gemakzuchtig en lui. Ze denken dat ze zich alles maar kunnen toe-eigenen. Spullen die in een veilinghuis tevoorschijn komen die vergen wat inspanning. Je moet je weg weten, je moet je weg weten, je laten ‘inwijden’, om het maar even religieus te zeggen.”

En nu heb je dit boek geschreven. Het valt me op dat alles wat jij uitbrengt – of het nu gaat om muziek of om dit boekje – getuigt van een bepaalde zorgvuldigheid. Het is kortom geen ‘gelul’. Het gáát altijd ergens over.

,,Er wordt natuurlijk ontzettend veel geschreven en er is heel veel gepraat op papier. Als het om schrijven en om taal gaat dan probeer ik wel heel zorgvuldig te zijn. Er wordt immers ontzettend veel geschreven en uitgebracht. Stukken, stukken óver stukken en dáár weer stukken over. Meta-media. Daardoor dreigen dingen die er toe doén naar te achtergrond te verdwijnen. Maar juist die dingen die er toe doen, daar ligt mijn belangstelling. Ik voeg graag iets wezenlijks toe. Zo scherp en zuiver mogelijk.”

We praten over ‘nep’ en ‘echt’. Het werk van vervalsers en dat het voor het grote publiek kennelijk geen reet uitmaakt of een kunstwerk oorspronkelijk is of vals. Over de Mona Lisa-met-een-snor van Marcel Duchamp, shock-effecten en hoe vaak je zulke effecten opnieuw kunt bewerkstelligen. Hoe vernieuwers uiteindelijk ingelijfd worden in het systeem. Over het ervaren van kunst, echte ervaringen, zonder meteen een foto of selfie te maken. Over eerste drukken en typoscripten. Dat verhaal over dat sigarenkistje met originele getypte gedichten van Jan Arends, dat ooit geveild schijnt te zijn.

Jouw verhalen doen een beroep op de verbeelding. Je ziet die figuren als het ware rondschuifelen, daar in dat veilinghuis…

,,Heel veel mensen komen naar kijkdagen, maar je kunt je afvragen in hoeverre het nou echt om de inhoud gaat. Iemand checkt de status van een boek of dat het dat éne exemplaar is dat zijn of haar verzameling compleet maakt. En dan zie ik ineens iemand die in zo’n boek begint te lezen. Dat is vind ik dan wel weer grappig. Zelfs in een veilinghuis loop je altijd het gevaar dat je alleen maar met dingen bezig bent als objecten…”

(foto pl)

,,Als je daar een aantal jaren werkt loop je het gevaar blasé te worden en draai je mee in dat hele mechanisme. Dat het je niet meer verbaast dat eerste drukken van poëziebundels het pand verlaten. Ik schrijf in m’n boek over het verzamelde werk van dichter Martinus Nijhoff, en dat dat niet interessant is voor de veiling maar waarschijnlijk opgekocht gaat worden door een handelaar. Dat ik dan zie dat Nijhoff een gedicht van T.S. Eliot heeft vertaald: ‘The Love Song of J. Alfred Prufrock‘. Dan ontdek ik ter plekke hoe veel die Nijhoff blijkbaar heeft vertaald van andere dichters. Je kunt dan klagen dat die boeken weg moeten, maar dat laat anderen koud. Het gaat om spullen die je door je handen laat gaan. Maar eigenlijk gaat het natuurlijk om ménsenlevens. Mensen die kunst maken.

Die sensatie-ervaring had ik trouwens ook bij het manuscript van Bernlef van ‘Hersenschimmen‘ dat geveild ging worden. Dat mochten we even inkijken. Een schoolschrift eigenlijk. Op de rechterpagina de tekst en dan zie je daar allerlei doorhalingen en aanwijzingen bij. En dan links ruimte voor de auteur zelf om er suggesties bij te schrijven. Dan ben je zó dichtbij dat kunstwerk. Je ziet het procédé, een glimpse van de kunstzinnige activiteit.”

,,Bij eerste drukken van bijvoorbeeld poëzie is het van belang dat het onbeschadigd is. Anders is er altijd wel ergens een meer ‘gaaf’ exemplaar te vinden. Een tegen die boekwinkeltjes-aan-huis is niet op te boksen. Voor boeken is er langzaam aan wat minder belangstelling. Ik denk dat dat te maken heeft met de ‘ontlezing’. Ouderen hebben die interesse nog wel. Maar verder is er veel interesse in kunst. Die prijzen rijzen de pan uit. Kunstenaar Banksy heeft daar prachtig de spot mee gedreven, met dat kunstwerk dat zichzelf vernietigde op een veiling. Wat ik ook interessant vind zijn die zaken die er net tussenin zitten. Foto-albums, brievenverzamelingen enzovoort. Van die spullen waar het leven nog zo omheen hangt, zoals in het verhaal ‘Feldpost‘ of het verhaal ‘Chao Chow‘. Dat probeer ik in mijn boek te beschrijven. Dan doe ik ook echt onderzoek naar de verhalen. Dus ik ben eigenlijk niet geschikt als veilingmedewerker. Omdat het draait om het ‘zoveel mogelijk kavels’ in gereedheid brengen. Het liefst zou ik al die boeken lezen en fotoalbums uitgebreid doorbladeren.”

‘In een veilinghuis wordt niet gelezen’ is verschenen bij uitgeverij Fragment en kost 17,50. De tweede druk is inmiddels (24 februari) verschenen.

https://www.uitgeverijfragment.nl/

gustanasselbergs.com

Schrijver Peter Bruyn over ‘De zeven levens van Oscar Benton’: ‘Oscar had zijn eigen waarheden’

Een zanger die grote successen kende, maar ook door diepe dalen ging. Haarlemmer Oscar Benton leidde een kleurrijk leven met de blues als vertrekpunt. ‘De zeven levens van Oscar Benton‘ is de titel van het boek dat dinsdag 23 februari officieel verschijnt. Een boek dat fascineert, van begin tot eind. Schrijver/journalist Peter Bruyn tekende het op. Ondertitel: ‘71 jaar blues en 1 evergreen‘, hetgeen duidt op die ene monsterhit waarmee Benton tot over vele grenzen faam verwierf: ‘Bensonhurst Blues‘. Tussen de bedrijven door (materialen aanleveren voor een etalage bij boekhandel Athenaeum, boeken bezorgen op de fiets) heeft Peter Bruyn tijd voor een gesprek op anderhalve meter.

door Paul Lips

Peter Bruyn (foto pl)

,,Is het je opgevallen?”, zegt Bruyn terwijl hij wijst op de typografie van de kleurrijke letters ‘Oscar Benton‘ op het omslag van het boek, die afgeleid is van het letterontwerp van de eerste elpee ‘Feel So Good‘ uit 1968. Op de albumhoes staan de heren keurig in overhemd, stropdas en colbert of giletje, als tegenhanger van de spijkerbroeken-en-wollen-truien-mannen van Cuby & The Blizzards uit Grolloo. Het omslag van het boek toont Benton in actie, met zonnebril en hoed, de linkerwijsvinger opgestoken om zijn zang extra kracht bij te zetten, een foto van Geert Eldik-Van Heuckelum. ‘Tegelijk is dit niet alleen het verhaal van blueszanger Oscar Benton, maar evenzeer dat van de genadeloze showbizz’, vermeldt de achterflap. Het verhaal ‘van de honger naar de roem en vooral de totale overgave daaraan’.

Grote vraag is of een artiest als Oscar Benton anno 2021 nog kan rekenen op veel belangstelling. Het boek van Peter Bruyn én de film die dinsdagavond 23 februari op Ned2 te zien is (van documentairemakers Roel en Mees van Dalen) zullen zorgen voor hernieuwde interesse. Maar:

,,De laatste keer dat Oscar Benton in het nieuws was, was veertig jaar geleden, in 1981. Het moment dat-ie echt een muzikaal nieuwtje had, zijn hitsingle ‘Bensonhurst Blues‘. Dus iedereen onder de 55 jaar kan zich Benton niet herinneren. Daarna is Benton in de jaren tachtig en negentig weer met die bluesband aan de slag gegaan. Hij speelde weliswaar overal in de provincie, maar echt in dat bluescircuit. De bluescafé’s, van Goes tot Delfzijl.”

