Kleurrijke kunstroute ‘Het Ongeziene Gezien’ gaat eind juni ongekende kanten van Schalkwijk tonen

De Haarlemse wijk Schalkwijk heeft vele kanten. Maar er zijn ook allerlei aspecten waar stadsbewoners nog nauwelijks weet van hebben. Daarom komt Marisa Beretta met haar stichting Kapsalon met de kunstroute ‘Het Ongeziene Gezien’, die 24, 25, 26 en 27 juni wordt gehouden. Kunstdisciplines als fotografie, theater, ruimtelijke kunst, grafiek en podcast komen ruimschoots aan bod. Dit alles onder het motto ‘Samen maken we de wereld mooier’. Deelnemers mogen zich nog steeds aanmelden om mee te doen aan het project.

door Paul Lips

(foto: DubbelBelicht)

Het is een project dat verbinding tot stand wil brengen tussen oud en jong, kleurrijke bewoners met verschillende culturele achtergronden, familie, vrienden en organisaties die deel uit maken van het stadsdeel. Al die Schalkwijkers herinneren zich nog de grote fotodoeken die aan de parkeergarage bij het Winkelcentrum hebben gehangen, legt projectdirecteur Marisa Beretta uit. ”Als ik om me heen vraag: ‘weet je nog van het project DubbelBelicht‘ dan zeggen ze ‘nee’. Maar als je vraagt: herinner je die doeken met die foto’s op de parkeergarage dan klinkt er altijd als reactie ‘oh ja dié’.”

Allereerst was er in 2018 dat mooie project DubbelBelicht, waarin kinderen van het basisonderwijs aan de slag gingen met oudere bewoners van Schalkwijk. De camera als bindmiddel. Met andere ogen werd naar de wijk gekeken en het onderlinge begrip – en de interesse in elkaar – werd versterkt. Met als resultaat en fotodoeken op de parkeergarage bij het winkelcentrum, gepaard gaand met een prachtig boekje waarin de resultaten – met verslagen van journalist Marleen Zwartkruis – waren vastgelegd.

Marisa Beretta: “Ik was op zoek naar een naam. De naam ‘DubbelBelicht‘ hadden we natuurlijk al. Maar als we die naam zouden hanteren zou dat dan weer iets te veel gericht zijn op enkel fotografie. Dit jaar is het de bedoeling om méér kunstvormen te onderzoeken, vandaar dat we ook de Stichting Kapsalon hebben opgericht.”

De naam ‘Kapsalon’ schijnt uit Rotterdam afkomstig te zijn…

“Een Kapsalon is dat gerecht waarbij alles bij elkaar wordt gegooid. Shoarma, patat, sla, gesmolten kaas, de hele mikmak. Toen dacht ik: dat is eigenlijk wel heel erg leuk. De term is verzonnen door een kapper uit Rotterdam, die bij een naastgelegen shoarmazaak regelmatig een broodje bestelde en toen voorstelde om wat ingrediënten bij elkaar te gooien. Wat een wonderlijk gerecht dacht ik bij mezelf. Of ik het zelf zou eten? Nee, ik denk van niet. Maar er zit op de Italiëlaan een Turkse bakker waar je de ‘kapsalon’ kunt kopen. En als het goed is kom je er bij de kapper mooier uit dan dat je er in gaat. En bij de kapper worden natuurlijk de verhalen verteld.”

Marisa Beretta (eigen foto)

Ik hoorde onlangs iemand zeggen: hoe meer leuke dingen er in Schalkwijk gebeuren hoe leuker. Jij hebt gekozen om er een kunstroute van te maken.

“Ik hou heel erg van een kunstroute. Dat je op plekken komt waar je normaal nooit zou komen. Dat de route die je loopt net zo belangrijk is als de kunst die je onderweg te zien krijgt. Dus die hebben we uitgezet. We proberen iedereen er bij te betrekken. Via de kinderen de ouders en opa’s en oma’s enthousiast te maken. Ook via de juffen van de school. De tocht bestaat uit zo’n 4500 stappen hebben we uitgerekend. Dus je hebt meteen je dagelijkse ommetje gedaan. Het is een coronaproof-wandeling. Kunstenaars staan dan bij hun werk om dingen te vertellen. We gaan het gewoon eind juni doen. We willen het niet uitstellen. Iedereen snákt naar leuke, culturele dingen. En het is allemaal in de openbare ruimte, dus het moet allemaal keurig kunnen lukken op voldoende onderlinge afstand.”

Ondergetekende mag meehelpen met de verslaglegging. Maar stuk voor stuk hebben de deelnemende kunstenaars elk een idee hoe ze het willen gaan aanpakken en daar is ook al interessant onderling contact aan het ontstaan.

“We hebben de route een paar weken geleden al een keer gezamenlijk gewandeld. Vanaf de Engelandlaan zijn we door het Heempark gegaan richting de Laan van Berlijn met die plek onder de peilers van de flat. Vervolgens langs wijkcentrum De Wereld, aan het laatste gedeelte van de Laan van Berlijn. Daar gaat theater gespeeld worden door theatergezelschap LostProject in samenwerking met leerlingen van groep 6 en 8 van De Waddenschool.”

“In het winkelcentrum hebben we gekeken naar een leegstaande ruimte bij de HEMA, waar we graag dingen ten toon willen stellen. Daarna ging het langs de parkeergarage waar de doeken met foto’s komen te hangen, en aan de kant van de Briandlaan komt dan de grafische kunst te hangen die onder leiding van Rutger van der Tas gemaakt zal worden. Bij hem is het thema ‘Onder je Huid‘ en gaat het over tatoeages.”

Er er is zelfs ruimte voor poëzie begrijp ik.

”De hoek van de Aziëweg/Professor Donderslaan wordt de plek van Maud van Gool, die met de kinderen uit groep 5, 6 en 7 van OBS de Globe onder meer gedichten gaat maken en vormgeven, onder het motto Wat laat je zien van jezelf en wat verberg je?’. En de tocht is geëindigd op het Lissabonplantsoen waar viltkunstenares Brigit Daamen objecten tentoonstellen die gemaakt zijn met en door kinderen. Daarbij wordt ook gebruik gemaakt van de bomen die daar staan. Denk maar aan grote, vrolijke viltobjecten. Tot slot wordt er ook nog een serie podcasts over de workshops gemaakt door journalist Mohamed Bouzia en documentairemaakster Yeter Akin. We hopen natuurlijk ook dat de betrokkenen gaan zorgen voor hapjes en drankjes langs de route. Het wordt een mooi kunstweekend, dat de blik verruimt en waar samenwerking en het prikkelen van de zintuigen centraal staan.”

Vanaf deze week zijn er workshops en activiteiten ter voorbereiding van de kunstroute ‘Het Ongeziene Gezien’ van Stichting Kapsalon. Op de website stichtingkapsalon.nl zijn alle workshops en activiteiten te vinden. Deelnemers zijn welkom en kunnen zich opgeven bij marisa@stichtingkapsalon.nl of telefoonnummer 0641427698

Stichting Kapsalon – Het ongeziene gezien

(foto: Stichting Kapsalon/Marisa Beretta)

Ab Kok over zijn boek ‘In de bonen zijn’: ‘Een kopje thee zetten, hoe ging dat ook alweer?’

Ab Kok (1955) werkte jarenlang als docent in het speciaal voortgezet onderwijs, de laatste periode als stagecoördinator. Hij is ook bekend als ‘sprokenist’ (verhalenverteller van sprookjes) en als muzikant die het podium deelde met onder anderen Joep Smeenk (Gotcha!). Afgelopen week is zijn boek ‘In de bonen zijn’ verschenen, waarin hij – vaak op geestige wijze – beschrijft hoe hij enkele jaren geleden werd geconfronteerd met een herseninfarct. Hoogste tijd voor een gesprek, bij Ab thuis in Vogelenzang. Mét Baantjer-ontknoping.

door Paul Lips

Ab Kok (foto pl)

“Kun je dat aan, om dat hele eind te fietsen?”, vraagt Ab Kok voorafgaand aan de ontmoeting aan de telefoon. Een vriend van hem uit Haarlem vond Vogelenzang namelijk té ver weg om nog op bezoek te gaan, dus die gaf daar de brui aan. De verslaggever echter is gewend om flinke stukken te fietsen. Op een grijze dag vol noordenwind meld ik me bij Kok thuis aan het water. Waar de houtkachel gezellig knettert. Maar waar Ab Kok een tikje in verwarring is. “Waar heb ik die inktvis nou toch gelaten die ik had gekocht? Hij ligt niet in de koelkast. Nou ja, die duikt wel weer op.” En bij die vrolijke chaos in zijn hoofd kun je dan een aanstekelijke, bulderende lach verwachten.

Ab Kok laat zich niet gek maken, zoveel is al meteen duidelijk. “Nee, ik leef niet in angst. Ik hou me keurig aan de regels, dus doe ook altijd netjes dat mondkapje op. Maar eigenlijk geniet ik me dagelijks een slag in de rondte.”

