‘Moeilijk Hart’ geeft een kijkje in de worsteling met het leven van Tetske van Ossewaarde en munt uit in gloedvolle liederenkeuze

Moeilijk Hart‘ is de titel van de kleinkunstvoorstelling van Tetske van Ossewaarde – begeleid door pianist Jasper Swank – die zij woensdagavond jongstleden speelde in Theater De Liefde in Haarlem. Sinds jaren stond ze weer eens echt op de planken, met een persoonlijk verhaal en een eigenzinnige keuze aan liederen. Dat leverde een boeiende theateravond op met het ambacht van kleinkunst als leidraad.

recensie: Paul Lips

fotografie: Remco van der Kruis

Tetske van Ossewaarde in theater De Liefde

Op de flyer die de bezoekers krijgen aangereikt bij de kassa van het sfeervolle Theater De Liefde aan het Begijnhof staan keurig de uitvoerenden, regisseur, vocal-coach en overige betrokkenen bij de voorstelling vermeld. Minki Gyles wordt bedankt voor de ‘website, PR en marketing campagne’. Maar als je op internet zoekt met de termen ‘Tetske van Ossewaarde‘ en ‘Moeilijk Hart‘, verschijnt er een mooi geschreven krantenartikel en aankondigingen op theatersites. Geen eigen theaterwebsite (wél een eigen coaching-site), of ik moet een Tetske-kleinkunstpagina over het hoofd hebben gezien. Er is dan wel weer een wiki-pagina met allerlei wapenfeiten uit een (zeer) ver verleden. Op de flyer vinden we een verhaaltje over het goede doel waar een gedeelte van de opbrengst aan ten goede komt (onderzoek naar de Granulosa Cel Tumor (GCT), een zeldzaam kwaadaardige tumor van de eierstok). Een korte uiteenzetting over de inhoud van de voorstelling ‘Moeilijk Hart‘ ontbreekt. Dus we laten ons graag verrassen op deze woensdagavond.

Tetske van Ossewaarde in theater De Liefde

De liederen vormen een solide frame als basis, met daaromheen een zorgvuldig geweven web van verhalen uit Tetske’s persoonlijke leven. Over de Akademie voor Kleinkunst, waar in de roerige jaren zestig en zeventig ‘iedereen het met iedereen deed’ en waar haar tot haar verbazing werd medegedeeld dat de relatie die zij en ‘docent Rik’ onderhielden ‘niet gepast’ was. Een ander verhaal over het weeshuis waar haar ouders de scepter zwaaiden en de aandacht moest worden verdeeld over tientallen kinderen. En weer een ander verhaal over het opruimen van een huis, waarbij duidelijk wordt dat de geliefde (een oorlogskind) geen talent heeft gehad voor ‘wegdoen’. Met de wijnkelder vol honderden flessen als kers op te taart.

Het zijn meer verhalen dan conferences – waaruit zeker blijkt dat Van Ossewaarde het kleinkunst-ambacht nog immer beheerst. Ooit heeft een recensent de term ‘grapdichtheid’ bedacht, die niet zozeer van toepassing is op ‘Moeilijk Hart‘, waarin vooral de worsteling met het leven tot uiting komt. Toch is Van Ossewaarde bij vlagen vermakelijk en schalt de lach door de ruimte. Vooral op het moment dat ze de controle dreigt los te laten – tegen het einde van de voorstelling – wordt het zelfs hilarisch.

Tetske van Ossewaarde in theater De Liefde

De vraag die oprijst is: zou je voorkennis moeten hebben over Tetske’s leven (vol up’s en downs) om de voorstelling te waarderen, of zou deze ook volledig op zichzelf kunnen staan? Is ‘Moeilijk Hart‘ ook interessant voor theaterliefhebbers uit pakweg Tietjerksteradeel of Schin op Geul die niét dat artikel in de plaatselijke krant hebben gelezen?

De keuze van de liederen is eigenzinnig en smaakvol. Van Ossewaarde zingt soms in het Engels, dan in het Duits maar het overgrote deel zijn Nederlandstalige bewerkingen uit het American Songbook. Daar zitten veel pareltjes bij, die vooral live mogen worden ervaren. Mijn persoonlijke favoriet: het zwoele, groovy ‘Mijn Huis‘ (oorspronkelijke titel ‘My House‘ van Anna K. Jacobs/Carmel Dean) waarin een prikkelend ‘You Can Leave Your Hat On‘-sfeertje ontstaat (alles blijft overigens in het nette).

Nog mooier zou het zijn als er iets meer aan poëtische zeggingskracht in de regels geperst zou kunnen worden. Misschien is het een idee om eigen teksten – al dan niet in een samenwerking met vakgenoten – te gaan schrijven die vervolgens door – de uitmuntend begeleidende -Jasper Swank van passende melodieën kunnen worden voorzien.

‘Moeilijk Hart’ door Tetske van Ossewaarde en Jasper Swank (toetsen & snaren).

Idee, samenstelling, vertalingen, liedbewerkingen en teksten: Tetske van Ossewaarde. Regie: Wil van der Meer.

Gezien: 13 oktober, Theater De Liefde, Haarlem.

Reprise: zondag 14 november (uitverkocht)

Agenda (theaterdeliefde.nl)

Viering 200 jaar kunstenaarsvereniging Kunst Zij Ons Doel is goed zichtbaar in Haarlem: ‘geweldig om me onderdeel te voelen van een artistieke gemeenschap’

De Haarlemse kunstenaarsvereniging Kunst Zij Ons Doel (KZOD) bestaat 200 jaar en dat wordt gevierd met een aantal tentoonstellingen. Daar willen we meer van weten. Op naar galerie De Waag aan het Spaarne, waar voorzitter Ellen Wolff tekst en uitleg komt geven en het toegetreden lid Mark Thatcher gastheer is bij de tentoonstelling waarin zijn werk te zien is, naast dat van Maria Niessen en Anne-Greet List.

door Paul Lips

Het is of deze stad met volstrekte onverschilligheid voor beeldende kunst behept is, er heerscht een soort visschige kilheid, een doodschheid, waar met de beste wil geen leven in te blazen is‘, schreef een kunstcriticus * in 1913 over het artistieke klimaat in de Spaarnestad. Of deze woorden destijds uit de pen van de gevreesde lokale kunstcriticus Conrad Kickert zijn gevloeid meldt de bron niet. Er is in de loop der tijden wel een en ander veranderd, dat is goed te merken tijdens dit najaar.

Vrijdagmiddag 17 september werd in De Kloostergangen van het stadhuis de aftrap verricht van het jubileumseizoen 2021/2022 en het eerste exemplaar van het boek ‘KZOD tweehonderd jaar‘ aangeboden aan burgemeester Jos Wienen. Het was noodgedwongen een aftrap waar slechts een handjevol betrokkenen bij mocht zijn, vanwege de toen nog geldende coronabeperkingen.

Mark Thatcher en Ellen Wolff in gesprek in galerie De Waag

“Maar dat gaan we op vrijdagmiddag 22 oktober nu op een betere manier vieren voor de kunstenaars, met een (besloten) bijeenkomst in de Nieuwe Kerk, waarna de tentoonstelling in Museum Haarlem wordt geopend”, zegt KZOD-voorzitter Ellen Wolff. “Voor die expositie in Museum Haarlem hebben de deelnemende kunstenaars zich bij het ingezonden werk laten inspireren door een van de illustere voorgangers uit de KZOD-historie.”

En die historie is rijk, zoals we weten. Henri Frédéric Boot, Kees Verwey, Anton Mauve en Herman Kruyder zijn enkele namen uit het roemruchte verleden. KZOD kwam voort uit het ‘Teekencollegie’, dat zich ten doel stelde te tekenen naar naakt- en gekleed model. En dat gebeurt nog steeds op de zolder van De Waag aan het Spaarne. Daarnaast zijn er jaarlijks talrijke tentoonstellingen, kunstverbindingen zoals het tekenen op locatie tijdens ‘Place du Tertre‘ en internationale uitwisselingen. Het is de beroepsvereniging voor kunstenaars overigens niet altijd voor de wind gegaan. Er zijn momenten geweest dat de club bestond uit slechts dertien leden. Maar na flinke schommelingen is inmiddels het aantal van 108 leden een stabiel aantal. Ze zijn samengebracht in het fraaie, prettig leesbare boek ‘KZOD tweehonderd jaar‘, dat (onder tekstredactie van Marion Boon, Marie-Thérèse Dijkman, Marcel Kooij en Otie van Vloten) kleurrijk is vormgegeven en waar elk lid een stukje schrijft over de betekenis van het lidmaatschap en het maken van kunst. Neem Jan van Wensveen, die schrijft: ‘Het gaat er niet om of het beeld exact klopt maar om de verbeelding. Leve de chaos, leve de vrijheid’.


