Bijzondere verzameling gedichten in een verzorgde stijl

‘Bloemen in de regen’ is de titel van de onlangs verschenen poëziebundel van Arjen Sevenster. Het is een bijzondere verzameling gedichten met verschillende thema’s, in een verzorgde stijl. De bundel is opgedeeld in hoofdstukken, maar wellicht is de omschrijving ‘verzamelingen’ hier meer op z’n plaats, met titels als ‘Zee’, ‘Verlangen’, ‘Vloedlijn’ en ‘Touwladder’.

door Paul Lips

Het openingsgedicht ‘Tijd’ is direct een schot in de roos. De dichter beschrijft het fenomeen ‘tijd’ als ‘een tovenaar die uit het niets/al wat bestaat tevoorschijn haalt’. De tijd zelf blijft onzichtbaar, ‘op schaduwen op zonnewijzers na’.
Ons ‘doen’ blijft onder de invloed van de tijd niet ongedeerd, concludeert Sevenster, ‘als aan het eind van ieder spel/hij met zijn hand het zandglas keert’.
We kennen ze wel, de zandloper, dat apparaatje waarmee je tijd kun meten. Bijvoorbeeld om een ei te koken. Als kind zag je er wel eens een, en kon je gefascineerd staren naar dat fijne zand dat zich uit het bovenste reservoir naar beneden drukte. Tegenwoordig hoor je mensen die met computers werken wel eens mompelen, ‘ik heb een zandloper’.


In dit gedicht is de tijd een tovenaar, die met zijn hand het zandglas keert. De schrijver van het vers beseft dat de tijd die je als mens hebt eindig is. Tijd is een mysterie. Dichter Rutger Kopland zocht het verschijnsel ‘tijd’ in de late werken van Rembrandt van Rijn:
…zoals Rembrandt kijkt op de laatste portretten
van zichzelf alsof hij ziet waar hij heengaat
een verte voorbij onze ogen…
Waar we heen gaan, we weten het niet. We tasten volledig in het duister. Ondertussen vieren we als het goed is onze levens, en vullen die met mooie dingen. Liefde. Verlangen. Leuke arbeid. Vrienden, familie. Sevenster stortte zich op het fenomeen wiskunde, waar hij aanleg voor bleek te hebben en carrière in maakte. Daarnaast begon hij met het schrijven van poëzie. Ordelijke gedichten in heldere taal. Gelijkmatige strofen.

Gedicht

Eens, een gedicht te schrijven,
dat als een golf is, die ontstaat
uit het bewegen van de wind

en van de zee en die geruisloos
voortreist, tot hij breekt, niet ver,
vanwaar het land begint.

Om, als een vlies zo dun,
ten slotte uit te vloeien
in transparante vlakken

en schelpen neer te leggen
naast slierten donker zeewier:
zonder een woord te zeggen.

Ook het spel van de zee is een fascinerend fenomeen. Er wordt wel eens gezegd: aan alles komt een eind. In het geval van de wereldzeeën valt dat te betwijfelen. Ook lang na dat wij onze laatste adem hebben uitgeblazen reizen golven voort, en vloeien uit in transparante vlakken. Als bewoners van het zuidelijke Kennemerland verkeren wij in de gelukkige omstandigheid dat we de zee en het Noordzeestrand binnen handbereik hebben. We vergeten te vaak om zo nu en dan eens het strand op te wandelen en het spel van de golven te aanschouwen. Omdat we te druk zijn. Met het dragen van water naar de zee.

‘Korenveld in de regen’
Saint-Rémy, november 1889, Vincent van Gogh

Mooi zijn de spirituele regels die Sevenster schrijft. Zoals in het gedicht ‘Steen’, waarin een man in het park de ik-figuur een steen aanbiedt: ‘de steen van droefheid om het menselijk bestaan’.
Droefheid om het menselijk bestaan, we kennen het allemaal. Het gezwoeg, de tegenslagen, en de dingen die we kwijt raken. Met momenten van geluk daartussen, die we meestal pas achteraf kunnen vaststellen. Mensen in populaire televisieprogramma’s die zeggen: ‘met jou wil ik graag een mooie toekomst opbouwen’ staan direct met tien-nul achter. Een toekomst valt immers niet op te bouwen. Wellicht is dat de droefheid van het menselijk bestaan.
Dus wat te doen? Iets hoopvols. Tekeningen maken bijvoorbeeld, zoals in het titelgedicht ‘Bloemen in de regen’, waarin Sevenster zich afvraagt waarom het kind geen huis tekent – met ramen en een rood dak, en een zon als een gouden schijf. Nee, het meisje heeft bloemen op stelen getekend, en op de andere helft van het papier ‘blauwe strepen van de regen’. Bloemen in de regen dus. Op het omslag van de bundel zien we drie van die bloemen, rood als harten, waarvan er ééntje zich voorover buigt. Druppels dalend uit de wolk er boven.

Een experimenteel dichter is Arjen Sevenster geenszins. Vasalis lijkt een grotere inspiratiebron dan Lucebert, om het maar zo te zeggen. Ook al is het verval, de eenzaamheid en de dood dichtbij, en zingt het verlangen naar de aanwezigheid van een Allerhoogste door de regels heen, er is in ‘Bloemen in de regen’ ruimte voor natuur en een vleugje erotiek. Een van de gedichten die mij aanspreken is getiteld ‘Foto’, waarin zowel de moeder als de vaderfiguur opduiken.

Foto

De kamer waar mijn moeder slaapt:
het oude, houten ledikant
is door een smaller bed vervangen.
Er hangt een foto van mijn vader:

zijn ogen haast onzichtbaar,
zijn blik gericht naar binnen,
als zag hij daar voorspeld,
wat hem te wachten stond.

Hij is al jaren dood, mijn vader,
het huis wist op den duur,
dat hij er niet meer was, net als de tuin.

Hij heeft nog wel een kamer,
waar zijn boeken staan en zijn bureau
en waar ik soms naar binnen ga.

(uit: ‘Bloemen in de regen’)

‘Bloemen in de regen’ is verschenen bij uitgeverij In de Knipscheer, Haarlem. ISBN 978-90-6265-752-0

http://www.indeknipscheer.com/arjen-sevenster-bloemen-in-de-regen-gedichten/

paulenremco