Hij heeft sinds zijn herseninfarct last van een korte termijngeheugen-stoornis. “En een geografie-stoornis, dus ik moet ook altijd gebruik maken van een tomtom als ik op pad ga met de auto. Gek genoeg kan ik nog wel gewoon autorijden. Maar die geheugenstoornis ervaar ik dus ook met lezen, of met koken. En wachtwoorden, daar heb ik last mee. Met name het feit dat je altijd zo veel verschillende wachtwoorden moet gebruiken tegenwoordig. En ik moet altijd denken: waar is mijn mobiel, waar is mijn portemonnee. Ik heb trouwens nu een manier om mijn portemonnee met mijn mobiel te kunnen bellen, hahaha!”

Aan een van de wanden in het knusse huis hangt een assemblage van beeldend kunstenaar Eugène Brands (1913 – 2002). Daarin is een enorm pannendeksel verwerkt, alsook de tuit van een gieter. Het kunstwerk sluit helemaal aan op de denkwereld van Ab Kok. Dat alles kunst kan kan zijn en dat men zich vooral open zou moeten stellen voor het absurdisme. Iets waar hij later in het gesprek nog even op terug zal komen.

Maar eerst terug naar zijn pas verschenen boek ‘In de bonen zijn‘. Het slaat op het gevoel dat hij kreeg toen hij was overvallen door dat nare herseninfarct. In meeslepende bewoordingen verhaalt Kok over de chaos die hem overviel in de zomer van 2015, toen hij zijn partner Marijke en haar vriendin op Schiphol had afgezet voor een vakantie op Bali. Ab zou voor het paard Kelsey zorgen en deze bejaarde merrie dagelijks van eten voorzien.

“Dan loop je daar in dat weiland. Met een halster. Dat je bij jezelf denkt: wat is er in gódsnaam aan de hand. Ik ben bij een paard geweest. Maar wat nu. Jezus, waar ben ik? Ik zie daar m’n fiets staan. Nou, dat je dan maar naar huis bent gereden, volledig op de automatische piloot. Totáál de weg kwijt zijn. Maf is dat. Je kunt je er op dat moment geen voorstelling van maken hoe het afloopt.”

In meeslepende stijl beschrijft Ab Kok hoe hij – eenmaal thuisgekomen – besluit maar ‘even te gaan liggen’. En na een paar uren in zijn slaapkamer ontwaakt, géén idee hebbend hoe zijn huis er verder uit zou kunnen zien (terwijl hij daar al jaren woont). Hoe hij lange tijd verdwaasd naar het interieur van zijn woning staart, zich verwonderend over maar liefst vier afstandsbedieningen. Een kopje thee zetten, hoe ging dat ook alweer? De huisarts bellen, maar hoe? Eerst nog maar eens flink slapen.

“Nou, uiteindelijk slaagde ik er dus in m’n huisarts te bellen. Kom maar langs, zei hij. Ik: ja, eh, kom maar langs?? Waar zit jij met je praktijk? Ik uiteindelijk dus op automatische piloot naar zijn praktijk gereden. Toen hij me zag liet hij alles voor wat het was en zei ‘kom, we gaan even een stukje rijden’. Vervolgens zijn we dus naar het Spaarne Ziekenhuis gereden, waar ik wezenloos op een bankje voor me uit heb zitten kijken. Mijn huisarts zei: er bestaat een kans bestaat dat je hier een paar dagen moet blijven. Maar twee uur later stond ik buiten. Ik mankeerde niks. Yés, dacht ik bij mezelf, ik mankeer niks!”

Dagelijks bezoekt hij de oude merrie Kelsey en probeert de verzorging zo goed mogelijk uit te voeren. Namen van andere bezoekers van de manege weet hij zich niet meer te herinneren. De avondmaaltijden bestaan uit tuinbonen, tuinbonen en nog eens tuinbonen, die hij enkele weken daarvoor heeft ingevroren. Want die tuinbonen, die kweekt Ab Kok zelf op zijn volkstuintje in Vogelenzang.

“Ik heb in die drie weken de héle vriezer leeggevreten met die tuinbonen. Ja die groene dingen. Die heb ik úren meditatief lopen ritsen in de tuin. Héél veel tuinbonen. Weken. Maar die zijn lekker hoor, die tuinbonen. Met ‘n spekkie d’rbij. Fantastisch eten is het. Dubbel gedopte tuinbonen. Koken. Afkoelen. Dan worden ze rimpelig. En dan moet je ze daarna nog een keertje doppen. Uiteindelijk hou je een prachtige, delicate maaltijd over. Met een klein beetje spek er bij en krielaardappeltjes. Glaasje wijn erbij ik ben gelukkig, hahaha!”

Hoewel de interviewer persoonlijk niet zo van de term houdt, zou men dit boekje kunnen ervaren als een ware ‘pageturner’. Steeds opnieuw beschrijft Kok op boeiende wijze zijn ‘gevecht’ met de dagelijkse gang van zaken. Vooral de wijze hoe hij kan genieten van oude afleveringen van de serie ‘Baantjer‘ zijn grappig om te lezen. En: omdat hij zijn korte termijngeheugen kwijt is, kan hij er iedere keer weer opnieuw van genieten alsof het de eerste keer is dat hij zo’n aflevering ziet.

“Báántjer. Zó lekker rustige televisie. Overzichtelijk. Altijd twee verhaallijntjes. En dan gaan ze op een gegeven moment wat drinken bij het café van Lowietje en dán komt dat moment dat De Cock iemand iets hoort zeggen en dan bedenkt: ‘Oh maar dát is er aan de hand! Nú weet ik wie de dader is!’. Die regelmaat en die rust. Dat overzichtelijke. Net zoals bij Laurel & Hardy. Het is duidelijk. Het gaat kapot. Die piano. 100 jaar geleden maakten ze dit. Die verhaaltjes gaan altijd hetzelfde. Het gaat altijd fout. Héérlijk, hahaha.”

Vijfenzestig jaar is Ab Kok nu. Toen hij voor zijn werk bij Heliomare in Wijk aan Zee moest zijn heeft hij gezien hoe anders het kan gaan met mensen die te maken krijgen met een herseninfarct. Depressiviteit. In een rolstoel belanden en praktisch niks meer kunnen. Hij toont zich gezegend dat-ie zoveel mazzel heeft gehad en nog van alles kan. “Ik heb doorgaans een opgeruimd humeur. Hoewel ik nu nog steeds ben vergeten waar nou die inktvis ligt, hahaha!”

Qua werk is hij 100 procent afgekeurd. De laatste jaren werkte hij als stagebegeleider voor leerlingen is het speciaal onderwijs. Veel naar boerderijen toe. Probleem was dat hij de namen van de leerlingen niet kon onthouden. Maar lachen was het altijd wel met ze, dus is het jammer dat dat aspect uit zijn leven is verdwenen. Aan de andere kant: “100 procent afgekeurd. Yes! Duidelijkheid.”

Eigenlijk heeft-ie het drukker dan ooit. De kippen verzorgen, de eitjes ophalen. Hout hakken. Kloven. ‘s Avonds koken. En schrijven. Hij denkt alweer aan een opvolger voor ‘In de bonen zijn’. Maar waar dat over zou moeten gaan is nog even een raadsel.

We praten over zijn muzikale escapades met Joep Smeenk, de saxofonist die furore maakte met onder meer Gotcha! Samen maakten ze éen half uurtje herrie’. Lekker strak repertoire voor saxofoon en Joep destijd nog op klarinet. ‘De Mensheid’ noemden ze zich en speelden op allerlei plekken.

Daarnaast was Kok actief als ‘sprokenist’ die bij mensen op visite ging om ze – vaak voor het slapen gaan een sprookje te vertellen. Hij kwam overal, van bejaardentehuizen tot gevangenissen. Maar vooral veel bij de mensen thuis. Daar moest het dan wel graag meteen gezellig zijn. Stoel bij het bed en dan begon de magische wereld van het sprookje. ”Maar als ik zo’n slaapkamer binnenstapte dan zei ik steevast ‘mooie lamp overigens’ á la Sjef van Oekel.

Dat acteur Porgy Franssen nu furore maakt met het fenomeen ‘slaapverhalen vertellen’ deert hem niet. Kok weet dat hij de eerste was die er serieus werk van maakte. ”Maar ik heb hem toch wel even een mailtje gestuurd hoor, om hem te laten weten dat ik daar eerder mee was.”

Hij toont nog wat zelfgemaakte assemblages en vertelt over zijn absurdistische escapades met vriend en collega Arjan Bosch. Van alles verzonnen ze, vreemde hoorspelen, idiote collages en de figuur ‘Ben Zwijmelteef’ die allerlei maffe avondturen beleeft. Een beetje ontregelen, want ‘er is toch iemand die het hoort of er naar luistert’.

Over horen gesproken. Ab Kok ergert zich al jaar en dag aan het feit dat er altijd en overal muziek moet klinken. ‘Zondermuziek.nl’ heet zijn website waar hij met enige regelmaat iets op schrijft. Toch weet hij muziek zeker te waarderen. Sjostakovich. “Ja, ik ben een echte muziekliefhebber hoor. Alleen Haydn, dat vind ik niks. Maar bijvoorbeeld Marianne Rosenberg, of Johnny Cash, Wat was ik nou aan het zoeken? Oh ja, Chet Baker. Ge-wél-dig! Zowel als hij trompet speelt als wanneer hij zingt. Als je voor mij ‘My Funny Valentine‘ bij dit artikel wilt plaatsen maak je me blij.”

Ab Kok, ‘In de bonen zijn’, (16,99 euro) is verschenen bij Boekscout. EAN 9789464312713

NASCHRIFT:

We eindigen dit artikel graag met een ontknoping zoals we die kennen van de serie Baantjer. Als De Cock en zijn collega’s gezellig een cognacje nuttigen en de opgeloste zaak nog eens met elkaar doornemen.

Mevrouw De Cock: “Maar hóe zat het nou met die inktvis?”

Ab Kok (anderhalve week later): “Die inktvis die ik zocht: die lag al in de vriezer. Lachen toch!!!!!”

Vishal-tentoonstelling ‘Between Intimacy and Alienation’ toont de dynamiek van het creatieve proces – rondleiding met Renée Borgonjen

Tentoonstelling uitgesteld. Tentoonstelling afgelast. Expositie verplaatst naar volgend jaar. Enzovoort. Het is om kierewiet van te worden, zeker voor liefhebbers van kunst die enkel ervaren kan worden in een museale ruimte, ofwel een ‘presentatie-instelling’, zoals De Vishal schijnt te heten. Toch is er in deze tentoonstellingsruimte momenteel een expositie ingericht onder de titel ‘Between Intimacy and Alienation‘, met prachtig werk dat – vanwege de pandemie – slechts online bekeken kan worden. Spaarnestroom kreeg bij uitzondering toch een exclusieve rondleiding door Renée Borgonjen, die sinds januari de functie van artistiek coördinator vervult.

door Paul Lips

(foto pl)

‘Geen opening’ staat er op de bijgaande tentoonstellingskaart die alweer achterhaald is. In plaats daarvan is er een goedvolle film, waar we celliste Maya Fridman zien improviseren op haar instrument, en daarbij intrigerende zang – soms met dichtregels van Cesare Pavese – ten gehore brengt. Ondertussen danst Uri Eugenio in het middengedeelte van de kunstruimte, zo nu en dan gehuld in een meebewegende body-sculptuur voorzien van ratelende metalen pennen. De dans – gefilmd door Marcella Kuiper – maakt onderdeel uit van het werk ‘Between Intimacy and Alienation‘ van tentoonstellingscurator Noam Ben-Jacov, die daarnaast een zogeheten ‘theatrale collage’ toont. Het is een spinnenweb-achtig geheel met een weerslag van gedachten, schetsen, sculpturen en maquettes. Op de wand worden dan de videobeelden getoond en zien we meer schetsen. Het gaat over het ‘creatief proces’ en de transormatie die plaatsvindt voor dat het werk aan het publiek getoond gaat worden. We zien figuurtjes in danshouding in een mikado-achtige bol van stalen pennetjes, potloodtekeningen, al dan niet ingelijst of in glazen vitrine.

Renée Borgonjen: “Door dat dansen raak je als toeschouwer het gevoel van schaal kwijt. De beweging en stilstand lopen mooi in elkaar over door de gemixte filmbeelden.”

Voorzichtig – steeds op anderhalve meter afstand – schuifelen we langs de subtiele lijntekeningen van Maria Vashchuk, waarin plantvormen zichtbaar zijn. Borgonjen: “Ben je daar in het land zelf, bijvoorbeeld op Mallorca, dan is zo’n agave, cactus of banaan dus een inheemse plant, maar heb je zo’n plant hier in Nederland, dan is het een zogeheten ‘exoot’. Maria toont hier weer heel ander werk dan ze deed bij Kunsthandel Kruis-weg68, waar haar werk – met geschilderde familiescènes – laatst te zien was.”

de bamboezuilen van ‘Dancing on Soybeans’ van Dik Box (foto pl)

“Beweeg je maar richting die installatie van Dik Box”, zegt Renée Borgonjen uitnodigend. Nieuwsgierig stap ik dichterbij om deze te bekijken. Maar dat mag gerust nóg iets dichterbij, want dan schijnt het kunstwerk op de toeschouwer te reageren, met beweging. Het werk bestaat uit twee zuilen van bamboe, die zijn gemonteerd aan een bewegende installatie bevestigd aan het plafond. ‘Dancing on Soybeans‘ heet het fascinerende werk van Dik Box, waarbij het de bedoeling is te laten zien hoezeer we ons vervreemd hebben van de herkomst van ons voedsel, dat van nature nabij zou behoren te staan. Sojabonen op de vloer liggen over foto’s heen: natuurfoto’s uit het Amazone-gebied. Telkens als de bamboestokken bewegen door het mechaniek komt er een ander deel van zo’n foto tevoorschijn. Box lijkt te willen waarschuwen: door de gigantisch oplopende productie van sojabonen wordt er in razend tempo ontbost, met alle gevolgen vandien voor ons leefgebied.

Borgonjen: “Mooi hè, zo’n bamboebos in De Vishal. Zó jammer dat zo weinig mensen er kennis van kunnen nemen. We hebben er lang over gediscussieerd: gaan we de tentoonstelling inrichten of doen we het niet? We hebben uiteindelijk besloten het wél te doen.”

Verderop in de naastgelegen filmruimte is er nog een werk te zien van Dik Box: een kinetisch werk uit de serie ‘Metazoa‘. De term Metazoa staat voor meercelligen die zich bewegen om de bodem af te kunnen tasten naar voedsel, zo leert de bijgaande tekst. Zij staan aan het begin van de ontwikkeling van het dierenrijk en opereren in directe relatie met de omgeving. Het groene object bestaande uit meerdere kubussen maakt inderdaad minimale, speurende bewegingen.

We wandelen door, richting het werk van Vincent Uilenbroek. Abstracte vormen in felle spuitbuskleuren domineren het werk. Schijnt een combinatie te zijn van zeefdruk en schilderkunst, met zogeheten ‘tags’ afkomstig uit spuitbussen daarbij. Sporen uit het atelier die ontstaan tijdens het werkproces, weet hij te hergebruiken en van een nieuwe context te voorzien. Uilenbroek deinst er niet voor terug zijn ‘sheets’, sjablonen en schilderstape te hergebruiken. In een vitrine ligt een bijzondere – door Vincent Uilenbroek geproduceerde – uitgave. Een boek, waar Renée Borgonjen enkel even door mag bladeren met witte handschoentjes aan. Het boek is gebaseerd op het werk ‘Black and White Tag‘.

“De ‘Tag’ vormt het uitgangspunt. Deze spuitbushandeling refereert naar de meest basale vorm van graffiti – waar het herhaaldelijk gebruik van dezelfde naam of initialen wordt ingezet om een signatuur na te laten”, schrijft Vincent Uilenbroek in de begeleidende tekst. Aan de wand hangt het originele zwart/wit-werk dat tot stand is gekomen door een combinatie van spuitbus en zeefdruk. In het boek vinden we kleurrijke, zogeheten riso-afdrukken. Felgeel, fluo roze en knallend blauw, en dan weer op verschillende manieren gemengd. De risoprint-techniek (of: ‘risograph printing’) is een combinatie van fotokopie en zeefdruk en komt uit Japan. De printer drukt één kleur per keer af, gebaseerd op een sjabloon. De afdruk kan meerdere keren door de printer worden gehaald, waardoor er nieuwe beeldvormen en kleurcombinaties ontstaan. De inkt is gemaakt van sojabonen(!), de printmachine verbruikt weinig energie en is dus duurzaam. Bij Uilenbroek leidt dat tot intrigerende, abstracte beeltenissen.

werken uit de serie ‘Punatics’ en ‘3D Soft Grids van Gerda Kruimer (foto pl)

We lopen door, en komen aan het slot van de rondleiding. Bij het werk van Gerda Kruimer, die werk toont uit haar series ‘Punatics’ en ‘3D Soft Grids’. De Punatics zijn houten paneeltjes die beschilderd zijn met acrylverf. Vele lage acrylverf, maar wel flinterdun opgebracht, zodat er geen pasteuze massa ontstaat. “Maar waardoor je wel verzadigde kleuren krijgt”, aldus Borgonjen. Donkerblauw, geel, rood. Rechte vormen die nergens aan refereren, behalve aan het werk zelf. Concrete kunst die fascineert. Ook de ‘3D Soft Grids’ (handgesneden uit duurzaam geprint materiaal) gaan een onzichtbare verbinding aan met de ruimte eromheen. Met schaduwwerkingen en driedimensionale effecten. Renée Borgonjen: “De werken van Gerda Kruimer staan op zichzelf, maar vormen ook één geheel. In een groter verband zie je dat ook bij deze tentoonstelling terug. Het zijn stuk voor stuk eigenzinnige kunstenaars met een persoonlijk verhaal, maar de werken gaan toch de dialoog met elkaar aan, om het zo te zeggen.”

