Trap afdalend

Die heerlijk gekke Marcel Duchamp (1887-1968) maakte aanvankelijk nog schilderijen, maar heeft zich waarschijnlijk gerealiseerd dat hij als zogeheten ‘conceptueel kunstenaar’ nog véél beter uit de verf zou kunnen komen. Een uitstekende keuze. Onlangs nog las ik ‘De bruid van Marcel Duchamp’ van K. Schippers, die in het voetspoor van de pionier wereldsteden als Parijs en New York afreisde en daar kostelijke verhalen over opdiept. Ik hou wel van kunstenaars die schandaaltjes veroorzaken. Zoals het geval was met het schilderij ‘Nu descendant un escalier no 2’ uit 1912.

Een parodie uit 1913, The Rude descending a staircase (Rush-Hour at the Subway)’, in The New York Evening Sun, 20 maart 1913. (Bron: Wikipedia)

Duchamp wilde het schilderij inzenden om tentoon te laten stellen op de Salon des Indépendants van 1912, maar enkele kubisten schijnen het té futuristisch te hebben gevonden, waardoor het werd afgewezen. Vervolgens was het te zien tijdens de ‘Armory Show’ van 1913 in New York, waar Amerikaanse en Europese avant-gardisten zich presenteerden. Hoon was hun deel, zowel bij de pers al publiek. ‘Een explosie in een grindfabriek’, noemde een criticus van de New York Times het werk van Duchamp.
Het werk bestaat grotendeels uit bruine en okerkleurige vlakken. Wie er een naakt in kan ontdekken is een knappe jongen. Of het een mannelijk of vrouwelijk naakt zou moeten zijn verklapt te kunstenaar niet. Het lijkt een schilderkunstig verbeeld stroboscoop-effect en is in die zin dus futuristisch te noemen. Of het een mooi werk is mag de kijker beoordelen. Dat het een aantal keren is geparodieerd zal Duchamp vast niet erg hebben gevonden. Hij deed dat zelf immers ook, door een reproductie van de Mona Lisa van een snor te voorzien.

Vrijdagavond was ik bij de salonvoorstelling ‘Nu descendant un escalier’ van Sanne Krijgsman. Het was een min-of-meer afscheid, want Sanne gaat de Pabo doen, het onderwijs in. Toch zal ze zo nu en dan nog te zien zijn bij de Moving Academy for Performing Arts (MAPA), zoals de instelling aan de Korte Verspronckweg heet. Verstilde beelden, spel met licht, spannende stappen van pilaar naar pilaar, lampenkappen en rollende salontafeltjes als onderdeel van woordloos theater, allemaal kwam het voorbij in een intrigerend geheel. Het zijn theatrale ervaringen die je vooral live – coronaproof – dient te ondergaan. Verheugend om te zien dat MAPA ondanks de coronacrisis in staat blijft dit soort voorstellingen voor theaterfijnproevers te blijven brengen.

PAUL LIPS

beeld: MAPA

https://www.mapa.nl/

Mozaïeken met Marion: ‘Een uit de hand gelopen hobby’

Haarlemse Marion Schouten van Mimosaico vindt dat iedereen een mooi werkstuk kan maken met mozaïek, ook al heb je dat nog nooit gedaan. Vrijdag 28 augustus geeft ze in de middag een Mozaïek Workshop aan huis in Haarlem-Noord. ,,Als ze aan de slag gaan zijn de cursisten het eerste uur nog druk, maar als ze eenmaal in hun concentratie komen wordt het stiller.”

Voor Marion is het een uit de hand gelopen hobby, legt ze uit. ,,Mozaïeken heeft natuurlijk een tuttig imago. Een beetje in de sfeer van breien of kantklossen. Maar dat proces van zélf iets maken met die mooie steentjes, dat is geweldig om te doen.”

Meestal zijn het dames die deelnemen, soms een heer. Minimaal aantal: 3. Koffie, thee en wat lekkers zijn inbegrepen. Voor Schouten is het belangrijk dat de cursist zélf creatief wordt. ,,Er bestaan ook van die kant en klare mozaïekpakketten, maar dat doet meer denken aan ‘schilderen op nummer’. Juist dat uitzoeken van steentjes, de materialen knippen, een ondergrond bedenken. Dat geeft voldoening.”
,,Neem nou dit soort schalen van bamboe. Een uitstekende ondergrond. Je neemt een paar tegeltjes, slaat er met een hamer op en die stukjes kun je dan plakken. Of je knipt de steentjes op maat.”

Marion toont enkele afbeeldingen uit mozaïekboeken waarop goed te zien is wat er allemaal mogelijk is. De traditie van het mozaïeken is al heel oud. De Grieken en Romeinen hielden zich er al mee bezig, maar ook in Spanje zijn er talloze voorbeelden van. En Spanje, dat is een andere grote liefde van Marion, die in het dagelijks leven werkzaam is in het sociaal wijkteam van Haarlem-Oost, de Slachthuisbuurt en Amsterdamse Buurten om precies te zijn. In Spanje heeft ze de buitenkant van een ligbad gemozaïekt. Ze toont er een foto van. Het ziet er prachtig uit. Maar in de map zitten nóg tal van foto’s van mozaïeken die ze al heeft vervaardigd.

Schouten praat honderduit. Ze beschouwt zichzelf als een druk iemand. ,,Maar ik word altijd helemaal rustig als ik aan het mozaïeken ben.”

Workshop-deelneemster Maureen roemt Marion Schouten in een reactie. ,,…Via deze weg wil ik je laten weten dat ik een leuke mozaïek middag bij je heb gehad. Je hebt veel keus in steentjes, je zorgt goed voor de innerlijke mens, zodat ik lekker door kon gaan met mijn werkstuk. Je helpt waar nodig, Zodat iedereen tevreden met zijn werkstuk naar huis kan. Ik heb jou de volgende dag nog wat vragen kunnen stellen wbt het voegen. Erg fijn!…”
,,Er is zó veel mogelijk”, legt Schouten uit. ,,Van een Marilyn Monroe tot een tafel met een dambord-mozaïek. Kinderen vinden het heerlijk om bijvoorbeeld een dolfijn, vlinder of libelle te maken. Met glasparels maak je daar mooie ogen bij. Glasmozaïek is sowieso fantastisch spul. Dat komt met schepen vol uit China. Het worden gewoon een soort schilderijen als je daar mee bezig bent.”

PL

Informatie Mozaïek Workshop Mimosaico:
Met glas- en tegelmozaiek maak je een mooie schaal, spiegel, dierfiguur etc. Bij mooi weer in de tuin. Kosten 35,- p.p inclusief alle materiaal plus koffie/thee en wat lekkers. Voegsel krijg je mee naar huis. Eerstvolgende workshop (corona-proof): vrijdag 28 augustus 2020 van 13.30 tot 17.00 u. Meer info via: www.mimosaico.eu

‘Alles kan poëzie zijn’, van de hak op de tak door het youtube-universum van jazz en poëzie

Leeswaarschuwing: dit stukje zal waarschijnlijk weinig belangstellenden trekken.