Bruyn schuift een zelfgebrand cd’tje over tafel met live-opnamen uit 1972. Een bootleg. Zes nummers, waarvan sommige ontaarden in een heuse ‘jam’ en waarbij het nummer ‘How Many More Years‘ (oorspronkelijk van Howlin’ Wolf) maar liefst veertig minuut drieënvijftig duurt. De broers Guus en Johnny Laporte maken op dat moment deel uit van The Oscar Benton Blues Band.

,,Muzikanten die in kroegen spelen houden niet zo van repeteren, vandaar die ellenlange live-jams. Maar Benton kwam verder niet in het nieuws, ook niet in muziektijdschriften als Oor, op een enkele recensie na. Hij was compleet uit beeld. Daarna kwam dat ongeluk en zijn come-back. Dus vooral oudere muziekfreaks weten nog wie Oscar Benton is. Daarnaast heeft Benton al die jaren niet echt een serieus management gehad. Om bijvoorbeeld platen opnieuw uit te brengen, daar moet je heel erg achteraan zitten. Dat is bij Barrelhouse – de band die is voortgekomen uit de Oscar Benton Blues Band – overigens wel gelukt, met een prachtige box. Bij andere artiesten zie je dat hun carrière gestaag doorkabbelt, en dat ontstaat er vanzelf hernieuwde interesse. Maar Benton had tot 2010 jarenlang niet eens een website. Inmiddels is zijn naam weer vindbaar. Maar vanaf ’95 ging het jarenlang bergafwaarts, mede door zijn alcoholgebruik.”

Plannen voor een nieuwe toernee in het voorjaar van 2021 met de bluesband verdwenen als sneeuw voor de zon toen Benton op 8 november jongstleden op 71-jarige leeftijd overleed. Op dat moment was Bruyn al volop aan het schrijven en waren ook de documentairemakers in de weer geweest. ‘Maar die documentaire gaat voornamelijk over het fenomeen mantelzorg’, weet Bruyn, die Benton jarenlang volgde, en tijdens de laatste levensperiode bijna wekelijks op bezoek ging bij de zanger, die als Ferdinand van Eis op 3 februari 1949 geboren wordt aan de Rijksstraatweg in Haarlem-Noord. Pal tegenover de Zevensmartenkerk, zoals die destijds in de volksmond heette. Enig kind, zwaar verwend. ‘Het hele gezin draaide om hem’, zegt gitarist Guus Laporte in het boek. Op jonge leeftijd – als hij als gymnasiast op het Lorentzlyceum zit – wordt Ferdinand al ‘Oscar’ en raakt hij in de ban van bluesmuziek, die op dat moment spaarzaam beschikbaar is. Oscar leent links en rechts platen en bezit er zelf twee: één elpee van harmonicaspeler en zanger Sonny Boy Williamson, en ‘Muddy Waters at Newport 1960′. Peter Bruyn zegt zelf niet echt een blueskenner te zijn, maar zag als popjournalist menige act voorbijkomen. Zo zag hij hoe bluesmuziek opschoof richting pop/rock via Jeff Healey en Robert Cray, en later hoe een herwaardering ontstond voor oude helden als R.L. Burnside en T-Model Ford.

Peter Bruyn: ,,Het is interessant hoe Benton’s voorkeur in die eerste vier jaar opschuift van Muddy Waters richting Howlin’ Wolf. Ik vind dat knap, omdat er in die tijd geen internet was. Dus je moest het doen met weinig platen en weinig informatie. En die andere jongens in de band, zoals drummer Herman Souverein, kenden dat soort platen ook allemaal.”

Bruyn is nog steeds enthousiast over de debuutplaat van de Oscar Benton Blues Band uit ’68, die in periode daarvóór tweede wordt tijdens het Loosdrecht Jazz Concours en daar (mede omdat het geen jazz is wat de groep brengt) de tweede prijs bemachtigt. ,,Als je die plaat nu beluistert dan is-ie eigenlijk best wel goed en apart. Een duidelijke eigen stijl. Het is nog vóór de broers Laporte er bij kwamen. Benton zelf was op dat moment de enige gitarist in de band. Die dus op een afwijkende manier musiceerde omdat hij daarvóór vioolles had gehad.”

Pianist Han van Dam opereert onder de artiestennaam ‘Barrelhouse Bailey‘, bassist Peter van Kouteren luistert naar het pseudoniem ‘H.J.B. Hawkins‘ en drummer Herman Souverein wordt omgedoopt tot ‘Lonesome Tanny Lant‘. Benton wordt gewaardeerd om zijn schuurpapieren stem, maar ook om zijn rauwe gitaarspel. Naast veel eigen nummer staan er ook covers van Big Bill Broonzy, Alexis Korner en Peter Green (Fleetwood Mac) op ‘Feel So Good‘, die eind februari 1969 daadwerkelijk in de winkels ligt, maar twee weken eerder officieel is gepresenteerd in de Haarlemse Jazz Club.

In geuren en kleuren beschrijft Peter Bruyn hoe Benton vervolgens ‘op een rare manier’ van richting veranderde, zoals het duet ‘All I Ever Need Is You‘ dat hij opnam met zangeres Monica en dat we vandaag de dag het beste kennen in de versie van André Hazes: ‘Ik meen ‘t‘. ,,De drijvende kracht was immers dat hij beroémd wilde worden”, weet Bruyn. ,,Dus hij nam solo ook ‘If you go away‘ op, de Engelstalige versie van ‘Ne me quitte pas‘. Maar als-ie wat consequenter was geweest dan was-ie een ‘grand old man’ geworden, met een stevig blues-oeuvre.

Telefoon. Johnny Laporte aan de lijn, de man die in 2016 nog – stukje bij beetje – een compleet album met de bluesveteraan opnam onder de titel ‘I Am Back’. Problemen met de levering van de fysieke boeken. Alles is zorgvuldig uitgekiend, maar de uitlevering zal niet op tijd gaan komen om de eerste bestellingen per post te kunnen verzenden en op de fiets te kunnen gaan bezorgen. Dat zal pas na het weekeinde kunnen. De hersens van Peter Bruyn kraken en zoeken naar oplossingen. De boeken díe er al zijn, worden verzonden en bezorgd, de rest zal maandag en dinsdag de deur uit gaan. Ondertussen wordt een etalage bij Athenaeum Boeken aan de Gedempte Oude Gracht ingericht met authentiek materiaal. Het zijn de ongemakken die komen kijken bij de huidige pandemie, waardoor een fysieke boekpresentatie niet mogelijk blijkt. Zelfs de bescheiden ‘buzz’ rond Benton blijkt er een van vallen en opstaan, zoals ‘s mans carrière kenmerkt, tot en met ‘de val’ in 2005 aan toe, waarna Benton een periode zweefde tussen leven en dood en vervolgens de geest weer kreeg.

Een aspect dat in het boek met enige ironie wordt beschreven zijn de zogeheten ‘eigen waarheden’ van Oscar Benton. Op het San Remo-festival in Italië waar Benton optreedt zijn volgens eigen zeggen ‘tienduizenden mensen’ aanwezig. Een youtube-filmpje bewijst anders, een soort openluchttheater Caprera-concert. De single ‘Bensonhurst Blues‘ is volgens Benton zelf een ‘groot succes’ in Amerika (‘miljoenen verkochte platen’), terwijl de plaat daar nimmer is uitgebracht. En graag verhaalt de met zichzelf vergulde Benton over zijn bankrekeningen in Zwitserland en Luxemburg, waar hij de inkomsten van zijn hitsucces veilig heeft gestald. ,,Die bankrekeningen hebben nooit bestaan”, aldus Bruyn met een big smile. ,,Maar jij weet ook: als je een verhaal op verjaardagen een aantal keren hebt verteld dan bestaat de kans dat het telkens iets verandert, maar dat je het ook een beetje aandikt. Zo is het meer bij Oscar Benton. Hij had zijn eigen waarheden. Net als dat idee dat hij een afstammeling was van Jan Constantijn Nicolaas van Eijs, behorend tot de erewacht van keizer Napoleon Bonaparte. Geen enkel bewijs toont dat aan. Maar het verschaft jou als schrijver wel werk. Want jij mag vervolgens uitpluizen hoe het werkelijk zit.”

