Leestijd:

Reading Progress:

Natasja Admiraal en Jelle F. Post duiken met een nieuw boek in ‘de wondere wereld van hoofd- en gezichtshaar’

Geplaatst op 21 juni 2023

‘Haar, 150 kapsels, snorren en baarden’ is het nieuwe boek van journalist Natasja Admiraal en grafisch ontwerper Jelle F. Post. ‘Dit boek neemt je mee in de wondere wereld van hoofd- en gezichtshaar, aan de hand van 150 kapsels, snorren, baarden, pruiken en extensions’, valt te lezen in de inleiding. Het fenomeen ‘haar’ heeft Natasja Admiraal altijd al geïntrigeerd: het staat voor iemands identiteit. Aanleiding voor een gesprek met als insteek ‘muzikale kapsels’.

door Paul Lips

Geamuseerd glijdt Natasja’s blik langs de ontelbare gele post-it-blaadjes in mijn persexemplaar van het boek. Ze wil er meteen een foto van maken. En, dat moet gezegd, er staat zoveel interessants en leuks in deze ‘haarbijbel’ dat de ondergetekende de afgelopen weken tijdens het lezen telkens opnieuw een geel plakkertje (met een geschreven trefwoord) op een pagina plakte: ‘suikerspinkapsel’, ‘dreadlocks’, ‘giraffe’ enzovoort.

Journalist Natasja Admiraal (met suikerspinkapsel) en grafisch ontwerper Jelle F. Post (met plaksnor) tijdens de boekpresentatie.

Een maand geleden werd het boek ‘Haar, 150 kapsels, snorren en baarden‘ (Waanders Uitgevers, Zwolle) gepresenteerd bij de Kennemer Boekhandel aan de Kleverparkweg in Haarlem. Dat werd een vrolijke avond, waarvoor een aantal aanwezigen zich zelfs had uitgedost met speciaal aangebrachte pruiken, snorren en baarden. Natasja zelf had zich een zogeheten beehive-kapsel aangemeten, dat wij in Nederland kennen onder de naam ‘suikerspin’. Ook Jelle F. Post was uit Stiens (Fr.) naar Haarlem afgereisd. Jelle maakte de illustraties en verbeeldde de verschillende haartypen op een stilistisch eenvoudige maar toch gedetailleerde wijze. Daarnaast hield haarstylist en kunstenaar Tommy Hagen een praatje. Tommy Hagen werkte ruim twee jaar geleden mee aan de tentoonstelling ‘Mode in Kleur‘ in Kunstmuseum Den Haag en voorzag de daar de geëxposeerde poppen van passende haarstukken. Meteen was duidelijk dat ‘het dragen van haar’ allerlei connecties heeft met kunst in de breedste zin van het woord. In die zin is Natasja Admiraal een wandelende encyclopedie vol verwijzingen en anekdotes. In haar inleiding van het boek geeft ze de lezer een mooi motto mee. ‘…Of het nu op de catwalk is, op straat, in de trein, in magazines of bij de kapper: bijzondere kapsels, baarden en snorren zijn overal. Dus ik zou willen zeggen: laten we de veelzijdigheid, kracht en natuurlijke schoonheid van haar vieren. En bovenal genieten van de vrijheid die haar geeft om onszelf uit te drukken!’
Het lexicon is ingedeeld in vier hoofdstukken: ‘kapsels’, ‘snorren’, ‘baarden’ en ‘vals haar’. Het bleek geen sinecure om de schat aan informatie terug te brengen tot compacte teksten, waarbij veel ‘darlings‘ moesten worden ‘ge-killed‘, zoals dat in goed Nederlands heet. Al lezend is duidelijk dat de talloze vormen van het dragen van haar allerlei wortels hebben in de historie.

Dit boek heeft een andere vorm dan jullie eerdere boek ‘Mode ABC’. Is dat bewust?
Natasja Admiraal: “Daar hebben we inderdaad bewust voor gekozen. Ik ben heel blij dat het echt weer een compleet ander boek is geworden. Klein en dik, een soort haarbijbeltje. Het idee voor het formaat kwam van Jelle. Je kunt het hierdoor ook rechtop zetten. Kijk, hier op de rug lopen de letters ‘H A A R’ recht naar beneden. Verticaal. Daardoor springt het meteen in het oog, zowel in de boekhandel als in de boekenkast.”

Ik heb genoten van de vele verwijzingen en historische details. Een kapsel dat mij bijzonder aanspreekt is het Beatle-kapsel, waarschijnlijk rond 1960 bedacht door de jonge Duitse fotografe Astrid Kirchherr…

“Zij werd verliefd op de toenmalige basgitarist Stuart Sutcliffe tijdens de zogeheten ‘Hamburgse’ periode van The Beatles en gaf hen advies over hun kleding en kapsels. Ze knipte Stuart en gaf hem een kort, bloempot-achtig kapsel (‘moptop’) met ronde vormen. Dus geen vetkuif met Brylcreem meer (zoals daarvoor) maar een nieuw experiment.
Het komt vaker voor dat kapsels ontstaan door een combinatie van toevalligheden. Anderen bedachten iets voor jou, en jij werd daar beroemd mee. Zo’n kapsel ging bij een persoon horen. Vaak ging het om een mooie samenwerking tussen een haarstilist die iets nieuws wilde doen en het juiste gezicht voor zo’n kapsel.
Neem Twiggy, die als zestienjarig meisje net ontdekt was als model en door een kapper in Mayfair werd gevraagd of zij model wilde wilde staan om een nieuw kapsel te demonsteren. Ze had een elf-achtig gezicht met grote ogen en lange wimpers. Ze werd met haar korte ‘pixie-cut’ hét gezicht van de jaren zestig. Het haar is tot boven de oren geknipt met een zijscheiding. Aanvankelijk beviel dit kapsel haar trouwens helemaal niet, pas later raakte ze er aan gewend.”

The Ronettes in 1966 (foto James Kriegsmann).

Twiggy had voor mij iets te zoetigs. Ik was meer gecharmeerd van de zogeheten suikerspin-kapsels van The Ronettes en Brigitte Bardot in die tijd. Maar ik begrijp dat daar ook een andere benaming voor is.

“Dat klopt. De bedenkster was Margareth Vinci Heldt, een haarstylist uit Chicago. Een Amerikaans tijdschrift vroeg haar om iets compleet nieuws te bedenken. Margareth Vinci Heldt liet zich inspireren door de bolle vorm van een zwartfluwelen avondhoedje. Het ging er om om volume op het hoofd te creëren. Dat doe je door het haar op te kammen en te touperen. Bussen haarlak doen de rest. De bedenkster van het suikerspinkapsel is trouwens 98 jaar geworden, ze heeft haar vak tot op hoge leeftijd uitgeoefend. Bekende draagsters van het suikerspin-kapsel zijn The Ronettes en Audrey Hepburn. En later ook Amy Winehouse. Het kapsel dankt zijn naam aan de vorm en textuur: een kleverige, kegelvormige haarmassa. Dat Amerikaanse tijdschrift – genaamd ‘Modern Beauty Salon‘ – noemde het overigens ‘beehive‘, omdat het ook op een bijenkorf lijkt.
Een variatie in die tijd was de ‘bouffant’ (de naam komt uit het Frans en betekent ‘opblazen’), waarbij het haar werd getoupeerd, glad gekamd en onderaan aan beide zijden een krul kreeg. Denk aan zangeres Dusty Springfield. In die jaren kwam er trouwens commentaar op Amerikaanse scholen, want al die meisjes droegen zulke kapsels in de klas en anderen konden daardoor de leraar of het schoolbord niet meer zien!”

afro-kapsel (illustratie Jelle F. Post)

Andere kapsels, zoals de ‘afro’ of het ‘rastahaar’ (dreadlocks) of het stekelige punkhaar vormden of vormen een duidelijk statement…

“Dreadlocks kennen een rijke geschiedenis. Ze zijn nauw verbonden met reggaemuziek en een relaxte levensstijl, maar ook met spiritualiteit en innerlijke groei. Heel veel volkeren droegen in vroeger tijden dreadlocks. Dreads staan ook voor mythische kracht, sommigen geloven dat je ze daarom niet mag afknippen, denk aan het bijbelverhaal van Samson en Delilah. Zanger Bob Marley bekeerde zich tot het rastafarisme nadat keizer Haile Selassie een bezoek aan Jamaica had gebracht. De echte naam van de keizer was trouwens Ras Tafari Makonnen, waarbij het eerste woord ‘ras’ staat voor een eretitel in de stijl van ‘sir’ of ‘lord’. Inderdaad, een hele geschiedenis waar nog veel meer verhalen aan vastzitten. Hetzelfde geldt voor de ‘afro’, een kapsel dat lange tijd werd aangemerkt als ‘onverzorgd’ of ‘niet representatief’ voor op het werk. Maar in de jaren zestig en zeventig groeide de afro uit tot een krachtig symbool van Black Power en de antiracistische beweging.”

de ‘flattop’ van Grace Jones was al in vroeger tijden populair

Van de reggae maak ik een sprong naar de nog steeds geweldige Grace Jones, bekend van dat vierkante kapsel dat ook door de vormgever van haar platenhoezen heel creatief is benut.