In De Kloostergangen van het stadhuis hangen onder de noemer ‘Wie zijn wij, wie ben ik‘ de ‘behapbare plankjes’ waar de KZOD-leden werk op of mee hebben vervaardigd. De meesten hebben er op getekend of geschilderd, maar anderen (zoals de ‘Data lade‘ van Willemien Spook) hebben er een fraai 3D-kunstwerkje van gemaakt. Of neem de assemblage ‘Voor niets gaat de zon op’ van Reina de Haan, waarin een schildersezel, penselen en spiegeltje zijn verwerkt. Van zo’n ezel is ook sprake bij ‘Wie ben ik, wie zijn wij’ van Maria Spaargaren, waarbij we zien hoe een kunstenaar het Colosseum in Rome schetsend vastlegt. Sommige leden hebben een feestelijke voorstelling vervaardigd (Lucia Bezemer) en anderen tonen autonome creativiteit, zoals bij de fotobewerkingen van Karen Winnubst en Adriaan Brand.

Zeven openingen zijn er de afgelopen maand geweest, een huzarenstukje waarbij goed te zien is dat er bij KZOD veel gevarieerd werk wordt gemaakt…

Ellen Wolff: “We zijn op dit moment overal te vinden in het centrum van Haarlem, zoals bij Kunst Centrum Haarlem en centrum van cultuur Hart Haarlem. Maar ook bij Onder de Toren aan de A. Hofmanweg in de Waarderpolder, het voormalige KPN-gebouw. Uiteraard willen we ook meer de wijken in, zoals in de plannen van de cultuurnota staat. Daarom hebben we nu een buurtplan. Dat betekent dat wij mensen die in deze buurt wonen gaan benaderen en een kunstzinnige activiteit gaan bedenken waaraan ze mee kunnen doen. Zodat we een uitwisseling krijgen tussen onze kunstenaars en de buurtbewoners. We zijn ook bezig om ons te oriënteren op een uitwisseling met kunstenaars uit Osnabrück. En een uitwisseling met Engeland, dat is toekomstmuziek. We hopen dat Mark Thatcher daar een rol bij wil spelen.”

Engelsman Mark Thatcher woonde jarenlang in Kent en Londen, waar hij een uitgebreid sociaal en zakelijk netwerk had, zo schrijft hij in het jubileumboek. Mark: “Dat was een netwerk van kunstenaars, illustratoren, mensen uit het zakenleven. Grote bedrijven vroegen me om karikaturen te tekenen tijdens bijeenkomsten. Toen ik hier in Haarlem kwam wonen had ik ineens geen netwerk meer. Mede daarom is het geweldig om lid te zijn van Kunst Zij Ons Doel en me onderdeel te voelen van een artistieke gemeenschap. Ik maak allerlei soorten werk. Niet alleen karikaturen, maar ook serieuze tekeningen en schilderijen.”

Ellen Wolff wijst op de tentoonstelling ‘Ontmoeting in beeld‘, die komende zondag 17 oktober wordt geopend in de Kunstacademie Haarlem. Daar exposeren dertien afgestudeerden van de kunstacademie, die tonen hoe ze zich vervolgens artistiek hebben ontwikkeld en nu deel uitmaken van KZOD.

Ellen: “Loskomen van je coaching die je bij zo’n academie krijgt levert vaak een interessante ontwikkeling op. Daarbij rijst de vraag hoe het voor ze is om nu deel uit te maken van een kunstenaarsvereniging als KZOD. Een van de afgestudeerden zei: ik had heel erg sterk het gevoel dat als ik me bij een vereniging profileer, dat ik dan meer serieus word genomen. Dat ik me meer kan onderscheiden van de hobbyisten. Activiteiten met elkaar ondernemen, exposities maken, met elkaar kunstreizen maken, dat is heerlijk.”

‘Interieur met slapende man’, Wybrand Hendriks, circa 1820

Tot slot stipt Ellen Wolff nog even de portretten-expositie aan die vanaf 24 november te zien is in de Kloostergangen van het stadhuis. “Met negenendertig deelnemers die zich hebben laten inspireren door Wybrand Hendriks (1744 – 1831). Hendriks werkte als beheerder van de kunstcollectie bij Teylers Museum maar was als beeldend kunstenaar óók lid van Kunst Zij Ons Doel. Die tentoonstelling sluit mooi aan op de Wybrand Hendriks-tentoonstelling, die in het nieuwe jaar te zien zal zijn in Teylers Museum. Eind dit jaar komen we met de brochure waarin de exposities vermeld worden die in 2022 worden gehouden, zoals bij het Noord-Hollands Archief.”


* Bron: ‘De bloei van Haarlem, kunstleven aan het begin van de twintigste eeuw’, Michael Huig, uitgeverij THOTH, Bussum

KZOD | Beroepsvereniging van Haarlemse kunstenaars | Opgericht in 1821 – 2021 Jubileumjaar – 200 jaar KZOD

‘Wie zijn wij, wie ben ik’, tentoonstelling in De Kloostergangen van het stadhuis, Grote Markt 2, tot en met 24 oktober 2021.

‘Wie zijn wij, wie ben ik’, tentoonstelling in De Waag, tot en met 17 oktober 2021.

‘Medusa’, Mark Thatcher

Roelofs & Sluis volgen tijdens het schilderen hun gevoel en vieren een feestje met gezamenlijke tentoonstelling bij Broedplaats BOGOTÁ

Haarlemmers Jaap Sluis en Anja Roelofs schilderen allebei. Én ze hebben iets te vieren. Komend weekeinde gaan ze daarom gezamenlijk exposeren. Een mooie omlijsting van het feit dat ze elkaar veertig jaar – als geliefden – kennen. Dit jaar is Anja 70 en Jaap 65 jaar. De tentoonstelling is vrijdag, zaterdag en zondag in de ‘puntloods’ van Broedplaats BOGOTÁ, gelegen tussen Haarlem en Halfweg. Daar delen ze ook een atelierruimte. Landschappen, portretten en schilderijen waarin de vrije expressie de boventoon voert. Tijd voor een rondgang tijdens de inrichting van de tentoonstelling.

Interview: Paul Lips

fotografie: Remco van der Kruis

In de bijna lege voormalige fabriekshal (de zogeheten ‘puntloods’) op het terrein van Broedplaats BOGOTÁ zijn Jaap Sluis, Anja Roelofs en Jan Willem Meurkens bezig met het inrichten en ophangen van de werken. Een tikje naar rechts wellicht, die moet ietsje hoger enzovoort. De portretten de door Anja zijn geschilderd hangen al. Links een portret van een man met hoed, wiens gezicht is ondergedompeld in schaduw. Het is de verbeelding van Anja’s al lang overleden vader, door haar gepenseeld met een losse toets. Hoewel haar nichtjes hem direct herkenden, hoeven de portretten die ze maakt niet per se gelijkend te zijn, vindt ze. “Ik maak er mijn eigen ding van.” Regelmatig gebruikt ze een beperkt palet – bijvoorbeeld met prachtige tinten blauw – om het werk een sfeer mee te geven. In de verte soms een lichte invloed van Amedeo Modigliani (1884 – 1920), die ze bewondert. Op een andere muur weer een portret waarvoor ze haar vader als vertrekpunt heeft genomen. “Maar deze is heel anders geworden. Een soort figuur zoals je ze kunt zien in de film ‘De Noorderlingen‘ van Alex van Warmerdam. Die sláger.”

Ze houdt enorm van mooie portretten, maar landschappen zijn ook niet te versmaden. Dat zal te maken hebben met de plek waar ze opgroeide, in het weidse Oost-Groningen. “Ik wil graag heel veel dingen uitproberen. Ik kan slecht focussen op één ding. Dan zie ik iets en dan denk ik: ja, dat wil ik óók proberen. Daarbij word ik ook gestimuleerd door Helmuth van Galen, de docent waar ik nog steeds lessen bij volg. Dat is zó’n goeie leraar. Hij houdt van lesgeven, en hij maakt zelf ook nog eens heel mooi werk.”

Inspiratie doet het stel op tijdens bezoeken aan musea. Museum Kranenburgh in Bergen, Museum Belvédère in Heerenveen, Museum More in Gorssel (Gelderland), het Cobra Museum voor Moderne Kunst in Amstelveen, Singer Museum in Laren. Liefst niet te groot en niet te druk.

Even terug in de tijd, om precies te zijn 10 april 1981. Vrienden van Anja gingen trouwen. “Via die vrienden had ik al een en ander gehoord over Jaap. Ze vonden dat ik hem wel zou moeten leren kennen, ‘omdat-ie zo grappig was en leuk’.”

Tijdens het bruiloftsfeest bleek Cupido meerdere pijlen op de boog te hebben, dus de vonk sloeg over bij Jaap en Anja. Na die eerste ontmoeting kwam er een volgende. Het klikte zodanig dat Jaap – in die tijd werkzaam voor IJmuider Courant (onderdeel van Haarlems Dagblad) – allerlei onderwerpen in het Noorden van het land verzon om maar richting Groningen te kunnen afreizen. Precies op het moment dat hij begon te denken aan ‘functie elders’ bleek Anja zich te realiseren dat ze wel toe was aan een nieuwe stap: wonen in de stad Haarlem en een opleiding B-verpleegkundige in de psychiatrie volgen, om uiteindelijk aan de slag te gaan in het Provinciaal Ziekenhuis in Santpoort-Zuid. Zo geschiedde. En met de romantiek kwam ook de komst van twee dochters en kleindochters.

“Veertig jaar alweer”, zegt Jaap, die zich maanden geleden al boog over de vraag over op welke manier ze zo’n feest nu eens zouden kunnen vieren. “Met een expositie in deze geweldige ruimte! Ik heb m’n hele zakelijke netwerk uitgenodigd. Dat is eigenlijk ook best spannend.” Immers, de oud-stadsverslaggever Sluis is inmiddels alweer sinds jaar en dag actief als communicatiespecialist bij De Coalitie. Een drukke baan, waardoor hij vaak ‘te weinig aan schilderen toekomt’, vindt hij zelf. Maar áls hij dan eenmaal in het gedeelde atelier staat en dat muziekje van Pink Floyd door de ruimte klinkt dan belandt hij in een andere wereld. De wereld van verf en verbeelding. Hij laat de kleuren de richting bepalen.

“Ik heb bijna nooit een vooropgezet plan. Kijk dat schilderij in die hoek. Een volkomen abstract werk, waar ik de kleuren van mijn ouderlijk huis in heb verwerkt. Dat hing jaren in mijn kantoor, en nu kiest Jan Willem Meurkens het uit om hier te hangen. Het doet wel enigszins CoBrA-achtig aan ja. Dat doet me denken aan die keer dat we met school naar het Stedelijk Museum gingen. Ik had op dat moment dat filmpje van Appel al gezien, dat-ie daar staat te schilderen en met verf smijt, in zijn wollen trui. In het Stedelijk besteeg ik die magische trap en wist dat er in een van die zalen rechts een Karel Appel moest hangen. Ik liep die zaal in, en keek van opzij naar dat abstracte schilderij. En zag daar zó’n laag verf. Opgebracht in dikke, pasteuze lagen. Ik vond dat zó fantastisch. Dat is dus waar ik zelf ook heel erg van hou: spetteren, lagen aanbrengen, soms zelfs krassen met de achterkant van het penseel in de verf, zoals je daar op dat Bergense landschap kunt zien. Daar heb ik de stammen van de bomen ingekrast. Maar op een ander moment schilder ik weer mijn eigen ‘fantasie-partituur’ van ‘Canto Ostinato‘ van Simeon ten Holt, dat doek dat je daar tegen die wand ziet staan. Ik heb dat fantastische muziekstuk opgezet en ben gaan schilderen. Simeon ten Holt woonde trouwens ook in het dorp waar ik vandaan kom.”

Jaap Sluis groeide op in Bergen (NH) en is bij het schilderen van landschappen dan ook beïnvloed door voormalig dorpsgenoot Jaap Min (1914 – 1987), die op een boerderij woonde. “Als je mooi wil wandelen, en je wil het landschap zien wat ik geschilderd heb, met die combinatie van weiland, bos, duin, strand, zee, dan kan je het beste naar het Wiertdijkje in Bergen gaan. Daar staat een bankje, tegenover de boerderij van Jaap Min. Als je op dat bankje gaat zitten en eens een uur voor je uitkijkt, dan ben je in het paradijs.”

Tentoonstelling Roelofs & Sluis in de puntloods op het Broedplaats BOGOTÁ-terrein, Haarlemmerstraatweg 79, 1165 MK Halfweg. Vrijdag 8 oktober van 11.00 tot 17.00 uur, zaterdag 9 oktober van 11.00 tot 15.30 uur en zondag 10 oktober van 11.00 tot 17.00 uur.

Activiteiten imaginair ‘Stadsklooster Haarlem’ afgetrapt met wonderschoon stilteconcert

Met ‘stilte, aandacht en schoonheid’ wil Stadsklooster Haarlem mensen inspireren. Stadsklooster Haarlem is niet een fysiek gebouw, maar een ‘concept’ waar organisaties bij aangesloten zijn. Met stiltemeditaties, muzikale en spirituele activiteiten (maar bijvoorbeeld ook debatten, lezingen, wandelingen en maaltijden) verspreid over de stad wil Stadsklooster bewoners samenbrengen en bewustwording creëren. Zondag was de aftrap met een (uitverkochte) Kloosterwandeling door het centrum en Stilteconcert in de Groenmarktkerk (St. Antoniusgemeenschap) aan de Nieuwe Groenmarkt. Dat was tevens de afsluiting van de jaarlijkse Vredesweek. En het thema ‘vrede’ scoort – zoals we weten – zeer matig in locale media. Reden voor Spaarnestroom om juist te gaan kijken.

door Paul Lips

Er waren al de maandagse stiltemeditaties, een halfuurtje zwijgen in bijvoorbeeld de Grote of St.-Bavokerk op de Grote Markt. Die stiltemeditaties zijn er inmiddels ook op andere dagen in andere kerken in de stad. De mogelijkheid om je ‘een moderne monnik te voelen in je eigen stad’ wordt dus uitgebreid met veel interessante activiteiten, die je bewust mag ondergaan (door er bijvoorbeeld eens niét doorheen te ouwehoeren of door de telefoon eens even naast je neer te leggen). Veel mensen zijn bang voor stilte, schijnt het. Ik ken een schrijver – Ab Kok uit Vogelenzang – die zelfs een kruistocht voert tegen het te pas en te onpas laten klinken van muziek in openbare ruimtes: www.zondermuziek.nl.

Hoe dan ook, de term ‘stadsklooster’ klinkt natuurlijk als een gebouw, waarvan je vermoedt dat je je daar wel zeer vroom dient te gedragen en waar je je met gevouwen handen doorheen dient te bewegen. Niet noodzakelijk, volgens projectleider Judith van der Wildt. Ook stadsdominee Tom de Haan legt in zijn lezingen, preken of columns regelmatig uit dat je niet per se gelovig hoeft te zijn om ‘vertrouwen’ te hebben in goede dingen. De muziek van de band waar Tom (saxofoon, elektrische gitaar) in speelt – The Irrational Library – dwingt ons met behulp van poëzie en funky rock na te denken over vragen des levens. En die muziek is allesbehalve stil.

Een klooster dat zich als het ware beweegt door de stad, met als doel iedereen weer ‘schoonheid te laten ervaren’. Schoonheid ervaren met aandacht. Regelmatig dat ‘druk druk druk’-gevoel loslaten. De stád is het klooster, zegt Judith van der Wildt. En alle ‘gezindten’ zijn welkom.

Daar past uiteraard ook het fenomeen ‘vrede’ bij. Niet echt een populair onderwerp en nogal naar de achtergrond gedrongen. De geest van deze tijd wordt gekenmerkt door wantrouwen, verbittering, afgunst en vaak ronduit agressie. Het vergt een hoop optimisme om daar tegenop te boksen. Met de ‘Vredesverklaring Haarlem’ bijvoorbeeld, ondertekend door talloze organisaties die de intentie hebben om vreedzaam samen te leven in de stad. Daarnaast wijst pastoraal consultant Joris Obdam de aanwezigen in de Antoniuskerk zondagmiddag op een uitgebrachte bundel vol vredesgedichten met als thema inclusiviteit, vervaardigd door leerlingen van de Zonnewijzer aan de Planetenlaan in Haarlem-Noord, een school voor HVO (humanistisch vormings onderwijs). Titel van de bundel: ‘Wat doe jij in vredesnaam?‘. Prachtige gedichten die het licht werpen op wat kinderen vandaag de dag zoal bezighoudt. Ik plaats er hier enkele.


Met een zogeheten ‘Stilteconcert’ is zondag het seizoen van Stadsklooster afgetrapt, waarbij in de Groenmarktkerk is opgetreden door het ensemble Cinema Paradiso en auteur Cherry Duyns, die fragmenten voordraagt uit zijn boek ‘Afscheid’, waarin het verhaal wordt verteld van een zoon en zijn moeder. Gloedvol vertolkte stukken van componisten als Astor Piazzolla, Ennio Morricone en Joaquin Rodrigo worden afgewisseld met stukjes improvisatie en momenten van stilte en bezinning.

Onwillekeurig dwalen gedachten – naast dierbare herinneringsmomenten uit de Groenmarktkerk, ooit Paterskerk genoemd – af naar die ene regel uit de conference ‘De Lachende Kerk’ van cabaretier Fons Jansen: “Het hoesten na de consecratie begint vandaag op de achterste banken.” Geen sinecure dus, om dat hoesten te bedwingen tijdens de stiltemomenten. Maar al snel klinken dan weer de trompet van André Heuvelman, de contrabas van Wilmar de Visser en het sprankelende spel op de vleugel van Henry Kelder. Voor ‘live electronics’ zorgt dan nog Frans de Rond.

In de fragmenten die Cherry Duyns voorleest komt Haarlem voor als een stad waaraan de moederfiguur vooral herinneringen koestert. Het gebouw van Vroom & Dreesmann met de drogist daar bij, de Botermarkt, Grote Houtstraat, het Tuinlaantje. Daar zit dan nog een hele historie achter, van de wereld van het variété en haar handstand-bewegingen op het Bloemendaalse strand, tot aan de zoon die na de scheiding van de ene op de andere dag bij zijn vader werd geplaatst en zich daar verloren voelde.

Al met al een gloedvolle aftrap van het seizoen, waar zulk soort combinaties zeer welkom zijn. Op 19 december is het volgende concert dat in de Doopsgezinde Kerk aan de Frankestraat zal worden gehouden.

Stadsklooster Haarlem | Stadsklooster Haarlem

‘Kunstenaar zonder atelier’ Hans Bossmann werkte een jaar in Antwerpen en geeft daar zondag 26 september een lezing over bij Athenaeum Boekhandel in Haarlem

United Objects Antwerpen‘ is de titel van het boek van beeldend kunstenaar Hans Bossmann, die zijn atelier heeft verplaatst naar winkelcentra, festivals, bibliotheken of gewoon buiten op straat. Hij nodigt voorbijgangers uit om samen met vilstift te tekenen op meubels en voorwerpen. Vierkantjes tekenen in allerlei varianten. De Haarlemmer trok in 2019 naar Antwerpen om daar te verblijven als ‘artist in residence’. Zijn ervaringen legde hij vast in dit boek, waar hij zondagmiddag om 17.30 uur een lezing over geeft bij Athenaeum Boekhandel aan de Gedempte Oude Gracht in Haarlem.

door Paul Lips

Hans Bossmann (foto pl)

Hans Bossmann heeft zojuist de etalage van Athenaeum ingericht waarbij de meubels en objecten alsook exemplaren van zijn splinternieuwe boek zijn uitgestald. Het ziet er prachtig uit. Kenmerken zijn de op de IKEA-tafeltjes getekende vierkantjes, aangebracht door allerlei voorbijgangers. Als je binnen staat zie je dan ook nog enkele voorwerpen waarop met zwarte viltstift is getekend, zoals een aanvankelijk witgeverfd beeldje van een clown. Voorwerpen afkomstig uit de collectie van Jaap Kruithof (1929 – 2009), waarvan Bossmann er een paar honderd van verwierf.

“Jaap Kruithof was een filosoof, professor ook, spraakmakend. Hij ageerde tegen wat hij de ‘wegwerpmaatschappij’ noemde. Hij vond dat mensen veel te veel weggooiden. Privé is hij op rommelmarkten en in kringloopwinkels allerlei prullen gaan kopen. Vaasjes, potjes, clowntjes, servetringen, hangers voor het raam, je kunt het zo gek niet bedenken. Toen hij overleed had hij zo’n tienduizend prullen in zijn huis staan. Dat is inderdaad ongelofelijk. En het Museum aan de Stroom (MAS) in Antwerpen heeft besloten om de helft te bewaren als de filosofische verzameling van Jaap Kruithof, en voor de andere helft hebben ze een oproep gedaan met de vraag of mensen die voorwerpen een nieuwe toekomst te geven. Toen heb ik een aantal dozen gekregen, en ben daarmee Antwerpen ingegaan, met daarbij witte IKEA-tafeltjes. Die IKEA-tafeltjes waren bedoeld om mensen te vragen ‘heb je zin om mee vierkantjes te tekenen?’, dat is namelijk een hele makkelijke uitnodiging, die snappen mensen. En als ze dan bezig waren kon ik ze het verhaal van Jaap Kruithof vertellen. Dan vroeg ik ze of ze zo’n voorwerp mee naar huis wilden nemen, met een zwarte stift er bij, met de bedoeling dat ze daar dan streepjes op zouden tekenen. De bedoeling was dan om een reünie van Kruithof-voorwepen te maken. Een tentoonstelling van twee uur, en daarna zou iedereen het voorwerp weer meepakken en dan op straat achterlaten. Vanwege corona en de lockdown is dat laatste niet gelukt, dat tachtig mensen dat voorwerp tentoon zouden stellen en er vervolgens ineens allerlei van die voorwerpen zouden opduiken in de stad.”

(foto: collectie Hans Bossmann)

Even terug naar het begin. Je was al kunstenaar zonder atelier. Je gaf in die tijd nog les als docent. Waarom wilde je naar Antwerpen?

“Vanaf 2015 ben ik fulltime aan de slag als kunstenaar. In 2017 ben ik met die meubels begonnen, op allerlei plekken, zoals Schalkwijk, Parksessies in De Hout, in De Vishal, maar ook in Rotterdam.

Over de hele wereld zijn er kunstruimten, grootschalig of kleinschalig, en die bieden artist in residence ruimten aan. Ik had bedacht dat dat wel een hele mooie manier van reizen is en mensen te leren kennen. Ik had besloten op kleinere voorwerpen te gaan tekenen.In Antwerpen is een kunstenorganisatie die heet De Veerman, daar kon ik terecht voor een werkplek. De Veerman richt zich op kunsteducatie en -participatie; reflecteert vanuit de kunsten op maatschappelijke vraagstukken. En toen kwam dat MAS met die oproep van die voorwerpen. Een supergoeie timing. Antwerpen kende ik alleen van dagtrips en zo. Ik verbleef in een heel leuk appartementje in het centrum, aan de Sint-Jacobsmarkt. Vandaar uit liep ik in een paar minuten naar de Meir, de winkelstraat, of naar de Grote Markt.

Wat wel apart was is dat ik in de valkuil ben getrapt waar veel Nederlander in trappen. Het idee dat Vlaanderen hetzelfde is als Nederland. Maar daar zijn toch een flink aantal cultuurverschillen te vinden hoor. Antwerpenaren leer je niet zo snel kennen. Die zijn bijvoorbeeld veel minder direct dan wij. Ze kijken de kat uit de boom. Toen ben ik naar de bieb gegaan daar om een aantal boeken te bestuderen over cultuurverschillen tussen Vlaanderen en Nederland.”

“Iedere woensdag was ik te vinden in een buurthuis, in ‘t Werkhuys. Op donderdagmiddag was ik in cultureel ontmoetingscentrum Nova. Daar ben ik een half jaar bezig geweest. Er sloten zich ook mensen aan die me hielpen met het leggen van contacten. Die anderen aanspoorden om mee te doen met het tekenen.”


Dat tekenen van vierkantjes doet me in de verte denken aan het werk van de minimalisten. Minimalistische kunst.

“Ik ben absoluut schatplichtig aan de minimalisten. Daar zit trouwens wel een grappig verhaal aan vast. Ik zat op school in Nijmegen op de Mavo, in jaar één. Ik had een ontzettende hekel aan die school, ik vond het niet leuk. Bij het vak wiskunde ben ik ruitjespapier om en om gaan inkleuren tijdens de les. Het heet ruitjespapier maar het zijn natuurlijk vierkantjes. Later in mijn atelier had ik een werktafel met een werktafel met een wit vel papier om aantekeningen op te maken als ik aan het telefoneren was. Op een gegeven moment had ik een heel stuk gemaakt met vierkantjes. Toen dacht ik: ‘dat is eigenlijk best mooi’. Het gaat dan om de handeling. Het is de handeling die de gedachtestroom ruimte geeft. In de kantlijn stonden dan korte woorden, zinnetjes, gedachteflarden. Ik heb gemerkt dat als je die vierkantjes tekent, dat er dan ruimte in je hoofd ontstaat voor gedachten die je niet verwacht. Als docent heb ik het ook heel vaak gedaan. Dan moest ik een hoorcollege geven. Dat duurt altijd te lang. Dan liet ik studenten tekenen. Dan gaf ik studenten ansichtkaarten en een stift en dan zei ik: teen maar vierkantjes als ik bezig ben. Dan konden zij zich langer concentreren. Dat werkte wel. En het kan overal. Iedereen kan meedoen. Jouw afkomst, politieke opvatting of geloofsovertuiging maakt niet uit. Heel veel mensen vinden het leuk om te doen. Duizenden, in de loop der jaren. En het is universeel. Het kan overal in de wereld. Ik ben zelf ook heel benieuwd waar ik de volgende keer terecht kom.”

Tot slot: het interview met jou over de Huiskamer van Haarlem uit 2016 (opgetekend door Remco van der Kruis) is het best scorende verhaal op Spaarnestroom, dat wilde ik je toch nog even melden… Ik plaats de link hier nog even bij.

De Huiskamer van Haarlem – Spaarnestroom

“Echt waar? Geweldig! Dat is leuk om te horen. Dat was ook al bij De Vishal, die tentoonstelling ‘de Huiskamer van Haarlem‘ schijnt daar de ‘best bezochte expositie ever’ geweest te zijn. Fantastisch.”