Het wordt allemaal prachtig beschreven in de inleiding van het boek, dat uitmunt in een gedegen journalistieke aanpak die ruim tweehonderd pagina’s voort zal duren, voor wie de moeite neemt het geschrift te lezen. In geuren en kleuren gaat het vervolgens ook over vrouwen, grote hoeveelheden alcohol, het lustoord Kasteel Meerwijk in Brabant voor ‘erotische uitspattingen in de privésfeer’ en de enorme drive van de hoofdpersoon die op zijn weg naar de top en het sterrendom niet zelden – zonder gewetenswroeging – afscheid neemt van collega-muzikanten, familie of vrienden. Zeven levens, 71 jaar blues en 1 evergreen. Dat verhaal van die evergreen is natuurlijk al ontelbare malen verteld.

De Franse acteur Alain Delon regisseert in 1981 de film ‘Pour la peau d’un flic‘, over een politieman die als privédetective verstrikt raakt in een web van corruptie en bedrog. Negen keer komt er als soundtrack een fragment van het lied ‘Bensonhurst Blues‘ voorbij, dat uiteindelijk een nummer één-hit in Frankrijk wordt en waarmee Benton volop in de belangstelling komt te staan.

Bensonhurst Blues‘ is een cover van een nummer uit begin jaren zeventig van Newyorker Artie Kaplan. ‘Het gaat over iemand die plotseling fortuin heeft gemaakt, maar daardoor wel het contact heeft verloren met waar hij vandaan komt’, legt Kaplan uit. ‘Bensonhurst‘ is een wijk in Brooklyn, NY. Benton beschouwt het als een helder verhaal: ,,Die man is rijk geworden in de drugshandel en woont nu in Beverly Hills in Californië.” Met het kenmerkende ‘voei voei voei voei‘ maakt Benton er zijn eigen, schuurpapieren beleving van. Zoals ook van zijn bewering dat hij in die periode (begin jaren tachtig) een appartement in Parijs bezit, aan de Avenue Koch, een van de duurste straten van het zestiende arrondissement, vlakbij de Arc de Triomphe. Benton waant zich een superster en zal dat nog geruime tijd volhouden. Hij klimt telkens opnieuw uit het dal en weet – mede door de inzet van zijn kundige medemusici – nog jarenlang te proeven van successen op het podium. Of, zoals Herman Souverein het aan het eind van het boek verwoordt: ,,Niet opgeven. Nooit. We gaan door! Dat was Oscar.”

Oscar Benton ‘I’m Back’, documentaire, dinsdag 23 februari 22.40 u. op Ned2

Oscar Benton – I’m Back – 2Doc.nl

Peter Bruyn, ‘De zeven levens van Oscar Benton, 71 jaar blues en 1 evergreen’, (euro 18,50) verschijnt bij uitgeverij In de Knipscheer ISBN 978-94-93214-13-2

Vormgeving: Eddie Aarts, Fonts + Files visuele communicatie

zanger/gitarist Oscar Benton – Uitgeverij In de Knipscheer

Kunstbeurs Heemstede gaat niet door dit jaar

De Kunstbeurs Heemstede gaat niet door. De beurs, die gepland stond voor het weekeinde van 19 tot en met 21 maart 2021, wordt verplaatst naar volgend jaar, vertelt voorzitter Rosita van Wingerden, zelf ook beeldend kunstenaar. “We hebben nog overwogen om de beurs te verplaatsen naar bijvoorbeeld september, maar het lijkt ons beter om op volgend jaar te mikken.” De jaarlijkse Kunstbeurs Heemstede wordt sinds 2012 gehouden in SportPlaza Groenendaal aan de Sportparklaan. De editie van 2020 kon vanwege de uitbraak van de coronapandemie ook al geen doorgang vinden.

door Paul Lips

Kunstbeurs Heemstede (foto KBH)

Spijtig, want de loop zat er de voorgaande jaren goed in. “Zo’n 1800 bezoekers”, weet Rosita van Wingerden. De ambiance van de sporthal werd door een professionele decorbouwer voorzien van riante stands, waar de werken konden worden gehangen. Dat gaf meteen een prima sfeer waardoor je als bezoeker niet echt het idee had in een sporthal rond te wandelen. De organisatie hoopt nu op betere tijden.

Rosita van Wingerden: “De beurs is voor en door kunstenaars en we organiseren het evenement met zo’n vijf vrijwilligers. Zelf verdienen we er niets aan. Voor de kunstenaars is het deelnemen niet duur, mede door ondersteuning van een aantal sponsoren. Voor een goed betaalbaar bedrag aan deelnamekosten krijgen kunstenaars elk een giga-plek op de beurs. Er deden de afgelopen jaren zelfs deelnemers mee uit Limburg en Vlaanderen.”

De Kunstbeurs Heemstede begon in 2012 op initiatief van lokale kunstenaars, die zagen dat de Kunstlijn Haarlem snel won aan populariteit waardoor meer en meer grote podia werden gezocht, en het idee van een atelierroute enigszins naar de achtergrond raakte.

Marlies Jetses ‘Kastanjes’ (foto M. Jetses)

“Bewust kozen ze voor een evenement in maart, omdat je dan vooraan in de rit zit. We hebben altijd interessante samenwerkingsverbanden, zoals met de dichters van de Haarlemse Dichtlijn, muzikale attracties en ook met stagiaires van middelbare scholen zoals Sancta Maria en ECL die de Kunstbeurs Heemstede gebruiken voor hun maatschappelijke stage. Ook dat valt dit jaar weg voor ze, heel spijtig.”

collier van Rosita van Wingerden (eigen foto)

Zelf is Rosita van Wingerden eveneens beeldend kunstenaar, edelsmid om precies te zijn. Ze werkt met goud, zilver, edelstenen en natuurlijke materialen. Haar colliers zijn populair. Niet zelden verwerkt ze iets aparts in haar werken, zoals een Droste-flik, parels, amazoniet of leer.

broche van Rosita van Wingerden

“We hopen natuurlijk aandacht te blijven genereren. Via Facebook en Instagram tonen we van tijd tot tijd werk van deelnemende kunstenaars; een online expositie zodat kunstenaars in deze moeilijke tijd hun werk onder de aandacht kunnen brengen. Belangstellenden kunnen het beste ook de website in de gaten houden om op de hoogte te blijven van de actuele ontwikkelingen.”

Kunstbeurs Heemstede | Facebook

Kunstbeurs Heemstede (@kunstbeursheemstede) • Instagram-foto’s en -video’s

www.kunstbeursheemstede.nl

De stilte in Haarlem muzikaal-poëtisch verklankt

Een foto van een lege Grote Markt. Dat is het shot waarmee het lied ‘Het Is Nog Nooit Zo Stil Geweest In Haarlem’ aanvangt, waarbij na enkele seconden de musici in beeld komen: Fredie Kuiper (zang, accordeon) en Suzanne Groot (viool). Een prachtig, maar ook schrijnend tijdsbeeld in de Spaarnestad. De lege stad, die gebukt gaat onder de coronapandemie. Maar in de tekst gaat het vooral ook over de mensen en hun zorgen: ‘met een meetlat door het leven, met een kap de mond gesnoerd, een vaccin in het vooruitzicht, maar de meesten… zijn al gevloerd‘.

door Paul Lips

Tekst en muziek zijn van de hand van de Haarlemse troubadour Fredie Kuiper, die velen uiteraard kennen van het ongekroonde stadslied ‘Haarlem wat ben je mooi‘. Met violiste Suzanne Groot steevast aan haar zijde, die gloedvolle accenten aanbrengt met haar verfijnde snarenspel. Elk couplet krijgt een korte muzikale introductie, een melancholisch opmaatje.

,,Dat moest het ook zijn”, zegt Fredie Kuiper desgevraagd. ,,Je hoort al aan de melodie dat er heel wat aan de hand is. Het is geen opbeurend lied.”

Het lijkt een lied dat juist in deze trieste tijd van toepassing is. De Damiaatjes die – een half uur eerder dan normaal – waarschuwen voor de avondklok. Een jaar geleden hadden jouw rake tekstregels nog niet geschreven kunnen worden…

,,Toen de coronacrisis vorig jaar begon realiseerde ik me de ernst er nog niet van. Ik vond het allemaal een beetje overdreven. Ik dacht bij mezelf: ‘we doen nu net of de hele wereld is ingestort’. Maar inmiddels drukt deze pandemie op me. Weliswaar zit ik persoonlijk niet in de knel, maar ik maar me zorgen om de situatie in de wereld. Je ziet de enorme zorgen, mensen die binnenkort failliet zullen gaan en dagelijks in de zenuwen zitten: ‘hoe moét dit verder?’… En neem de mensen die werken in de muziek- en theaterwereld. Een leeg doek. Geen show. Er verdwijnt momenteel een heel stuk van hun leven en er lijkt geen perspectief. Je hoort dan geluiden in de trant van ‘maar in juni gaan we weer optreden’. Ik ben bang dat het hele culturele leven nooit meer normaal kan worden. Er kunnen altijd nieuwe virussen opduiken.”

