In het kader van het 200-jarig bestaan van Kunst Zij Ons Doel (KZOD) is er komende zondag 24 april een interessant seminar onder de titel ‘Vormgeving van de kunstenaarspraktijk’ dat kan worden bijgewoond. Oud-directeur van de Rijksacademie te Amsterdam Janwillem Schrofer buigt zich tijdens deze lezing onder meer over de vraag ‘waar sta ik (in de kunstwereld) en waar sta ik voor (in de samenleving)?’. Voorzitter Ellen Wolff van KZOD nodigt kunstenaars en belangstellenden uit om te komen zondagmiddag: “De middag was al gepland toen de coronapandemie nog in volle gang was, maar nu is er ruimte voor meer mensen in de Gehoorzaal van Teyler. Dus ik zeg: kom gewoon.”

door Paul Lips

Het vak ‘kunstenaar’ is in de loop der tijden veranderd. Kon je daar in vroeger tijden nog een romantisch idee bij hebben in de trant van ‘de kunstenaar zwoegend in zijn atelier’. Neem Anton Heyboer, die in de jaren zestig van de vorige eeuw in afzondering werkte aan zijn etsen, waar hij zijn ‘systeem’ mee verbeeldde. Het was de tijd dat de verhalen vooruitsnelden en voor bekendheid zorgden. Helemaal toen journalist Henk van der Meyden zich met de kunstenaar en zijn bruiden begon bezig te houden, daar een televisieprogramma over maakte en een boek publiceerde. Vervolgens begon Heyboer ook te schilderen (soms met een bezem) en ging zijn werk volgens de kenners wel in kwaliteit achteruit. De bruiden hielpen met de praktische kant van het runnen van de galerie en de verkoop.


Ook in de huidige tijd zijn er kunstenaars de mening toegedaan dat het werk ‘zichzelf moet verkopen’. Niet iedereen is immers een Basquiat, bij wie galeriehouders zich bij wijze van spreken dagelijks in het atelier meldden om de nog druipende doeken voor veel dollars te verwerven. De marketing-kant van het kunstenaarsbestaan wordt vaak nog onderschat, weet ook Ellen Wolff, zelf actief als beeldhouwer. “Daarom zorgen we met KZOD dat er regelmatig ontmoetingen plaatsvinden. Zoals tijdens de maandelijkse Salon die doorgaans wordt gehouden in café In den Uiver. Daar kunnen kunstenaars elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen. Belangstelling tonen voor je collega’s hoort ook bij het vak, vind ik. Telkens staat er tijdens zo’n Salon één kunstenaar centraal die over zijn of haar werk mag vertellen. Daarnaast doen we ook evenementen als Place du Tertre, het tekenen op locatie. De opbrengst daarvan komt ten goede aan een goed doel.”


Janwillem Schrofer (Amsterdam 1945) werkte in uiteenlopende sectoren met een zwaartepunt bij educatie, zorgverlening en cultuur en was (1982-2010) hoogleraar-directeur van de Rijksakademie van beeldende kunsten. Thans adviseur, coach, gastdocent in kunstacademies en auteur van ‘Plan and Play, Play and Plan: Defining Your Art Practice‘ (2018, uitgeverij Valiz).
Ellen Wolff: “Janwillem houdt zijn verhaal met behulp van een powerpoint-presentatie. Ook wordt de aanwezigen gevraagd om wit papier (A4-formaat) en potlood of pen mee te nemen. De toegangsprijs voor niet-leden is in principe tien euro, maar dat mag ook naar draagkracht. Dit wordt voor kunstenaars gewoon een interessant seminar.”

HET PROGRAMMA VERLOOPT ALS VOLGT:
13.00 uur inloop via de Hoofdingang en verzamelen op de Rotonde
13.15 uur start in de Gehoorzaal
Korte pauze
15.30 uur einde seminar
15.40 uur borrel in galerie De Waag

Seminar Vormgeving van de kunstenaarspraktijk op 24 april in Teylers Museum – KZOD | Beroepsvereniging van Haarlemse kunstenaars

Interessant weetje: Janwillem Schrofer behoorde in de jaren zestig tot de vriendenclub waarvan Boudewijn de Groot en Lennaert Nijgh ook deel uitmaakten. ’s Zomers mocht de vriendenclub verblijven in villa De Bereklauw in Aerdenhout, het huis van de familie Schrofer. De ouders gingen dan op vakantie naar het buitenland. Tijdens de lange, hete zomers schreef Lennaert zijn ongeëvenaarde teksten, zoals voor het album ‘Voor De Overlevenden’.

 

Pin It on Pinterest

Share This