Kleurvlakken. Horizontaal. Verticaal. Diagonaal. Curves. Rechte vlakken. Soms met weinig kleur, dan weer in felle kleuren. Maar altijd in een minimalistische stijl. Haarlemmer Frans Vendel (1955) toont zijn recente werken bij galerie Kruis-Weg68. Gewoon gaan kijken, is het devies. Het werk spreekt voor zichzelf en verwijst op geen enkele wijze naar de werkelijkheid die wij waarnemen. Daarmee zal de kijker het moeten doen. Eén ding is zeker: het werk maakt deel uit van een ontwikkeling. ‘Ik beschouw dit niet als mijn eindpunt, ik blijf onderzoeken’.

door Paul Lips

Frans Vendel zag ik zo nu en dan langs schuiven toen ik in 1974 in 4HAVO van het Mendelcollege aan de Pim Mulierlaan terechtkwam. Hij verliet de school met een diploma op zak in 1975. Ik drie jaar later. Een jaar of drie geleden zag ik hem wéér, dit keer in het ateliercomplex aan de Gedempte Voldersgracht. Dat was tijdens een Kunstlijn-weekend.
Zijn schilderijen in minimale stijl fascineerden. Ik besloot hem te volgen via de sociale media. Recent ook via Instagram, waar ik bij elke nieuwe post mezelf als het ware hoorde mompelen: ‘hee, een nieuwe Frans Vendel’. De onmiskenbare stijl herkenbaar uit duizenden.
Inmiddels zijn we een pandemie verder en gebeurt er van alles rond de Haarlemmer. Een solotentoonstelling van zijn werk bij Kruis-Weg68, een interview op de website van de galerie en een film gemaakt door dochter Berne.
Over die titel mag worden geglimlacht. Zou er nu eigenlijk ‘O.K.’ moeten staan, of ‘okay’? Ook dat lijkt een kleine ‘mistake’, zoals er in de werken hier en daar ‘mistakes’ aanwezig zullen zijn die ons als kijker niet zullen opvallen. Ze lijken in tegenstelling te staan met de strakheid in vormen die de kunstenaar nastreeft. Zoals in de film te zien werkt hij met afplaktape dat na de schilderactiviteit zorgvuldig wordt verwijderd. De acrylverf die is opgebracht is verdund.
Want:

“Handschrift mag niet zichtbaar zijn. Bij mij moet het glad zijn. Ik zou zo’n strak vlak ook kunnen combineren met een wat ruwer vlak. Misschien doe ik dat nog wel eens. Maar de stijl die ik nu hanteer kun je omschrijven als ‘hard-edged painting’. Mijn eerste abstracte werken waren trouwens in één kleur, monochroom. Het kiezen van de kleuren gebeurt vooraf in mijn hoofd. Vervolgens meng ik de kleuren zelf.
Nee, er zitten geen verwijzingen naar de werkelijkheid in dit werk. Totaal niet. Ik zoek naar een spanning tussen de vlakken. Tussen de vorm en de kleur. En dat is ook meteen de inhoud.
Als er een klodder verf op het doek belandt dan is het niet oké. Dan kan ik overnieuw beginnen. Dat krijg je er nooit meer af. De ondergrond is linnen. De drager maakt onderdeel uit van het werk. Mensen denken vaak dat het een kleur is die ik heb gebruikt. Maar het is de drager.”

Een keuze om kunstenaar te worden is bijna nooit vanzelfsprekend. Hoe ging dat bij jou?

“Van huis uit mocht ik geen kunstenaar worden. Dat was not-done. Dus ik begon met een rechtenstudie, en stapte over naar kunstgeschiedenis. Trouwens, ik was na mijn middelbare schooltijd al wel eens naar een open dag van de Rietveld Academie gegaan. Later – in de periode dat ik kunstgeschiedenis studeerde – heb ik mijn broer een keer naar de Rietveld gebracht. Toen liep ik daar rond en dacht: waarom studeer ik hier niet aan deze academie? In 1988 heb ik de stap gezet, een fantastische tijd. Toen ben ik aangenomen op mijn tekeningen. Wat best een beetje lullig klinkt vind ik: ‘hij is aangenomen op zijn tékeningen. Maar ik heb altijd wel getekend, op het Mendelcollege ook al. Bij cultuurinstelling Kreater zat ik op modeltekenen en ben ik nog een tijdje een soort manusje-van-alles geweest.” ‘Grande Odalisque’, Jean-Auguste-Dominique Ingres (1814)

Die stijl van het minimalisme, daarover kun je als kijker heel snel concluderen: ‘ik snap het niet dus vind ik het niet mooi’. Mij persoonlijk fascineert het me wel…

“Qua kunst hou ik vooral van de moderne tijd. De stroming van CoBrA daar was ik niet zo kapot van, hoewel zij wel veel teweeg hebben gebracht. Maar ook iemand als Jean-Auguste-Dominique Ingres (1780-1867) kan ik waarderen. Hoewel je dat natuurlijk niet terugziet in mijn werk, haha. Ik ben meer beïvloed door minimalisten als Elsworth Kelly, Robert Mangold, Brice Marden.”

Je werk is ook internationaal te zien, zoals in Canada, Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Australië. Maar is het werk waarmee je een groot publiek kan trekken?

“Daar wacht ik op, hahaha. Zo’n tien jaar geleden deed ik voor het eerst mee met de Kunstlijn. Collega’s in het ateliercomplex zeiden: doe gewoon je deur open. Ik was verbaasd over de hoeveelheid mensen die kwam kijken. En ik verkocht ook nog goed.”

Tot slot, jouw schilderkunst komt over als zeer gedisciplineerd, strak en wellicht ook afstandelijk. Is Frans Vendel in het dagelijks leven een gereserveerd type?

“Dat denk ik niet. Ik ben bijvoorbeeld gek op dansen. Op discomuziek. Dat deden we lange tijd thuis. Met een groepje. En nu af en toe in een zaaltje. Als ik drie tonen James Brown hoor sta ik al te swingen hoor.”

‘MISTⱯKES ARE OKÉ’ van Frans Vendel, tot en met zaterdag 2 april te bezichtigen van donderdag t/m zaterdag van 11.00 – 18.00 uur en op afspraak. Kruisweg 68.

Home – Galerie KRUIS-WEG68

pagsdk1 (xs4all.nl)

‘Grande Odalisque’, Jean-Auguste-Dominique Ingres (1814)

Pin It on Pinterest

Share This