Daar had jij als muzikant – die het beste tot haar recht komt in een intieme setting – waarschijnlijk ook behoorlijk last van…

,,Gek genoeg heb ik nog best veel kunnen optreden het afgelopen jaar. Uiteraard alles op gepaste afstand, nooit meer dan dertig mensen in een zaal. Zoals bij het ‘Ramses in Vogelvlucht‘-programma dat ik deed met Jorick Jochims. Daarnaast heb ik nog heel wat aubades gebracht voor ouderen die 65, 70, 80 of 90 jaar werden. Vrijwillig. Een keer kreeg ik een fruitmand die zo zwaar was dat ik ‘m niet eens kon dragen, haha. Maar daar zat ook een fles wijn in trouwens.”

Op 1 minuut 41 verhoogt de viool van Suzanne het drama in het instrumentale stukje, waarna de woorden als ‘eenzaamheid’ en ‘depressies, angst en stress’ klinken. De zorgvuldig gekozen foto’s zetten de sfeer extra kracht bij. Een mooie samenwerking van betrokken Haarlemmers.

,,De melodie heeft goed uitgepakt en past helemaal. Voor de opname en montage heb ik Max Sipkes gebeld, die was blij dat hij weer eens iets moois kon maken. Zijn zoon Addik Sipkes heeft geholpen met de voorbereidingen. Ik had Moussa Aynan al gevraagd voor een fotografisch bijdrage, en Max tipte vervolgens Richard Stekelenburg. Die beelden van de Camera Obscura-groep in de Haarlemmerhout met die mondkapjes op maken het geheel extra schrijnend, naast de beelden van de lege straten en pleinen in de stad. We krijgen overigens al heel wat positieve en hartverwarmende reacties op de clip.”

‘Buiten’, fascinerende nieuwe Dreef-expositie die nog niet te bezoeken is

We dachten dat het slechts een paar maanden zou duren. We hoopten dat alles snel weer terug zou kunnen gaan naar ‘het oude normaal’. We hoopten op versoepeling in brede zin. Er was veel bereidheid en inleving. Er werd geklapt. Genoten van zonovergoten dagen. Er konden met inachtneming van strenge looproutes zelfs musea en kunstgalerieën worden bezocht. En ondanks al dat thuiswerken en ‘binnen blijven’ hebben we behoefte aan ‘buiten’. En niet in de laatste plaats behoefte aan kunst. Verheugd was ik toe ik bij de persmails las dat er een nieuwe Dreef expositie is in Paviljoen Welgelegen aan de Dreef. Titel: ‘Buiten’.

door Paul Lips

Ik neem u even mee terug naar 2014, toen kunstenaar Armando nieuw werk toonde in een expositieruimte aan de Bakenessergracht, een project-op-locatie van de Haarlemse kunstpaus Rob de Vries. Armando was 85 geworden en liet zien dat hij nog volop midden in het leven stond als beeldend kunstenaar. Er zat een anekdote aan vast. Want als hij in Nederland was – Armando woonde deels in Berlijn – dan deelde de kunstenaar een atelier met Sjoerd Buisman, destijds in Amsterdam. Toen Sjoerd Buisman naar Haarlem verkaste, ging Armando gewoon mee naar de Spaarnestad. Zo ging dat in de logica van Armando. Rob de Vries begeleidde hem en haalde dan voor elk een haring bij de viskraam, die ze smakelijk oppeuzelden. Daarnaast fungeerde De Vries als assistent, en hielp met het opzetten van het doek, het aangeven van de penselen en het draaien van het canvas. ”Armando begint aan het onderste deel van het schilderij, daarna draai ik het een halve slag, dan schildert hij verder en uiteindelijk draai ik het doek weer in de beginstand”, zei De Vries er over. Vervolgens begon Armando als een razende te schilderen.

In diezelfde periode werd Armando geïnterviewd door Frénk van der Linden voor het radioprogramma Kunststof van de NTR. ‘Ik heb voorlopig nog geen tijd om dood te gaan’, zegt Armando tegen het einde van het boeiende interview. Een fascinerende uitzending, soms met ongemakkelijke stiltes, die je hier kunt terugluisteren.

NTR – Kunststof Radio – Kunststof

Armando heeft inmiddels het tijdelijke voor het eeuwige verruild, dus terug naar het heden. In de nalatenschap van Armando vond Rob de Vries een toepasselijk, intrigerend gedicht.

BUITEN

Ga maar gauw naar buiten schuilen
denk aan een lange tocht,
het lampje binnen brandt niet meer.

Ga toch in de buitenlucht,
opdat er niemand is
die zich herkennen kan.

Blijf vooral onzichtbaar,
probeer de horizon te strelen
want de dreiging strompelt voorlopig door.

Ga maar vast,
de twijfel valt behoedzaam.


Armando
‘Buiten‘ uit ‘Toch nagelaten werk’.
Uitgeverij Augustus atlas/contact
2019 © Armando Stichting

Conservator van Paviljoen Welgelegen Simone Memel zegt aan de telefoon over Rob de Vries: ”Ik heb heerlijk met hem samengewerkt, dat mag je best vermelden.” Het is natuurlijk geweldig om een tentoonstelling in te richten met een man met een schat aan ervaring in de wereld van de beeldende kunst en met het maken van tentoonstellingen.

En voor dat we het weten wisselen Simone en ik van gedachten over het belang van buiten kunnen zijn, de straat op kunnen gaan, te kunnen wandelen in je eigen stad en omgeving. Simone Memel is zelf ook aan het wandelen geslagen, vertelt ze, en geniet dagelijks van de indrukken die ze opdoet in de stad. Je ziet steeds nieuwe dingen. Het geeft nieuwe creatieve energie. Ondanks de dreiging, die ‘strompelt voorlopig door’, zoals Armando schrijft.

Of de tentoonstelling ‘Buiten‘ binnenkort ook live mag worden bezichtigd moet worden afgewacht, legt Simone Memel uit. ”Het is in ieder geval fijn voor de deelnemende kunstenaars dat de expositie is ingericht. Het geeft positieve energie. Wat ons betreft zouden we graag open gaan, met inachtneming van de regels. We hadden al een looproute en maximaal tien mensen die binnen mochten kijken, dus dat is in het afgelopen jaar allemaal al keurig geregeld.”

Voorlopig is er het promofilmpje, waarin Rob de Vries het gedicht van Armando voordraagt en langs enkele van de werken wandelt. Bijzonder is het geschilderde werk van Nan Groot Antink uit Brabant, die niet schildert met verf uit tubes, maar zelf pigmenten uit natuurlijke elementen samenstelt. Tik de naam ‘Nan Groot Antink’ in op google en er komt een fascinerende manier van het maken van kunst tevoorschijn. Zelf menselijke urine wordt gebruikt voor het samenstellen van de gebruikte verf.

De tentoonstelling is vooralsnog niet te bezoeken. Hou de website in de gaten voor de ontwikkelingen.

