Leestijd:

Reading Progress:

Een gesprek met Harmen Malderik: over ‘Wachten op de volgende zomer’, een niet-zichtbare brievenbus en ‘de berg’

Geplaatst op 13 februari 2024

Van de Haarlemse auteur Harmen Malderik is een nieuwe poëziebundel verschenen: ‘Wachten op de volgende zomer’. In de gedichten staat ‘de berg’ centraal; de berg waar hij op uitkijkt in zijn Franse habitat. Een fraai poëtisch thema voor dichters en schilders (van Bram Vermeulen tot Paul Cézanne). Dinsdagavond 13 februari 2024 is Harmen Malderik te gast bij de Haarlemse Dichtlijn in het Verhalenhuis aan de Van Egmondstraat, waar hij gedichten uit de bundel zal voordragen.

door Paul Lips

‘Mijn idee over poëzie is dat je in originele bewoordingen moet proberen iets van een andere kant te laten zien’, zei Harmen Malderik tijdens een eerder Spaarnestroom-interview in december 2021. Reden dus om hem te spreken over zijn nieuwe bundel ‘Wachten op de volgende zomer’, waarin ‘zijn’ berg centraal staat. De berg waar hij op uitkijkt in het stille en geïsoleerde gebied dat luistert naar de naam ‘Morvan’. Schrijven doet hij meestal ’s ochtends. Maar een aantekenboekje neemt hij niet mee als hij in de omgeving gaat fietsen. ‘Ik onthou het en als ik terug ben schrijf ik een eerste versie. Die noteer ik meestal vlot. Daarna begint het schaven en strepen’.

Harmen, kun je iets vertellen over die plek met die berg?
“In ons huis in Frankrijk zit ik geregeld alleen, te werken. Ik had inmiddels al een flink aantal gedichten geschreven, maar er moesten er nog wat bij. Het eerste gedeelte van de gedichten in deze bundel speelt in die warme zomer van 2022 en de dichter die dan naar Frankrijk afreist, het middelste gedeelte gaat over het leven in Nederland en het laatste gedeelte gaat over het begin van de herfst. Het huis en de berg liggen in het hoogste gedeelte van de Bourgogne, midden Frankrijk. Een berggebiedje, de hoogste top is negenhonderd meter. De berg waar ik op uit kijk ligt in de buurt en is ongeveer zevenhonderd meter. Bij de buitenlamp zit ik dan ’s avonds gewoon tegen die berg aan te kijken. Dus ik dacht: dat gebruik ik als thema, omdat je dus niet tegen iemand aan kunt praten als je alleen bent. Dan praat ik als het ware tegen die berg. Ik heb die berg ‘verpersoonlijkt’.”

Eigenlijk staat een ‘berg’ ook wel voor ‘wijsheid’. Zit je op de top van een berg, dan snap je iets van het leven…
“Die berg is natuurlijk groter dan ik. Ik ben eigenlijk niks. Er staat ergens: ‘stel dat ik op de top zou zitten, dan kun je neerkijken op de omgeving. Zoals de berg in feite neerkijkt op jou. Maar niet voor lang, want ik zit niet altíjd op die berg. Ik moest denken aan ‘The Fool On The Hill‘ van The Beatles.”

Heb je hem ook beklommen?
“Jazeker. Het is gewoon een zanderig pad dat naar boven leidt. Ik heb dat beschreven in het gedicht ‘Ivoren toren‘. Je wandelt dan tussen dennen en jeneverbessen. Dan komt je uiteindelijk bij op een plateau bij de hoogste den en dan kijk je zo over de omgeving uit.”

Een spectaculair uitzicht?
“Spectaculair is het niet. Die buurt is een arme streek met veel leegstand. Maar ik voel wel dat er veel huisjes worden opgeknapt, dat komt vooral sinds corona. Veel Parijzenaars hebben er zo’n huisje gekocht dat ze opknappen. Maar het is dus een arme streek. In het gedicht ‘Overleven’ beschrijf ik echt het land hoe dat indertijd was. Het is een landschap met heel veel bosbouw. Houtdrijvers gingen per vlot over de rivier de Yonne naar Parijs wat ze daar verkochten. Dan liepen ze terug – 250 kilometer! – en dan deden ze het opnieuw. Een nieuw vlot bouwen, dat vol hout stouwen en dan weer die tocht richting Parijs. En de vrouwen verhuurden zich als vroedvrouw – als ‘min’ – voor rijke Parijzenaars. Daar leefden die mensen van.”

Harmen Malderik (foto pl)

De regel: ‘Stel dat je er altijd zou zijn/ik zou je niet meer zien’ intrigeert. Dat geldt namelijk voor veel dingen.
“Met slecht weer, daar gaat het eigenlijk over. Soms zie je niks, want dan is het slecht weer. Hier: ’totdat je langzaam verdwijnt// opgaat in de buitennacht // ver weg van de helverlichte stad’. Het weer is daar vaak heel slecht. De meeste neerslag valt in dat gebied.”

En uitgerekend daar ga jij in een huisje zitten…
“Het was toen nog te betalen, haha. Het is het eerste waar die westenwind tegenaan komt. Het is een uitloper van het Centraal Massief. In de begintijd dat we daar zaten hadden we ook nog sneeuw. Het is een gebied waar je doorheen komt richting Zuid-Frankrijk. Maar waar wij zitten dat is een flink stuk van de snelweg af. Het is ook een doodlopende weg. Je moet er wel iets te doen hebben trouwens. Want er is niks te beleven. Ik vertaal nog steeds, want ik ben tolk-vertaler. En ik fiets natuurlijk veel. Elke ochtend naar de bakker. En schrijven.”

Het gedicht ‘Brievenbus’ spreekt mij natuurlijk aan.
“Iedereen kent daar de postbezorgster natuurlijk. Ze doen méér dingen dan ze hoeven te doen. Er ontstaat vaak een persoonlijke band. Onze toenmalige postbezorgster reed dan met zo’n klein geel bestelautootje waar ze helemaal mee vergroeid was. Je ziet ze overal in het land rijden. Met allemaal pakjes er in, want ze hebben heel wat te bezorgen. Maar zij moet op en neer, want het huis ligt aan een doodlopende weg. Wat de brievenbus betreft: er zat daar dus een oud blikken geval aan de binnenkant van het hek dat me helemaal niet was opgevallen. Er zit dus ook nooit iets in want ik krijg nooit post. ‘De kluizenaar krijgt nooit post’, daar eindigt het mee. Ik vond het een grappig gedicht, dus dat moest er ook in.”

Brievenbus

Berg, ik heb een brievenbus

Die hangt aan het hek aan de voorzijde
van het huis – je kunt hem niet zien
maar geloof me, hij is er echt

Ik loop er meestal achteloos aan voorbij

Er zijn veel dingen waar ik langs loop
zonder dat ik er naar kijk

Ik zie alleen dingen die het waard zijn
om gezien te worden, zoals jij, berg

Maar waarom heb ik dan een brievenbus?

Soms ben ik hem wel bewust, dan loop ik
ernaartoe, meer als bevestiging dat hij er is

Ik heb zelfs een sleutel van de bus – die neem
ik dan mee

Ik loop naar de bus, maak hem open, en
inderdaad… er zit niets in

De kluizenaar krijgt nooit post

(© Harmen Malderik)

Het lijkt ideaal, zo’n huis in Frankrijk, maar als de zomer bloedheet is verlang je wellicht naar koelte… Je schrijft over koeien die onder dode bomen schuilen en kinderstemmen die zwijgen in verdroogde weiden… Als kinderstemmen zwijgen is er best wat aan de hand…
“Ja dat was dus die lange, hete zomer. Ik schrijf in dat gedicht ook dat we verlangen naar een koude, natte winter: want dat gebeurt er dan. Je verlangt naar een koude winter en vervolgens wacht je weer op de volgende zomer. De cyclus der dingen.”

Mooi hoe je met achteloze pennenstreken de trends en de waan van de dag weet neer te sabelen. Het is vooral ironisch, niet cynisch. In feite veeg je de vloer aan met de schreeuwers, de fatbikers en de mobiele telefoongeneratie.
“Dat beschrijf ik ook in dat gedicht ‘Vooruitgang’, over mensen leeftijd die wanhopig meegaan met trends omdat ze bang zijn om voor oud te worden versleten. Maar ik ben daar dus niet bang voor. Waarom zou je daar bang voor zijn, om voor ‘oud’ te worden versleten? Bij de oude Grieken stond ouderdom voor wijsheid, daar haden de jongeren respéct voor. In Nederland worden ouderen uitgemaakt voor van alles en tellen ze niet meer mee. Ik trek me daar weinig van aan.”

______________________________________

‘Wachten op de volgende zomer’, poëzie van Harmen Malderik is verschenen bij uitgeverij Palmslag. ISBN 978 94 933 4313 9

We stellen jouw beoordeling op prijs.

Klik op een ster om dit artikel te beoordelen

Gemiddelde waardering: 4.5

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Het spijt ons dat dit artikel niet aan jouw wensen voldeed!

Laten we dit artikel verbeteren!

Vertel ons hoe we dit artikel kunnen verbeteren?

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vergelijkbare artikelen

Pin It on Pinterest

Share This