Ineens zong de naam ‘Godfried Bomans’ weer eens rond. Misschien heeft iemand op radio of televisie wel iets geroepen in de trant van ‘Godfried Bomans, wie kent hem niet?’ Of: ‘Godfried Bomans, die kent iederéén!’ Een misverstand dat steeds vaker opgeld doet. Dat ‘we’ geacht worden bepaalde figuren of verschijnselen te kennen, terwijl dat helemaal niet zo vanzelfsprekend is. ‘Dagboek van een Herdershond’, dat kent toch iederéén?? Arie Ribbens, wie kent hem niet?? Tja, ook deze tijd wordt eens de goeie ouwe tijd, om met Godfried te spreken.

door Paul Lips

Ik werd gewezen op het verschijnen van het boekje ‘Bomans Been – Bomans Gracht‘ van Eric J. Coolen,
Bies van Ede en Stefan de Groot. Ter gelegenheid van de vijftigste sterfdag van Godfried Bomans.
Ah, daar had ik dus even niet aan gedacht. Dat het alweer vijftig jaar geleden is dat de sprookjesschrijver het tijdelijke voor het eeuwige verruilde. Ooit de ‘meest gelezen schrijver’ van Nederland. Vandaar dat zijn naam de laatste tijd weer met enige regelmaat opdook in de media.

Ook wij hadden thuis verschillende boeken van Bomans in de kast staan. Ik las er wel eens in. Voor mijn Rooms-Katholieke ouders was hij een aansprekende figuur. Kwam Bomans op televisie, dan was het lachen geblazen. De schok was dan ook groot toen de mediapersoonlijkheid ineens stierf. Doodgaan, dat dééd je niet in die jaren. Mijn moeder ging zelfs naar de afgeladen begrafenis op de Rooms-Katholieke Begraafplaats Adelbert aan de Dennenweg in Bloemendaal, op 24 december 1971. Daar had ze ‘die Jan Wolkers’ ook nog aanwezig gezien. ‘Die vieze, rare vent’. Later in de jaren zeventig had ik een jaar geschiedenisles van Harry Prenen. Dat was een feest, vanwege zijn tomeloze verteltalent, waarbij hij zo nu en dan ook nog een schitterende bordtekening maakte. En later (1977)  huurde ik een kamer aan de Korte Zijlweg in Overveen, waar vlakbij Harry Prenen woonde, die ik vanuit mijn raam zijn avondwandeling zag maken.

Ooit moet ik begin jaren zeventig vanuit Haarlem-Noord wel eens naar de Parkweg zijn gefietst, teneinde een glimp van de sprookjesschrijver op te vangen. Die glimp kwam er niet, vanwege het hermetisch afgesloten bastion waar de auteur zich – ver van het muggengewoel – had teruggetrokken. Voor mijn boekenlijst las ik ‘Erik of het klein insectenboek‘. Veel vond ik daar niet aan. Andere Bomans-verhalen spraken meer tot de verbeelding. Maar toen ik mij eenmaal ontworstelde van dat duffe katholicisme en eigentijdser auteurs (zoals Campert en Wolkers) en dichters ontdekte, was het wel een beetje gedaan met de interesse voor Godfried Bomans. Vele jaren later zou een ‘innemende’ collega bij een dagblad nog verwoede pogingen doen het archaïsche bomansiaanse taalgebruik in ere te herstellen, wat hem – althans in zijn eigen schrijfsels – nog vier decennia lang gelukt is.

En nu is er deze uitgave onder de titel ‘Bomans Been – Bomans Gracht‘. Twee gedichten, talrijke illustraties en een voorwoord van Peter Hammann. Ook Hammann refereert aan Bomans als publieksfiguur, die geliefd was vanwege zijn spitsvondigheden, groot gevoel voor humor, schrijfstijl en ironie. Niet enkel bij de heren, maar ook bij de dames was Bomans ongekend populair. Daar kwamen vele jaren later nog enige ontboezemingen uit voort, van een dame die zich voorstelde als de geheime minnares van de geliefde auteur. Je vraagt je af waar de goede man de tijd vandaan haalde om ook bij zulke dames nog kopjes thee te gaan drinken. Er moest immers brood op de plank komen. Ooit zag ik een prachtige theatervoorstelling van Reinier Bulder die in de figuur Bomans was gekropen. Bulder wérd op dat toneel Bomans, compleet met angsten en donkere zijden die het grote publiek nimmer had kunnen bevroeden maar pas later aan het licht zijn gekomen.

Op het moment dat ik dit schrijf, dames en heren, boeren, burgers en buitenlui, is wellicht het boekje ‘Bomans Been & Bomans Gracht’ nochtans reeds uitverkocht, hetgeen mij als influencer en ambassadeur van de schone kunsten met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal plezieren. Toch ben ik van mening dat u als eerbiedwaardige lezer zélf inzage zou dienen te moeten krijgen in deze aardige curiositeit, die wellicht als zeldzaamheid de geschiedenis in zal gaan.

De Haarlemse auteur Bies van Ede probeerde de geest van Godfried Bomans te vangen in twee fraaie stadsgedichten. Dat eerste vers ‘Bomans Been‘ (met illustraties van Eric Coolen) benadrukt meteen ook het tragische lot van de publieksfiguur die Bomans was. Immers, als we het over de goede man hebben gaat het vaak slechts over dat ene woord: ‘been’. Een anekdote die telkens opnieuw wordt verteld, herhaald, verkeerd geciteerd, uitgemolken en wat dies meer zij.
In het andere gedicht ‘Bomans Gracht‘ (met illustraties van Stefan de Groot) komt aan de orde hoe Godfried en zijn vriend Harry Prenen met het uit hun fantasie ontsproten schertsgenootschap de ‘Rijnlandsche Academie’ voorkwámen – zo gaat het verhaal – hoe een plan van hoogwaardigheidsbekleders om de Bakenessergracht te dempen zou worden uitgevoerd. Hoewel niet geboren in de Spaarnestad, wist Bomans toch steeds weer Haarlem te betrekken in zijn publieke uitingen. Net als de schrijver van het gedicht overigens.

Tekst loopt door onder onderstaande afbeelding.

Stefan de Groot: “In de illustraties die ik voor dit boekje heb gemaakt laat ik de geestverschijning van Godfried Bomans als het ware terugkeren naar het Haarlem van nu. Je ziet hem zijn pijp aansteken in café-restaurant Brinkmann aan de Grote Markt. Maar verderop zitten aan een tafeltje Bies van Ede en Eric Coolen. En inderdaad zie je mijzelf daar ook tekenend aan een tafeltje zitten. Vervolgens wandelt Bomans langs het borstbeeld van Harry Mulisch en tikt daar met de steel van zijn pijp even de kin van zijn collega aan. Met op de achtergrond Pa Pinkelman en tante Pollewop. Bomans draagt een map bij zich waar een tekening uitvalt gemaakt door Harry Prenen: de schets van het wapen van de Rijnlandsche Academie. Vervolgens wandelt hij door de Jansstraat en het Begijnhof richting de Bakenessergracht.”
“Ik heb hem een beetje ondeugend verbeeld. Godfried Bomans had natuurlijk een apart gezicht. Hij loensde, had een verwarde haardos, van die borstelige wenkbrauwen en een bril met jampotjesglazen. En natuurlijk onberispelijk gekleed in zo’n ruitjeskostuum. Pijp binnen handbereik. Ja, er zijn verschillende acteurs die hem later hebben gespeeld. Haarlemmer Bas Heerkens deed dat ook goed.”
“Bomans was natuurlijk zo’n beetje de eerste schrijver die uitgroeide tot een wat ondeugende, maar toch beschaafde tv-persoonlijkheid. Daardoor is zijn literaire werk ondergesneeuwd. Maar hij is nog lezenswaardig, hoewel hij in de huidige tijd door sommigen als oubollig wordt beschouwd. Vooral die korte stukjes – een soort Engelse humor – daar kan ik nog steeds om grinniken.”

 

Pin It on Pinterest

Share This