‘Near Ransdorp’ (2018-2020) van Robert Smit

De tentoonstelling ‘Buiten’ is samengesteld door curator Rob de Vries. Hij koos schilderijen, beelden en foto’s van:

ARMANDO,  MARI BOEYEN,  SJOERD BUISMAN,  ADAM COLTON,  KRIS VAN DESSEL, JASPER VAN DER GRAAF,  NAN GROOT ANTINK,  ROBERT SMIT, PIET TUYTEL

‘Buiten’: nieuwe expositie in provinciehuis – Provincie Noord-Holland (noord-holland.nl)

Haarlemmers ver weg en toch dichtbij: Nico Bijster

Zo nu en dan vernemen we iets van Haarlemmers die ver weg wonen, maar door hun betrokkenheid bij de stad dichtbij blijven. Een van die Haarlemmers is Nico Bijster (1956). Hij woont sinds enkele jaren in Castelão, Beja in Portugal, in een natuurpark onder Lissabon. Momenteel is Nico in verband met corona voor anderhalf jaar terug in Haarlem, waar hij vooral met zijn geliefde en familie is en verschillende klusprojecten doet. Op zijn Facebookprofiel komen regelmatig mooie foto’s langs van het Portugese platteland en de kuststreek daar. Daarnaast schroomt Bijster niet om zo nu en dan een kruidige mening over het Haarlemse leven te ventileren. Voor het gesprek zitten we op een bankje in een parkje nabij winkelcentrum Schalkwijk, keurig op anderhalve meter.

door Paul Lips

Nico Bijster (foto pl)

De gemiddelde Haarlemmer kan zich nauwelijks voorstellen dat iemand de Spaarnestad zou willen verlaten. Jij trok naar Portugal…

,,Ik heb eigenlijk altijd wel het verlangen gehad om niet in Haarlem te blijven. Eind jaren zeventig wilde ik eigenlijk al naar Drenthe toe, of Friesland. Haarlem is natuurlijk sowieso altijd al een rampgebied geweest als het gaat om woonruimte. Je moest je altijd al helemaal scheel betalen dus was je veroordeeld om met andere mensen te wonen. Dan kom je uit op woongroepen, maar daar moest je dan wel in passen. Ik ben dus niet zo’n groepsmens. ‘I refuse to join any club who wants me as a member‘, zei acteur Groucho Marx al. Ik ben tijdens mijn werkzame leven altijd een beetje een nomade geweest, trok van plek naar plek. Die huizen kon ik vervolgens met overwaarde verkopen, dus zo heb ik in de loop der jaren wat kapitaal kunnen opbouwen.”

(eigen foto)

Portugal herinner ik me als een heerlijk land met een aangenaam klimaat en vriendelijke mensen…

,,In Portugal wonen mensen die vrijheid willen. Wat in de jaren zestig is ontwikkeld in Nederland is daar nu ook aan de gang. Spirituele dingen, yoga, vrijheid, gezond leven. Moestuinen en proberen een self-supporting bestaan op te bouwen. Waar ik woon beschouw ik dat als een inspirerende omgeving. Natuurlijk word ik er soms ook een beetje gek van. Dan ervaar ik het als iets te zweverig. Zelf ben ik in grote mate onafhankelijk. Daar te leven is voor mij beter dan hier in Nederland. Hier is het moeilijk om een onafhankelijke levenswijze in uitvoering te brengen. Ik woon in de Alentejo, in het gebied zo’n honderd kilometer onder Lissabon. In een natuurreservaat in het Park natural Costa Vincentina. Daar hebben ze natuurlijk ook hun lokale problemen zoals de boeren die te veel water verbruiken bij hun landbouw. En je krijgt er te maken met typische Zuideuropese verschijnselen, zoals dat de lunch heilig is daar. Een voorbeeld: ik heb een tijd geleden gedoe gehad toen er een keuken bij mij geïnstalleerd moest worden. Dat bedrijf dat mijn adres moest vinden had al meteen een probleem omdat het wel bekend is als postadres, maar niet als fysiek adres. Dus tegen de tijd dat die werklui aankwamen was het al lunchtijd. Tel uit je winst.”

Als ik jou zo volg via de sociale media dan is te merken dat je je niks wijs laat maken. Een enfant terrible?

,,Van jongs af aan was ik eigenlijk al een opstandig mannetje. Een recalcitrant ventje inderdaad. Thuis had ik het goed, maar mijn ouders wisten eigenlijk niet zo goed wat ze met me aan moesten. Het was een vrijgevochten gezin, iedereen deed zo’n beetje waar-ie zin in had. School was een ramp voor mij. Nog steeds zie ik van een aantal verplichte vakken er het nut niet van in. Ik zat op de Meester A. Bruchschool, een leao aan de Raaks. De zogeheten lagere economische administratieve opleiding. Ik was geen domme jongen maar ik had gewoon geen zin in dat stramien terwijl ik niet kon stil zitten . Als die zinloze dingen die je tot je moest nemen. Kijk, we leven in een gedigitaliseerd tijdperk, en dan zou je nog steeds staartdelingen moeten leren. Of aardrijkskunde. Als ik naar Arnhem moet dan zoek ik de route toch gewoon op? Niet dat ik nou heel slecht was in vakken. Biologie, geschiedenis, Nederlands, aardrijkskunde, Engels, dat lag me op zich best. Maar ja, je kreeg ook typeles. Die typeleraar sprak me aan op m’n lange haar, dat ook nog eens in de war zat. Dat pikte ik niet. Moet jij nodig zeggen met je kale rotkop, zei ik. Moest ik bij de schooldirecteur komen. Kreeg ik een reprimande. Tja en dan moet je als straf het schoolplein aanvegen hè. Al die bladeren. Dus die veegde ik op een grote hoop, precies onder de auto van de directeur. Zodat het één grote klerezooi werd als-ie wegreed.”

,,Uiteindelijk ben ik dus van school getrapt. Mijn ouders zeiden: prima, als jij niet naar school wil, dan ga je maar werken. Dus ik werd leerling-kapper. Leuke baan? Nou, dat vond ik helemaal niet. Dat slappe geouwehoér, de hele dag door, verschrikkelijk. Ja, over het mooie of slechte weer inderdaad. En dan moest je natuurlijk ook nog op de zaterdagen werken. Terwijl dat weekend nou juist leuk was om iets met je vrienden te ondernemen.”

Uiteindelijk belandde je zelf in het jongerenwerk, als sociaal werker…

,,Bij De Til op het Leidseplein, in de Leidsebuurt. Daar was in die jaren van alles te doen. Taallessen, naailessen, discoavonden. Op zaterdagavonden hadden we soms wel zo’n honderdtwintig jongeren binnen. Het was een hele succesvolle, dynamische tijd. Nog niet zo verruwd als nu. Mensen uit die tijd kom ik nog wel eens tegen, die kijken daar met plezier op terug. We hebben in die periode ook veel met sport gedaan. Jongeren moeten gewoon veel bewegen, is mijn idee. Dus we deden ook outdoor-activiteiten zoals overlevingstochten. Daar heb ik later nog twee jaar een bedrijf in gehad, toen woonde ik een tijdje in België.”

(eigen foto)

Ik begreep dat je ook op de afdeling Arbeidsvoorziening van de gemeente Haarlem hebt gewerkt…

,,Daar was mijn taak om mensen weer aan het werk te krijgen. Kijk, het feit dat mensen geen werk hebben brengt meestal meerdere dingen met zich mee. Sociaal isolement, geen zinvolle dagvulling hebben, soms een psychiatrische achtergrond. Ik probeerde in die tijd handvatten aan te reiken waardoor ze weer in beweging kwamen. Iets wilden gaan doen wat ze leuk zouden vinden. Het gaat er vaak niet om of zulke figuren een hoog rendement halen, maar meer dat ze in een sociaal netwerk terechtkomen. Vroeger had je De Schalm, dat was daar een uitstekende plek voor. Een van de begeleiders daar was Luc van de Loo, iemand met een groot, sociaal hart. Zo’n aanpak wérkte.”

Dan kom je met veel uiteenlopende types in aanraking…

,,Vaak moest ik allerlei dingen ‘om zo iemand heen’ regelen. Er kwam van alles langs op die afdeling. Het schuim van Haarlem. Ja, ook mensen die later zijn doodgeschoten. ‘t Ging er om om die barrières op te heffen. Als bij iemand uit het woonwagenkamp net zijn tanden uit zijn bek waren geslagen, dan probeerde ik een tandarts te regelen die dat gebit weer kon repareren. Zulke types zijn vaak ook jarenlang verwaarloosd, in psychische zin. En soms maakte je weer de andere kant mee. Van die figuren die met hun Rolex om en dure schoenen uit een luxe sportwagen stapten en dan beweerden dat ze niet in staat waren om te werken. Zulke types hebben dan een schop onder hun kont nodig. We investéérden echt in mensen in die tijd.”

Op Facebook zie ik dat je je nog regelmatig kunt opwinden over Haarlemse zaken…

,,Als ik vind dat er dingen niet goed gaan in de stad dan zeg ik daar inderdaad wel eens iets over. Voorbeeld: waarom kan er in dat voormalige belastingkantoor in Schalkwijk geen jongerenhuisvesting komen? Het morele kompas is soms helemaal zoek. Waarom gebeurt er zo weinig in dat voormalige VNU-pand? Ik ben bouwer. Ik maak daar gewoon 150 appartementen voor jongeren in als het moet. Er zijn altijd wachtlijsten, er is woningnood. Maar de gemeente probeert altijd het onderste uit de kan te halen. Over de ruggen van de burgers. Ze verkopen de grond voor zó veel geld dat er alleen maar lofts gebouwd kunnen worden. De hele sociale woningbouw is natuurlijk in elkaar gesodemieterd. De Egelantier ook, dat is gewoon doodzonde van zo’n prachtig pand. Dat is gewoon absurd, de gemeente – verantwoordelijk voor het onderhoud – heeft nooit ene flikker aan onderhoud gedaan. Het kalk viel van de muren tijdens de muzieklessen die daar werden gegeven. Dat soort dingen, daar heb ik dan de tyfus over in. Maar verder heb ik het goed naar m’n zin hoor. In Portugal wandel ik heerlijk langs dat visserspad aan de kust. Dat doe ik in stukjes, met m’n hond Bollie. Ga – normaal gesproken – uit eten met Portugese vrienden. Kan alles lezen wat ik nog wil lezen en vermaak me prima.”

,,Nu ben ik voor anderhalf jaar terug in Schalkwijk, dan kan ik bij m’n vriendin zijn, en ook m’n twee dochters regelmatig zien. Eerst waren zij ontstemd dat hun vader naar Portugal verhuisde, en nu hebben ze soms de smoor in omdat ze niet terecht kunnen op hun vakantieadresje, haha.”

Uiteraard willen we tot slot weten welke muziekclip we kunnen plaatsen bij dit interview…

,,Naast Vanessa da Mata & Ben Harper kies ik dan voor The Who met ‘Who Are You‘. Een geweldige band, maar natuurlijk ook een ruige band. Vooral in de sixties. Ze sloegen de boel aan het einde van een optreden gewoon kort en klein. Dure gitaren gingen aan diggelen. Dat drumstel ook gewoon altijd. Keith Moon heeft model gestaan voor ‘Animal’ uit The Muppet Show. Van het allereerste werk ben ik niet zo gecharmeerd. Daarna kwamen hits als ‘I Can’t Explain‘ en ‘My Generation‘, fantastisch. Het dubbelalbum Quadrophenia uit 1973 is een meesterwerk, een rockopera over een mod met een zogeheten ‘dissociatieve identiteitsstoornis’.

Roger Daltrey vind ik een geweldige zanger. Pete Townsend een meesterlijke gitarist. Maar die vier hadden natuurlijk altijd bonje met elkaar. Ja, ze hebben een tijd terug weer een album uitgebracht, maar dat volg ik allemaal niet meer. Er zijn er nog maar twee over uit de oorspronkelijke bezetting. Wel heb ik destijds de laatste optredens in Nederland gezien, met vervangende muzikanten op bas en slagwerk. Die concerten waren heel goed. The Who in de oerbezetting – met John Entwistle en Keith Moon erbij – is voor mij toch een van de beste bands aller tijden.”

Over het drinken van koffie – ‘Een Lijntje van Lips’

Koffie drinken. Een heerlijke bezigheid. ‘Effe ‘n bakkie’ doen staat voor gezelligheid en kun je beschouwen als ‘cultureel erfgoed’. Dat wisten Swiebertje en Saartje al in die befaamde keuken van de burgemeesterswoning, maar deze zinsnede zal slechts herinneringen oproepen bij de oude generatie. Ik begon gewoon eens te googelen op ‘koffie’ en ‘music’ of ‘coffee’ en ‘jazz’ en kreeg direct allerlei lounge-resultaten. Als ik verfijnde op ‘black coffee’ kwam daar een lied uit 1948, gecomponeerd door Sonny Burke en Paul Francis Webster.

I’m feelin’ mighty lonesome, haven’t slept a wink

I walk the floor and watch the door and in between

I drink – Black coffee love the hand-me-down brew

I’ll never know a Sunday in this weekday room

I’m talkin to the shadows

One o’clock till four and Lord, how slow the moments go when all I do is pour

Black coffee since the blues caught my eye

I’m hangin’ out on Monday my Sunday dreams to dry

Op google springt als eerste de versie van Peggy Lee (uit de jaren vijftig) naar boven, maar ‘Black Coffee‘ vertolkt door Sarah Vaughan uit 1949 is eveneens niet te versmaden, met die diepe stem. ‘I walk the floor and watch the door and in between I drink…’

Hier is dus iets behoorlijk mis. De persoon in kwestie ijsbeert na een slapeloze nacht door de kamer, houdt nauwlettend de deur in de gaten – want wie weet komt-ie terug – tevergeefs wachtend op de man die haar heeft verlaten. Slecht nicotine en zwarte koffie zijn haar deel. Ze steunt en kreunt zachtjes en steekt er nog maar ‘ns eentje op.

Een sigaret, Marianne Faithfull (in zwarte bustehouder) als ze ‘s ochtends aan een kopje koffie zit, ergens in Los Angeles. Ze inhaleert en in haar nabijheid is Anton Corbijn, die haar fotografeert. Later zal hij opmerken dat het mysterie van de foto hem boeit. Wat is er gebeurd die nacht? Hebben ze samen een bed gedeeld? Ik ben geneigd te zeggen ‘wat denk je zelf?’. Corbijn en Faithfull in één bed? En houdt-ie dan het grootste gedeelte van de tijd z’n zonnebril op? Wélnee, een van de gelukkigen die van de geneugten der vrije liefde mocht genieten was Keith Richards van de Stones, die in een documentaire over Marianne opmerkte ‘great tits’ en er een duim bij opstak. Degene die de foto’s bij dit onderstaande clipje heeft uitgezocht heeft ongetwijfeld een fijne middag gehad. Faithfull nam ‘Black Coffee‘ op in 2008.

Persoonlijk ben ik laat begonnen met het drinken van koffie. In de kantine van de middelbare school dronken we steevast een bakkie nauwelijks drinkbare warme choco, al dat niet gepaard gaand met een pennywafel of gevulde koek. Ik zal een twintiger geweest zijn omringd door andere kamerbewoners toen ik het edele vocht regelmatig begon te consumeren. Maar een plaatje waar ik als jochie in de jaren zestig steevast vrolijk van werd was ‘Koffie’ van Rita Corita (geboren als Hendrika Sturm, 1917-1998), dat met grote regelmaat langskwam op de radio. ‘Als je maar nooit op de koffie komt’ is een gezegde: ‘er bedrogen uitkomen’. Dus wie op de koffie komt vist kennelijk achter het net. Geen zuivere koffie dus. Het was een lied geschreven door accordeonist John Woodhouse en daardoor klinkt het zo gezellig.

Koffie drinken in ‘het mooiste café’ van de wereld. Dat deden we in de lente van 2008. Plaats: Café New York, Boedapest. Officieel: New York Palace, een gebouw uit 1894, ontworpen door Alajos Hauszmann. Een fijne sprookjesplek om je te laten overweldigen door door glitter en glamour.

Een contrast met het schilderij ‘De Aardappeleters‘ van Vincent van Gogh uit 1885. Gemaakt in Nuenen, met als modellen de familie De Groot uit Nuenen, Brabant. Van Gogh beschouwde het als een goed geslaagd werk, geschilderd in aardkleuren, ‘zoowat de kleur van een goed stoffigen aardappel, ongeschild natuurlijk’.

Van collega-schilders als Anton Ridder van Rappard kreeg hij flink wat kritiek te verduren. Wat mij persoonlijk verbaast is de figuur op rechts, dat alvast een kop koffie inschenkt terwijl de andere figuren nog lekker met de vorken prikken in die schaal met piepers. Persoonlijk zou ik pas na de maaltijd koffie zetten, maar dat is met de kennis van nu.

Van Gogh zou vervolgens afreizen richting het zuiden, met uiteindelijk Arles als verblijfplaats, gelegen aan de Rhône-delta. Vanuit het Gele Huis trok het er dagelijks op uit, naar het gebied rond de lage bergen, de Alpilles, maar ook richting de Camargue, waar je wilde paarden kunt ontwaren. De ‘valley below’. Hij schilderde er zijn ontelbare meesterwerken, ondanks zijn gekwelde geest.

