Marcel Goedhart over de tovenaar van de Nederpop: Robert Jan Stips

(foto NTR)

Liefhebbers kennen hem als de man die muzikanten boven zichzelf uit laat stijgen: Robert Jan Stips. Toetsenist, zanger, componist, arrangeur en producer. De bescheiden Hagenees (thans Delftenaar) staat centraal in de documentaire ‘De tovenaar van de Nederpop’, die donderdagavond 24 januari om 22.55 uur te zien is op NPO2 bij Het Uur van de Wolf. Regisseur en oud-Haarlemmer Marcel Goedhart volgde Stips tijdens het schrijven en repeteren van een nieuw album. Een album met muziek in de stijl van zijn eerste groep: Supersister, de legendarische progrockband die furore maakte tussen 1970 en 1974.

Marcel Goedhart leerde de muziek van Supersister kennen via een schoolgenoot van het toenmalige Marnix College aan de Planetenlaan in Haarlem-Noord.
,,Ik was een jongen van zestien toen ik op de kamer van schoolvriend Dik Schuurman in Haarlem “Pudding en Gisteren” van Supersister hoorde.”

Marcel Goedhart

,,Het was 1976, vier jaar nadat de plaat uit was gekomen. Ik had nog nooit van Supersister gehoord. Maar toen Dikkie ‘m opzette belandde ik in een totaal nieuwe wereld. Het was sprookjesachtig, melancholiek, het was georganiseerd chaotisch, het was grappig, de teksten waren onbegrijpelijk goed. Ik was verkocht.’’


Goedhart bleef Stips volgen. Bezocht concerten met groepen als Golden Earring, Sweet d’Buster, Transister en Nits. Ook de soloplaten werden trouw aangeschaft. Voor Marcel waren de afgelopen herfstmaanden een feest, omdat hij in staat werd gesteld om voor de NTR een documentaire te regisseren. Uiteraard met een heel team, zoals ook de hoofdpersoon van de docu een heel team om zich heen had verzameld: muzikale vrienden door de jaren heen. Plaats van handeling: strandtheater De Fuut op het Haagse Zuiderstrand.

Een aparte plek, een strandtent.
,,Robert Jan kent de eigenaar van De Fuut, die bereid was iets langer open te blijven. In oktober was het nog prachtig weer. Ik wilde liever niet filmen in een opnamestudio, omdat dat doorgaans zo’n sfeerloze omgeving is. Voor mij was het een ‘trip down memory lane’ om al die muzikanten te ontmoeten. Cesar en Rinus van de Earring, Peter Calicher van Gruppo Sportivo, Henk Hofstede, Rob Kloet en Joke Geraets van de Nits, om er maar een paar te noemen. En natuurlijk slagwerker Marco Vrolijk van Supersister, de drummer die over zijn trommels en cymbals ‘danst’. Leuke mensen.’’

Prachtig is het moment dat Bart Chabot vertelt over Robert Jan, een man die je op straat zo maar voorbij zou kunnen lopen, zonder hem te herkennen.
,,Robert Jan Stips is eigenlijk heel moeilijk te plaatsen. Daarom leek het me mooi als Bart die vertellersrol zou pakken. Een voice-over. Stips is natuurlijk een hele bijzondere gozer. Hij heeft wel een schare fans, maar dat aantal is natuurlijk niet zo heel groot. Zijn muzikale carrière behelst niet een broeierig, spannend rock ’n rollverhaal. Hij was bij Supersister weliswaar de frontman, maar ook weer niet zo op de voorgrond. Maar wel een heel bijzondere man.’’

Hoe uit zich dat speciale bij Stips?
,,Dat hoor je als mensen over hem praten. Zijn vroegere geliefde Dorien van der Valk – die veel albumhoezen heeft ontworpen – zegt over hem: ‘hij geeft zuurstof’. Let op het moment dat hij in de documentaire een bepaalde slagpartij uitlegt aan Cesar Zuiderwijk. Stips blijft geduldig, rustig. Freek de Jonge zegt: hij is een goede pedagoog. Je mag fouten maken bij hem.
Overigens heb ik nog een grappig momentje meegemaakt met Hans Vandenburg van Gruppo Sportivo, die me vertelde dat hij tijdens zijn muzikale loopbaan zo’n beetje ‘met iedereen ruzie had gehad, maar met één iemand niet’. Dat fragment heeft de docu niet gehaald.’’