“De flattop! Zo’n kapsel dat helemaal plat is van boven. De geschiedenis van dit kapsel heeft trouwens een Nederlands tintje. Zangeres Grace Jones woonde destijds in New York, in hetzelfde flatgebouw als de Nederlandse kapper Christiaan Houtenbos. Het verhaal gaat dat Grace een keer rond middernacht uit haar raam schreeuwde dat ze een nieuw kapsel wilde. Christaan pakte zijn scheermes en… de rest is geschiedenis. Met de plaat ‘Nightclubbing‘ uit 1981 werd ze wereldberoemd. Een mysterieuze verschijning, gekleed in een mannenpak met brede schouders. Een icoon van de jaren tachtig.
Maar… de flattop is als kapsel al ouder. In de jaren vijftig van de vorige eeuw waren dit soort kaarsrecht afgesneden kapsels in de mode. Een kapper uit Wisconsin bedacht in 1956 een heel speciale manier voor het maken van de flattop: hij bevestigde zijn elektrische tondeuse aan een uitschuifbare arm, zo kon hij de perfecte rechte lijnen creëren!”

de snorbeschermer (foto collectie Museum Rotterdam)

Het is onmogelijk om alles uit het boek te behandelen. Je hebt hier en daar ook ruimte genomen om haar-attributen af te beelden. Van die apparaten waarmee je haren in vorm kunt houden, zoals kammen, spelden, elastieken of Brylcreem en soorten föhns. Maar er bestaan ook speciale attributen voor bijvoorbeeld de snor.

“Jazeker. Mannen gebruikten vroeger bijvoorbeeld een knevelbinder om hun snor tijdens het slapen te beschermen. Een lapje van gaas in de vorm van een snor, met schapenleer aan de uiteinden en elastiek er aan. Zo hield de snor tijdens het slapen zijn gekrulde vorm. Maar er zijn ook voorbeelden van accessoires als speciale kopjes of lepels waarmee je beschaafd kon eten en drinken, als drager van zo’n enorme walrussnor. Voor de baard bestaan er bijvoorbeeld kammen, baardconditioner, baardboter en baardkralen. Enkele gebruikte afbeeldingen van dit soort attributen komen uit historische collecties, bijvoorbeeld het Victoria & Albert Museum in Londen.”

Tot slot, we leren we uit het boek van alles over pruiken en ‘vals’ haar, pruiken die in de zeventiende eeuw uitgroeiden tot een statussymbool van de adel en rijkere burgers. Fascinerend…

“Het haar onder de pruik werd vaak kortgeknipt of helemaal afgeschoren. Halverwege de zeventiende eeuw – de tijd van Lodewijk de Veertiende – kwamen er steeds meer pruikenmakers. De beste pruiken waren gemaakt van mensenhaar, en het vervaardigen was een arbeidsintensief werk. Tijdens de zogenaamde ‘pruikentijd’ werden die pruiken vaak ingesmeerd met varkensvet en gepoederd met fijngemalen meel. Daar werd dan meestal een lekker geurtje aan toegevoegd.
Onlangs was ik met mijn moeder in Venetië waar we in Museo Correr gefascineerd hebben staan kijken naar een pruikenkabinet uit de achttiende eeuw. Het had verschillende compartimenten en lades, voor het opbergen van pruiken én toebehoren zoals varkensvet en haarpoeders. Uiteindelijk is de pruik weer uit de mode geraakt. Zo rond 1795 werd er in verschillende landen een haarpoederbelasting ingevoerd en ontstond een schaarste aan meel. Meestal is het een combinatie van factoren waardoor zo’n trend als deze uiteindelijk weer uit de mode raakt.”

‘Haar, 150 kapsels, snorren en baarden’, door Natasja Admiraal en Jelle F. Post. Uitgeverij Waanders, Zwolle, € 26,95.
ISBN 9789462624726

Haar – 150 kapsels, snorren en baarden – Waanders Uitgevers

Welkom bij Natasja Admiraal – Freelance journalist en tekstschrijver (natasja-admiraal.com)

Jelle F. Post – Grafisch Ontwerp (gewoonjelle.nl)

 

We stellen jouw beoordeling op prijs.

Klik op een ster om dit artikel te beoordelen

Gemiddelde waardering: 4

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Het spijt ons dat dit artikel niet aan jouw wensen voldeed!

Laten we dit artikel verbeteren!

Vertel ons hoe we dit artikel kunnen verbeteren?

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vergelijkbare artikelen

Pin It on Pinterest

Share This