Van koffie en Van Gogh naar een andere gekwelde geest, die van Bob Dylan rond 1975, die op toernee was met zijn Rolling Thunder Revue, een groep muzikale gypsies die niet vies was van drank en dope. De registratie van die optredens is fascinerend en samengesteld door Martin Scorsese, met hier en daar wat feiten en fictie vermengd.

Genoeg om tijdens de pandemie van te genieten. Voor mooie muziek hoef je geen ‘koffie te gaan drinken’ op museum- of andere pleinen in de steden. Mag gewoon thuis op de bank. Met een bakkie leut binnen handbereik.

Tot slot nog twee plaatjes van kunstwerken van de kunstenaar Arman, bekend van zijn stapelingen van allerlei voorwerpen. Hier stapelt hij koffiemolens (‘Combien de marins, combien de capitaines‘, 1961) en koffiekannen. Vooral van dat laatste werk zal kunstenaar Klaas Gubbels extra vrolijk worden.

Paul Lips

© Arman
© Arman

Op pad met schrijver Rian Visser: kinderboeken bezorgen voor boekwinkel Kiekeboek

Stilzitten, dat is niks voor de Haarlemse kinderboekenschrijver Rian Visser. Althans, niet te lang. De coronapandemie dwingt haar er min of meer toe, omdat ze momenteel even niet aan een nieuw boek bezig is. Toch houdt ze nog dagelijks zoom-lezingen voor scholen in het hele land. Daarnaast is Rian sinds december boekenbezorgster aan huis, voor de Haarlemse kinderboekwinkel Kiekeboek in de Gierstraat. Op Twitter is te zien hoe ze bij een adres een tasje boeken af gaat leveren. De kinderen – broertje en zusje – nemen het tasje in ontvangst en kirren van plezier. Dus dat stilzitten valt alles mee. Reden genoeg om PostbodePaul te vragen om even een stukje mee te fietsen met Rian. Op de dag van de week waarop de meeste wind staat.

door PostbodePaul

Het wordt een test of je goed tegen de wind in kunt fietsen’’ , zegt PostbodePaul voorafgaand aan de fietstocht, stiekem denkend aan de vermaarde zijwind-test van het jaren-zestig televisieprogramma ‘Wereld Op Wielen’. Rian Visser haalt de postbode snel uit de droom: ze beschikt over een elektrische fiets. Maar ik zet hem gewoon op 1 hoor’’, zegt ze begripvol. Bij Kiekeboek heeft ze de tasjes opgehaald en begint de tocht. Routeplanner aan en hup, over de Gedempte Oude Gracht richting de Nassaulaan.

(foto: Rian Visser)

Ik heb momenteel niet zo heel veel te doen’’, legt Rian uit.Ik wilde niet aan een nieuw boek beginnen. Ik heb al 120 titels geschreven en kan van de inkomsten leven, dus de noodzaak is niet zo groot. De lezingen op scholen in het land zijn op dit moment niet fysiek mogelijk, maar dat doe ik via zoom, erg leuk. Toen half december ineens de winkels dicht moesten heb ik Kiekeboek meteen gebeld en aangeboden om de bestellingen te gaan bezorgen. Ik zei: ik wil wel dagelijks een route voor jullie fietsen. Daar waren ze heel blij mee. Gelukkig zijn er ook nog enkele collega’s die ook helpen bezorgen, schrijver Anke Kranendonk en illustrator Marijn van der Wateren, en ook nog een schooljuf. Kiekeboek-eigenaresse Jessica is trouwens heel positief in deze moeilijke tijd. Ze klaagt nooit.’’

kinderboekwinkel Kiekeboek (foto: pl)

We rijden op de Nassaulaan en steken de brug bij de Nieuwe Gracht over richting het Kenaupark. Het mooie van dat dagelijkse fietsen vindt Rian dat ze in allerlei wijken komt. In straten waar ze nog nooit is geweest. Het levert altijd weer nieuwe ervaringen op, huizen die je nog nooit had gezien, mensen die er wonen. Ze maakt er foto’s en filmpjes van die ze via Twitter, Facebook en Instagram wereldkundig maakt.

De postbode/verslaggever moet bekennen dat hij enkel wel eens wat gedichten van Rian heeft gelezen maar nog nooit een kinderboek.Maar dat ga ik in de toekomst zéker doen’’ , klinkt het. Rian vertelt dat ze ook niet zo erg in de belangstelling staat bij de pers. Journalisten schijnen haar boeken niet erg vaak te recenseren. En ze heeft nog nooit een prijs gewonnen voor een van haar boeken. Maar voor haar inzet voor het lezen ontving ze de persoonlijkheidsprijs van de Stichting Lezen en Schrijven uit handen van prinses Laurentien. Rian meldt het nuchter. Ze weet als geen ander dat het lezen van boeken niet erg populair is en steeds meer dreigt af te nemen. Daarom heeft ze er al jaren geleden voor gezorgd dat de digitale mogelijkheden worden uitgebreid. Daarin lijkt ze onvermoeibaar.

(foto: PostbodePaul)

Intussen fietsen we over de Kleverparkweg naar de Tetterodestraat, waar moeder Merel het boekentasje in ontvangst neemt. Vóór overhandiging stopt Rian nog even snel een flyer van zichzelf bij het boekenpakket. Er staat een aantal titels van haar op, zoals de serie ‘Blitz!’ , over een vreemd groen wezentje dat allerlei avonturen beleeft. Of ‘Nippertje’ , over een egel die altijd alles op het laatste moment pleegt te doen, bijvoorbeeld nog snel even piano spelen terwijl hij naar school moet.

We zijn alweer op weg, over de Planetenlaan richting het Noordersportpark, de binnendoor-route richting de Rijnstraat in Haarlem-Noord. Visser vertelt dat toen ze zelf kinderen kreeg, ze zocht naar voorleesverhaaltjes, maar die verhaaltjes als ‘nogal langdradig’ ervaarde. Dus besloot ze zelf verhalen te gaan schrijven, en niet zonder succes. Ondertussen gaan we over de brug naar rechts, langs de Heiligenhuisjes aan de Jan Gijzenkade. In een van die huisjes is ze wel eens binnen geweest, toen ze de kans kreeg om daar in het kader van ‘Eten bij de Buren’ te dineren bij particulieren. Links-rechts en dan de Rijnstraat in.

(foto: archief)

Rian Visser is opgeleid als grafisch vormgever en doet vaak de vormgeving en typografie van haar eigen boeken. De illustraties laat ze over aan andere tekenaars. Dan kan iemand anders een verbeelding maken bij het verhaal’’ , legt ze uit. Op haar website is de gigantische hoeveelheid boeken te zien, maar ook lesmateriaal en tips voor leesbevordering.

(foto: PostbodePaul)

We zijn aangeland op het adres waar het tasje mag worden afgeleverd. Moeder Linda opent de deur, haar zoontje neemt het tasje in ontvangst. ‘Heel fijn dat je de halve stad af fietst om de boeken bij ons te brengen’. Terugfietsend komen we langs groentenspecialist Bulters aan de Maasstraat, waar zelfs de moeder van de verslaggevende postbode al klant was.

Het volgende adres waar Rian heen moet is de Oranje Nassaulaan in Overveen. Ondertussen vertelt Rian over haar carrière, hoe ze in staat was haar jonge kinderen mee te nemen tijdens haar bezoeken naar elders. De zuidwestenwind blaast zó hard dat het laatste deel van het met een dictafoontje opgenomen gesprek grotendeels verwaait. Duidelijk wordt dat Visser nog allerlei plannen heeft. Het uitbrengen van poëzie in eigen beheer, ‘naast schrijver en illustrator ben ik namelijk ook nog uitgever’. Er is een risico dat ze niet quitte speelt, maar dat vindt ze juist spannend. En dan zijn er ook nog de zogeheten ‘happy stones’ , door haar beschilderde stenen die ze her en der uitdeelt of neerlegt. Later op de dag stuurt ze me een digitaal exemplaar van ‘Wil jij… met mij?’, liefdesgedichten voor pubers, dat ze maakte met illustrator Annet Schaap. Prachtige poëzie vol ontluikende liefde.

uit: ‘Wil jij… met mij?