Lezing over ‘United Objects Antwerpen’ door Hans Bossmann. Zondagmiddag 26 september om 17.30 uur. Reserveren mogelijk onder 023-5318755 of haarlem@athenaeum.nl

Website: hans bossmann

Toegift van Lipz: ‘Hip to be square‘ van Huey Lewis & The News (‘nooit gesnapt waarom het leuk is om een vierkantje te zijn’, zegt radio-deejay Gijs Staverman daar steevast over)

Bijzondere tentoonstelling ‘Celestial Waste’ in een nieuwe, unieke Haarlemse kunstruimte: De Kapel

De Kapel is een nieuwe ruimte voor kunst in Haarlem, gelegen aan de Emmalaan, op steenworp afstand van de Zijlweg. Cees Brandjes en Ellen Siebert zijn de initiatiefnemers. Afgelopen zondag was de opening van een gloedvolle tentoonstelling van beeldend kunstenaar Feddow Claassen en videokunstenaar Agniet Snoep. Een expositie die met veel enthousiasme door de aanwezigen is ontvangen. Eerder de afgelopen tijd was ik op bezoek in de ruimte, om Ellen Siebert aan de tand te voelen over dit bijzondere initiatief. Met in het kielzog de daadwerkelijke opening.

door Paul Lips

Hoe kom je op ideeën voor interessante kunstverhalen? Soms gebeurt dat min of meer per toeval. Zo bezocht ik galerie Kruis-Weg68 van Michel van Overbeeke en Joke Stoute en werd daar voorgesteld aan Ellen Siebert, die verklapte dat ze bezig was met het creëren van een kunstruimte. Aan de Zijlweg in Haarlem, in een voormalig klooster. Daar wilden wij van Spaarnestroom natuurlijk alles van weten. Dus kwam er in juli gesprek en een rondleiding door het gebouw.

Ellen Siebert

Ellen Siebert: “Het kloosterhuis is van 1911. De paters Augustijnen woonden daar. Die werkten hier bij het rooms-katholieke Triniteits Lyceum, dat later in 1923 werd geopend aan de Zijlweg. De kapel waar we nu zitten is ook later aangebouwd. Hiernaast – waar nu het pand van Yarden staat – was de kloostertuin, daar werden groentes geteeld en zo. Dat heeft tot 1984 dienst gedaan. Daarna werd het complex gesloten en wilde Yarden het complex overnemen. Maar dat bleek te klein te zijn voor hen. Toen hebben ze een nieuw gebouw neergezet. Dat is dat lelijke gebouw daar. Maar ze wilden het klooster wel behouden, als garage voor de lijkwagens en ruimte waar de kisten konden worden geplaatst. Het was dus een opslagruimte. Met een kleedruimte voor de lijkwagenchauffeurs en de dragers. Verlaagde plafonds en witgeschilderde muren. Garagedeuren. Er was geen tuin, geen terras. Echt een bedrijfsterrein. Wij hebben geregeld dat die tuin en dat terras er kwamen.”

Ellen leidt me door de schitterende ruimte, waarbij oorspronkelijke elementen weer zijn teruggebracht. Ondertussen stiefelen Vincent Nelis (van Nelis Antiques in Amsterdam) en Feddow Claassen door de ruimte om te onderzoeken wat daar zoal ‘mee kan’. Vincent fungeert als intermediar voor de tentoonstelling en zal ook antieke elementen aanleveren, zoals kunstarmen- en benen enzovoort.

Ellen’s man, architect Cees Brandjes van Klous Brandjes Architecten (gezeteld aan de voorzijde van het gebouw), vond ook dat de ruimte weer echt die kapel-sfeer zou moeten gaan uitstralen. Die ramen, met dat licht dat er doorheen schijnt, dat geeft die speciale sfeer, vinden ze. Tijdens de Kunstlijn-die-niet-door-kon-gaan van 2020 was er voorzichtig al iets te zien met videokunst van Marcella Kuiper. Dat schijnt al wonderschoon te zijn geweest, verzekert Siebert. Maar De Kapel wordt niet een galerieruimte zoals er al veel bestaan in Haarlem.

“Ik wil geen echte galerie zoals Joke en Michel dat hebben. Ik heb hier immers geen verdienmodel. Maar ik zag wel meteen de potentie van deze ruimte. Dat ik iets met mijn fascinatie voor kunst kan doen. Ik heb nog geen vast omlijnd idee, maar dat ontvouwt zich gaandeweg. Graag zou ik zien dat kunstenaars zich voor een tentoonstelling hier laten inspireren door het gebouw, en door het speciale licht. En ik ben van plan samenwerkingen te zoeken en aan te gaan, zoals met de Kunstlijn. Het idee van een laboratorium, met leuke mensen. Cross-overs. Tentoonstellingen, kunst, misschen ook zo nu en dan een optreden. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Het moét gewoon gebeuren. Mensen moeten in beweging blijven. Hersens mogen gewoon een beetje kraken.”

Agniet, Vincent, Feddow en Ellen die een toelichting geeft

Zondag 19 september is het dan zover. De tentoonstelling is klaar om te worden bezichtigd. Volgens de overlevering zijn de meeste elementen voor de expositie nog op het allerlaatste moment aan de ruimte toegevoegd. “Maar alles was al tot in de puntjes voorbereid”, zegt Ellen Siebert in haar korte speech.

Celestial Waste‘ is de titel van de expositie. Hemels Afval. In een bijgaande tekst leggen de kunstenaars uit dat de mens bij schoonheid vaak geneigd is te verwijzen naar een hogere macht, iets dat groter is dan wijzelf. Het goddelijke.

Aan de andere kant zijn daar de menselijke creaties, die tot grote hoogten kunnen reiken, maar vaak ook allerlei bijeffecten veroorzaken. Met een stapel afval die alsmaar groter wordt.

Creatie en destructie. Waarbij de kans bestaat dat de natuur haar rechtmatige plaats terug eist. Sporen van onze destructieve creativiteit blijven tastbare overblijfselen.

De uitleg is te vinden via de site www.celestialwaste.nl, een site die je de ene keer makkelijk kunt aanklikken en de andere keer verdwijnt in de cloud, waarna je de grootste moeite moet doen om er weer op terecht te komen. Dat lijkt onderdeel van de ‘verwarring’ die Feddow Claassen wil stichten met zijn kunstwerken.

De tentoonstelling is een aaneenschakeling van bijzondere kijkervaringen, verbazing wekkende objecten die niet zelden een glimlach opleveren. Van de (van papier vervaardigde) wapens – door een jochie – die door Claassen met goud zijn omhuld tot aan de film van de Billy-kast van IKEA die keurig in elkaar wordt gezet. Althans, zo lijkt dat.


De kunst van Feddow Claassen, daar moet je verder eigenlijk niet te veel van verklappen. Die kunst dien je te ervaren. Claassen wil discussies uitlokken en speelt met constructie en destructie. Draait dingen graag om. Speelt met klassieke beelden, van de klassieke blekersvelden van Ruydael tot de ‘Adam en Eva’ van Albrecht Dürer. Op Instagram zijn van Feddow Claassen (die in Den Haag woont en werkt) allerlei bijzondere spiegels te zien, een element dat ook in een van de werken in De Kapel terugkomt.

still uit een videowerk van Agniet Snoep

De kunst van Agniet Snoep beweegt zich tussen fotografie en film. Video-loops waarbij je het beeld minimaal ziet veranderen. Indruk maakt het scherm waarop je een caravan in een landschap ziet staan, met in de verte een persoon die daar iets lijkt op te rapen van de grond. En het regent. Het regent doorlopend. Titel: ‘Holiday for the wicked’. Het zou een verwijzing kunnen zijn naar de rampspoed die de mens te wachten staat, als gevolg van de klimaatverandering. Op een ander scherm is dan weer ‘droogte’ het thema. En als je dan de trap op gaat van de door Cees Brandjes geplaatste witte muur (de muur heeft binnenin een smalle trap die leidt naar een ruimte die weer voor een speciale Marina Abramović/Ulay-ervaring zorgt) dan kun je nog een aantal videowerken bewonderen. Nog even links de hoek om, waar je de armen van de Venus van Milo terug kunt zien, een werk van Feddow Claassen waarvoor Vincent Nelis het materiaal leverde.

‘Celestial Waste’ met werk van Feddow Claassen en Agniet Snoep, te zien tot 24 oktober in De Kapel, Emmalaan 30, Haarlem. Celestial Waste | The Art of Dismantling Creations

Op vrijdag en zaterdag van 14.00 tot 17.30 uur en op afspraak: e.siebert@online.nl

Gemiste kans met nadeel als uiteindelijk voordeel: Dagklad gebundeld

‘Dagklad – de Haarlemse jaren’ is een verzameling van een aantal columns die oud-Haarlemmer Marius Jaspers verzamelde in een toch nog fors uitgevallen boek, dat op zondag 26 september wordt gepresenteerd. Ooit begonnen uit baldadigheid, maar gaandeweg ontpopt tot meester van de observatie, kleinsteedse amuses, klinische observaties en ijle impressies, zoals hij ze zelf noemt. Voor deze gelegenheid slaan journalist Paul Lips en postbode/zanger/gitarist/dichter PM Delèfre de handen ineen.

door Paul Lips en PM Delèfre (cursief)

Marius Jaspers (eigen foto)

Wij Haarlemmers houden van tradities. Zoals die Damiaatjes, die elke avond tussen 21.00 en 21.30 uur hun getingel laten klinken. Ting Tang Tang! Als het goed is een half uur, mits ze niet enkele minuten eerder eindigen en/of de tweede Tang zachter klinkt als de eerste Tang. Haarlemmers houden van dat ritueel. Haarlemmers kunnen er niet zo goed tegen als vaste waarden ineens veranderen. Sommige Haarlemmers zijn er nog steeds ondersteboven van dat Dagklad-columnist Marius Jaspers en zijn Huisdichteres de stad hebben verlaten, om ergens neer te strijken in een of ander onbeduidend gehucht aan het water. Een rivier die niet de naam ‘Spaarne’ draagt, maar ‘IJssel’.