Artistiek coördinator Renée Borgonjen bij het werk van Noam Ben-Jacov (foto pl)

Al met al levert de rondleiding een kijkervaring op die je als toeschouwer niet snel vergeet. Kunst die misschien niet direct overal te begrijpen valt, maar die associeert, vragen stelt en nieuwe bespiegelingen genereert. Daarom is het fijn dat op de website van de Vishal een aantal werken zijn uitgelicht en ook de bijgaande clip te zien is. En nu maar weer verder hopen op versoepelingen, zodat die irritante toevoeging ‘uitgesteld naar later dit jaar’ tot het verleden kan gaan behoren.

UITGELICHT: Noam Ben-Jacov – De Vishal

‘Bloedrode Maan’ van Rick de Leeuw: de liefde centraal in een verduisterde, gepolariseerde wereld

”Dat jaar is eigenlijk ook omgevlogen, met niks”, mompel ik tegen m’n geliefde. Dat coronajaar vol verveling, ledigheid, oneindige discussies en veel ‘eigen gelijk’. Dagen dat we na de dagelijkse verplichtingen vooral bankhangen en waar meninkjes – van zogeheten experts – het ene oor in en het andere oor uit gaan. Maar dan is er ineens weer een lied dat de aandacht trekt. ‘Bloedrode Maan’ van Rick de Leeuw en zijn kompanen.

door Paul Lips

Er wordt gesnakt. Hevig gesnakt. We willen op een terrasje zitten namelijk. Mensen kijken. Ooit had ik een kennis die dat zo’n beetje het mooiste tijdverdrijf vond wat er bestaat: ‘terrasjes zitten, mensen kijken’. Het liefst natuurlijk wel mensen die een beetje normaal doen natuurlijk, geen overlastgevers of asocialen. Die houden we graag ver buiten de achtertuin of de poorten van de stad, als we de recente berichtgeving in Haarlem mogen geloven.

Tegelijkertijd is het ‘de waanzin die ons land regeert’, zoals oud-Haarlemmer De Leeuw zingt in ‘Bloedrode Maan’. De waanzin van figuren die de pandemie ontkennen en zich vrijheden permitteren waardoor de samenleving in gevaar komt, en de andere waanzin van liegende regeringsleiders die er een potje van maken. Je kunt er over lezen in de krant, de hoofden praten op televisie, of ze komen via je laptop tot je. Die krant mag je wegleggen, die televisie uitzetten, die laptop inklappen, is het idee van de zanger. Want: ‘de wereld is groter dan ons eigen gelijk’. En: ‘de wereld is mooier als je samen kijkt’.

Vorig jaar alweer – ook in april – kwam er een prachtige clip uit van Rick de Leeuw. Gemaakt via Facetime met zijn muzikale kompanen Axl Peleman, Roeland Vandemoortele en Ron Reuman, keurig de social distancing in acht nemend. Zonder de mogelijkheid van het specifieke bandgevoel met gezamenlijke energie, maar juist bijzonder door een andere, aangepaste manier van werken. Onderwerp: nog zo veel te doen, zoals ‘bergen beklimmen’, ‘zwemmen met de zwijnen’ en ‘dolfijnen doen ontsporen’. Een verwijzing naar Bowie’s ‘Heroes’ wellicht, waarin de dolfijnen zingen.

hoe zal ik vandaag

het leven weer eens verzoenen

met dit pertinent besef

van oneindige ledigheid

Ik ben gek op van die lange titels, zoals eerder dat Tröckener Kecks-lied ‘Zou Je Niettegenstaande De Recente Gebeurtenissen Toch Nog Een Verblijf Op Amoureus Gebied In Overweging Willen Nemen Alsjeblieft‘, van de plaat >tk uit het jaar 2000.

Daar zie je hem zitten in z’n fauteuil met de wereldbol binnen handbereik, in z’n dieprode en dan weer witte kostuum, daar in dat wijde landschap rond het plaatsje Heks in de streek Haspengouw in België, waar hij sinds jaar en dag is neergestreken met zijn geliefde, de kunstenares Maartje Elants die prachtige grofgepenseelde schilderijen maakt. Zij was het die deze clip filmde en monteerde.

Vorig jaar al had ik willen schrijven over die clip, maar deinsde terug omdat ik vreesde voor te veel ‘eenzijdigheid in de berichtgeving’. In m’n nabijheid zie ik hoe collega’s inmiddels verzanden in het vervaardigen van schoenen op dezelfde leest. Kortom, het paste even niet op dat moment, terwijl de regels ‘oud wil je wel worden maar niemand wil het zijn‘ nog steeds intrigeren.

Het mooiste is de permanente ontdekkingsreis op het gebied van de kunst, de telkens weer verschuivende panelen en horizonten. Zoals het Spaarne dat stroomt maar ook weer niet. De jacht is mooier dan de vangst. Maar in een tijdsgewricht van corona-lamlendigheid mag geconstateerd worden dat ‘Hoe zal ik vandaag het leven weer eens verzoenen met dit pertinent besef van oneindige ledigheid’ vanaf de eerste synthesizertonen nog steeds staat als een huis, met Rick die in de clip tegen het einde (rond 2 minuut 40) bijna zijn gitaar stukslaat en vervolgens een molenwiek uitvoert waar zowel Pete Townshend én de vroegere Jack Of Hearts-frontman Fred Kienhuis – vrolijk van zouden worden.

Een bloedrode maan. Ik googelde wat en vond er een schilderij van. ‘Warffum met rode maan‘ een werk uit 1931 van Ekke Abel Kleima, geschilderd in een jaar waarin er een maansverduistering plaatsvond. Kleima was autodidact en maakte deel uit van De Ploeg, maar de visies liepen uiteen en uiteindelijk verliet de expressief impressionist de Groningse kunstkring om een eigen kunstvereniging op te richten onder de naam Het Narrenschip. In die periode gaf hij ook poppenkastvoorstellingen met door hem zelf gemaakte poppen, waarmee hij niet schroomde om maatschappijkritische onderwerpen aan te snijden (zoals de vaak beroerde maatschappelijke positie van lokale beeldend kunstenaars).

Terug naar de ‘Bloedrode Maan‘ van Rick de Leeuw. Waarin de ‘roodomrande ogen’ van de geliefde mooi kleuren bij de verduisterde maan zelf, in een verkeerd georganiseerde wereld, waarbij er geen ander antwoord is dan ‘de troost die op ons wacht’. In de door hem zelf samengestelde videoclip zien we beelden van een chaotische, gepolariseerde en soms gewelddadige maatschappij. De versnelling van de beelden staat symbool voor het gekkenhuis waarin we zijn beland, met de digitale informatiestroom als constante nieuwsbron waarop men de – onmiddellijk gevormde – mening baseert. De saxofoon van Marc de Maeseneer brult als een waarschuwingssignaal. Wonderschone solo.

De Leeuw pleit voor werkelijk contact in plaats van krant, televisie en laptop. De liefde centraal in een verduisterde wereld. In het klein, maar ook in een breder kader. Een – op een persoonlijke manier – door ons waargenomen wereld waar ergens toch wat licht gloort, want afgelopen week werd bekendgemaakt dat er weer optredens voor Rick en zijn band voor dit najaar in de planning staan. Gepaard gaand met het nieuw te verschijnen album ‘Agent-Provocateur Van De Liefde‘. Duimen dat de concerten doorgang kunnen vinden in een wereld waarin ‘niets meer zeker’ is, zoals de zanger vaststelt.

Home | rdl2 (rickdeleeuw.be)

Beeldend kunstenaar – kunstenaar – Maartje Elants (maartje-elants.nl)

Rick de Leeuw – Maandacht stelt voor…

Clip + muziek ‘Bloedrode Maan’:

Rick de Leeuw (zang)

Roeland Vandemoortele (gitaren)

Axl Peleman (bas)

Ron Reuman (slagwerk)

Serge Feys (toetsen)

Marc de Maeseneer (saxofoon)

Tekst: Rick de Leeuw

Muziek: Roeland Vandemoortele, Frank van der Linden

Productie: Ron Reuman

Mix: Michel ‘Shelle’ Dierickx

Mastering: Ted Jensen – Sterling Sound

Ivo Trash over het online punkfestival ‘Vorst in de Grond’: ‘Punk is niet alleen maar geschreeuw, we proberen de wereld een betere plek te maken’

‘Vorst in de Grond’ is de naam van een jaarlijks festival dat wordt georganiseerd door Ivo Trash van Minor Operation Bookings. Even lekker feesten vóór de werkelijke Koningsdag losbreekt. Vanwege corona kon dit festival afgelopen jaar niet plaatsvinden, maar op 26 april is er een online-editie. Want die vorst, die mag ‘in de grond’, wat Ivo betreft. Naast zijn Minor Operation Bookings is Ivo ook actief als clipmaker voor Ivo Pravda Films en brengt hij platen uit op het label Darcy Trash Records. Voor het Patronaat programmeert hij doorgaans maandelijks terugkerende punkconcerten.

door Paul Lips

Ivo Trash (foto pl)

Vorst in de Grond, wat is dat voor een festival?