Daarnaast: als auteur spring ik zo nu en dan van de hak op de tak. ‘Net zoals je doet in het echte leven’, merkte Remco (van der Kruis) snedig op. Ik ga in dit verhaaltje gewoon wat associëren en toon wat jazzy voorbeelden. Verre van compleet. Alsof je voor een platenkast staat en daar lukraak wat schitterende jazzplaten uit trekt, alleen al vanwege de fraaie hoesontwerpen. Klik op de youtube-linkjes om de muziek te horen. Laten we beginnen met een gedicht dat inmmidels is verworden tot een klassieker in de vaderlandse poëzie.

De combinatie tussen jazz en poëzie, zo nu en dan levert dat een interessante combinatie op. Aan het begin van de vorige eeuw waren er dichters die zich lieten inspireren door de opkomende jazzmuziek. Vele jaren later ontstond het verschijnsel jazz & poetry. De Dordtse dichter C. Buddingh’ (1918-1985) liet zich voor zijn bundel ‘West Coast’ inspireren door de platen die hij veelvuldig beluisterde.
In 1959 verscheen die bundel ‘West Coast’ van C. Buddingh’, met illustraties van beeldend kunstenaar Bouke Ylstra. De titels van de gedichten waren allemaal ontleend aan jazzcomposities. Zoals

NIGHTS AT THE TURNTABLE

vogeltje luister

wij moeten jou
niet meer

wij hebben gerry shorty en bud
chet en lennie en dave

heus de wereld is meer veranderd
dan de onderwijzers wel denken

nachtegaaltje ga maar slapen
op de grafsteen van johnnie keats

C. Buddingh’ 1959 (uit ‘West Coast’)


Misschien verwijst C. Buddingh’ in dit vers wel naar ‘De Nachtegalen van J.C. Bloem, uit 1950. Mijmerend over het leven, waarin weinig geluk voor hem was weggelegd, troostte de dichter zich met het gezang van de nachtegalen:


DE NACHTEGALEN

Ik heb van ‘t leven vrijwel niets verwacht,
‘t Geluk is nu eenmaal niet te achterhalen.
Wat geeft het? – In de koude voorjaarsnacht
Zingen de onsterfelijke nachtegalen.


Buddingh’ stelt in zíjn gedicht vast dat zulke odes aan dat soort vogelkens eind jaren vijftig wel zo’n beetje klaar zijn. Hij noemt de voornamen van jazzmusici die de moderne tijd aankondigen, zoals Gerry Mulligan en Chet Baker. De wereld is veranderd en dat mogen we weten. Dus dat nachtegaaltje mag lekker gaan dutten op de grafsteen van John Keats (1795-1821) die overigens óók een ode aan de nachtegaal schreef.
‘In principe kon alles thema voor het gedicht zijn’, vertelde C. Buddingh’ in een interview. ,,Alles was poëzie voor mij. En ik schreef over alles.”

Die jazzgedichten zijn in 2019 nog eens gepubliceerd in ‘West Coast Revisited’, waarin journalist John Schoorl een verband legt tussen de jaren vijftig-dynamiek van de jazz, in relatie tot de huidige West Coast-jazzgeneratie. Budding’-biograaf Wim Huijser verhaalt over de invloed van jazz op de poëzie van Buddingh’, en Eva Roefs fotografeerde enkele jonge jazzmusici. Voor Buddingh’ zelf vormde de poëzie van ‘West Coast’ een stap in een nieuwe richting.


SALT PEANUTS

ergens diep in mij
is geen vuur meer, geen ijs, geen fondant,
alleen een enorme vlakte,
kaal, zonder één geluid, van hier
tot alpha centauri en terug –
daar lig ik in een onopgemaakt bed
en staar met mijn lege ogen
naar het lege, zwarte niets

soms lach ik en eet een handje pinda’s

wie maakt mij wat?

C. Buddingh’ 1959 (uit ‘West Coast’)


‘Salt Peanuts’ is een compositie van Dizzy Gillespie uit 1942. Hier zie je hem in actie met zijn orkest. Uit de tijd dat bigbands nog populariteit genoten. Misschien liep er tijdens zo’n optreden wel een ‘pindamannetje’ met zo’n bakkie op z’n buik door de zaal, die zijn ‘lekka lekka pinda pinda’ – voor slechts een paar cents – aanprees.
De uitgave van Schoorl, Huijzer en Roefs is een moedige poging de relatie tussen Buddingh’s poëzie en zijn liefde voor jazz te duiden. Hoewel ik mezelf min of meer tot liefhebber van Buddingh’ mag rekenen (zijn uitspraak ‘alles kan poëzie zijn’ spreekt me aan), zijn de gedichten uit ‘West Coast’ toch niet helemaal mijn kopje thee. Nee, neem dan bijvoorbeeld het gedicht ‘Zo is het maar net’, van deze onbekende dichter, op sax begeleid door saxofonist ‘Pokon De Bie’:

De invloed van jazz die je soms bij Lucebert vindt, of bij Simon Vinkenoog (vooral qua ritme) leveren net iets interessantere teksten op. Bijzonder is ‘Stem uit de groef’, waar een gedicht voorgedragen door een jonge Vinkenoog van een fijne groove is voorzien door Spinvis.


Grasduinend door het muzikale landschap dat YouTube heet denk ik terug aan begin jaren zeventig van de vorige eeuw, toen bohémien-artiest Ramses Shaffy een plaat maakte met het Trio Louis van Dijk. De chansons ontstonden ter plekke in de studio.
Louis van Dijk: ,,De stukken op ‘Wij zullen doorgaan’ zijn denk ik allemaal ter plekke, in de studio ontstaan. Het ging in ieder geval allemaal heel snel. We kwamen binnen, Ramses speelde wat voor en dan schreven wij koortsachtig wat dingen op. Soms vroeg ik hem dan om de eerste regel nog een keer te spelen, maar meer ook niet. Mij staat bij dat het allemaal in één nacht ontstaan is. We hadden in ieder geval praktisch niets voorbereid.” Het album ‘Wij zullen doorgaan’ was het resultaat, met gloedvolle, jazzy liedjes. Zoals het geestige ‘Waar is mijn Picasso’:


Al improviserend stuitte ik op een zangeres genaamd Sisu Lustig Häntsche, begeleid op elektrische gitaar door Claus Mohr. Een prachtige fusie tussen poëzie en jazz. ‘I’ve a pain in my head’ is het zinnetje dat telkens wordt herhaald. De gitarist legt de juiste akkoorden op de juiste plaats.


Qua jazzpoëzie is Paul van Ostaijen (1896-1928) natuurlijk zo’n beetje de koning-keizer-admiraal. Het is dan ook niet toevallig dat Remco Campert zich voor zijn eigen poëzie heeft laten beïnvloeden door de Vlaming. Met het ensemble van Benjamin Herman maakte de vermaarde dichter in 2007 het album ‘Campert’, waarvan ‘Lamento’ een van de hoogtepunten vormt. Er valt kortom heel wat te vinden in het kader van jazz & poëzie. Hopelijk is het op de een of andere manier mogelijk die combi ook op de podia te blijven brengen.