Ze besluit onbewust met een levensles als ze uitlegt dat ze steeds gewoon dingen is gaan doen die op haar pad zijn gekomen. En als iets me niet helemaal beviel, dan sloeg ik gewoon weer een andere weg in. Ik heb altijd geprobeerd om leuke en mooie dingen te maken. Dus ik moet niet zeuren over tegenslagen of te weinig aandacht. Als ik achterom kijk heb ik toch heel veel gedaan.’’

Rian Visser

Kinderboekwinkel Kiekeboek

‘Kom aan mij tekort’, mooi geschoten korte muziekfilm met thema ‘haat/liefde’

In een theaterzaal aan de Korte Verspronckweg liep ik in de zomer Joris Verdonkschot bijna tegen het lijf, ware het niet dat de coronamaatregelen dit verhinderden. Hij was bezig met een project, meldde hij. Een muziek- en filmproject met Bert Vissers, bekend van de groep Bender. Of dit wellicht iets zou kunnen zijn voor Spaarnestroom. Natuurlijk, antwoordde ik. Immers, we staan altijd open voor interessante kunstuitingen. Er moest eerst nog wel een en ander worden gesleuteld, zei Verdonkschot. Maanden gingen voorbij.

still uit de film

Ondertussen kwam ik ook nog Bert Vissers himself tegen op straat. Hoe het met de clip stond, vroeg ik. Bert toonde zijn bekende ontwapenende lach en wist ook niet precies waarom het maar duurde en duurde, maar er zou vast wel een keer een moment komen dat er een teken van leven werd gegeven. Verzekerde hij.

dring je aan mij op

rij me in de wielen

negeer mijn jammerlied

en gedraag je niet

Met deze woorden begint ‘Kom Aan Mij Tekort‘, waarin Vissers figureert, in een verlaten stadsschouwburg. Daar zit-ie, met de voeten in een teiltje water, en een gezicht nat van… tja, waarvan eigenlijk. De suggestie wordt gewekt dat Bert piano speelt en zichzelf begeleidt… terwijl daar weer zo’n onheilspellende regel klinkt… ‘giet me in beton‘… Het doet denken aan die ene lijfwacht van een drugsbaron, die in 1985 gegoten in een vat cement werd teruggevonden in de rivier De Waal bij Herwijnen.

we zijn zo virtuoos

in het ontvluchten van de ander

ons samen zoekgeraakt

maar als misverstand volmaakt

Het menselijk tekort, het relationeel tekort. Het ‘net-niet gevoel’ dat velen zullen herkennen als ze zichzelf op de keper beschouwen. Een vogel in een kooi komt in beeld in de film. Symbool van onvrijheid. En dan ineens de lege zaal met al die verlaten stoelen van de Stadsschouwburg Haarlem.

still uit de film

De door Boudewijn de Groot geschonken kroonluchter brandt weliswaar, maar heeft ineens niet meer de functie zoals voorafgaand aan drukbezochte voorstellingen waarbij het licht vóór aanvang langzaam dooft en de spanning stijgt over wat er gaat komen. En daar komt de clou van het lied: ‘ik haat je, ik haat je, ik haat je zo lief‘.

Het zijn gewaagde woorden in een liedtekst, ‘ik haat je‘. Maar ze passen hier wonderwel, door de toevoeging ‘zo lief‘.

Ik denk dat een Jacquel Brel, een Ramses Shaffy of een Maarten van Roozendaal niet snel het woord ‘haat’ zouden gebruiken in een liedtekst. Zij zouden dat poëtischer verwoorden. Neem ‘Liefde van later‘ van Brel in de vertaling van Lennaert Nijgh:

Of ‘Ga weg‘, een jazzy lied van één minuut van de poëtische duivelskunstenaar Ramses Shaffy uit zijn glorieuze periode, waarin de hoofdpersoon een geliefde op afstand houdt maar toch stil verlangt:

Kom Aan Mij Tekort‘ is een Vissie d’Arte Production, aan het slot komen de credits keurig in beeld. Bert Vissers schreef de muziek, de tekst is geschreven door Joris Verdonkschot. Het schijnt dat Verdonkschot en Vissers werken aan een solo-EP van Vissers, die normaal gesproken optreedt met de groep Bender. Daar zijn we uiteraard zeer benieuwd naar. Voorlopig luisteren wij naar ‘Kom Aan Mij Tekort‘.

Paul Lips

Joris August Verdonkschot, the official site of Joris Verdonkschot

Nieuws – Bender Muziek

Nick Vos, gitaarheld – afscheid van een vriend en een van de beste muzikanten van Haarlem – in memoriam door Rom Helweg

Als uit het niets kwam plotseling het schokkende en intens droevige bericht dat mijn lievelingsgitarist en vriend Nick Vos is overleden. Hij bleek al geruime tijd ziek, maar hield dit verborgen voor de mensen om hem heen. Haarlem verliest met Nick Vos een ongeëvenaard muziekicoon, een muzikant die een inspiratiebron was voor velen. Hij laat een leegte achter die alleen gevuld kan worden met de herinnering aan zijn humor, geduld, vriendschap, passie voor muziek en: gitaarspel-beyond-category.

(foto Peter Vroon)

Het was 39 jaar geleden toen ik Nick Vos voor het eerst zag optreden. Ik was 16 en moest absoluut naar Reflud, een van de eerste bands van saxofonist Hans Dulfer. Ik speelde zelf al een beetje saxofoon en vond Hans vooral hard spelen. Maar dat werd helemaal goedgemaakt toen de gitarist mocht soleren. Een stoïcijnse rocker, die kwikzilveren riffs uit zijn Stratocaster toverde, flonkerend als een watervalletje in de avondzon. Nick Vos was de naam. Mijn eerste echte gitaarheld.

Vijf jaar later kwam ik als jochie van 21 in café De Patriot in de Kleine Houtraat. Daar zou een jamsessie zijn. Mijn mond viel open toen ik -naast muziekgrootheden als Fred Leeflang, Ruud Brink, Nanning van der Hoop – de krullenbol van Nick Vos zag. Met knikkende knieën en mijn allerstoutste schoenen aan, stapte ik op Nick af. ,,Zou ik een liedje mee mogen zingen? Night and Day?” Tot mijn grote verbazing antwoordde hij zonder te aarzelen: ,,Ja, mèn! Natuurlijk!” Het was nog heel lang gezellig in De Patriot.

Dat was Nick ten voeten uit. Hij was toen 31 en had alles al gezien en met de grootste muzikanten gespeeld. Toch voelde hij zich nooit te groot om ook samen te spelen met jonge muzikanten die nog maar net om de hoek kwamen kijken. Hij was in feite de grondlegger van de jamsessiecultuur in Haarlem, waar onder zijn leiding talloze muzikanten een begin maakten met hun carrière. Hij gaf iedereen een kans. Dat maakte Nick tot een bewonderde en geliefde muzikant bij zowel het publiek als collega muzikanten.

Nick had een ragfijn gehoor en een groot gevoel voor samenspel. Of er nou jazz, blues, soul of rock op het programma stond; als begeleider wist hij binnen het arrangement altijd de ruimte te pakken zonder iemand in de weg te zitten. Op het podium zocht hij voortdurend contact met de andere bandleden en kon met een knikje of een snel handgebaar de band inspireren. Ik heb honderden keren met hem mogen spelen en telkens wist hij de band naar een hoger plan te trekken.

Maar Nick was meer dan alleen een gitaarvirtuoos, een inspirerende muzikant of een sessieleider. Hij was een buitengewoon lief mens met een geweldig gevoel voor humor. Hij had eigenzinnige ideeën over spiritualiteit, waar je uren met hem over kon praten. Zijn grootste liefde was zijn dochter Noot, waarvoor altijd alles moest wijken en: zijn innig geliefde Celina met wie hij de laatste jaren samenleefde en muziek maakte. Nick speelde een onvervangbare rol in hun leven, in de muzikale rijkdom van Haarlem en ook bij mij. Ik ben geschokt, verdrietig maar vooral dankbaar voor al die vriendschap, gesprekken, lachsalvo’s en inspiratie, die ik de afgelopen 33 jaar van Nick Vos heb gekregen.

Rom Helweg

(Rom Helweg is musicus te Haarlem)

Teken hier het condoleanceregister:

Ter herinnering aan Nicolaas Dirk Vos | Memori.nl