Neerdalende confetti van Haarlem-liederen

Het feestgedruis is verstomd. De confetti is nedergedaald. De Spaarnestad beleeft qua stadsrechten een jubileumjaar en dat is zo goed en zo kwaad als het gaat gevierd. Zonder al te veel drank en spijzen of massaal bezochte culturele uitspattingen, maar mét mondkapjes en anderhalve meter afstand. En leporello’s. Véél leporello’s. Waarvoor kunstenaars en liefhebbers zich lieten inspireren door het thema ‘Haarlem en ik’. Maar… er zijn ook een handvol nieuwe lofliederen geschreven.

door Paul Lips


Voor Willem Brand en Fons Stam was de leporello-actie van Artvark een goede reden om een heus ‘Haarlem en ik‘-lied te schrijven. Op een vrolijke melodie (geschreven door Stam) verhaalt Brand over het feit dat hij hier niet geboren maar wel getogen is, dat het even duurde ‘voor-ie ‘t ging zien’, dat hij dagelijks verdwaalt in De Hout die z’n achtertuin is:
ik ben geen Nijgh
en geen Boudewijn de Groot
ook geen Kenau, die pek over spanjolen goot
ik was linkspoot bij Alliance, schrijf stukjes voor de krant
ik kan er verder niks aan doen…
mijn naam is Willem Brand

(beeld: 023TVonline)

De eerste keer maar ook de keren daarna dat ik dit heerlijke, country-achtige lied (inclusief fijne twang-gitaarsolootjes) op een toegezonden empeedrietje mocht beluisteren werd ik daar dus héél vrolijk van. Zonder al te veel pretenties, een sympathiek heerschap portretterend dat veel mooie dingen doet voor de stad Haarlem. Neem alleen al die Haarlemse Hofjeskrant die met grote regelmaat het levenslicht ziet en waarin allerlei interessante (vaak historische) weetjes te vinden zijn.
En wie een regel als ‘ik kan er verder niks aan doen, mijn naam is Willem Brand‘ uit zijn pen weet te toveren steelt mijn hart. Dat kunnen alleen de héle groten, wat ik je brom.
Maandag 23 november werden in Museum Haarlem door Willemijn Faber en Cilia Tel van Artvark de ‘eerste leporello’ – die van Pieter Zwaanswijk – symbolisch overhandigd aan burgemeester Jos Wienen. De kunstwerkjes zullen in wisselende samenstellingen te zien zijn in het museum aan het Groot Heiligland. Tja, en dan was daar dat moment dat het lied ‘Haarlem en ik‘ ten gehore gebracht mocht worden, uiteraard op gepaste afstand. John van der Wal van 023TVonline filmde het. Heerlijk om te zien hoe zo’n lied dan nog een Drs. P-achtig einde krijgt.

Zo’n jubileumjaar is natuurlijk een mooie aanleiding om een geinig lied te schrijven. En dan hebben we het niet over die mallotige sinjeur die in 1945 (‘Haarlem 700 jaar’) muzikaal over ‘Ik ben Een Haarlemse Jongen‘ verhaalde, en nochtans vergat om over de stad te zingen maar zijn hoofd net iets te veel op hol liet brengen door al die ‘leuke Haarlemse meisjes’, met wie ‘het zoenen gesmeerd’ placht te gaan.

Dat doet me overigens denken aan een anekdote uit een ver verleden, de jaren tachtig van de vorige eeuw om precies te zijn. De tijd dat je Paul Witteman en Jan Tromp nog wel eens zómaar aan de bar van de oude Toneelschuur kon ontwaren. Daar schijnen enkele historische woorden van het tweetal (met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gebezigd door Paul) geklonken te hebben: ‘wat een mooie vrouwen lopen er rond hier in Haarlem’.

Dat brengt me op de volgende vraag: wie zijn de violiste en celliste die figureren in de clip ‘Hier wil ik zijn (ode aan Haarlem)‘ van VanVelzen ism Veldhuis & Kemper?? Die leuke meiden die vrolijk richting muziekkoepel paraderen en vervolgens op het verder lege Vlooienveld de snaren op wonderschone wijze beroeren? Wat mij betreft het allermooiste fragment uit dat hele – nogal schreeuwerige – lied. Dus de credits voor de meiden mogen nog even netjes worden vermeld bij die youtube-clip. Dat is overigens ook de mening van bloemenkweker Barend J. Cardoes (1605-1657), een historische kennis van me, die in vroeger tijden menige herberg in de Haarlemmerhout frequenteerde, waaronder het Dronkemanshuisje, gelegen vlakbij de Heerewegh.

Haarlem
pas thuis als ik daar ben
Zo goed voor elkaar
die plek, dat dorp
vermomd als een stad
Haarlem
Als ik jou toch niet had

(uit: ‘Hier wil ik zijn’)

Haarlem is een dorp. Dat weten we al jaren. Facebook fungeert inmiddels als de dorpspomp waar velen even een plasje in doen. Over dingen die niet in de lokale couranten verschijnen, over dingen die wél – of foutief – in locale couranten verschijnen. Ondertussen kent de Spaarnestad vele muzikanten van allerlei pluimage, die gewoon onverstoorbaar hun ding doen en onafhankelijk muziek componeren en uitvoeren. Net als de ontelbare beeldend kunstenaars.

Verrast waren Barend J. Cardoes en ondergetekende dan ook toen ineens een wonderschoon lied opdook van zangeres Iris Stubbendiek, getiteld ‘Haarlem heeft het helemaal – al 775 jaar!‘. Prachtige stem, mooie dictie. Thuis opgenomen en verfijnd en gemixed in Studio111 van Eric van Drunen Littel. Een tikje jammer, die ritmebox in de refreinen, maar desalniettemin:

‘we houden van jazz en van rock en van dance,
ja Haarlem heeft heel wat fantastische bands…’

Hopelijk mogen ze ooit weer gaan optreden, die muzikanten, ook verenigd in ‘De Grootste Band van Nederland‘, die graag op de Botermarkt zou willen neerstrijken. We gunnen het ze van harte, en het schijnt dat er speciaal voor die gelegenheid nog een fiks aantal fraaie Spaarnestad-composities zijn vervaardigd. Wordt uiteraard vervolgd.

Net als dat we de Haarlemse horeca alle steun gunnen. De Nederlandstalige rockband VOZ rond zanger/gitarist Cor Vos maakte deze fraaie ode (compleet met funky beat en Damiaatjes-intro):

VOZ – Hier in Haarlem – YouTube

Tot slot nog even aandacht voor het beste Haarlem-lied ooit gemaakt:
I was walking down the Jansstreet‘ door ingenieur Ko Wijnands en een keur van Haarlemse muzikanten, zoals Peter ten Have (piano) en Deetje Kaart (trompet). Opgenomen in het inmiddels niet meer bestaande café Yzo in de Kleine Houtstraat, met de onnavolgbare paradijsvogel en Markante Haarlemmer Ko uit het Rozenprieel.

Ingenieur Ko Wijnands in actie in café Yzo (archieffoto)

paulenremco

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *