Leestijd:

Reading Progress:

‘De kunst van het weglaten’ – een goed tuinontwerp staat voor Dick Beijer gelijk aan het maken van kunst

Geplaatst op 7 mei 2023

Met tuinarchitect Dick Beijer (1955) kun je vreselijk lachen, maar hij kan ook serieus verhalen over zijn kleurrijke carrière. Met zakenpartner Maaike Koster heeft hij in Heemstede Studio Koster & Beijer, een ‘interior garden art studio’ voor interieurs, exterieurs, tuinen en terrassen. Portret van een man die vele hoogtepunten, maar ook enkele dieptepunten kende.

door Paul Lips

(foto’s Dick Beijer: © Paul Lips)

Een kleine terugblik. Vóór de coronacrisis uitbrak – eind 2019 – was Spaarnestroom op bezoek in de studio waar Dick Beijer zijn tuinontwerpen creëert. Het was een vrolijke ontmoeting met een rondleiding langs gemaakte ontwerpen, gedane projecten, kunstwerken, de pick-up met langspeelplaten én die ene ingelijste foto. De foto met daarop Ramses Shaffy, Liesbeth List, Thijs van Leer, Louis van Dijk en Jan Akkerman. De laatste twee met een glas in de hand. Het decor oogt als een statig café, wellicht ergens in het Gooi. Een bordje ‘Verlof A’ prijkt boven de hoofden van Van Dijk en Akkerman. Het is ergens begin jaren zeventig, de periode dat deze artiesten successen kenden in Nederland, maar soms ook elders de wereld. Op de foto ogen de dame en heren ontspannen. Een aantal van hen heeft met elkaar samengewerkt in verschillende muzikale projecten. Maar de foto staat voor meer. Het gevoel van verworven vrijheden, idealen en dromen. Dick Beijer kan er nog steeds met een mengeling van weemoed en schittering naar kijken. Om vervolgens een elpee van Ramses & Liesbeth op te zetten en de muziek door de ruimte te laten schallen. Daarom werd het de hoogste tijd om terug te keren voor een interview met Beijer. Eerst een paar interviewsessies op het dakterras aan het Wilhelminaplein, om af te sluiten op kantoor, de studio. Bij die historische foto.

————————————————-

Dick, veel mensen kennen jou als tuinarchitect van de zogeheten jet-set: rijke stinkerds die hun bankbiljetten graag laten wapperen en jou aan de slag laten gaan…

“Juist kleine tuinen vind ik ook erg leuk om aan te pakken. Ik maak er graag een mooi ontwerp voor. Wel volgens mijn visie uiteraard: strak en sober. Met een spannende vlakverdeling. Alles draait om lijnen. De beplanting mag best een beetje woest zijn. Maar als je juist de omgeving strak houdt, komen die bomen en planten extra tot hun recht. Een tuin is net een gedicht: alle woorden moeten kloppen en precies op de juiste plaats staan.’’

Dick Beijer (foto © Paul Lips)

We zitten op het dakterras bij Dick thuis aan het Wilhelminaplein, waar je uitkijkt over de zonovergoten daken van het dorp. Een heerlijke plek. Dick Beijer groeide op in Wageningen, Gelderland. Het ouderlijk huis stond bij de uiterwaarden van de Rijn. De tijd dat er nog een heuse paardenmarkt voor de deur werd gehouden.

Kun je de sfeer uit die tijd beschrijven?

“Toen was geluk heel gewoon. Mijn ouders waren bezorgd. We werden zuinig opgevoed. Je kent het wel, elk zegeltje werd gespaard. Ik was een speels jochie. ‘Hij heeft heel veel vriendjes en is veel te speels’, stond er op mijn rapport. ‘Hij zit alleen maar te tekenen’.
Ik was niet zo heel slim, liet me snel afleiden. Mijn blik dwaalde af naar wat ik buiten zag. Ik wilde eigenlijk al vrij snel met potlood en papier bezig zijn. Maar dat werd in die tijd niet gezien als ‘artistiek aangelegd’. In tekenen en knutselen blonk ik uit. Dat gebeurde meestal op de vrijdagmiddag, dan kreeg je leuke opdrachten.
Maar toen ik in de zesde klas kwam kregen we Frans als een extra vak dat je kon doen. Dat vond ik hartstikke leuk, en dat kon ik best goed. Dan was je trots als je zo’n hele zin in het Frans kon uitspreken.”

Je was dus speels en wilde liever in de buitenlucht vertoeven? Naar welke middelbare school ging je vervolgens?

“Als advies voor de middelbare school zag men mij eerder richting mavo of ULO in plaats van havo of athenaeum. Dus ik ging naar de Alfred Nobelmavo. Die heb ik tot Pasen volgehouden, daarna ging ik naar de LTS. Al m’n vrienden zaten op die LTS. Ja, echt van die jongens, shaggies roken en op opgevoerde brommers rondscheuren. Dat vond ik een geweldige tijd. Ik leerde voor instrumentmaker, dus dan werkte je met fijn metaal. Verfijnde metaalbewerkingen. Dat was technisch theoretisch onderwijs. Daarmee kon je door voor een middelbare beroepsopleiding.
Ondertussen had ik een baantje bij de lokale Albert Heijn. Boodschappen inpakken en van de lopende band naar de auto brengen. Daardoor kon ik een brommer kopen.
Dus dan ging je de lokale disco’s af. In Wageningen, maar ook in Arnhem.”

Je werd een jongeman die het leven begon te ontdekken…

“In de zomer van 1970 kon ik een vakantiebaantje krijgen bij vader van een vriendje, een zeilleraar op De Kaag. Ik kon daar klusjes gaan doen. Ik heb niks met zeilen, maar de sfeer was geweldig. Ik kwam, zag en overwon. Dus ik kwam langzaam richting randstad.
Ook in de kerstvakantie kon ik een vakantiebaantje krijgen, want Lex van Rijn gaf ski-les in Kitzbühel. Dus ik kon daar ook ski-les gaan geven. Ik kon best lekker skiën in die tijd.
Ik deed inmiddels een extra jaar elektrotechniek op de LTS, en las veel. Ik begon boeken van Jan Wolkers te lezen. ‘Terug naar Oegstgeest‘, ‘Turks Fruit‘. Ik dacht: dit is het! Zo’n leven wil ik ook!”

Dick Beijer (foto © Paul Lips)

Romantisch, kunstzinnig, veel vrijheden op allerlei gebied…

“Dat was in de periode rond 1975. Een leuke tijd, er gebeurde van alles. Ik zat toen op de Tuinbouwschool in Nijmegen. De richting was tuin- en landschapsarchitectuur. Daar is het eigenlijk begonnen. Het was een driejarige opleiding maar ik heb er vijf jaar over gedaan. In die tijd gaf ik trouwens nog niet zo heel veel om tuinen. Het was een opleiding waarmee je bijvoorbeeld daarna een hoveniersbedrijf kon beginnen. Maar ik wilde tekenen. Echt ontwerpen.”

Lukte je het om in die wereld aan de slag te gaan?