“Vorst in de Grond is een punkfestival aan de vooravond van Koningsdag. Een festival met punkbands om alvast lekker los te gaan, maar dan natuurlijk tégen het fenomeen ‘monarchie’. Vorig jaar zaten we nèt in de coronacrisis dus was er nog geen mogelijkheid om dat meteen goed online te gaan streamen. Dus dit jaar doen we een online-editie van Vorst in de Grond.”

beeld: Roel Smit

De koning moet weg?

“De Franse schrijver en filosoof Denis Diderot heeft ooit gezegd: De mensheid zal pas vrij zijn als de laatste koning is opgehangen aan de darmen van de laatste geestelijke’. Dat is ook de slogan van het festival. Wij punks hebben niks met monarchie, dus op de posters vind je Willem Alexander in allerlei verschijningen, als een zombie, of inderdaad opgehangen aan die darmen en zo.

Normaal ging het festival altijd tot een uur of vier ‘s nachts door en traden er zo’n acht tot tien bands op, en dan was het doel dat iedereen zich het licht uit de ogen zou feesten en tijdens de echte Koningsdag zo’n enorme kater zouden hebben dat ze door de hele dag heen zouden slapen.”

Ik werd getriggerd door jouw uitspraak Punk = Liefde… en het plan om geld op te halen voor vluchtelingen…

“Daarvoor hebben we dus Minor Operations Donations opgezet, een collectief waarmee we geld ophalen voor goede doelen. Bij ieder concert dat ik opzet is er een stand met allerlei gedoneerde spullen. Wat we noemen ‘subculturele parafernalia’ kunnen mensen aan ons doneren. We hebben zo’n groot kledingrek vol T-shirts, bakken met platen en cd’s en dergelijke. En dan kunnen mensen iets aanschaffen en betalen op donatiebasis. Dus een bedragje wat ze kunnen missen. Volgens mij hebben we in de afgelopen jaren zo’n tienduizend euro opgehaald. En dat doneren wij dan weer aan goeie doelen waar wij achter staan, vanuit onze punk-idealen.”

“Omdat mensen wéten dat het geld puur naar die goede doelen gaat en we dat niet in onze eigen zak steken, leggen ze soms twintig euro neer voor een ceedeetje. We hebben dat tot afgelopen jaar bij iedere gig die ik organiseer kunnen doen. Helaas in het corona-jaar lukte het niet.”

Vanwege de nog steeds geldende maatregelen dus een aangepaste versie…

“Het festival Vorst in de Grond is inderdaad online, met optredens van de bands die live in het Patronaat spelen. Daarnaast is er Sam Andrea – een bevriende kunstenaar – die gaat ter plekke een werk maken. Dat wordt ook gestreamd en ondertussen ook geveild. Wellicht herinner je je Sam Andrea bij de uitzending van het televisieprogramma On The Stage met deejay Joost van Bellen, daar was hij ook in te zien. Sam is best een grote naam in de kunstscene aan het worden. Hij komt uit de punkscene maar hij is helemaal getraind in de klassieke schildersstijl van Rembrandt en dergelijke. Maar hij schildert dan bijvoorbeeld weer neonazi’s die in elkaar geschopt worden en zo. Deejay Crazy Crude Sjef draait tussendoor plaatjes en ik lul de boel aan elkaar en vertel hoe het met de biedingen van de veiling staat. Mensen kunnen voor 7,50 een kaartje kopen maar er zijn ook bierpakketten te bestellen waarvan per pakket een deel ten goede komt aan de organisatie Help Refugees. We hebben die organisatie zorgvuldig uitgekozen. Die organisatie werk bijna enkel met vrijwilligers. Van elke gedoneerde euro komt er 93 cent bij de vluchtelingen terecht.”

“We kwamen het op het spoor door The Restart – best een grote Engelse punkband die al een paar keer in het Patronaat heeft gespeeld – , waarvan er leden actief zijn bij de organisatie Help Refugees. Vier bands, live kunst en dan die veiling er bij. Roel Smit heeft de poster gemaakt. Roel ken ik al heel lang, hij was vroeger de zanger van de punkband Human Alert. Een van de eerste punkbands die ik zag optreden, ik was meteen verkocht. Roel is de huiskunstenaar van Minor Operation Bookings, hij maakt alle posters. Hij gaat tijdensVorst in de Grond wat schetsen maken van de optredende bands, die werkt hij dan later uit en die veilen we op een later moment ook online.”

Dus eigenlijk een behoorlijk idealistisch evenement…

“Punk is niet alleen maar geschreeuw zoals je merkt. We proberen de wereld een betere plek te maken. We kunnen wel schreeuwen dat de wereld ‘fucked up’ is maar als je daar niks aan verandert dan draag je bij aan het probleem.”

En die koning, die vorst, die betekent voor een hoop mensen een symbool van vaderlandsliefde en verbinding. Moet die Willem-Alexander nou echt ‘in de grond’ wat jou betreft?

“Dat is natuurlijk een symbolische kreet. Het hele koningshuis moet gewoon sowieso compleet afgeschaft worden. Het feit dat we anno 2021 wereldwijd nog steeds koningshuizen hebben is natuurlijk van de gekke. Er gaan per jaar miljoenen naar toe terwijl het een van de rijkste families op aarde is. Een compleet achterhaald instituut dat ze wat mij betreft meteen op straat mogen flikkeren. Ik ben een pacifist, dus opknopen hoeft niet. Maar oprotten moeten ze wel. Vandaar die woordspeling: Vorst in de Grond, haha.”

Ivo, dank voor dit gesprek. Graag vermeld ik de gecontracteerde bands zoals jij ze hebt omschreven op de Facebookpagina.

De Tegenpartij speelden al een paar maal eerder in Patronaat en wisten iedere keer hoge ogen te gooien! Retesnelle hardcore gepaard met vlijmscherpe teksten en een gezonde afkeer van het ‘normale’ leven. De band probeert zo snel mogelijk naar het einde van hun nummers te komen, alsof ze op de hielen worden gezeten door de AIVD!

Hard Voor Weinig zijn ondertussen niet meer de jongste band in de scene, maar ze blijven zichzelf telkens opnieuw uitvinden. Hun derde plaat, toepasselijk genoeg III genaamd, staat weer vol politieke anarchocore en hierop uiten zij hun onvrede onder andere over de opkomst van alt-right, de klimaatproblematiek en toxic masculinity.

The Breed bestaat uit leden van Pressure Pact, Raylin en SØWT en maakt oerlompe hardcore. Dit stel Brabanders halen hun diepste, donkerste frustraties naar boven en kotsen dit op het publiek af. De logge slepende herrie die zij voortbrengen zorgt er voor dat je je haast in de oertijd waant, waardoor je oncontroleerbaar met een knots je omgeving met de grond gelijk wil maken!

The Peterlees komen uit de Bollenstreek maar zijn alles behalve oubollig. Ze mixen hardcore, punk en rock ‘n roll tot een furieuze muur van geluid. Jaren live ervaring zorgt voor een strakke show vol meebrullers en genoeg pitmomenten. Breng je salontafel maar vast in veiligheid!

Vorst in de Grond Livestream (patronaat.nl)

Een bijzondere ochtend in de Leeuwendalersstraat in Haarlem-Noord met ‘Aria’s aan de Deur’ door bariton Jop van Gennip

Ter hoogte van nummer 7 in de Leeuwendalersstraat in Haarlem-Noord hebben zich allerlei buren en familieleden verzameld. Het is een zonovergoten dinsdagochtend in april en er valt iets te vieren, voor zover mogelijk. Echt een feestje is natuurlijk niet de bedoeling, maar even lang-zal-ze-leven zingen voor mevrouw Roelofs die tachtig jaar is geworden, dan moet toch even kunnen, is het idee. En dat gebeurt, uit volle borst. En dan… verschijnt er een jongeman ten tonele. Een jongeman in smoking die ons getuige laat zijn van een perfect half uurtje. ‘Aria’s aan de Deur’ heet het project van Haarlemmer Jop van Gennip.

tekst & foto’s Paul Lips

Het huis is leuk versierd met slingers, ballonnen en plakkaten met het opschrift ‘Tony 80 prachtig‘. Daar hebben dochters Mirjam en Fransje voor gezorgd. En er is voor alle bezoekers een stukje taart. ‘Hee, daar is de stripper!’, grapt één van de buurmannen. De tachtigjarige Tony staat meteen al perplex van zo’n bijzondere verrassing. ‘Oh wat is dit leuk’, klinkt het. En iedereen hier zat in het complot, legt dochter Mirjam uit. Jop van Gennip zet in met de klassieker ‘O Sole Mio‘. Een prachtige bariton die het vak verstaat, de Italiaanse woorden van het romantische liefdeslied schallen door de straat.