Er was eens een plaatselijke krant. Een krant die jarenlang bekend stond als ‘kwaliteitskrant’ waar een knuffelbullebak de scepter zwaaide en waar een gedegen redactie zich als rokend en zuipend (dat laatste uiteraard ná de werkzaamheden) door het dagelijkse nieuws heen worstelde. Daar was op de dinsdagen die columnist, die zijn sporen in de jaren zestig reeds had verdiend als tekstdichter voor een lage-landelijk bekende troubadour, en wiens schrijfsels met veel liefde door Haarlemmers werd gelezen. Tot-ie de pijp aan Maarten gaf en veel te jong het tijdelijke voor het eeuwige verruilde. Natuurlijk kende de krant nog andere columnisten, maar die specifieke stijl van de Jonge Jacob-kapitein bleef toch nummer één. Er werden er een aantal verzameld in een handzaam boekje. Het gat dat ontstond werd aanvankelijk niet opgevuld. Marius trok de stoute schoenen aan en stuurde er een aantal naar de toenmalige chef stadsredactie. Zij ‘wist niet wat ze er mee aan moest’. Jaren later werd er een andere columnist aangesteld, met een geheel andere werkwijze en visie op de stad. Een gemiste kans bleek gaandeweg ‘steeds gemister’. Jaspers had natuurlijk een plek moeten krijgen in het dagblad. Desnoods in om-de-dagvorm. Maar aan de andere kant: dan hadden we dus nooit een Raarlems Dagklad gehad. Want wat een lol is het om die media-uiting te lezen. Is het of was het? De trouwe fans blijven zijn avonturen uiteraard op de voet volgen. Maar stilletjes verlang ik wel eens terug naar de scherpte, geestigheid én taalacrobatiek van Jaspers’ schrijfsels als er weer eens een dorpsrel uitbrak in het Haarlemse. Politieke brandhaardjes, stadsdichtersgedoe, Haarlems Dagblad-geleuter of andersoortige dorpsergernissen. Die zal je niet snel teruglezen in deze overigens schitterende bloemlezing, waarin zeker ook ruimte is voor iets meer filosofische en poëtische overpeinzingen.

Dat lijvige boek met als titel ‘Dagklad, De Haarlemse jaren‘, is prachtig vormgegeven door Christel Bouwmeester. Zondag 26 september is de presentatie, met zelfs drie wandelingen (12.00, 13.30 en 15.00 uur) waarbij de auteur zal voorlezen uit het boek. Let op: reserveren verplicht!

Was getekend: Paul Lips.

En nu geef ik de Haarlemse postbode/zanger-gitarist/dichter en ‘stadsagitator’ PM Delèfre het woord.


Marius Jaspers, ja die ken ik wel. Ik weet nog goed dat ik hem en zijn geliefde Sylvia Hubers in de Toneelschuur (ja, Tonéélschuur!) ontmoette tijdens de inzegening van de zelfbenoemde eerste stadsdichter van Haarlem, George Moormann. Het was een koude decemberavond en Sylvia vroeg onderzoekend toen ze mij ontwaarde: ‘Delèfre?’

Waarop ik knikte. Van háár gedichten was ik immers reeds fan geworden. Ik denk dat we er toen wel eentje gedronken hebben. Maar altijd in het nette. Niet zoals tijdens die ene verjaardag op die bovenverdieping in de Van der Vinnestraat, waar een tweedehands boekverkoper annex drankorgel meende de heer Delèfre de maat te moeten nemen door te vragen van wat voor dichters hij dan wel zoal hield. Toen daar een – naar maatstaven van de vragende partij – onbevredigend antwoord op volgde – veegde de Utrechtse boekhandelaar (volkomen toeter, zoveel was duidelijk) vakkundig de vloer aan met de zingende en dichtende Haarlemmer, en smeet hem voor de voeten dat hij toch tenMINSTE ‘Reis naar het einde van de nacht’ van Céline gelezen zou moeten hebben. De tirade was van zulk een ongekend Ferron/Wiener-niveau dat ondergetekende er zelfs stil van viel. Als de drank is in de man, enzovoort. Zegt Delèfre, die enkel nog pleegt te drinken tijdens speciale gelegenheden en/of feestjes. En dat is dan weer vanwege een collega-dichter wiens schrijfsels er niet op vooruit pleegden te gaan na weer een bezoek aan de plaatselijke herberg (lees: Het Dronkemanshuisje). Ik heb het natuurlijk over Barend J. Cardoes, die zich inmiddels heeft ontpopt tot society-verslaggever van de weblog Spaarnestroom en in kennelijke staat (lees: volkomen lazarus) allerlei premières, vernissages en finissages afloopt. Als het maar iets met kunst te maken heeft. Cardoes (van oorsprong bollenkweker) is de man die wellicht min of meer de opengevallen plek van stadschroniqueur Jaspers kan innemen. Maar benaderen zal hij deze meester-columnist uiteraard nooit en te nimmer. Delèfre zegt: kópen dat boek! Ting Tang Tang!

Was getekend: PM Delèfre.

Presentatie ‘Dagklad, De Haarlemse jaren’ van Marius Jaspers, zondag 26 september 2021 (met drie wandelingen (12.00, 13.30 en 15.00 uur) bij de Kennemer Boekhandel, Kleverparkweg 3, Haarlem. ISBN 9 789464 371291

https://libris.nl/kennemerboekhandel/activiteiten/september-2021/boekpresentatie-marius?fbclid=IwAR1SFMp4shaA64L5RYHjcoqvU2U-WZ09QF31lzKUh6ylYgwpNW9iSX9Xp

(beeld: Kennemer Boekhandel)

Ik ging naar de Schagchelstraat om de Stomp Brothers te zien

Er stond een eenvoudige aankondiging op Facebook. ‘The Stomp Brothers treden op zaterdagmiddag 18 september op in de Schagchelstraat tijdens Haarlem Shopping Weekend vanaf 12.30 uur.‘ Shopping weekend? Het is toch elk weekend ‘shopping weekend’? Nou ja, dat ‘shopping weekend’ is kennelijk een voortzetting van de zogeheten ‘Shopping Night‘. Haarlem Promotie en zo. Enfin, ik eerst naar de bieb en vervolgens naar de Schagchelstraat. Bij Mark Keppel Lijstenmakerij & Galerie zaten ze: de mondharmonicavirtuoos en gitaarvirtuoos.

door Paul Lips

September. ‘Een van mijn lievelings-weermaanden’, hoor ik op televisie de weerman zeggen tijdens het NOS Journaal. Dat geldt ook voor mij. Het is die mooie nazomer met in de verte de herfst die zich aankondigt. En – niet onbelangrijk – het culturele seizoen begint. Als het goed is. En het wordt langzaamaan iets beter. Of het ooit weer wordt zoals het was valt te bezien. Zo’n dag waarop je verliefd bent op de stad en de bewoners. Boeken gehaald bij de bibliotheek (van stripprofessor Joost Pollmann, en een boek over kunst aan het begin van de twintigste eeuw), fietsen langs een volle Botermarkt, een blik in een kunstzinnige etalage bij Muys Kantoor & Kado aan de Gedempte Oude Gracht, en vervolgens de lokroep van de muziek volgend.

Twee rode stoeltjes. Mannen met hoeden. En dan als luisteraar met je neus in de boter vallen. ‘Summertime‘. Weergaloos getokkeld op de gitaar en subliem geblazen op de bluesharp. Er bestaan journalisten die hebben uitgezocht hoe veel versies er bestaan van deze klassieker. De versie van The Stomp Brothers mag daar aan worden toegevoegd. ‘Het weer past zich aan aan onze muziek’, grapt Stomp Brother Sjef.

Wie op internet louter de term ‘Stomp Brothers’ intikt krijgt andere resultaten. The Brothers Johnson met ‘Stomp‘. Een feestnummer. Disco. Over uitgaan. De stad in. Nachtleven. Stampen. Wanna party ’til the morning light’. Conga’s en synthesizers. Slapping bass. Zo’n lied dat je zo nu en dan overdag’s nog wel eens op de radio hoort, en je terugbrengt naar 1980, ook zo’n jaar dat van alles weer opnieuw begon.

De Haarlemse Stomp Brothers zijn ondertussen alweer bezig met het volgende nummer. ‘It don’t mean a thing (if it ain’t got that swing)‘. De winkeljuffrouw van de overkant deint vrolijk mee op het ritme. Mijn gedachten dwalen onwillekeurig af naar het album ‘Bitter Jug Blues‘, dat inmiddels op Soundcloud staat. Maar dat pas in januari 2022 zal verschijnen. Niet te vroeg pieken, is een wijs devies. “Onze fans zijn liefhebbers van vinyl, dus wij nemen aan dat zij ook de plaat wel zullen aanschaffen”, is de eenvoudige verklaring van Sjef Huurdeman. Ik kijk uit naar de plaat, maar heb hem op soundcloud nog niet in z’n geheel beluisterd. Doseren is het devies. En ik zou de heren graag interviewen voor Spaarnestroom. ‘Ja, dat roep je al twee jáár’, zegt Pieter met zijn bekende schamperheid.