(foto NTR)

Er zitten bijzondere momenten in, zoals Stips die over zijn jeugd verhaalt. In dat licht zou je dat melancholische sfeertje of de soms sombere tekstregels in de Supersister-muziek beter kunnen begrijpen.
,,Het moest niet enkel een muziekdocumentaire zijn. Ik wilde ook graag dat we een beeld krijgen van de mens Robert Jan. Hij is voor velen min of meer een mysterie. Zelfs zijn
Supersister-vriend Marco Vrolijk wist enkele dingen nog niet die Stips in de documentaire vertelt. Ik hoop dat de kijker hem via deze docu wat beter leert kennen.’’

Supersister (archieffoto)

Robert Jan Stips komt binnenkort met een plaat in de stijl van Supersister, en concerten in Paradiso en Het Paard van Troje. Niet letterlijk Supersister, mede omdat bassist Ron van Eck en fluitist Sacha van Geest inmiddels zijn overleden, maar muziek ‘in de stijl van’. Met veel gastmusici.
,,Ja, het is de gelaagdheid van die muziek die het zo goed maakt. Ook vandaag de dag nog. Er zijn fans over de hele wereld. Het is toch ongelofelijk hoe dat klinkt? Het is min of meer complex, maar toch toegankelijk. Geweldig toch, dat dit allemaal vanuit een schoolbandje is ontstaan? Geen conservatorium-muziek, ook al stonden ze vanwege de drie brildragers binnen de groep bekend als ‘het intellectuele bandje’. Voor mij waren in dat jaar 1976 maar twee elpees die er toe deden: ‘Songs In The Key Of Life’ van Stevie Wonder en ‘Pudding en Gisteren’ van Supersister.’’

INTERVIEW: PAUL LIPS
FOTO’S: NTR

NASCHRIFT: MEMORIES ARE NEW / STIPS IN HAARLEM & OMGEVING (door Paul Lips)

Eind jaren zestig trad Supersister op in Electric Center aan de Bakenessergracht in Haarlem. Helaas zijn die momenten aan mij voorbijgegaan. Het in 1973 verschenen album ‘Superstarshine Volume 3’ was mijn eerste kennismaking. Daarna volgden (niet chronologisch) ‘Present from Nancy’ en ‘Iskander, later ‘Pudding en Gisteren’ en ‘To the highest bidder’.

Tijdens mijn mijn jonge jaren ben ik twee keer in de gelegenheid geweest om Supersister live te zien spelen. Weliswaar niet in de onovertroffen oersamenstelling (dat gebeurde pas veel later rond de eeuwwisseling tijdens de reünie in Paradiso), maar in de zogeheten ‘Iskander’-bezetting. De eerste keer was in januari 1974 in zaaltje De Krocht in Zandvoort. Ik fietste er naar toe met mijn buurjongen Paul Peters. Saxofonist/fluitist Charlie Mariano had de groep al verlaten. Hij werd vervangen door gitarist John Schuursma (o.a. Brainbox), die dat uitstekend deed. Ook de drumsolo van Herman van Boeijen hoorde bij de lang uitgesponnen stukken. Op Koninginnedag van dat jaar speelde Supersister (dit keer met saxofonist Elton Dean) in de Kennemer Sporthal in Haarlem. Ook een aantal andere popbands (waaronder Kayak) traden op. Weer ging ik er heen met mijn buurjongen, we waren immers fans.

Paul Peters constateerde dat het wel wat rommelig klonk allemaal, en dat het orgel van Stips ‘te hard’ stond afgesteld in die galmbak van een sportzaal. Niet lang daarna viel Supersister uit elkaar. Op dezelde dag dat de band het voor gezien hield stonden Cesar en Rinus van Golden Earring bij Stips op de stoep (zoals in de documentaire wordt verteld).

Zo’n zeven jaar later ontmoette ik Robert Jan Stips opnieuw, in de gang van CBS Grammofoonplaten B.V. aan het Stationsplein, waar ik werkzaam was. Met Dorien van der Valk kwam hij voor een bespreking over de hoes van zijn solo-album ‘U.P.’. De jaren daarvóór had ik Stips enkele keren in Haarlem zien optreden met Transister en Sweet d’Buster. Dat hij als bandlid toetrad tot The Nits en zijn betoverende synthi- en pianopartijen toevoegde aan het album ‘Omsk’, bleek de som der delen alleen maar groter te maken. (Paul Lips)

 

 

paulenremco