Het is een geweldige formule om toch kleine optredens te kunnen doen bij mensen thuis: ‘Aria’s aan de Deur‘. Jop raakte geïnspireerd door zijn collega en vriend Pim van Drunen, met wie hij het duo Kleine Mannen Grote Stemmen vormt. Pim van Drunen heeft in Breda en omstreken zijn eigen project Tenor op de Stoep. Keurig op anderhalve meter afstand, geen grote groepen mensen en een half uurtje gevarieerd repertoire, voor een betaalbaar tarief. Van opera tot jazz en van levenslied tot swing. Geef eens een operazanger cadeau, is het idee. Zoals nu ook in Haarlem-Noord.

Neem dat lied dat beroemd werd door Frank Sinatra, ‘New York, New York‘, dat hier in de Leeuwendalersstraat door Jop van Gennip gezongen wordt met een opera-touch. Tony Roelofs vingerknipt op de maat mee, de toeschouwers klappen enthousiast. Snel krijgt Jop een glaasje water aangereikt, want: ‘het is hard werken in de zon’.

Ondertussen krijgt de jarige flink wat cadeautjes in de vorm van bossen bloemen en plantjes voor de tuin. Soms zijn de omstandigheden perfect, en deze ochtend is dat het geval. En daar past uiteraard de Ramses Shaffy-klassieker ‘Laat Me‘ bij. Vervolgens komt ‘Con Te Partirò‘ langs, op de manier zoals Andrea Boccelli ‘m zingt. Een lied over dromen, liefde en verlangen. En met luidkeels meegezongen ‘Zeg Maar Niets Meer‘ van André Hazes eindigt het mini-concert. Hoewel… als er om een toegift wordt gevraagd mag die er nog komen. In de vorm van ‘Mama‘, ook alweer zo’n Italiaanse klassieker dat we hier kennen van Heintje Simons die het de hitparade in zong. De emotie die dat lied oproept is te zien bij Tony Roelofs, die dochters Mirjam en Fransje aan haar zijde weet. Echtgenoot Jan blijft een beetje bescheiden op de achtergrond. Ondertussen levert de postbode een hele stapel kaarten en brieven af bij nummer zeven.

En wie heeft er bijna het hele optreden keurig zitten luisteren? Dat is buurhond Chad van buurvrouw-van-twee-huizen-verder Janneke. “Chad heeft er van genoten hoor”, zegt ze. Over de vraag wat Tony voor een buurvrouw is hoeft Janneke niet lang na te denken. “Tony is bescheiden en lief. Gastvrij en attent. Echt een mensen-mens. Toen we hier in de sneeuwperiode met z’n allen sneeuw stonden te scheppen kwam zij met dropjes aanzetten die ze uitdeelde. Een fijne buurvrouw.”

De taak van Jop van Gennip zit er op. Hij heeft deze week nog meer Aria’s aan de Deur in de regio, en trad ook al op in Nijmegen, Tilburg, Rotterdam, Amsterdam en Den Haag. “Ik sleepte eerst een grote geluidsbox mee, maar mijn collega Pim van Drunen raadde me aan om zo’n klein boxje als dit mee te nemen.” In september hoopt Jop weer echt te kunnen gaan optreden met opera’s in het land. Voorlopig doet hij zijn ‘Aria’s aan de Deur’ en merkt dat de mond tot mond-reclame goed werkt. “De ene keer sta je voor zo’n straat als hier, en dan andere keer voor twee mensen. Maar dat is juist ook heel uitdagend. Het is telkens weer een sprong in het diepe.”

Jop van Gennip | Aria’s aan de Deur (ariasaandedeur.nl)

‘Opgehokt’ van Haarlemse toneelgroep Genesius levert interessant online theater op

Een bericht op social media: ‘…Vreemde tijden vragen om creatieve oplossingen: wij zijn opgehokt, maar niet opgesloten. En we hebben niet stilgezeten: we zijn uit onze comfortzone van de speelvloer gestapt en experimenteren en improviseren er online op los!‘ De Haarlemse toneelgroep Genesius speelde zondag 11 april de zoom-voorstelling ‘Opgehokt’. Acteurs vanuit de huiskamer die zo goed en kwaad als het ging ruim een uur toneel brachten. Een interessante en vaak leuke ervaring voor de kijker.

door Paul Lips

Inderdaad vragen vreemde tijden om creatieve oplossingen, zoals de toneelgroep schrijft. De livestreams en podcasts vliegen ons om de oren. Meestal gemaakt met zeer professionele apparatuur. Of gewoon vanuit de huiskamer, zoals het Rotterdams Philharmonisch Orkest, dat vorig voorjaar imponeerde met Beethovens Negende Symfonie. Met de altviolist die thuis tijdens het spelen een honkbalpet draagt. En de meer dan twee miljoen views wereldwijd. Is het met het maken van muziek nog enigszins te doen, toneel spelen online is wel een ander verhaal. Het levert zondagavond 11 april 2021 bijzondere momenten op als de zoomsessie van Toneelgroep Genesius aanvangt.

De ‘voorstelling’ begint met een prachtig lied, waarin woorden klinken als ‘ik mis de magie’, ‘de twinkel in jouw ogen’, en waarin duidelijk wordt dat het ‘gezucht van het publiek’, ‘het spotgoedkoop succes’ en de ‘toegift’ node worden gemist. De acteurs allemaal met een ‘ik mis’-bordje voor of bij het gezicht.

(foto: TG Genesius)

Vervolgens neemt regisseur Marianne Narold het woord, die uitlegt dat de groep bestaat uit ‘allemaal leken’ op het gebied van zoomsessies, maar dat er de afgelopen periode veelvuldig online is gerepeteerd en dat wij als publiek getuige mogen zijn van het resultaat. De spelers krijgen ter plekke een improvisatieopdracht. Dan hebben wij als kijkers uiteraard allemaal de camera uitgezet en ons geluid op ‘mute’ gezet. Oh, alleen de plotseling opduikende kijker ‘Ferrie’ mag nog even de camera uitzetten.

De spelers tonen stuk voor stuk de door hen thuis ontvangen mysterieuze doos, ‘waarin de toekomst zich bevindt’. Het is een roodwitgestreepte doos met rood deksel en daar zitten allerlei voorwerpen in. Zoals een jagershoedje, een oude pendule of een hamer. En dan kan het online improvisatietoneel aanvangen.

Pauline van Heuven bijvoorbeeld speelt een oude, wat vergeetachtige en naar aandacht hunkerende dame die telefoneert met haar dochter, vertolkt door Maria Eldering. De moeder is bezig met het repeteren van het lied ‘Dinge dong‘ dat ze voor publiek zal gaan zingen, de dochter meldt voorzichtig dat ze inmiddels verhuisd is naar Alaska, waar haar nieuwe liefde haar ten huwelijk heeft gevraagd. Met een laconiek ‘Tja, the show must go on’ van de moeder eindigt de scène.

Het is vermakelijk om te zien hoe vervolgens Nicolette Seerden en Eva Gelaudie improviserend in de weer gaan met beroemde tekstregels als ‘laat me niet alleen’, ‘we zullen doorgaan’ en ‘vluchten kan niet meer’. En hoe in impro-scène 3 Joke Eldering en Joleine Coppola respectievelijk een dialoog voor alpaca (berglama) en legopapegaai uitspelen.

Een horrorscène met Kirsten van Zandvoort, Beatrijs Rinkel en Franklin van der Erf (als een soort Jack the Ripper) zou nog ietsje meer sinister mogen en neigt naar van-dik-hout-zaagt-men-planken.

Maar zoals we weten is improviseren op de speelvloer al geen sinecure, zoals het onvolprezen televisieprogramma ‘De vloer op’ al aantoonde, maar bleken acteurs als Gijs Scholten van Aschat, Saskia Temmink en Stefan de Walle vaak voor prachtige spelmomenten te kunnen zorgen. En dan is het altijd leuk als er aanwijzingen worden gegeven maar één van de spelers niet weet wat die aanwijzingen zijn en er al spelend achter moet zien te komen.

Bij Genesius levert dat hilarische momenten op als Kirsten van Zandvoort volgens de aanwijgingen een tiepje blijkt te mogen spelen dat steevast te laat op haar werk is. Dat zij een bezoek gebracht schijnt te hebben aan ‘Buckingham Palace’, een ‘suikerspin etend’ en in gezelschap van ‘Martien Meiland’ maakt het geheel nog gekker, vooral als Maria Eldering wanhopig probeert het ‘snoepen van een suikerspin’ uit te beelden en Joke Eldering doet alsof ze een wijntje naar binnen klokt. Conclusie: Kirsten krijgt een ‘laatste waarschuwing’. “De volgende keer maar iets minder LSD gebruiken”, mompelt Van Zandvoort nog net.

Al met al mag worden geconcludeerd dat een initiatief om online toneel te spelen navolging verdient en zeker voor herhaling vatbaar is. Een leuke en creatieve manier om de moed er in te houden en voeling te blijven houden met het publiek. Een kleine tip tot slot: vermelding van de credits van de componist en uitvoerende(n) van de prachtige muziek zou welkom zijn. Voor het overige alle lof. En hopelijk kan gastheer Leo Commandeur – bij deze voorstelling de kijkers nog verwelkomend vanuit een lege Toneelschuur – als de betere tijden weer aanbreken een volle zaal toespreken.

Haarlemse acteur Michiel Blankwaardt speelt in de clip ‘Real Hero’ van Blaudzun: ‘aangestoken worden door een positief virus’

Via via ontving ik een link naar de nieuwe clip van Blaudzun. Wie zeggu? Blaudzun, die man met die bril en dat haar. Eigenlijk heb ik hem en zijn muziek nooit zo gevolgd. Maar – eerlijk is eerlijk – dit aanstekelijke nummer én deze clip mogen er wezen. De clip ‘Real Hero‘ is tevens een opmaat naar het nieuwe album ‘Lonely City Exit Wounds‘ van Blaudzun. Haarlemmer Michiel Blankwaardt is één van de acteurs die in de clip te zien is.

door Paul Lips

Michiel Blankwaardt (foto: pr)

Real Hero‘ is een ode aan de alledaagse helden. Nu is het woord ‘held’ inmiddels behoorlijk aan slijtage onderhevig, omdat te pas en te onpas het woord ‘held’ klinkt. Een tijdje terug zag ik op straat een juf met haar schoolklas waarvan de kinderen allemaal een hesje droegen met het opschrift ‘Kleine Helden’.

Maar ach, we hoeven er niet al te moeilijk over te doen, want vermoedelijk waren juf en kinderen op weg naar een schoonmaakklus op straat. En als je dan ziet hoe wij met afval en ons eigen leefklimaat omgaan dan ben je blij dat er in elk geval nog lieden zijn die zich daar een béétje druk om maken en zo nu en dan de handen uit de mouwen steken. Waar je meer respect voor kunt hebben dan die figuren die bij warm lenteweer gaan feesten in de parken en daar vervolgens een enorme bende achterlaten. ‘Ruim je rommel achter je kont op’, werd ons in vroeger tijden te verstaan gegeven. Maar ook: gooi rommel nooit zomaar op straat maar in een daarvoor bestemde afvalbak. ‘Laat niet als dank…’, dat was al een campagne die in 1926 werd begonnen door de ANWB, met een affiche van de hand van kunstenaar Willy Sluiter.

De clip van ‘Real Hero‘ speelt zich af tegen het decor van Rotterdam. Een gekwelde man komt in beeld, schreeuwend tegen zijn spiegelbeeld. Een andere – jonge man huppelt vrolijk over straten en pleinen, tussen na-oorlogse bebouwing door. In flitsen zien we hoe zijn Superman-cape om zijn lijf zwiert. Op de achtergrond ontwaren we vaag te vermaarde kubuswoningen (begin jaren tachtig gebouwd) van architect Piet Blom aan Overblaak, ook wel bekend als het ‘Blaakse Bos’. Een paar jaar geleden zijn we daar eens wezen kijken op een zonovergoten dag, een mooie ervaring, mede omdat je ook even binnen kon kijken, aangezien er van één exemplaar een museumwoning (de ‘Kijk-kubus) was gemaakt. Hopelijk is dat binnenkort allemaal weer mogelijk.

Terug naar de muziek, die klinkt als een mengeling tussen jaren tachtig-wave-groep Echo & The Bunnymen en Coldplay. De toon van ‘Real Hero‘ is optimistisch, warm, met een meezing-refrein vol hitpotentie. Na de tocht door de stad ontmoeten de twee mannen elkaar, op een grasveldje met bankjes, vlakbij het water. De ontwapenende lach verschijnt. En dan, op het moment dat de eerst verschenen man wat troep opraapt om deze in een afvalbak te gooien ziet hij zichzelf in een kapotte spiegel. In een flits. Als Superman. De ene sterfelijke held geeft het gevoel door aan de andere.

(publiciteitsfoto)

Haarlemmer Michiel Blankwaardt is trots op het resultaat. ”Ik speel een personage dat een slechte dag meemaakt, een figuur die met zichzelf in de knoop zit. Zo’n man waar je met een grote boog omheen loopt als je hem op straat tegen zou komen. Vervolgens komt die andere figuur in beeld, een veel optimistischer type. Die jongeman – gespeeld door Rutger Messerschmidt – steekt ons als het ware aan met een positief virus, een hero-virus.”

”Blaudzun heeft zich laten inspireren door het zoontje van een bevriend stel van hem. Hun zoontje van drie was doodziek. Blaudzun heeft dat gevoel van de ‘held op de vierkante centimeter’ daar in willen stoppen. Helaas is dat jochie overleden. Daarmee krijgt het lied een extra lading. Toch overheerst het positieve, het is een pakkend lied en ligt lekker in het gehoor. Ik krijg heel veel positieve reacties, van veel verschillende kanten.”

Michiel, Rutger en Blaudzun (publiciteitsfoto)

”Het contact ontstond via de regisseur van de clip, Karsten de Vreugd. Ik werkte met hem samen nog vóór de coronapandemie. Die samenwerking beviel wederzijds zó goed dat hij beloofde me te bellen als hij me als acteur ook op andere terreinen zou kunnen inzetten. Dit personage dat ik speel is weliswaar wat meer duister en gekweld, maar het was een bijzondere klus om te doen. In guerilla-stijl zijn we – met regisseur Karsten de Vreugd en cameraman René Hoeksema de stad Rotterdam doorgecrosst om op al die locaties te filmen. Een heel inspirerende draaidag. Als acteur moet je veel verschillende dingen doen vind ik.”

Video credits:

Director: Karsten de Vreugd

Executive Producer: Hidde Boersma, Roy van Kessel, Karsten de Vreugd

Producer: Jolijn van Rinsum

Director of photography: René Hoeksema

Production Assistent: Fleur Wiegman

Production Assistent: Joost Boeke Editor: René Hoeksema

Cast: Rutger Messerschmidt, Michiel Blankwaardt, Amy Lukassen

Special thanks to Muriel Moerings

Production Company: SUGAR RUSH FILM

Haarlemmer Bert Saan over de actie ‘Houd de Hermitage open’ en de link met het Museum van de Geest

Het Amsterdamse museum de Hermitage houdt een actieweek voor de geefcampagne ‘Houd de Hermitage open’. Vandaag – dinsdag 6 april – is de actieweek van start gegaan. Met medewerkers en betrokkenen gaf directeur Annabelle Birnie om vijf voor twaalf het startschot. Hermitage-duty manager Bert Saan woont in Haarlem en staat achter de ondersteuningsactie. “De Hermitage Amsterdam heeft natuurlijk een belangrijke link met Haarlem, doordat de dependance Museum van de Geest – Outsider Art daar is gevestigd.”

door Paul Lips

(foto: Agnes van Es)

Houd Ons Open‘, die woorden zijn sinds dinsdag te zien vanachter de ramen van het gebouw aan de Amsterdamse Amstel. Met een ratel zette directeur Annabelle Birnie haar woorden kracht bij. Want de ongesubsidieerde Hermitage is in financiële nood. ,,Elke euro is welkom”, zei Birnie tegen een reporter van Radio1. De culturele sector heeft het zwaar, vooral de instellingen, artiesten en kunstenaars die geen staatssteun ontvangen. Dan zou het niet al te ingewikkeld moeten zijn om met een paar eurootjes zo’n mooi museum te ondersteunen.

Houd de Hermitage open —

Haarlemmer Bert Saan maakt deel uit van een team van duty managers dat verantwoordelijk is voor de dagelijkse gang van zaken, zoals het aansturen van kassamedewerkers of regelwerkzaamheden met betrekking tot de audiotours. Ook Bedrijfs Hulp Verlening (BHV) – hulp bij calamiteiten – zit in zijn pakket. Maar Saan deinst er evenmin voor terug om de hogedrukspuit ter hand te nemen teneinde buiten de groen uitgeslagen tegels en stenen te reinigen.

(foto: Bert Saan)

“De Hermitage is twaalf jaar geleden opgezet als museum zonder subsidie, maar met als speerpunt de steun van bedrijven. Dat is al die jaren goed gelukt, maar toen kwam vorig jaar de coronapandemie. Het vervelende is dat je dan buiten de boot valt voor steun van de overheid, omdat je wordt aangemerkt als bedrijf. Dus is het plan ontstaan voor een zogeheten ‘harde actieweek’. We hebben bij het startsignaal even wat herrie gemaakt, ondersteund door een aantal rondvaartboten.”

In Haarlem hebben we het Museum van de Geest, eerder bekend onder de naam Dolhuys, waar ontelbare bezoekers de weg wisten te vinden naar tentoonstellingen rondom de psychiatrie in al haar facetten. In de Hermitage is sinds 2016 het Museum van de Geest – Outsider Art in de Hermitage als dependance gevestigd. Er is werk te zien van kunstenaars die de innerlijke stem volgen, buiten de gebaande paden van de gevestigde kunstwereld. Bij die kunstenaars vaak sprake is van een psychiatrische achtergrond. Een van de beroemdste Nederlandse voorbeelden is Willem van Genk (1927 – 2005).

‘Lausanne’, © Willem van Genk

“Daarnaast is er ook een gedeelte van het Amsterdam Museum ondergebracht”, legt Saan uit, die zelf is afgestudeerd als docent beeldende vorming en kunstgeschiedenis en zich als ‘een vis in het water’ voelt in De Hermitage.

“Er is natuurlijk een link met de Hermitage in Sint-Petersburg omdat de stichter van die stad, tsaar Peter de Grote, in 1697 stage liep op een Zaanse scheepswerf. En in de 19de eeuw was onze koning Willem II getrouwd met de Russische tsarendochter Anna Paulowna. Het gebouw aan de Amstel – in klassieke monumentale stijl – was eerst een verpleeghuis, en heeft model gestaan voor de Hermitage in Sint-Petersburg. Cathelijne Broers was de vorige directeur van de Hermitage Amsterdam en onder haar leiding werd ook de Hermitage voor Kinderen ingesteld, gratis kunstonderwijs voor kinderen die het niet breed hebben.”

“De reacties op de actie ‘Houd de Hermitage Open’ zijn nu al hartverwarmend. Er komt van allerlei kanten steun, dat is geweldig. Wat ook fijn is is dat belangstellenden met een testbewijs op zak als onderdeel van zogeheten ‘pilots’ in de week van 21 tot en met 23 april een mogelijkheid krijgen de Hermitage te bezoeken. Alles is te lezen op de website waar de actuele ontwikkelingen met betrekking tot het museumbezoek te vinden zijn.”

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2021/04/06/culturele-activiteiten

Oóit zal het er toch van gaan komen: cabaretduo Stan en Wietse in de uitverkochte kleine zaal van de Philharmonie in Haarlem: ‘onze droom blijft overeind’

Alles was klaar. Een spiksplinternieuwe voorstelling met nieuwe conférences en liedjes. ‘We zullen zijn’, was de titel. De kleine zaal van de Philharmonie wachtte. Uitverkocht. Het Haarlemse cabaretduo Stan en Wietse zou gaan triomferen daar, zoveel was duidelijk. ‘Het was hélemaal écht”, zegt Wietse Algera. Toen kwam de persconferentie en volgden de maatregelen. Maart 2020. Wat een vrolijke droom moest worden op 21 maart 2020 werd een soort van nachtmerrie.

door Paul Lips

Stan en Wietse (publiciteitsfoto)

Stan Put en Wietse Algera maken al sinds jaar en dag cabaretvoorstellingen. De ene keer noemen ze zo’n programma ‘Afscheidscomeback‘, de andere keer ‘Dikke Retro‘. En ze slagen er toch altijd weer in zaaltjes vol te trekken, zoals het Posthuis in het Zaanenpark, dat enkele jaren geleden maar liefst vier keer uitverkocht. ‘De Liefde’ is een favoriet thema van de twee, met alle perikelen daar omheen. Steevast gelardeerd met liedjes die door Stan Put van pianobegeleiding worden voorzien.

Beiden zijn actief in het onderwijs. Twee jaar geleden belandden ze voor een schnabbel op een congres over ‘kansengelijkheid’ en ‘passend onderwijs in de regio Kennemerland’ dat werd gehouden in de kleine zaal van de Philharmonie. Daar werden contacten gelegd met de organisatie van de Stadsschouwburg & Philharmonie. Wietse: ,,Een prachtige zaal is dat natuurlijk, die kleine zaal. Mooi podium.”

Stan: ,,En heel goed geluid. Mooie vleugel. Dat roept verlangen op. Om een avondvullend programma te kunnen doen. Op dié specifieke plek.”

Wietse: ,,Maar toén kwam Stan met een verhaal.”

Stilte.

Stan: ,,In 2018 ging ik met mijn vriendin op vakantie naar Italië, naar Umbrië om precies te zijn. Een prachtige streek. We kwamen daar terecht bij een wijnboer die zijn eigen wijnen produceerde. Een heerlijke vakantie. We hadden regelmatig contact met die man, een hele aardige kerel. Aan het einde van de vakantie opperde ik het idee om een keer terug te komen om druiven te plukken. Het toeval wil dat verderop in die streek een oude boerderij te koop was. Dus wij zagen het al helemaal voor ons. Die man, Moreno, was ook de jongste niet meer, dus als hij zijn bedrijf voort zou willen zetten, dan zou ik wellicht…”

Stan bouwt de spanning in zijn verhaal stapje voor stapje op.

Wietse interrumpeert. ,,Dus ik kom hier op een gegeven moment binnen, óveral dozen wijn. Je kon hier nauwelijks meer lopen. Zegt Stan doodleuk: ik ga dat doen. Ik ga met Syl naar Italië. We gaan daar wonen en druiven verbouwen. Maar… pas over vier jaar of zo.”

Stan: ,,Ik ben iemand die snel ergens ja tegen zegt. Ik reageer spontaan op dingen. Die oude boerderij met die wijngaard, dat was te mooi om waar te zijn natuurlijk.

En die oude wijnboer die wilde mij best dat vak leren. Dus dat zou prachtig zijn. Alleen wisten we nog steeds niet wat die ouwe vervallen boerderij moest gaan kosten. Uiteindelijk zijn we toen in de herfstvakantie opnieuw naar Italië gereisd…”

Het intrigerende avontuur was voor Stan en Wietse het vertrekpunt. De kapstok om het verhaal van ‘We zullen zijn‘ aan op te hangen. Ze trokken zich terug in ‘De Hut der Hutten’ bij Baarle, waar ze steevast aan nieuw materiaal kunnen werken. Met het befaamde Rode Boek binnen handbereik, waarin alle ideeën, teksten en flarden worden vastgelegd. Het proces van schrijven, schrappen en herbezinnen.

Stan: ,,Daar hangt een zwijnenkop aan de muur. Hij is heel arrogant en zegt nooit wat terug. Als hij zwijgt dan is het goed. Maar soms drijft die kop ons ook tot razernij! ‘Whatdafack, zeg ‘ns wat terug!”

optreden tijdens Gluren bij de Buren in februari 2020, vóór corona in Nederland uitbrak (eigen foto)

Ondertussen hing in elke supermarkt een flyer met de aankondiging van de voorstelling ‘We zullen zijn’ en kochten steeds meer belangstellenden een kaartje in de voorverkoop. Try-outs werden gespeeld, ook tijdens Gluren bij de Buren, bij Stan Put thuis in de Maerten van Heemskerkstraat in Haarlem-Noord. Drie sets, drie keer volle bak in de huiskamer. ,,Hele goeie reacties, dus ons vertrouwen groeide”, zegt Stan.

Wietse: ,,Eén publiek heeft de voorstelling in november 2019 in z’n geheel gezien. Zaal ‘De Meerkoet’ in Lisserbroek. Een zaal vol zestig- en zeventigplussers. Tijdens het Zondagmiddagpodium van de organisatie Meerwaarde. Toen hebben we hier en daar wel enkele woorden gekuist. Dat was een hele leuke matinee. En: voor loúter onbekenden!”

Stan: ,,Maar onze vorm van cabaret is natuurlijk gewoon traditioneel. Verhalen met een lach en een traan. En vervolgens komt er dan een mooi lied. Maar wat ik wel goed vind van deze nieuwe show is dat we nu echt allebei ons verhaal hebben. Dus niet meer zozeer samen, maar meer individueel.”

Wietse: ,,Geen geforceerde dialogen. Gewoon een van ons die een verhaal vertelt. Vanuit het eigen perspectief. Ik zie en vertel over al die dozen met wijnflessen door het hele huis, en Stan legt dan in zijn eigen verhaal uit hoe lekker die wijnen smaken. Voor ons betekent dat kiezen voor meer monologen een paar stappen vooruit.”

En nu? Een nieuwe datum is nog niet geprikt. De besmettingen lopen weer fors op. De afgelopen periode heeft het duo met enige regelmaat livestreams gedaan waarin enkele liedjes uit de voorstelling ten gehore werden gebracht. Een kerstlied gemaakt voor december 2020. Ondertussen doen ze zo nu en dan ook mee met het fenomeen ‘clubhouse’ en publiceert Stan Put gedichten op zijn Facebookpagina. De heren blijven positief. Wie weet kan het in het najaar gaan gebeuren. ,,Ooit gaat het natuurlijk een keer lukken. Onze droom blijft overeind.”

‘Lo saremo’ roepen de mannen in koor. En dat blijkt natuurlijk ‘we zullen zijn’ te betekenen in het Italiaans.

(9) Stan en Wietse | Facebook