In Amsterdam ging ik aan de slag bij het ontwerpbureau voor landschapsarchitectuur, B & B, van Riek Bakker en Ank Bleeker aan de Herengracht. Eerst moest ik daar natuurlijk solliciteren. Ik schreef een brief die véél te officieel en formeel was. Zo van ‘geachte mevrouw’ en dergelijke. Ik denk dat ze die brief gelijk de prullenbak in hebben gemieterd. Dus toen ik niks hoorde dacht ik bij mezelf: ik ga er gewoon eens naar toe. Toen ze me zagen werd het een ander verhaal. Maar inmiddels was de functie al vergeven aan Winnie Maas, die je nu kent van de Markthal en het depot van Boymans van Beuningen in Rotterdam.
Dus ik was daar op kantoor en ik zei: ik kom hier een jaar gratis werken, als ik maar aan de slag kan. De dames zeiden: dat is goed, maar dan betalen we je wel gewoon salaris. Ja, dat was natuurlijk gewoon een soort minimumloon.
Bureau B & B breidde zich vervolgens uit tot een organisatie met stedenbouwkundige visie. Ik heb daar vooral heel goed leren kijken. We gingen ook overal naar toe en lieten ons inspireren, Amsterdamse School, Berlage, Rietveld enzovoort. Ik kon er boven op zolder wonen, want die stond aanvankelijk leeg. Een kleine ruimte met bed en douche. Dat was tijdelijk.
In die periode kwam ik Ramses Shaffy regelmatig tegen. Een indrukwekkende vent. Dus ik af en toe met Ramses naar de kroeg. Scheltema, Frascati, De Kring. Maar ja, Ramses ging maar door en ik moest de volgende dag weer werken, dus… Nee, in zijn stamcafé – De Gelaghkamer – ben ik nooit met hem geweest. Het was een wilde tijd. Daarna ging hij bij de Baghwan.”

Ramses was een vrijbuiter die soms radicale beslissingen nam, zoals dus die keuze voor Baghwan…

“Eigenlijk stond ikzelf ook op een kruispunt in mijn leven. Ik nam de beslissing om ontslag te nemen bij Bureau B & B en zelfstandig door te gaan. De mooiste beslissing van mijn leven. Ik ging in Haarlem wonen en samenwerken met Piet Oudolf. Hij woonde in Bloemendaal, waar zijn ouders een café hadden. Piet Oudolf was in die dagen hovenier. Een hele creatieve man. Er waren in die tijd trouwens maar een stuk of drie hoveniersbedrijven in Haarlem en omgeving. Ons werkterrein verplaatste zich steeds meer naar het ontwerpen van tuinen. Piet was meer van de organische lijnen en bij mij werden het steeds meer rechte lijnen.
In die periode leerde ik ook dat eigenlijk het allerbelangrijkste van het ontwerpen van tuinen is dat je goed naar de architectuur van het huis kijkt. En dat je daar vervolgens jouw ontwerp op baseert. Gaandeweg leer je om jouw visie op het gebied van tuinarchitectuur te ontwikkelen.
Maar op een gegeven moment verhuisde Piet naar Hummelo, vlakbij Doetinchem in de Achterhoek. Een boerderij met privétuin en kwekerij, waar hij samen met zijn vrouw Anja zijn levenswerk van heeft gemaakt. Ze zijn gespecialiseerd in siergrassen. Vervolgens heeft hij het internationaal gemaakt. Hij is naar mijn idee fenomenaal goed, een van de grootste ontwerpers van de wereld. Ja, hij heeft tuinen over de hele wereld ontworpen. Die van de voormalige spoorweg – de ‘Highline’ in New York – is een hele bekende van hem.”

Jouw carrière nam op een gegeven moment een vlucht…

Ik werd in staat gesteld een klein stukje van het koetshuis in de Haarlemmerhout te huren, vlakbij de Wagenweg en Westerpark. In dat pand was een advocaat gevestigd. Het was toen nog in een slechte staat trouwens. Ik kon zó door het dak naar buiten kijken. Uiteindelijk is het verbouwd en kon ik blijven huren en mijn eigen werkplaatsje blijven runnen. Op een gegeven moment kreeg ik het gehele koetshuis te koop aangeboden. Eind jaren negentig heb ik het gekocht. Ik draaide een gigantische omzet in die tijd. De bomen groeiden tot aan de hemel. Het merk Dick Beijer was beroemd, ook in het buitenland.
Ik had niet te klagen over publiciteit. Ik zocht dat zelf ook op. Maakte foto’s van tuinen die ik had ontworpen en stapte er mee naar VT Wonen. Ik liet die foto’s zien aan de artdirector en die zei: ‘hier moet je mee naar Libelle’. Dat bleek een schot in de roos, de juiste doelgroep. Ik kreeg een artikel in Libelle en het balletje begon te rollen. Overal aandacht, ook in heel veel andere bladen. En dat trok weer de aandacht van Jan des Bouvrie.”

Hallooow, daar zíjn we weer!

“Langzaam maar zeker belandde ik in de jetset. Ik werd gevraagd voor gala’s en stond overal op de gastenlijsten. Ik genoot er met volle teugen van. Dick Beijer werd een Bekende Nederlander. En elke BN-er wilde een tuin van Dick Beijer. Ja, het groeide inderdaad tot in de hemel. Het ging me voor de wind, de bomen groeiden tot aan de hemel. Linda de Mol, Edwin Evers, Famke Jansen, Harry Mens, Heleen van Royen en noem ze allemaal maar op. Het dakterras van Louis Vuitton in de PC Hooftstraat. Tot en met villa De Eikenhorst van Willem-Alexander en Máxima en het landgoed van Elton John in Schotland aan toe. En niet te vergeten Jennifer Lopez in New York.
Televisiemaker Gert-Jan Dröge had een fijne neus voor gala-evenementen en de fine fleur van Bekend Nederland. Zijn programma ‘Glamourland‘ werd enorm goed bekeken en was razend populair. Zo’n grappige man was dat, met dat maffe commentaar, dat hij er later in monteerde. Ik zat ook er ook een keer met een item in. Ja, dat was natuurlijk lachen met die Dröge. En dat programma eindigde dan elke keer met die blonde verpleegster: ‘gaat het weer een beetje, meneer Dröge?’.
Maar eigenlijk was ik natuurlijk veel te veel met mijn eigen public relations bezig. Alcohol werd mijn liefste vijand. Mijn sociale leven vervaagde. Ik was te veel bezig populair te zijn én te blijven.”

Lastig om vol te houden lijkt me…

“Zeker. Op een gegeven moment kwamen er minder opdrachten als gevolg van de crisis. Het was 2008 en de hele economie donderde in elkaar. Tuinontwerpen zijn natuurlijk een luxe product. Soms is de keuken of badkamer belangrijker om te verbouwen. Het ging me niet meer voor de wind.
Tja, en toen was ik genoodzaakt het koetshuis te verkopen. Dat heeft me veel verdriet gedaan. Daar heb ik nachten wakker van gelegen. Als ik nog steeds dat kleine stukje van dat koetshuis had gehuurd dan was er niks aan de hand geweest.
Op een gegeven moment kon ik kantoor gaan houden in een van de koetshuizen op landgoed Beeckestijn in Velsen-Zuid. Op papier een mooie, romantische plek. Maar in de praktijk was het vreselijk daar. Een soort Walibi voor trouwerijen. Knettergek werd ik daar. Eén groot drama.”

Rondkijken naar een andere plek wellicht, maar dat is niet zo eenvoudig lijkt me…

“Maar in 2018 gooide ik het roer weer om. Op de Churchill-laan in Heemstede reed ik langs een pand dat prachtig werd opgeknapt. Ik was onder de indruk en belde er aan. Zo kwam ik in contact met Maaike Koster, interieurontwerper én beeldend kunstenaar. Maaike bleek mijn werk te kennen, ze was er zelfs fan van. Maar we kenden elkaar niet persoonlijk. Toen we met elkaar in gesprek raakten klikte het artistiek heel goed. We besloten samen te gaan werken en vestigden ons aanvankelijk aan de Jan van Goyenstraat in Heemstede. Een winkelstraat met een ‘Notting Hill‘-achtige allure. Maaike voor interieurontwerp en kunst, ik voor de tuinarchitectuur. Koster & Beijer. Dat concept hebben we een paar jaar geleden weten voort te zetten, maar dan bij het Heemsteedse haventje, aan de Industrieweg.”