“Komt nog. Het mag nog even rijpen, als goede wijn”, riposteer ik.

Survivors zijn ze, Sjef Huurdeman en Pieter Mulder. Te grazen genomen door het leven, maar nog steeds fier rechtop en tot mooie dingen in staat. Ook om te kunnen genieten van mooie dingen. En wat past daar beter bij dan een weergaloze versie van ‘My Favourite Things‘? John Coltrane ging de heren al voor, maar wat een heerlijkheid, deze rondgang over de snaren. Soms zelfs met flamenco-achtige tendenzen. Er wordt driftig gefilmd en gefotografeerd. Live-muziek op straat, het mag weer en het is heerlijk. Nee, de hoed hoeven ze niet neer te leggen. De gage wordt reeds betaald.

(beeld: Olaf Jens)

Over dat tekeningetje dat Sjef bij zijn Facebookbericht plaatste. Dat schetsje van tekenaar Olaf Jens, die het hoesontwerp van de plaat heeft gemaakt. Sjef toonde het schetsje aan zijn kompaan Pieter Mulder, die direct uitriep: ‘Dát is ‘m. De hoes!’. Een goede reden om @Olaf.Jens te volgen op instagram. Er gaat een wereld voor je open. Oudere jongeren zaten er al of strijken neer in de Schagchelstraat. Bekenden uit de Haarlemse muziekscene of andere kringen. Jelle, Joce, Danny, Pim, Janis, Ruby, Sue, Marten, Kees, Dick enzovoort.

“Ik heb twee jaar niet gespeeld. Ik ben mijn embouchure helemaal kwijt”, laat Sjef zich ontvallen. Embouchure. Een mooi woord. Dat wat nodig is om blaasgeluid op een instrument te kunnen voortbrengen. Toch spelen de heren bijna drie uur lang de ene na het andere classic. Om te eindigen met een instrumentale versie van ‘This Masquerade‘. Een lied van de hand van Leon Russell. Ik leerde het kennen in een gloedvolle versie van The Carpenters, het Amerikaanse popduo dat in de loop der jaren bredere erkenning kreeg dan in eerste instantie het geval was. Verduiveld ingewikkelde akkoorden, dat nummer. Melancholieke tekst. Een soort cooling down, passend bij het sentiment dat je voelt als zo’n zonovergoten muzikale middag ten einde loopt.

Stream Sounds Haarlem Likes Vinyl | Luister gratis online naar afspeellijst The Stomp Brothers – Bitter Jug Blues op SoundCloud

The Stomp Brothers | Facebook

Tonneke Sengers onderzoekt het bewegende en stilstaande beeld: ‘ik heb eerst iets bedacht, en dan later begrijp je hoe het zit’

Through the Bathroom Window‘ is de titel van de nieuwste Vishal-tentoonstelling waarin de buitenwereld naar binnen ‘sijpelt, stroomt, kruipt en breekt’. De grens tussen binnen- en buitenwereld is immers ‘fluïde’, aldus curator Renée Borgonjen. De regel ‘through the bathroom window’ verwijst naar een lied van Paul McCartney, met een nonsens-tekst waarin een groupie-achtige dame zijn huis binnendringt. De buitenwereld die even met de deur in huis komt vallen, terechtgekomen op het Beatles-album ‘Abbey Road‘. Een van de vier exposanten is Tonneke Sengers, die speciaal voor deze tentoonstelling het werk ‘20FPS, analyse van een stilstaand beeld‘ vervaardigde. ‘Twintig frames per seconde’, de snelheid die beweging impliceert. Frames – twee die op het eerste gezicht identiek lijken, maar toch gekenmerkt worden door subtiele verschillen.

interview: Paul Lips

fotografie: Remco van der Kruis


Sinds jaar en dag ben ik een liefhebber van het werk van de Haarlemse Tonneke Sengers. Het gaat om min of meer abstract werk, symmetrisch, meestal bestaande uit lijnen, rasters, vierkanten of kegels. Een ‘abstract geometrische vormentaal’, zoals op haar website te lezen valt. De omgeving waarin het kunstwerk is geplaatst of gemaakt is van invloed op de kijkervaring. Licht en schaduw doen er toe. Zo nu er dan is er sprake van kleur, maar in beperkte mate. Het werk van Tonneke Sengers wordt regelmatig geëxposeerd in kunstruimten en galeries – nationaal en internationaal – , soms in combinatie met verwante kunstenaars. Ook maakt Sengers werken geschikt voor de openbare ruimte. Voor de tentoonstelling ‘Through the Bathroom Window’ werd Sengers gevraagd door curator Renée Borgonjen. Vandaar dat Remco & Paul afgelopen week koers zetten richting De Vishal, om haar te laten vertellen over de serie frames die ze speciaal vervaardigde. Een associatieve gedachtestroom kwam op gang, die we graag zonder tussenteksten tot zijn recht laten komen. Het woord is aan Tonneke Sengers.

Tonneke Sengers in de Vishal

“Dit is inderdaad écht een heel project geweest, dat ik speciaal voor deze tentoonstelling heb gemaakt. Toen Renée mij vroeg is het project eigenlijk een eigen leven gaan leiden. Het is steeds verder uitgebreid, en weer veranderd. Ik wilde meedoen met frames. Zonder schilderkunstige details. Die heb ik voor dit project helemaal weggelaten. Ik wilde m’n gedachten laten gaan, ik heb veel gewandeld. Er zit een heel verhaal achter. Dat verhaal is er op zich natuurlijk leuk bij, maar het zal de kunst nooit echt helemaal verklaren.”

“Ik ben ook museumdocent in het Teylers Museum. Daar ben ik altijd heel erg gefascineerd door die schedel van die mastodont. Een schedel van een mammoet, een soort voorloper van de olifant. Toen ze dat ding opgroeven dachten ze: dit is een schedel van een cycloop, van een reus! Dus mijn inspiratie was: het gaat er om wat je ogen zien, en wat je hersens denken, en andersom. Op het moment dat die resten van die mastodont werden opgegraven hadden ze nog nooit van een mastodont gehoord. Dus je hersens bepalen voor een deel wat je waarneemt. Iemand had laatst via internet een werk van mij gekocht, maar had niet gezien dat er gaten in zaten. Dus je bent geconditioneerd in je kijken.”

“Curator Renée Borgonjen zei: ‘als je er dan langs loopt lijkt het een ‘zoötroop’. Je kent het wel, zo’n boekje waarbij als je snel bladert het net lijkt of er beweging in te zien is. Maar toen dacht ik: dan moet het anders, dan moet ik het veel radicaler aan gaan pakken. De serie frames liep van 1 tot en met 20. Elke keer kwam er een gat bij in een apart frame, maar het moest wel symmetrisch blijven. Ja, dat is bij mij altijd het geval, symmetrisch. Ik denk altijd: waarom zou ik het asymmetrisch maken als het symmetrisch kan. En ik ben blij met een limiet. Een kader waarbinnen ik kan werken.”

“Ik laat mijn werk bepalen door de context. De eerste indrukken moeten allemaal hetzelfde zijn. Bij film richt je je toch meer op wat zichtbaar is. Bij mijn werk is het meer ‘wat er niet is’. De gaten bepalen het verschil tussen de beelden. De ene keer zie je een gat, en de andere keer is zo’n vlak gevuld. Het gaat er dus eigenlijk om wat er áchter het beeld gebeurt. Ook met het licht en de schaduw. En als je die frames allemaal op elkaar stapelt kom je weer uit op hetzelfde beeld. Snap je?”

20FPS - detail

“Ik heb die frames dus eerst een keer allemaal boven op elkaar gestapeld. Ik was ook geïnspireerd door het ‘Zwarte Vierkant’ van Malevich. Hij zei: alles wat tot nu toe is geschilderd, als je dat zou opstapelen, dan kom je uit op het zwarte vierkant. Tenminste, ik dácht dat het een uitspraak van Malevich was, maar dat blijkt hij dus nooit te hebben gezegd. Curator Renée Borgonjen heeft zich een ongeluk zitten zoeken in encyclopedieën en op wikipedia en dergelijke, die kon die uitspraak niet terugvinden.”

Als je van bovenaf zou kijken kom je tòch weer tot hetzelfde beeld. Dat ene frame dat dáár links apart hangt is eigenlijk het begin en het einde. Als je het in een film zou analyseren krijg je die hele rij. En dan kom je weer bij die mastodonten uit. Ik heb het precies andersom gedaan. Ik heb éérst iets bedacht, en dan later begrijp je hoe het zit. Snap je? Het is net andersom.”

“Ik wil de toeschouwer laten denken: wat zou er achter dat beeld zitten? Elk beeld dat we zien is opgebouwd uit een heleboel lagen. Als je dat in één seconde zou afspelen dan krijg je toch weer hetzelfde. Boven de zestien frames kunnen wij de afzonderlijke beelden niet meer zien. Dus vandaar dat je dat beeld dan weer ziet, als je het in één seconde zou afspelen.”

Tonneke Sengers in de Vishal

“Ik heb dagelijks – vier keer in de week – steeds dezelfde wandeling gedaan. In Middenduin in Overveen. Elke keer die drieënhalve kilometer, elke keer hetzelfde. Dan ga je steeds meer zien. Je krijgt oog voor veel meer kleine details. Hee, dít was er gisteren nog niet. Die meerkoetenfamilie bijvoorbeeld zat eerst op dat nest, en op een gegeven moment was het leeg. En dan was dat mannetje al steeds op en neer geweest met takjes en zo. Dat wandelen kan ik iedereen aanraden. Ik doe het nog steeds bijna dagelijks.”

“Deze rij frames heeft hele kleine verschillen in de details. Renée schreef de tekst voor de brochure. ‘Ja, er kwam elke keer een gat bij, maar het bleef wel symmetrisch’. Renée dacht: dat kan toch niet? Klopt het wel? Bijvoorbeeld nummer drie van de frames, is die nog steeds symetrisch? Maar dat kan natuurlijk omdat in het midden drie vlakken zitten. Dus je kan ook de oneven bedienen, zeg maar. Snap je het nog, of niet?”

“Minimalisme of minimalistische kunst verwijst inderdaad alleen naar zichzelf. Bij mij zit er wel iets meer associatie in, je kunt bijvoorbeeld denken aan badhokjes, Japanse kamerschermen of iets dergelijks. Ik maak ook wel minimalistisch werk. Maar dit werk ‘20FPS‘ is ook gebaseerd op een schilderij uit 2007, ‘Black Lines I‘. Toen schilderde ik nog. Deze frames ontwerp ik op de computer en laat ze laseren. Als het makkelijk kan ga ik echt niet moeilijk doen.”


‘Through the Bathroom Window’, met werk van Maurice Bogaert, Sylvie Zijlmans, Irene van de Mheen en Tonneke Sengers. Tot en met 19 september in De Vishal, Grote Markt 20, Haarlem. Dinsdag tot en met zaterdag open van 11.00 tot 17.00 uur. Zondag open van 13.00 tot 17.00 uur. Bij de installatie van Tonneke Sengers is een door curator Renée Borgonjen geschreven publicatie verschenen, die te koop is aan de balie.

De Vishal

Tonneke Sengers

Hallóóów, hier zijn we weer! (ons-kent-ons in de Spaarnestad) was bij: ‘Ver-dwalen en Ont-moeten’, vernissage Waag-expositie van Ada Kors

Hallóóów allemaal. Hiérrr zijn we weer, in ons altijd gezellige Spaarnestadje, waar de kunsten welig tieren en de drank rijkelijk vloeit. Barend J. Cardoes is de naam. Dit is de society-rubriek van Spaarnestroom, waarin wij verslag zullen doen van premières, feestjes, vernissages en andere happenings. Mits die plaatsgrijpen natuurlijk. Want het was armoe de laatste anderhalf jaar. Er viel weinig tot niets te beleven in het Spaarnestadje. Bijkans nix was toegestaan. Daarom was onze society-verslaggever Barend J. Cardoes extra blij toen hij per appje een uitnodiging kreeg om nochtans even acte de présence te geven bij de vernissage van de KZOD-tentoonstelling ‘Ver-dwalen en Ont-moeten’ van Ada Kors in galerie De Waag aan het Spaarne.

door Barend J. Cardoes, society verslaggever

Barend geeft ‘m van katoen

In Haarlem is het natuurlijk traditie dat een – in de kunstverslaggeving actieve – reporter élke gelegenheid aangrijpt om zich vol te laten lopen tijdens vernissages, interviews, premières, presentaties en wat dies meer zij. Veertig jaar traditie vlak je immers niet zo maar uit. Dat is dus aan ondergetekende, Barend J. Cardoes, wel besteed. Die ‘J’ als tussenvoegsel zou – naast ongekende ijdeltuiterij – immers kunnen staan voor ‘ja, ik heb er zin in’. Als er maar een rood wijntje klaar staat. Dan is Barend wel bereid om een uurtje te ver-dwalen in de schitterende foto’s van exposante Ada Kors. Vanwege de toch nog geldende beperkingen zijn er niet zulke héél bekende Haarlemmers (BH-ers) in de galerie aanwezig. Maar dat mag de pret niet drukken.

Ada Kors laat zich onder meer inspireren door bomen. Bij haar tentoonstelling citeert ze een gedicht van Ferdy Jongenelen:

Vrienden zijn als bomen
Op een goede afstand
van elkaar geplant
Zo ontnemen ze elkaar het licht niet
Maar geven elkaar de ruimte
Vrienden zijn als bomen
Samen groeien ze hoger
Ze worden sterker
en strekken zich uit
Ze moedigen elkaar
aan hoger te groeien
Vrienden zijn als bomen
Met de wind fluisteren
ze elkaar geheimen toe
Ze koesteren elkaar met de zon
Ze verkwikken met de regen.
Vrienden zijn als bomen
Ze trotseren de stormen
Ze trotseren de droogte
Ze doorstaan de seizoenen
van het leven
Vrienden zijn als bomen
Soms lijken ze verder
van elkaar af te staan
Maar ondergronds
Zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden.

© Ferdy Jongenelen


Bij een vernissage is een speech natuurlijk gewenst. Aan collega-kunstenaar en KZOD-bestuurslid Joke Kokkelkoren de schone taak om het woord te nemen. Ze verhaalt over de los van elkaar staande bomen, waarvan de takken elkaar opzoeken hoog in de lucht. De bomen als verbindende factor tijdens het ont-moeten. ‘Ze zijn als vrienden die elkaar ontmoeten en elkaars nabijheid zoeken, maar zonder dwang’. Joke stelt dat er ‘onder de grond’ ook van alles gebeurt, en waar – niet zichtbaar voor ons mensen – ook de wortels verbinding met elkaar maken. Dat bomen ook als ‘vrienden van de mens’ kunnen worden ervaren, merkt Joke Kokkelkoren als zij op landgoed Elswout in Overveen wandelt en oog in oog staat met de ‘knotlinde’.

‘Daar heb je mijn vrienden, denk ik dan’, aldus Kokkelkoren, die benadrukt dat Ada Kors heel wat spullen mee torst tijdens haar fotografische verkenningen. En daarbij zichzelf zo nu en dan blootstelt aan ‘bijna-dood-ervaringen’. Ternauwernood ontsnapt aan een grote olifant, bijna uit een tent gepeuterd en opgepeuzeld door een leeuw, en bijna met camera en al verzwolgen door drijfzand.

‘Néé, maarrr…’ nu wil het geval dat ondergetekende met grote regelmaat óók oog in oog staat met een ROZE olifant, maar dat is natuurlijk ‘peanuts’ vergeleken bij de ontberingen van Kors. Zo’n confrontatie is uiteraard best ‘link man’, dus kan ik nog wel even naar… café-restaurant Brinkmann… Maar dit uiteraard terzijde.


Dat met die leeuw in Zimbabwe was natuurlijk zeer griezelig, verhaalt Ada Kors op het moment dat de glazen rode wijn zijn ingeschonken en er kan worden geproost. Het schijnt dat als je snel je de tent in duikt, dat de wilde dieren dan afdruipen of de interesse in het lekkere hapje afneemt. Maar dat moment dat Ada even haar malariapillen die in de tent lagen wilde pakken en ze ineens oog in oog stond met een olifant: ‘zijn slurf ging omhoog en hij begon enorm te tetteren!’. Uiteindelijk liep het avontuur goed af.

Ondertussen dwalen de belangstellenden – zoals KZOD-voorzitter Ellen Wolff, Dick Stegenga, Leonore Hatt, Barbara Schröder, Ronnie Helder, Joep van Opzeeland – langs de sfeervolle foto’s aan de wanden. Vooral de foto’s uit de serie ‘dubbel belicht’ kunnen bekoren. Thema’s als water, bomen, strand, zee of bloemen zijn met grote zorg – en vaak met een bijzondere twist – vastgelegd. In die zin geeft Ada Kors haar eigen draai aan het fenomeen fotografie. Een goede reden om even te gaan kijken bij deze gratis toegankelijke tentoonstelling.

Tot slot is er nog een hilarisch moment als Barbara Schröder de speciaal voor het 200-jarig KZOD-jubileum vervaardigde parasol (of paraplu) probeert uit te klappen, en het ding zodanig doorschiet alsof er een stormwind onder is gekomen. Met vereende krachten wordt de parasol weer in de goede stand gezet. De gezellige maar beperkte bijeenkomst vormt een leuk opmaatje naar de jubileumviering die 17 september aftrapt met een besloten bijeenkomst op het stadhuis en vervolgens over het seizoen 2021-2022 is uitgesmeerd. Benieuwd wat er er dan weer allemaal te beleven valt in kunstminnend Haarlem. Hips!


Waag expositie VER-DWALEN EN ONT-MOETEN | Ada Kors | KZOD | Beroepsvereniging van Haarlemse kunstenaars

Ada Kors – ada kors