Aanraking door poëzie

‘Als doden zo stil’ is de titel van de nieuwe poëziebundel van Marten Janse. Vrijdagmiddag om 16.00 uur is de presentatie in sociëteit Vereeniging aan de Zijlweg te Haarlem. Speciaal voor Spaarnestroom selecteerde Marten Janse bij wijze van preview enkele gedichten die deel uitmaken van de bundel.

Door Paul Lips

Marten Janse (foto Geek Zwetsloot)

De doden. Ze zwijgen. Hullen zich in stilte. Dierbaren die we niet wilden verliezen, verloren we toch. Zo gaan die dingen. Graag zouden we ze nog dicht bij ons houden. Aanraken. Ze blijven bij ons in herinnering. Vergeten doen we ze niet. ‘Aanraken’ is het thema in de nieuwe bundel van Janse. De tastende vingers, de handreiking naar de ander. Zoals in het gedicht ‘Adem’, waar iets geks mee aan de hand lijkt. Wijkende rotsen, ze lijken een variatie op de ‘wijkende golven’ van de Rode Zee, die Mozes liet splijten om zodoende achtervolgende Egyptenaren af te schudden. Een landschap dat zich naar verlangen plooit, daalt en stijgt, dat kan waarschijnlijk enkel in dit gedicht, waarin de zee gromt en zich en eb en vloed de ploegendienst vervullen. ‘Eb en vloed’ zou je kunnen zien als de cyclus van het leven, met de bijbehorende afwisseling van gevoelens.

ADEM

Zoals de rotsen wijken
de zee gromt en
bomen onderhevig zijn
aan grenzen

Zo zoek ik jou
traag met m’n handen
vingers die tasten
Een handreiking

Het landschap daalt
en stijgt, plooit zich
naar verlangen
gedijt als eb en vloed

Marten Janse is in Haarlem en omstreken bekend als ambassadeur van de poëzie. Hij werkt samen met dichters en muzikanten, bedenkt projecten en is medeorganisator van de jaarlijkse Haarlemse Dichtlijn tijdens Hemelvaartsdag. Wie door zijn tijdlijn scrollt komt zo nu en dan berichten tegen die enigszins ready made-achtig poëtisch aandoen. Zoals:

Majeure computerproblemen deels opgelost.
Waar kan ik in Haarlem e.o. de data van een kapotte harde SATA schijf laten veilig stellen?
Seagate (C) Baracuda (TM) CC44

Wie het havengebied van IJmuiden bezoekt, en het naburige duin- en strandgebied, kan daar soms een vos ontwaren. De beesten ogen tam en aaibaar. Je bent geneigd zo’n dier even liefdevol over de kop te strijken. Maar pas op, vóór je het weet kun je een tetanusprik gaan halen. Hetzelfde geldt voor de wolf, die zou ik eveneens maar op veilige afstand houden. Wat ik u brom.

Er ligt een dode vos bij de fontein
aaibaarder dan het wit marmer
maar dood. Tegelijkertijd zingt
het water in al zijn toonaarden

sprankelend, harmonieus, nat
lispelend, vol mannelijk geklater
Er drijft een stenen beeld boven
bewegend onder de indruk van

oude en intieme aanrakingen, cellen
als waterdruppels, zonnestralen als
hagelslagstreepjes op kindertekening

Wie wil niet sterven bij dit beeld
van eeuwige jeugd? Wie durft niet
de vos die dood is, aan te raken?

Ook de vos in dit gedicht is aaibaar, want dood. Het is een mooie tegenstelling, het wit marmer en de pels van die vos. Het stenen beeld dat boven drijft zou het beeld van een overledene kunnen zijn. Een fraai contrast met die eeuwige jeugd in de laatste strofe. Die jeugd waarvan we weten dat deze vergankelijk is. De woorden ‘sterven’, ‘jeugd’ en ‘dood’ maken die vergankelijkheid nog meer voelbaar. Hagelslagstreepjes die zonnestralen verbeelden ken ik behalve op kindertekeningen ook nog bij een van de allergrootste schilders die ons land voortbracht.

VERDRIET VRAAGT EEN TREIN

Verdriet vraagt om een trein
het is zo moeilijk om te lachen

Dit samenzijn is vreemd
we krijgen de verhalen zelden samen
Zelfs niet met drank en seks
Slechts zelden als we anderen ervaren

Als ik aan jou denk, lukt het niet
zie ik niet wie jij bent, maar wat ik zie
Denk jij aan mij, is het niet anders
Ik ben het beeld van wie jij nodig hebt

Geluk –ik dacht dat wij dat najoegen-
is vluchtig en verdwijnt voor je ogen

Zo vaak bedrogen, teleurgesteld
en voorgelogen, zo eenzaam en alleen

Zelfs als ik de menigte halveer tot
vrienden en bekenden, zie ik je niet
Het is zo moeilijk om te lachen
Verdriet vraagt om een trein

Dit gedicht ademt treurnis. Verhalen komen niet samen, dingen lukken niet, het eenzame gevoel is slechts wat rest. De menigte in de laatste strofe, dat zou een rouwstoet kunnen zijn. Door een waas die je nog net de massa, die je probeert te halveren tot vrienden en bekenden. Elkaar naderen – zoals je doorgaans zou wensen – lijkt een onmogelijke opgave. De trein zou kunnen staan voor een reis, een vlucht uit de werkelijkheid, richting onbekende oorden. Waar de zon schijnt en het gras groener is. Hank Williams zingt over zo’n trein, en vooral de eenzame stoomfluit die klinkt.

Vrijdag 5 juli wordt de bundel ‘Als de doden zo stil’ gepresenteerd in de clubzaal van Sociëteit Vereeniging, Zijlweg 1, Haarlem. Er zal tevens klassieke muziek klinken met poëtische verbanden. Concertpianiste Femke de Graaf en tenor Erik Janse verlenen medewerking.

http://home.kpn.nl/mrtjanse/

paulenremco