‘Dwalingen’ is de titel van de poëziebundel van Haarlemmer Arjan Bosch, die begin deze maand het licht zag. Bosch deed geen officiële presentatie, maar las gedichten voor tijdens zijn Kunstlijn-tentoonstelling in het voormalige Jeltes-café aan de Schagchelstraat. Op het gevaar af dat we er vervolgens weinig meer van vernemen wil ik er hier toch enige woorden aan wijden. De poëzie van Bosch intrigeert, maar geeft zich niet zomaar prijs.

door Paul Lips

Even terug naar 2019, toen ik hem voor deze cultuurwebsite sprak over inspiratie. Hij vertelde toen dat hij bezig was aan zijn dichtbundel, een verzameling van poëzie en zogeheten ‘manifesten’. Gedichten over kunst, absurdisme, liefde en empathie, zoals hij ze zelf omschreef. In stilte werkte hij verder en zocht ondertussen naar de juiste manier om het geschrevene (in eigen beheer) over het voetlicht te brengen. In oktober was het zover. Naar de spanning die er heerste in huize Bosch op het moment dat de doos met bundels werd afgeleverd kunnen we alleen maar gissen.

Iedereen heeft wel eens zo’n moment dat hij of zij ergens naar toe loopt (een kast, een kamer, de schuur) en denkt: ‘wat ging ik hier nu ook alweer doen’. Dat thema krijgt vorm in het vers ‘Nadenken’, waarbij je zelfs een ernstiger hapering van het geheugen zou kunnen vermoeden. Als lezer voél je dat zoeken, het gevoel van onthand zijn, enigszins in de war: ‘…En dan sta ik hier en dan kijk ik naar buiten/En, dan weet ik waarom ik plotseling hier naar toe gegaan ben/En dan moet ik weer even terug… ja/Dan moet ik weer even terug…

Het gedicht ‘Ergens op de bodem van mijn glas’ begin met de woorden ‘Ik wil‘ en bestaat uit een reeks gedachten. Wensen om dingen te doen, te zijn, te vermijden. Zoals ‘bewegen als de lucht in een storm‘ of ‘de duisternis doorgronden‘. Maar ook: ‘kneuzen en hufters vermijden/maar dan ook alle kneuzen en hufters vermijden‘.
Als dat zou kunnen.
Wat een rust zou dat geven in onze levens.

Helemaal verzot ben ik op ‘CNFHKLDJWOCN‘, een totaal absurd gedicht dat bestaat uit letters (al dan niet kapitaal) en cijfers, in willekeurige volgorde. Een gedicht in een heerlijke dadaïstische sfeer en naar mijn idee onmogelijk voor te dragen.

De dichter zit immers in ‘de ruimte tussen de dingen’, zoals hij opmerkt. ‘Verstrooid woordzooi verstrooiend‘. Klooiend en klankknoeiend in zijn eigen poëticale universum. Waarbij je zomaar kunt belanden in discussies over welke kleur we nu eigenlijk zien. Wie zal het zeggen.

Ondertussen droomt de dichter slapeloos de werkelijkheid. Rusteloos, met een mompel in zijn hoofd, zich verliezend in ‘onvolledige volledigheid’. Mooi gezegd. Het gedicht als hallucinatie.
Zodra de dichter het gaat hebben over lentebloemen, vogels en lieflijkheid krijgt hij een Van Ostaijen-achtig poëticaal temperament dat me zeer bevalt.
Tegen het einde van de bundel – in de serie ‘Manifesten‘ – berijdt Bosch nog even zijn stokpaardje: het menselijke tegenover het winstgevende, de menselijke maat tegenover het enkel denken in ‘geld’.

Concluderend, ‘Dwalingen‘ van Arjan Bosch is vooral een bundel die je zou moeten lezen. Niet één keer, maar meerdere malen, om de taalvondsten en gedachtenspinsels als lezer ten volle in je op te nemen.
Arjan Bosch is een eenling in het Haarlemse literaire landschap. Niet gebonden aan dichtlijnen, clubjes of andersoortige genootschappen. Arjan Bosch als dichter is een unieke stem die verrast.

____________________________________

‘Dwalingen’ van Arjan Bosch (vormgeving: Rob van Bruggen; auteursfoto: Remco van der Kruis) kost euro 15,00 en is te bestellen via:

Dichtbundel & Manifesten Arjan Bosch (sumupstore.com)