PAUL LIPS

Naschrift: Ooit was Haarlem een soortement van jazzstad. Er woonden jazzmuzikanten, er traden jazzmuzikanten op en aan het Groot Heiligland was zelfs een heuse Haarlemse Jazz Club. En er was een festival: Haarlem Jazzstad. Steevast zo half augustus, dus dat bracht heel wat volk op de been. Jazzminnenden, maar ook veel Haarlemmers die gewoon voor de gezelligheid naar de grote tent op de Grote Markt kwamen. Na 2010 werd steeds lastiger om dat jazzfestival overeind te houden. Een Haarlemmer wierp zich op om de organisatie op zich te nemen. Nu heet het jaarlijkse festival Haarlem Jazz & More. Met de nadruk op ‘more’. Popmuziek, geafficheerd als ‘jazz’. Immers, de bierpomp moet tappen. Het dondert niet. De jazzliefhebbers zijn al lang afgehaakt. Gelukkig is er in Haarlem altijd nog podium De Pletterij waar van tijd tot tijd geïmproviseerde muziek te horen is. En dwars door de zaal van De Pletterij heb je van die palen die het zicht op de artiest ontnemen, zoals je die ook kon vinden in de grote tent van weleer op de Grote Markt tijdens HJS.
Dus ook zonder Haarlem Jazz & More (het totale non-jazz gebeuren op de Grote Markt) valt er van geïmproviseerde muziek te genieten in de Spaarnestad. Zoals Haarlem Jazz & More anno 2020 verloopt – overigens alle begrip voor lastige omstandigheden – kunnen we het missen als kiespijn.

‘Malle Babbe’ leeft voort… in Haarlem

Een dagelijks rondje langs instagram levert soms mooie dingen op. Zo viel mijn oog op een schilderij van de hand van Fred Rosenhart, dat onmiskenbaar de roemruchte Haarlemse Malle Babbe voorstelt. Met kroes bier in de rechterhand en wijze uil op de linkerschouder. Die kroes is aan de grote kant. Maar dat zou kunnen, want zo’n ding schijnt een ‘flapcan’ te heten. Rosenhart schilderde het portret vrij naar dat klassieke werk van Frans Hals uit de periode 1633-1635. Het hangt in de Gemäldegalerie in Berlijn. Wij kennen Malle Babbe vandaag de dag beter als de dame van lichte zeden uit het lied waarmee Rob de Nijs begin jaren zeventig een hit scoorde, op tekst van Lennaert Nijgh en muziek van Boudewijn de Groot.

Arma Klaasen als ‘Malle Babbe’, Fred Rosenhart

Dat was dus een vergissinkje. Dat Lennaert dacht dat die malle dame er eentje van lichte zeden was, die het blijkbaar wel geinig vond als ze een klap op die lekkere kont ontving (kom er vandaag nog eens om). Lennaert had het schilderij ‘Het Zigeunermeisje‘ – hoogstwaarschijnlijk in het Frans Hals Museum – gezien en was in de veronderstelling dat Hals met dat doek de ‘heks van Haarlem’ – zoals Babbe in vroeger tijden ook wel werd genoemd – had verbeeld. Afgaande op het riante decolleté van het schattige zigeunermeisje deed dat de fantasie van Nijgh dusdanig prikkelen dat het hem inspireerde tot de vrolijke meezinger, die oorspronkelijk voor Adèle Bloemendaal was bedoeld.

‘Het Zigeunermeisje’, Frans Hals

Fred Rosenhart is acteur, regisseur en beeldend kunstenaar. Hij kruipt met grote regelmaat in de huid van illustere historische figuren, zoals Rembrandt, Anthony Fokker, Adriaan Pauw of Cruquius. En Frans Hals. Met de acteurgroep Living History worden stukken op locatie gebracht. Zo ook het verhaal van Malle Babbe, die in werkelijkheid Barbara Claes heette, een verstandelijke beperking had en waarschijnlijk leed aan cretinisme (dwerggroei). Ze schijnt werkzaam geweest te zijn in de toenmalige kroeg ‘Bastaert-Pijp’ in de Smedestraat. Ze schijnt ooit opgepakt te zijn door de ‘kapitein van de schutterij’ wegens ‘oneerbaar gedrag’.

‘Hille Bobbe’, ets naar Frans Hals uit 1870 van Leopold Flameng

Frans Hals portretteerde haar, maar ook de negentiende-eeuwse schilder Gustave Courbet en zelfs de meestervervalser Han van Meegeren tijdens de jaren tussen de twee wereldoorlogen. In de Haarlemse Barteljorisstraat staat een Malle Babbe-beeld van Kees Verkade, en er is een koor Malle Babbe dat onder leiding van Leny van Schaik staat. Of dit koor binnenkort weer zal kunnen optreden valt te bezien.

‘Malle Babbe’, Han van Meegeren

Daarnaast is er in Leiden aan de Nieuwe Beestenmarkt een café Malle Babbe, waar iemand in december 2013 een fiets door de ruit van de pui smeet. Het heerschap dat voor deze daad werd opgepakt bediende zich waarschijnlijk van een valse naam. De man die voor de fietssmijterij voor de rechter moest verschijnen was waarschijnlijk niet degene die dit vervelende akkefietsje op zijn kerfstok had, dus er is nochtans nimmer iemand veroordeeld.

Malle Babbe en Frans Hals in Haarlem

De op Fred Rosenhart’s doek afgebeelde vrouw is de Haarlemse Arma Klaasen, die in de huid van Malle Babbe is gekropen en daarnaast bekend staat om haar vele mooie rollen in het lokale amateurtoneel. Zo nu en dan duiken Frans Hals en Malle Babbe op in het Haarlemse. Jaarlijks wordt rond de herdenking van het verkrijgen van de stadsrechten een stukje theater vertolkt. Dat gaat niet enkel over de tijd van Frans Hals, maar ook over de huidige tijd, verzekert Rosenhart. ,,Over het vrouw zijn in het algemeen, en over hard werken. De uil – die verlokking en alcoholisme symboliseert – vormt een rode draad. We hopen het in november weer te kunnen spelen, als Haarlem viert dat het 775 jaar stadsrechten heeft.”
Sekswerkers vandaag de dag schijnen het niet makkelijk te hebben. In het lied dat Rob de Nijs zingt lijkt Malle Babbe gewoon een leuke blonde meid te zijn, die zich tussen het gepeupel in een dranklokaal ophoudt en haar weg wel weet te vinden in tussen de flapcans met blondschuimend bier. Zo’n meid die even bij jou als kroegtijger op schoot komt zitten en in je oor fluistert ‘ga je met me mee schat?’. Het schijnt dat de jazzmuziek is ontstaan in het zwoele ‘French Quarter’ in New Orleans, waar eveneens losbandige dames huisden. Hoe leuk zou het zijn als er de komende week weer eens jazzmuziek zou klinken in café Het Wapen van Bakenes… op steenworp afstand van de rosse perceeltjes. Het zal een fantasie blijven, vrees ik. De coronacrisis doet de jazz de das om. En wie betaalt bepaalt. Dus programmeert de organiserende geldschieter op de Grote Markt zitconcerten met o.a. de 3J’s en noemt dat Haarlem Jazz & More Sit-Down Edition. Dan is het beter om thuis sit-down naar echte jazz te luisteren. Met een blondschuimende flapcan binnen handbereik.

PAUL LIPS

Artvark en Castellvm Aqvae zijn cool: ga kijken

‘Flower 3’, Tonneke Sengers

De mussen vielen van het dak en ik had in de mail een uitnodiging om te komen vertoeven in een ‘reinwaterkelder’. Waar? Bij Castellvm Aqvae op het kopje van Bloemendaal, de Hoge Duin en Daalse weg. Een kunstbezoek met hindernissen, maar de moeite waard.


door Paul Lips

De naam ‘Castellvm Aqvae‘ komt op mij een tikje pretentieus over. Een kwestie van eenvoudig lezen. Zoals je ook de kreet ‘Opregte Haerlemfe Courant’ niet hardop moet proberen uit te spreken, want voor dat je het weet besprenkel je omstanders met ongewenste mondsappen.
Bij Castellvm Aqvae is de ‘v’ dus gewoon een ‘u’. Zeg dat dan meteen, hoor ik u denken. En soms denk ik het zelf ook stiekem. Maar ach, elk nadeel hep z’n voordeel, en met zo’n naam hovd je het pleps in elk geval bviten de devr. De historie van deze ‘reinwaterkelder’ is interessant en kun je hier lezen:
http://castellvmaqvae.nl/waterfilter/
Afijn, om het nog iets ingewikkelder te maken: de mail was afkomstig van Artvark. Wazzeggu? Yep. Artvark. Digging Art. Oftewel: kunstadvies, online gallery en kunstclub. Adviezen op het gebied van goede kunst zijn altijd welkom. Een ‘online gallery’ brengt de kijker op het spoor van kunstenaars waar je nog nooit van hebt gehoord en een ‘kunstclub’ roept de associatie op met een geheim genootschap, dat stiekem bijeenkomt in een kelder, teneinde verheven kunstzinnige zaken te bespreken. Ik zou bijna de term ‘bomansiaans’ of ‘teisterbantiaans’ bezigen, maar dat doe ik niet. Beter is het om te weten dat achter Artvark een enthousiast kunstduo schuilgaat, voor wie kwaliteit en persoonlijk contact hoog in het vaandel staat. Willemijn Faber en Cilia Tel moesten weliswaar even een kleine pas op de plaats maken vanwege die vermaledijde coronacrisis, maar wie een brief begint met ‘we hebben jullie gemist!’ en daar vervolgens een hartverwarmende uitnodiging aan plakt kan rekenen op sympathie.


Wat is er nodig?
Allereerst: een beetje energie. Energie om die stap te zetten om op de fiets te springen en die deken van hitte te trotseren. Hopelijk is de verzengende hitte zaterdag 15 en zondag 16 augustus een stuk minder. Maar je wéét dat je straks dat hoge duin op moet, dat bijna onmogelijk trappend kan worden afgelegd. Wandelen dus, langs het monumentale ‘Die Clinghe’ waar ik in vroeger tijden nog wel eens op een feestje belandde bij Pien Blankevoort van het Mendelcollege, en die nu succesvol mime-artieste en clown in Frankrijk is onder de naam Pina Blankevoort.

De file trotseren.
Ze zijn gek. Ze zijn dom. Althans: niet slim. De automobilisten die denken dat ze de kop van de Zeeweg kunnen bereiken, en daar ergens zouden willen proberen een parkeerplek te vinden. Vanaf de Bloemendaalseweg vlakbij de Kleverlaan staat het al vast. Dan denkt men de boel af te kunnen snijden via de Ter Hoffsteedeweg en Lonbar Petrilaan om zo weer op de Militairenweg uit te komen.

Wat had men al vanaf zateragochtendvroeg kunnen lezen en horen? ‘Dringend advies om niet meer naar het strand te komen‘. Als fietser is het overigens een crime om je langs al die auto’s te bewegen: de ruimte tussen voertuig en stoeprand is vaak minder dan toen centimeter. Dan maar het trottoir op.

De beloning.
Als je dan eenmaal boven bent aangeland op Hoge Duin en Daalseweg 21B en je stalen ros hebt geparkeerd, wandel je zó de tentoonstellingsruimte binnen. In één oogopslag kun je zien dat de dames weer een fraai boeket kunstwerken hebben samengesteld. Van de bloemvormen van de hand van Tonneke Sengers tot de intrigerende bos-taferelen van Helmuth van Galen, en van de schilderijen onder de titel ‘Het Verborgene’ van Ronald Ruseler tot en met de ‘karton op doek’-objecten van Warffemius. Eén object charmeert me direct: ‘Dandelight‘ van Studio Drift, een paardenbloempluizenbol als lampje op 9 volts-batterijtje. Als Spaarnestroom een verdienmodel zou hebben zou ik die 125 ballen onmiddellijk op tafel smijten.

‘Dandlelight’, Studio Drift

Mooie kunst.
Mooie kunstwerken, kortom. Die juist door de verscheidenheid een fraai geheel vormen. Zoals je dat ook kunt vinden in sommige zalen van het Museum of Modern Art in New York, waar werken van bepaalde vertegenwoordigers van kunststromingen tegenover elkaar of naast elkaar zijn opgesteld.

Eigenlijk zou je als schrijver van een stukje als dit niet te veel moeten verklappen van wat er te zien is. Als mijn moeder zaliger nog geleefd zou hebben, zou ze vast die met een bloem versierde buis voor een kunstwerk hebben aangezien. Maar wie valt er niet voor boekensteunen in de vorm van hersens? Hersens die we vandaag de dag goed kunnen gebruiken met al dat nepnieuws en geraaskal, om nog maar te zwijgen van de opgefoktheid. In het midden van de ruimte is een tafel met daarop schitterende leporello’s die Haarlemmers hebben vervaardigd in het kader van ‘775 jaar stadsrechten’. Daarnaast zijn er ook glaswerken uit Leerdam te zien, en te koop.

‘Grey Master'(boeksteunen), Lyon-Beton

Een aanrader om te gaan kijken, dit komende weekend. De dames schenken een verkoelend drankje voor u in, en zeggen het al: ‘het wordt warm, maar bij Castellvm Aqvae is het koel’. Ik zou daar aan toe willen voegen: de kunst van Artvark bij Castellvm Aqvae is ‘cool’.


Meet and greet: zaterdag 15 + zondag 16 augustus van 11.00 tot 17.00 uur. Locatie: Castellvm Aqvae, Hoge Duin en Daalseweg 21b, Bloemendaal

Toegift: ‘Hogeduin’.
Wisten jullie tussen haakjes dat de vermaarde Haarlemse tekstdichter Lennaert Nijgh zich heeft laten inspireren door het Hogeduin? Boudewijn de Groot vond de onvoltooide tekst in rederijkers-sfeer in de nalatenschap, completeerde het geheel en maakte er muziek bij. Het lied staat op het album ‘Lage Landen‘ uit 2007. Het volgende tekstfragment typeert de dromen, het verlangen en de verloren illusies zoals de geliefde letterkundige ze ervaarde.


De Bloemendaalse lanen
De sloppen van de stad
Waar ik een toekomst droomde
Die ik ‘s morgens weer vergat

Ik dwaalde in vele steden
In donkere stegen rond
Op zoek naar wie ik liefhad
En die ik nimmer vond

‘Who the fuck is Al Season?’ ofwel: luister eens naar het album ‘Nobody Cares’

De muziek klinkt soms als pop, dan weer als rock, soms zelfs lichtelijk punky. Het komt allemaal samen op het album ‘Nobody cares’ van de Haarlemse act Al Season. Een groep muzikanten die bewust een mysterie om zich heen bouwt.

door Paul Lips

sleeve: Fonts + Files, Haarlem

Bandnamen zijn van meer belang dan menigeen vermoedt. Je kunt in een melige bui een naam bedenken als ‘Bettie Serveert’, denkend aan het instructieboekje waarin de vermaarde Betty Stöve haar tennistechniek uit de doeken deed, van forehand tot backhand. Of een naam verzinnen als Eagles of Death Metal, en dan juist géén death metal over het voetlicht brengen. Ha ha ha. De vraag is of zo’n naam beklijft.

Een Haarlemse punkband uit de jaren tachtig – The World War Rockers – kreeg zelfs last van de naam toe ze hun horizon wilden verbreden richting Duitsland. En stel nou dat je een schitterende ballad (‘Careless Whisper’) uitbrengt en de naam van jouw act is Wham! Ik krijg de neiging om uit te roepen ‘hoe dan??’, maar dat doe ik niet. Dan zijn er ook nog formaties die hun identiteit niet prijs willen geven, zoals The Residents, die optreden in weirde kostuums met oogbalhelmen op.

Wat gebeurt er de naam ‘Al Season‘ intikt op een zoekmachine en vervolgens bij afbeeldingen kijkt? Bij de ene zoekmachine verschijnt er een trits aan Bob Ross-achtige schilderfrutseltjes, om vervolgens richting autobanden te bewegen en bij de andere zoekfunctie vliegen de autobanden je direct om de oren. Er blijkt zelfs een elpee gemaakt met de titel ‘Songs for all seasons‘ door het Nederlandse duo Saskia & Serge, het Engelstalige equivalent van ‘Liedjes voor alle tijden‘.

Kortom, via internet zul je niet veel wijzer worden wie er schuilgaan achter Al Season. Gelukkig kreeg ik een tip via een bevriende Haarlemmer, zodat ik niet te lang in het duister hoefde te tasten. Daarnaast deed het platform Haerlems Bodem een duit in het zakje door een interview te plaatsen met Erik ‘ET’ Timmerman, die de drijvende kracht achter de formatie schijnt te zijn. Dat interview kun je hier zien:
https://haerlemsbodem.nl/goed-voor-elkaar-al-season-maak-muziek/

Beelden uit het verleden schieten langs. Van dat moment in 1977 in de Bloemendaalse dancing Toshaba, waar Hans Sargentini mij wees op een blondgepiekhaarde jongeman tussen een stel woest dansende punkers: ‘Heb je Timmermannetje al gezien?’. De Muziek Express die ik in ’79 kocht vanwege het interview met The Cure, geschreven door… De verhalen die ik hoorde over dat eerste optreden van U2 in ‘t Heem Hattem in ’82, waar ‘ET’ rondgewandeld scheen te hebben. tot in de kleedkamer toe. Spaarzame optredens van reggaeband The Sundance Kid, die meer uitblonken in studio-opnames en waarvan ET de bassist was. De kantine van de vroegere NPS in Hilversum in de jaren negentig, waar op vrijdag de pluggers hun rondje langs radiodeejays kwamen maken en waar je bij ET op de betere platen kon rekenen.

https://www.youtube.com/watch?

En nu is er ‘Nobody Cares‘, het in eigen beheer uitgebrachte album van Al Season. Met het titelnummer als aanstekelijke opener, waarin de zanger cynisch concludeert dat niemand zich om hem bekommert. Compleet met fijne slide-solo en minimal-doowop-koortjes.
Strijdbaar klinkt de zang in het uptempo ‘I’ll Get by‘. Met zo’n lekkere Lennon-wending na de regels ‘You can leave me on my own, I can live my life alone…’ De hoofdpersoon zoekt het zelf wel uit in z’n leven, daar heeft-ie z’n verloren geliefde niet meer voor nodig. Niet voor niets is het laatste woord ‘Goodbye’.
Het nummer ‘World Gone Mad‘ (verrassend begin met dat spinet!) behelst de bekende conclusie: de wereld is gek, we hebben er een zootje van gemaakt met z’n allen. Laten we het beter doen. ‘Let love re-create, the world that people made’, ook zo’n fraaie regel, die zomaar uit de koker van een Lenny Kravitz had kunnen komen.

Al Season (eigen foto)

Mooi vind ik het melodieuze ‘Where Did You Go?‘, een overpeinzend liedje met ruimte voor blazers. Een compleet andere sfeer ontstaat dan weer bij de langzame chant ‘God is Good‘, zelfs voorzien van een kerkorgel dat door wijlen Rick ‘Ekseption’ van der Linden ingespeeld had kunnen zijn. Conclusie: ‘God is good and the devil is evil’. Dat u het maar weet.
Al met al (!) mag worden gesteld dat ‘Nobody Cares‘ een aanrader is voor liefhebbers van alternative rock, maar ook voor die van pop. Hier en daar is er al airplay geweest, maar ik zou het persoonlijk geen straf vinden als een nummer als ‘You Can Do Anything‘ binnenkort bij Rob Stenders op Radio2 te horen is. ‘Nobody Cares‘ van Al Season is een fijn album met veel te ontdekken pareltjes.

Spotify:
https://open.spotify.com/album/1ICtlibaw3SQ2iDOK8n4N8

‘Nobody Cares’, Al Season, Cut the Crap Recordings, eigen beheer.

Meer info: https://www.facebook.com/al.season.music/

Genieten van het rijke oeuvre van de eigengereide ‘man met de zwarte hoed’

Bij aankomst bij kunstruimte 37PK moet Jacques Overtoom eerst even iets regelen. De pop-up (een uitgezaagde houten figuur, geschilderd in zwart kostuum, met soortement Mickey Mouse-kop) staat niet helemaal zoals-ie hoort te staan. ,,Kijk, Pieter Zwaanswijk heeft dat precies aangegeven.” Jacques Overtoom is een man van de details. Dat zal blijken tijdens de rondgang langs ‘Gerrit van Dijk, een hommage’, de tentoonstelling die ook de komende tijd nog te zien is aan het Groot Heiligland.


door Paul Lips

Jacques Overtoom zet de puntjes op de ‘i’ (foto pl)

Die coronacrisis weet wat. Die heeft behoorlijk wat roet gegooid in het eerbetoon, dat uitgerekend in maart van start had moeten gaan. Doel van het project: de naam ‘Gerrit van Dijk’ hoog houden in de Spaarnestad. Initiatoren Jacques Overtoom (vormgeving) en Gonda Koster (projectcoördinator) hadden het – na een eerste brainstorm in café Koops – allemaal nauwkeurig gepland: een boek, een tentoonstelling én een filmpremière (over zijn laatste levensfase, gemaakt door Emma Westermann), verspreid over de periode 22 maart / eind mei. Het leek even niet zo te mogen zijn, maar stukje bij beetje krijgt dwarsligger Van Dijk nochtans toch het eerbetoon dat hem toekomt. Het boek is er, dank zij een heel team dat heeft gezorgd voor prachtige bijdragen en zorgvuldige eindredactie. De vormgeving werd verzorgd door Jacques Overtoom. De financiering van het gehele project kwam rond via crowdfunding, en Overtoom had daarnaast de niet geringe taak om een selectie te maken uit alle beschikbare archiefstukken.


De in Brabant opgegroeide Gerrit van Dijk (1938-2012) trok na zijn opleiding in Tilburg richting het noorden, waar hij begin jaren zestig emplooi vond op de Lieven de Key-ambachtsschool. Hij vond aansluiting bij verschillende regionale kunstenaars, weet Jacques Overtoom. De groep X-65 werd opgericht. ,,Eigenlijk keek Gerrit tegen een kunstenaar als Pieter Zwaanswijk op. Hij bewonderde hem. Maar het klikte. Al snel kregen ze als duo landelijke bekendheid.”

‘Ons Erelid’, installatie van Gerrit van Dijk en Pieter Zwaanswijk, 1974


Dat was in 1974, toen het duo zich liet inspireren door een relletje. Wat was het geval? Tijdens een nieuwjaarsconcert van het Noord-Hollands Philharmonisch Orkest werd verzuimd bij aanvang het Wilhelmus ten gehore te brengen. Voorheen was dat traditie. De aanwezige burgemeester Leonard de Gou (een oranjeklant) beende woedend de zaal uit. Reden voor het ‘Cultureel Patriottisch Genootschap’ (de heren Van Dijk en Zwaanswijk) om een ‘eerbetoon’ aan de burgemeester te brengen. Een weinig flatteus beeld van De Gou, een radiomeubel vanwaaruit ‘Wien Neêrlandsch bloed door d’aderen vloeit’ te horen was en een afzichtelijke schemerlamp.

,,Dat beeld konden ze in het depot van het Frans Hals Museum nog wel terugvinden”, zegt Overtoom grinnikend. ,,Maar dat radiomeubel moest ergens uit een container worden gevist. Op de televisieopname zie je ook dat gebit dat dat volkslied zingt, ook dat is helaas verloren gegaan. Piet Zwaanswijk heeft zelf nog maar even een lelijke lamp bij de kringloop gehaald, want ook de oospronkelijke was er niet meer.” Het belooft niet veel goeds als op deze wijze wordt omgegaan met historisch erfgoed dat het personeel van het Frans Hals Museum in bewaring is gegeven. Maar dit terzijde.


We wandelen langs schilderijen, cartoons en animatiefilms. Over de animatiefilms zijn wereldwijd al heel wat artikelen geschreven. Overtoom: ,,Je ziet dat Gerrit van Dijk alles uitprobeert. Hij heeft de meest rare ideeën. Op een gegeven moment gaat-ie met 8 millimeter-film aan de slag. En dan gaat-ie animaties maken. Hij wil dan alles zélf uitvinden. Daarom zijn ze ook zo mooi. Omdat met dat uitvinden hele persoonlijke films ontstaan. Zoals die film over de geboorte van zijn dochter Janneke.”

De enorme wand met cartoons die Van Dijk voor Haarlems Dagblad maakte is indrukwekkend. Ze werden in de loop der jaren op verschillende pagina’s gepubliceerd, en belandden uiteindelijk op de pagina Het Gesprek van de Dag. Van Dijk stuurde ze op in enveloppen, vormgegeven als mail-art, waarna de toenmalige – als eindredacteur werkzame – Bies van Ede de exemplaren zorgvuldig bewaarde. Leuk om illustere types die in de jaren tachtig van de vorige eeuw in Haarlem figureerden – zoals de sigaartjes rokende, populaire burgemeester Elisabeth Schmitz, raadslid en wethouder Loekie ‘Te veel vrouw’ van Balen, hoofdredacteur Jan Geert Majoor van de oudste krant van Nederland en de rechtlijnige bisschop Henny Bomers vereeuwigd te zien door Gerrit van Dijk. Dat sommigen destijds vonden dat hij ‘niet goed genoeg’ zou kunnen tekenen om wekelijks in de krant te verschijnen, is achteraf gezien toch een tikje neerbuigend. Van Dijk’s tekenstijl paste eigenlijk perfect bij wat het moest zijn: een dwarse blik op het politieke circus en de maatschappelijke ontwikkelingen. ,,Die cartoons hebben in de periode zeer regelmatig geleid tot boze ingezonden brieven”, aldus Jacques Overtoom.


Duidelijk wordt tijdens de rondgang langs al dat fraai tentoongestelde werk – monnikenarbeid – dat Gerrit van Dijk iemand was die telkens discussies aanzwengelde. Hij hield niet van de creatieve uitspattingen van de Amerikaan Walt Disney en maakte dus parodieën op bestaande schilderijen, waarbij hij de afgebeelde persoon – of het nu de ‘Man met de helm’ van Rembrandt was of een zelfportret van Vincent van Gogh – steevast voorzag van Mickey Mouse-oortjes. ‘Gerrit, je kon ook wel eens doorslaan’, schrijft Jacques Overtoom in het voorwoord van het zeer aan te raden boek. Zo’n dertig bijdragende auteurs verhalen over Gerrit als filmer, tekenaar, ‘politicus’ (van de Partij tegen Obstakels voor Poppodia), acteur (bij oa. Lespleemetz en Badmutz) en conceptueel kunstenaar (o.a. het Jute-projekt). Wat vooral opvalt is de tomeloze inspiratie en humor die doorklinkt in alles wat Van Dijk creëerde. ,,Gerrit deed altijd alles op een ludieke manier”, zegt Jacques Overtoom. ,,Daarnaast maakte hij alles af wat hij begon. Hij had maar weinig slaap nodig. Neem dat matje. Dat ligt er nog steeds.”

Overtoom toont foto’s van ‘Rik Dreijtvang arriveert op de plek waar Het Matje zou moeten komen’ (onderdeel van de tentoonstelling ‘Gerrit van Dijk, een hommage’


Het ‘matje’ is het winnende idee dat Van Dijk bedacht voor een speciaal project van de Stichting Beeldende Kunst: de zogeheten ‘Lefprijs‘ (3000 gulden) van een speciaal opgerichte ‘Stichting Kunst Aktiviteiten’. Echter, de inzending van de ideeën voor de kunst in de openbare ruimte was afkomstig van iemand die zich ‘Rik Dreijtvang‘ noemde. Dagelijks kwamen er enveloppes binnen met daarin de wildste plannen. Voorbeeld: een trein tussen Haarlem en Amsterdam die zó lang is dat mensen slechts van de eerste naar de laatste coupé hoeven te wandelen, om vervolgens op de reisbestemming aan te komen. Ander voorbeeld: de Grote of St. Bavokerk van de Grote Markt steen voor steen afbreken (en nummeren) om die daarna weer op te bouwen in Schalkwijk, als toeristische attractie.
Uiteindelijk werd ‘het matje’ bekroond met de Lefprijs. Een oosters – in steentjes uitgevoerd – mozaïek (inclusief theedoek-motief) pal voor het stadhuis bij de deur die naar de kamers van B&W leidt. Zo kon iemand letterlijk ‘op het matje worden geroepen’. Een bestuurder, een ambtenaar of anderszijds. De overhandiging van de prijs leverde een hilarische fotoreportage op.


