‘Malle Babbe’ leeft voort… in Haarlem

Een dagelijks rondje langs instagram levert soms mooie dingen op. Zo viel mijn oog op een schilderij van de hand van Fred Rosenhart, dat onmiskenbaar de roemruchte Haarlemse Malle Babbe voorstelt. Met kroes bier in de rechterhand en wijze uil op de linkerschouder. Die kroes is aan de grote kant. Maar dat zou kunnen, want zo’n ding schijnt een ‘flapcan’ te heten. Rosenhart schilderde het portret vrij naar dat klassieke werk van Frans Hals uit de periode 1633-1635. Het hangt in de Gemäldegalerie in Berlijn. Wij kennen Malle Babbe vandaag de dag beter als de dame van lichte zeden uit het lied waarmee Rob de Nijs begin jaren zeventig een hit scoorde, op tekst van Lennaert Nijgh en muziek van Boudewijn de Groot.

Arma Klaasen als ‘Malle Babbe’, Fred Rosenhart

Dat was dus een vergissinkje. Dat Lennaert dacht dat die malle dame er eentje van lichte zeden was, die het blijkbaar wel geinig vond als ze een klap op die lekkere kont ontving (kom er vandaag nog eens om). Lennaert had het schilderij ‘Het Zigeunermeisje‘ – hoogstwaarschijnlijk in het Frans Hals Museum – gezien en was in de veronderstelling dat Hals met dat doek de ‘heks van Haarlem’ – zoals Babbe in vroeger tijden ook wel werd genoemd – had verbeeld. Afgaande op het riante decolleté van het schattige zigeunermeisje deed dat de fantasie van Nijgh dusdanig prikkelen dat het hem inspireerde tot de vrolijke meezinger, die oorspronkelijk voor Adèle Bloemendaal was bedoeld.

‘Het Zigeunermeisje’, Frans Hals

Fred Rosenhart is acteur, regisseur en beeldend kunstenaar. Hij kruipt met grote regelmaat in de huid van illustere historische figuren, zoals Rembrandt, Anthony Fokker, Adriaan Pauw of Cruquius. En Frans Hals. Met de acteurgroep Living History worden stukken op locatie gebracht. Zo ook het verhaal van Malle Babbe, die in werkelijkheid Barbara Claes heette, een verstandelijke beperking had en waarschijnlijk leed aan cretinisme (dwerggroei). Ze schijnt werkzaam geweest te zijn in de toenmalige kroeg ‘Bastaert-Pijp’ in de Smedestraat. Ze schijnt ooit opgepakt te zijn door de ‘kapitein van de schutterij’ wegens ‘oneerbaar gedrag’.

‘Hille Bobbe’, ets naar Frans Hals uit 1870 van Leopold Flameng

Frans Hals portretteerde haar, maar ook de negentiende-eeuwse schilder Gustave Courbet en zelfs de meestervervalser Han van Meegeren tijdens de jaren tussen de twee wereldoorlogen. In de Haarlemse Barteljorisstraat staat een Malle Babbe-beeld van Kees Verkade, en er is een koor Malle Babbe dat onder leiding van Leny van Schaik staat. Of dit koor binnenkort weer zal kunnen optreden valt te bezien.

‘Malle Babbe’, Han van Meegeren

Daarnaast is er in Leiden aan de Nieuwe Beestenmarkt een café Malle Babbe, waar iemand in december 2013 een fiets door de ruit van de pui smeet. Het heerschap dat voor deze daad werd opgepakt bediende zich waarschijnlijk van een valse naam. De man die voor de fietssmijterij voor de rechter moest verschijnen was waarschijnlijk niet degene die dit vervelende akkefietsje op zijn kerfstok had, dus er is nochtans nimmer iemand veroordeeld.

Malle Babbe en Frans Hals in Haarlem

De op Fred Rosenhart’s doek afgebeelde vrouw is de Haarlemse Arma Klaasen, die in de huid van Malle Babbe is gekropen en daarnaast bekend staat om haar vele mooie rollen in het lokale amateurtoneel. Zo nu en dan duiken Frans Hals en Malle Babbe op in het Haarlemse. Jaarlijks wordt rond de herdenking van het verkrijgen van de stadsrechten een stukje theater vertolkt. Dat gaat niet enkel over de tijd van Frans Hals, maar ook over de huidige tijd, verzekert Rosenhart. ,,Over het vrouw zijn in het algemeen, en over hard werken. De uil – die verlokking en alcoholisme symboliseert – vormt een rode draad. We hopen het in november weer te kunnen spelen, als Haarlem viert dat het 775 jaar stadsrechten heeft.”
Sekswerkers vandaag de dag schijnen het niet makkelijk te hebben. In het lied dat Rob de Nijs zingt lijkt Malle Babbe gewoon een leuke blonde meid te zijn, die zich tussen het gepeupel in een dranklokaal ophoudt en haar weg wel weet te vinden in tussen de flapcans met blondschuimend bier. Zo’n meid die even bij jou als kroegtijger op schoot komt zitten en in je oor fluistert ‘ga je met me mee schat?’. Het schijnt dat de jazzmuziek is ontstaan in het zwoele ‘French Quarter’ in New Orleans, waar eveneens losbandige dames huisden. Hoe leuk zou het zijn als er de komende week weer eens jazzmuziek zou klinken in café Het Wapen van Bakenes… op steenworp afstand van de rosse perceeltjes. Het zal een fantasie blijven, vrees ik. De coronacrisis doet de jazz de das om. En wie betaalt bepaalt. Dus programmeert de organiserende geldschieter op de Grote Markt zitconcerten met o.a. de 3J’s en noemt dat Haarlem Jazz & More Sit-Down Edition. Dan is het beter om thuis sit-down naar echte jazz te luisteren. Met een blondschuimende flapcan binnen handbereik.

PAUL LIPS

paulenremco

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *