Een plotselinge wending op het water.

Boven het Spaarne is een oer Hollandse lucht zichtbaar waar de oude meesters jaloers op zouden zijn. Een frisse wind tovert kleine golfjes op het koude water. Een mooie dag voor een tocht over de Haarlemse rivier met als thema ‘Gedichten over het Spaarne’. Robert Kniese organiseert de tocht met zijn elektrische sloep waarin plaats is voor tien man. Terwijl de gasten warm aangekleed en met een kleed over de benen in de boot zitten, vertelt Robert over de historie van het landschap tegenover zijn woonboot. ,,Nu is het weiland met koeien, maar het was vroeger bos. En ook is het een Franse renaissance tuin bij een buitenplaats geweest”.

Dan vertrekken we geruisloos vanaf zijn woonboot aan het Jaagpad en varen we richting Schouwbroekerbrug in de richting van Haarlem. Tijdens de vaartocht leest Robert twaalf gedichten voor die over het Spaarne gaan of over een gebouw langs het Spaarne. Schipper Robert heeft al enkele gedichten voorgedragen als we bij het beeld “ Gebonden Mannen” (1975) van Marie Andriessen stil liggen. Twee uitgemergelde mannen aan elkaar vastgebonden. Het is eigenlijk een naar beeld dat verwijst naar de manier waarop de Spaanse beulen na het beleg van Haarlem mannen twee aan twee samenbonden en op deze plek in het Spaarne gooiden. Hier draagt Robert het gedicht Gebonden Mannen (2004) van George Moormann voor. Wanhoop, verdriet en woede klinken door in de regels:

,,Reinigend vuur uit een flesje volg je het
dubbelspoor dat ons bootje hier schrijft.
De zonnevlekken en tintelende woede
van een overigens kalme rivier..”

De tocht gaat verder onder de Verfroller door, richting de Waag. Hier houden we even halt om te luisteren naar een gedicht van Hester Knibbe: Tekenzolder De Waag (2004). Als je daar wel eens geweest bent, op die prachtige zolder van de Waag, een amfitheater voor tekenaars en schilders, dan ruik je het oude hout en de verf en je voelt de inspanning van de kunstenaars als je dit gedicht hoort.

We varen verder, een enkele hagelbui trotserend. Gelukkig is er warme thee aan boord en we warme onze handen aan de warme bekers. Verder gaan we, onder de Gravestenebrug door, langs de Molen en onder de Prinsenbrug door. Bij de Droste fabriek wenden we de steven. Op de terugweg volgen we een andere route die ons door een paar grachten voert en bij elke gracht is er een toepasselijk gedicht.

Bijna terug bij de woonboot van ‘Robert en Esther’ draagt hij het gedicht “Cruquius” voor, geschreven door Maria van Daalen. ,,Het gaat over het gemaal Cruquius”, vertelt Robert. ,,In dit gedicht zit een plotselinge wending. En dat noem je een volta. En vandaar dat ik mijn bedrijf ‘Aqua volta’ heb genoemd. Voor mij is deze onderneming ook een (plotselinge) wending. Maar dan in ons leven”.

Tot slot heeft Robert nog een gedicht van stadsdichter Willemien Spook. Het gedicht ‘Nijghs Winterreis’ schreef ze naar aanleiding van het overlijden van de beroemde Haarlemse dichter Lennaert Nijgh. Als Robert wil beginnen gaat het hard hagelen. Snel vaart hij de boot onder de overkapping naast zijn woonboot, zodat we dit laatste gedicht droog kunnen beluisteren. Hoewel, de roffelende hagelstenen op het zeildoek het maken het moeilijk om de schipper te verstaan.

De gedichten die worden voorgedragen op de plaatsen waar ze voor geschreven zijn, dat is echt een toegevoegde waarde. Je voelt wat de dichter bedoelde met zijn woorden.

Meer info over de tochten: Aqua Volta

Tekst en Fotografie: Remco van der Kruis

paulenremco