De tentoonstelling had vijf keer zo groot kunnen zijn, zegt Jacques Overtoom met een glimlach. ,,Ik heb geprobeerd om in de kop van Gerrit te kruipen. Geselecteerd waarvan ik vermoedde dat híj het ook graag zou hebben laten zien.” Hij wijst nog even snel op het idee voor ‘Dichter in de Buurt’, een idee om in bepaalde wijken in Haarlem een schoolbord met dat opschrift te plaatsen, zodat poëtische talenten hun dichtkunst kunnen etaleren. Prachtig idee dat de stadsdichter overbodig maakt.
Of veel jongeren interesse zullen tonen in ‘Gerrit van Dijk, een hommage‘ zal moeten blijken. Daarvoor zijn de uitingen (tentoonstelling, boek, film) wellicht iets te archaïsch. Deze dagen werd bekendgemaakt dat de film ‘Gerrit van Dijk – Ik tel mijn tekeningen’ van Emma Westermann in première zal gaan tijdens het Nederlands Film Festival, dat in september in Utrecht wordt gehouden.


‘Gerrit van Dijk, een hommage’ bij 37PK aan Groot Heiligland 37, Haarlem. Vanaf augustus kan de tentoonstelling door iedereen van donderdag t/m zondag tussen 13 en 17 uur bezocht worden. Tot en met 27 september. Het boek ‘Gerrit van Dijk, hommage aan een inspirerende dwarsligger‘ (prijs: 25,00 euro) is daar ook te koop.

NB Reactie Jacques Overtoom:

Ha Paul,
Niks ‘iets te archaïsch’. Leuke of goeie ideeën zijn van alle tijden en blijven, ook nu, ook voor jongeren, inspirerend.
Animatie is in het digitale tijdperk tot explosie gekomen waarbij honderden mensen werk vinden.
Die basis hiervoor is in Nederland (en daarbuiten) o.a. gelegd door Gerrit.
Hou je goed en nogmaals dank. 
Groet Jacques

Wat inspireert… Jacques Amand

Jacques Amand (1948) is gemeenteraadslid voor Trots Haarlem en zit in de commissie Ontwikkeling. Hij is steevast aanwezig bij allerlei belangwekkende gebeurtenissen en evenementen in de Spaarnestad. Hij valt regelmatig op door zijn enigszins cryptische uitspraken op sociale media, zoals: ‘de omgevingswet die komt eraan‘. Of: ‘begint het nu al op het Houtplein. Nee toch‘. Meestal vergezeld van een foto. Zo’n twee jaar geleden al – tijdens de buurtcamping in het Reinaldapark in Parkwijk – namen we ons voor elkaar eens iets uitgebreider te spreken. Afgelopen week was dan eindelijk het moment. Plaats: het Pannenkoeken Paradijs aan het Reinaldapad.


door Paul Lips

Jacques Amand (foto pl)

Hoe is de stemming?
,,Met mij gaat het goed. Gezondheid is natuurlijk belangrijk in deze tijd, gelukkig is het daarmee ook goed gesteld. Momenteel ben ik vooral bezig met politieke dingen die de burger aangaan. Ik krijg regelmatig vragen via de mail van allerlei mensen. Daar probeer ik dan antwoord op te geven of hulp te bieden. Neem nou zo’n Publiekshal, die is vanwege de coronacrisis helemaal geblindeerd en met roodwitte linten afgezet. Voor bepaalde mensen is zoiets heel lastig. Bereikbaarheid hebben wij als Trots Haarlem sowieso hoog in het vaandel. In de huidige tijd komen wij dan toch tot de conclusie dat het met die toegankelijkheid erbarmelijk gesteld is. In tijden van corona moet je júist zorgen dat je goed bereikbaar bent, en vooral ook hulpvaardig. Dat je een vriendelijk woord paraat hebt, als is het maar twee minuten. Dat mis je in Haarlem, vind ik.”

Wat vind je nog meer belangrijk in de samenleving?
,,Respect. Verdraagzaamheid. Het ‘vrij kunnen denken’. Ik ben van mening dat je altijd met elkaar om de tafel moet gaan zitten. Je kunt verschillende standpunten innemen, maar dan zou je daar juist over moeten praten. De spreektijd tijdens raadsvergaderingen is vaak erg kort. Je krijgt je standpunten nooit binnen twee minuten goed over het voetlicht. Dus daarom zou je op andere momenten wat langer met elkaar kunnen praten. Sander van den Raadt en ik zijn het echt niet altijd met elkaar eens hoor. Soms stemt hij ergens voor en ik ergens tegen.”

Meer openbare toiletten in de stad, is ook een speerpunt van Trots…
,,Daar pleiten wij inderdaad al jaren voor. Neem hier het Reinaldapark. Je zult als bezoeker van dit park maar last hebben van de ziekte van Crohn. Dan zou je toch ergens snel naar een toilet willen kunnen. Tot nu toe ben je dan enkel aangewezen op een horecagelegenheid.
Maar we zouden bijvoorbeeld ook graag zien dat er in Schalkwijk een klein ‘stadhuis’ verrijst. Een dependance van het echte stadhuis. Een loket waar mensen met vragen terecht kunnen. En we vinden het jammer dat mensen niet meer terecht kunnen bij een echt politiebureau in Schalkwijk. Nu zit in dat gebouw een andere afdeling. En als je dan op een knoppie drukt sta je in verbinding met de Koudenhorn.”

Schalkwijk is momenteel een aandachtsgebied, en een gebied in ontwikkeling…
,,Daarnaast heb ik het altijd betreurd dat in Schalkwijk jeugdsociëteit Radar niet meer bestaat. Dat zat op de Floris van Adrichemlaan. Goswin Schouten was daar jeugdwerker en vervulde een hele belangrijke functie. Gelukkig doet de sport en huiswerkbegeleiding-organisatie Triple Threat op dit moment hele goede dingen om jongeren in Schalkwijk toekomst te bieden. Ik denk dat je de jeugd sowieso meer moet betrekken bij de huidige ontwikkelingen. Als je als gemeenteraad een beslissing neemt over Zwarte Piet, dan denk ik dat je in gesprek moet gaan met de jeugd, vragen wat zij er van vinden. Wat ik overigens jammer vind is dat je soms het gevoel hebt dat de gemeente de Haarlemmers ‘masseert’. Daarmee bedoel ik dat je als burger over allerlei plannen mee mag praten. Maar als puntje bij paaltje komt gebeurt er niets met de ingebrachte ideeën en worden de plannen toch weer uitgevoerd zoals men het zelf wil.
We zijn overigens wel erg blij dat er nu dingen gebeuren op het terrein van Nieuwe Energie in de Waarderpolder. Ik heb regelmatig aan de bel gehangen bij de toenmalige wethouder Jeroen van Spijk. Zuigen en sleuren, om dingen gedaan te krijgen. Het is toch zonde als zo’n gebied totaal wordt verwaarloosd?”

Waar groeide je op?
,,Op het Soendaplein ben ik geboren. Een leuke plek, met een Jamin-winkel op de hoek. Vroeger kwam ik vaak bij de verfwinkel en drogisterij van ‘ome Kees’ Klomp in de Schoterbosstraat. Spelen deed ik graag bij mijn opa op het Prinsen Bolwerk, hoek Baljuwslaan, bij die tuintjes. Nu rijden ze je er voor je sokken, maar vroeger was dat een rustige weg. Op school ging ik in de Bavostraat bij de Planetenlaan. Na verschillende opleidingen – zoals bloemist – ben ik op mijn achttiende, negentiende jaar vertrokken naar Canada, waar ik bloembollen ging verhandelen. Later kwam daar Hollandse kaas en Delfts Blauw bij. Met een vrachtwagen vol bloembollen reed ik door Canada en Amerika. In die tijd mocht je met je zakenvisum niet zo lang blijven. Dus ik woonde afwisselend bij Montreal en op Long Island bij New York. Nu woon ik alweer sinds jaar en dag in het schrijverswijkje van de Amsterdamsebuurt.”