De afsluitende ontmoeting vindt plaats in het pand van Studio Beijer & Koster. ‘We zullen doorgaan’ van Shaffy schalt door de ruimte. Ondertussen toont Beijer zijn plakboeken vol wapenfeiten. Kopje thee erbij. We eindigen het interview bij de ingelijste foto met Ramses, Liesbeth, Thijs, Louis en Jan. Ondertussen spreken we over het ambacht, de ontwerpstijl en de toekomst.

“Hoe lang ik over zo’n tuinontwerp doe? Nou, twee dagen ben ik daar wel mee bezig, soms langer. Ik ga altijd uit van de architectuur van het huis. Daarbij kies ik voor strakke, minimalistische lijnen. Symmetrie. Met beton, basalt en hardsteen. Geen slingerpaadjes, daar hou ik niet van. Niet te veel bloemen. En zéker geen ganzen en zinken gieters. Ook met verlichting moet je opletten, dat ziet er in heel veel tuinen zó lelijk uit.
Maar onderhoudsvrije tuinen bestaan natuurlijk niet. Onderhouds-árme tuinen, die kan ik ontwerpen. Als je grassen gebruikt dan is het beste om die in te perken. Voor het snoeien van heggen enzovoort is meestal altijd wel een ‘mannetje’ beschikbaar bij de huizen waar ik voor ontwerp.
Met trends ben ik niet zo bezig. Eigenlijk is er niet zo veel veranderd in mijn ontwerpen. Ik maak ze nog steeds op de tekentafel. Het ouderwetse ambacht. Vakmanschap. Ik zou op zich wel willen samenwerken met jonge ontwerpers en kunstenaars. Daar ga ik de komende tijd denk ik eens wat contacten mee leggen. Nee, die kunst bij de Dreef en De Haarlemmerhout spreekt me niet zo aan. Een kunstwerk in de vijver van de kinderboerderij? Oh, dat kan best mooi zijn. Maar dan denk ik toch meteen aan dat ding in de vijver bij het Kröller-Müller Museum bij Otterlo, die zwaan. Prachtig!
Hoe ik mijn nabije toekomst ziet? Ik ga voorlopig nog wel even door, haha. Ik voel me hier als een vis in het water. Plaatje op de pick-up, sigaretje er bij en tekenen maar.”

—————————————————————

Dick Beijer – Koster & Beijer (kosterenbeijer.nl)

Dick Beijer (@studiotuinkunstdickbeijer) | Instagram

Een Dick Beijer zit natuurlijk nooit stil, dus meldt hij dat hij onlangs een nieuw kantoorpand heeft kunnen betrekken, op Wilhelminaplein 12 in Heemstede, op steenworp afstand van zijn woonhuis. ‘Maaike en ik werken nog steeds samen, maar met mijn kantoor zit ik dus nu centraal in Heemstede’.
Als Spaarnestroom-toegift doen we natuurlijk een lied van Ramses Shaffy. “Dat was zijn lijflied, misschien nog wel iets meer dan ‘Laat Me”, aldus Beijer. Ramses Shaffy nam het lied op als ‘Wij Zullen Doorgaan’, met muzikale assistentie van koor De Stem des Volks. Het was steevast een van de hoogtepunten tijdens de vele optredens die hij (al dan niet met Liesbeth List) begeleid door De Shaffy’s midden jaren zeventig gaf.

We stellen jouw beoordeling op prijs.

Klik op een ster om dit artikel te beoordelen

Gemiddelde waardering: 4.1

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Het spijt ons dat dit artikel niet aan jouw wensen voldeed!

Laten we dit artikel verbeteren!

Vertel ons hoe we dit artikel kunnen verbeteren?

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vergelijkbare artikelen

WAT INSPIREERT… MIRJAM VERSCHOOR

WAT INSPIREERT… MIRJAM VERSCHOOR

Mirjam Verschoor (1975) is beeldend kunstenaar en maakt digitale collages waarbij zij zeventiende-eeuwse klassieke stillevens vermengt met hedendaagse afvalfotografie. Daarnaast maakt zij stillevens waarin subtiele, 'bitterzoete' waarschuwingen met betrekking tot...

Pin It on Pinterest

Share This