Voor de Amsterdamse Buurten of ‘Amsterdamsewijk’ (zoals de gemeente Haarlem die in z’n oneindige wijsheid wil proberen te noemen) heb je je hard gemaakt voor plaatsing van het monument ter nagedachtenis van de slachtoffers van zogeheten ‘friendly fire” tijdens de Tweede Wereldoorlog…
,,Dat is het monumentje bij het Broederhuis in de Nagtzaamstraat. Daar gedenken we elk jaar dat op 16 april 1943 bommenwerpers van de Royal Air Force in de vroege avond een lading brand- en brisantbommen afwierpen, die bedoeld waren om de werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen te treffen. Maar doordat de wind was gedraaid kwamen ze op de naburige huizen terecht. Vijfentachtig doden en ruim honderd gewonden vielen te betreuren. Zestienhonderd huizen liepen schade op. Dat is voor veel oudere mensen nog een trauma. Daarom is het van belang dat we dat blijven herdenken, ook voor de komende generaties.”

Ik kom je tijdens de Kunstlijn Haarlem wel eens tegen bij tentoonstellingen. Waar hou je zoal van?
,,Ja, ik ben een liefhebber van oude en nieuwe kunst. De stadsgezichten van Christiaan Klinkenberg bijvoorbeeld zijn erg mooi. Die effecten die de oude meester wisten te bereiken met schaduwen, licht en donker. Ik heb ook een keer het depot van het Frans Hals Museum mogen bezoeken. Als je dan ziet wat er allemaal in kratten aan kunst ligt. Dank denk ik bij mezelf: waarom zou je die kunst niet kunnen laten zien? Ik denk dat we in Haarlem sosieso op moeten passen dat kunst niet te veel iets van een elite wordt. Hou de musea ook toegankelijk voor de mensen met een kleine portemonnee.”

‘Oude Gracht, Utrecht’, Christiaan Klinkenberg (1852-1924) / Bron: Wiki

Tot slot, van welke muziek hou je?
,,Ik ben een liefhebber van de muziek van Gustav Mahler. Maar toen ik een jochie was heb ik The Beatles nog zien optreden in Blokker. En in de jaren zestig had je het zaaltje Brinkmann in de Smedestraat. Daar heb ik The Scorpions nog zien optreden. Ja, de Engelse Scorpions. Die van ‘Hello Josephine’. Met dat gelach op het einde. Trouwens leuk dat er weer straatmuzikanten gaan optreden in het centrum van Haarlem. Dat heeft ze vorige burgemeester zo’n beetje om zeep geholpen. Ik vind sowieso dat we te veel langs elkaar heen werken in Haarlem. Het loopt allemaal te veel langs elkaar heen. Die lijnen zou je korter kunnen maken.”

Leave a comment

Sorry. Sorry dat je we je door het sturen van een mail lieten denken dat we weer een mooi artikel hadden geplaatst. We snappen dat je vol verwachting naar de site surfde en dan teleurgesteld bent dat je dit schrijfsel aantreft.

We hadden een probleem met het achterlaten van een reactie. Vanaf nu kan dat. Direct onder de titel staat ‘leave a comment’. Dank Joost Mulder voor het ons attent maken hier op.

Nu kan je dus onder de artikelen laten weten dat je het ontzettend leuk vond! Doen!

‘De Fietz’ gaat tegen de vlakte

De sloopmachine deed zijn werk. Ik stapte even van de fiets om te kijken hoe een bos hout van de ene plek werd opgetild, vervolgens door de lucht zweefde en uiteindelijk naast een muur werd neergekwakt.

Tekst en foto’s: Paul Lips

Fietsen werden er nimmer geproduceerd, in het pand aan de Oostvest dat min of meer legendarisch is geworden als De Fietsznfabriek. Een drukkerij was het. Vernhout en Van Sluyters’ Drukkerijen genaamd. Een enorm complex met verschillende ruimten, uitermate geschikt als creatieve broedplaats. Zo zag Frans Fiets het – vlak voor de eeuwwisseling – voor zich, de aanjager die een leger aan artistieke Haarlemmers om zich heen verzamelde.


Veel Haarlemmers hebben er mooie herinneringen liggen. Dichter en programmeur Joshua Baumgarten begon er zijn roemruchte Irrational Library-avonden. Er waren dansavonden, optredens van underground-bands, cabaret- en toneelvoorstellingen, en de bedoeling was om er ook film te gaan programmeren. Die filmhuisvertoningen komen misschien alsnog, maar dan in De Koepel, waarvan de verbouwing lijkt te zijn begonnen.


Haarlem, je moet je schamen‘, schrijft kunstenaar Piet Zwaanswijk op Facebook naar aanleiding van een door iemand gedeelde foto van de begonnen sloop. Zwaanswijk betreurt dat het particuliere initiatief van Frans Fiets destijds de nek werd omgedraaid. Een andere Haarlemmer, Edwin van Nieuwpoort, is blij dat er nu eindelijk eens actie wordt ondernomen. ‘Eindelijk is die ouwe zooi weg en nu hup bouwen voor jongeren met een low budget desnoods container woningen‘.


Nadat Frans Fiets de handdoek in de ring had gegooid namen Leon Fortgens en Martijn Kruijver ‘De Fietz’ over. Het lukte ze niet om de culturele vrijplaats overeind te houden. Dat was spijtig. Het was leuk om te zien dat een aantal figuren van het eerste uur meteen op kwam draven toen Martijn Kruijver als nachtburgemeester precies een jaar geleden vol trots de tijdelijke underground-plek ‘Slachthuis13’ opende. Op het Slachthuisterrein komen woningen, een popcentrum en nog veel meer leuks.


In Haarlem zou meer ruimte mogen zijn voor vrijplaatsen, creatieve broedplekken en underground-locaties. Helaas is kraken verboden, anders zou je roepen: ‘zoek een locatie en trek er in’. Een zogeheten voormalige ‘Watermeterfabriek‘ staat inmiddels al jaren te verpieteren aan de Noord-Schalkwijkerweg. Zo af en toe staat er iemand op die zich afvraagt of daar niet meer schot in de zaak kan komen. Dat wordt door gezagsdragers van de gemeente Haarlem vervolgens weer keurig afgewimpeld, met nadruk op ingewikkelde procedures enzoblablabla. De Egelantier aan de Gasthuisvest staat eveneens te verpieteren. Zo nu en dan maakt iemand een foto van de totaal verwaarloosde staat van het pand, waar ooit artistieke breinen huisden en gedoceerd werd in creatieve vakken als schilderen en muziek.

Het is te hopen dat er betaalbare woningen verrijzen op de plek aan de Oostvest. De creatievelingen die er lang geleden hun kunsten vertoonden zullen het moeten doen met hun herinneringen. Ik heb er persoonlijk nog een aantal mooie kleinkunst-optredens gezien, waaronder dat van Maarten van Roozendaal, met bassist Egon Kracht.