Dan German: de Gevarenman komt er an

‘Never Settle’ is de titel van het album van Dan German, een americana-artiest die in Haarlem resideert. Iemand attendeerde me op het pseudoniem. Dan(ger) Man.
Ah, natuurlijk!
Gevaarlijk of niet, het album bevat een fraai palet aan liedjes en klinkt als een klok.


door Paul Lips

Zo’n plaat als ‘Never Settle‘ kun je een ‘groeiplaat’ noemen. Het beste is om het album een aantal keren te beluisteren, zodat de schoonheid ten volle tot zijn recht komt. Persoonlijk spreken mij de uptempo – country-achtige – stukken me aan, zoals ‘There’s a little evel in all of us‘, opgesierd met een puike banjopartij en de sfeervolle viool van Diederik van Wassenaer. Een geweldige naam voor een violist trouwens, maar dit terzijde.
Dan German schijnt een Engelsman te zijn die in Haarlem is neergestreken. Op de hoesfoto zien we hem bij een van de duinmeertjes, chillend (zeg ik dat goed?) met een blikje bier. Spijkerbroek. Ontbloot bovenlijf. Gitaar met koffer onder het bomendecor. Het doet denken aan de zonovergoten dagen van verliefd zijn, tijd die eeuwig leek, met plekken waar je je onbezorgd voelde als je jouw hoed ergens neergooide.


Daarom is het zo prettig om dit kleurrijke album te beluisteren, waarbij je ineens wordt ondergedompeld in het van ruige gitaren voorzien ‘Homeless Jack‘. Met die fijne schreeuw aan het eind. Berichten op social media vertellen me dat Dan the Man de albums persoonlijk heeft rondgebracht, als ware hij een postbode die door de wijken trekt, als een ramblin’ man. ‘He ain’t lookin’ for money or fame‘, dus een beetje genade graag voor de ploeteraars op deze aardkloot.


Een juweeltje is ‘Time To Go‘, een ballad voorzien van een rockende ‘bridge’, een lied waarin de gevarenman aankondigt dat het alweer tijd is om te vertrekken. Immers, settelen wil hij zich niet, geheel in de geest van Jack ‘On The Road’ Kerouac. Het is echter te hopen dat deze Dan German nog een tijdje blijft plakken in de Spaarnestad. Een beetje inburgeren hoeft de immer vrije geest niet aan te tasten.
Tot slot nog een klein puntje. Ik ben flink gaan struinen op social media, maar het kostte mij enigszins moeite om uit te vinden wie de muzikanten (piano, bas, orgel, slagwerk, die geweldige sologitaar op de uitsmijter ‘Lost‘?) zijn die er meedoen op ‘Never Settle‘. Iets ruimhartigere credits zijn welkom (op de eigen website en Facebookpagina). Want als je werkt met het puikje van de zalm van de Haarlemse PopScene, dan mogen zij gerust met alle egards worden vermeld. (Dit gemis geldt natuurlijk vooral voor degenen die de muziek streamen, ongetwijfeld staan de musici op de elpeehoes keurig vermeld).

(beeld: Dan German)

Hopelijk wordt binnenkort die – van een fraaie doodskopsticker voorziene – gitaarkoffer meegesjouwd richting de lokale en regionale podia. De Gevarenman komt er hoe dan ook an.

https://www.dangermanofficial.com/

WAT INSPIREERT… MARGRIET GEHRELS

Haarlemse Margriet Gehrels (46) is beeldend kunstenaar met een specifieke eigen stijl. Ze exposeert regelmatig, solo en in groepsverband. Ze studeerde in de jaren negentig aan de Academie voor Beeldende Kunsten Sint Joost in Breda en woont momenteel in het Houtvaartkwartier. Onlangs stelde Margriet Gehrels haar Project PELGRIM tentoon in Haringbuys in Aerdenhout, waarmee ze veel lof oogstte. Ze heeft een atelier aan huis, dus tijd voor een Spaarnestroom-bezoek. Op gepaste afstand.

Hoe is de stemming?

,,De stemming ging van vrolijk gespannen naar bijzonder chagrijnig ( – na de afkondiging van de gedeeltelijke lockdown en het daarmee verbieden van de Kunstlijn – ) en toen weer naar hoopvol. Daarna volgde daadkrachtig & actief! Woensdag na de persconferentie had ik er even flink de pe in, maar dat werd vrij snel overgenomen door een gevoel van dat we juist nu niet stil moeten gaan zitten. Exposeren kan nog steeds, is niet verboden, maar kan alleen niet onder de vlag van de Kunstlijn.
Het plan was te exposeren met het Wijngaardcollectief in de Wijngaardtuin en met drie andere kunstenaars in De Garage. Maar we konden niet genoeg mensen enthousiasmeren voor de Wijngaardtuin en zelfs niet iedereen voor De Garage, Toch gaan Didi Overman en ik ons recente werk daar – in De Garage, tijdens wat het Kunstlijnweekend had moeten zijn – laten zien, gewoon omdat we iets fijns willen doen. Adres: Kennemerstraat 11a zwart. Inclusief performance buiten (bij goed weer), door Julia Henneman. Dus… zó is de stemming nu!”

Je werk ‘Sheets of Haze’ hangt hier in de huiskamer. In de bekende Margriet Gehrels-stijl…

,,Ik heb inderdaad een eigen stijl, zoals elke kunstenaar lijkt me. Mijn werk wordt praktisch altijd wel herkend, dat klopt. Ik werk met olieverf en oliepastel. Oliepastel is een soort krijt op oliebasis. Olieverf blijft lang nat, dus kun je lekker laagje op laagje schilderen. Bij mij zijn dat dúnne laagjes. Geen dikke klodders. Ik heb een tijd heel groot gewerkt, maar de laatste tijd werk ik vooral klein. Momenteel is het vooral het kleine wat ik wil vertellen. Het begint met een idee, een gevoel wat ik wil neerzetten. De werken zijn altijd gebaseerd op persoonlijke herinneringen, die mijn verhaal vertellen. De nadruk op ‘persoonlijk’, ik weet ook niet of de herinneringen kloppen, maar voor het beeldend verhaal maakt dit niet uit. Ik start vanuit een kleine herinnering en werk dit uit, vaak in serie. Al schilderend of tekenend kom ik in een bubbel terecht en kan ik het de ene keer in een half uur heel duidelijk op doek of papier zetten. Anderzijds kan ik soms maanden aan een klein werkje zitten prutsen.”

We zagen natuurlijk jouw ‘Project Pelgrim’ langs komen op social media. Wat is dat voor project?

,,Een project waarbij ik in de voetsporen ben getreden van mijn vader Aak. Hij overleed toen hij 45 jaar was, ik was toen 7 jaar oud. Toen ik zelf op die leeftijd gekomen was wilde ik me gedegen verdiepen in het verhaal van de – door mijn vader uitgezette – wandeling van Halfweg naar de Waterleidingduinen. Een wandeling van 17 kilometer. Veel mensen haakten aan en liepen van begin tot eind mee. De avond van tevoren verstopte hij blikjes fruit en pakken sap achter een stenen bank in de Haarlemmerhout – dat gedeelte bij Dreefzicht – om daar de volgende ochtend bowl van te maken. Zo kon iedereen weer met nieuwe energie de tocht hervatten. Dit was slechts één van de dingen die mijn vader voor die tocht verzon. Ik stelde me dus de vraag: wie was die man die iedereen meekreeg, zo initiatiefrijk was en vol energie zat? En hoe goed ken je je vader als je zelf zeven jaar oud bent wanneer hij overlijdt? En hoe goed kun je je vader leren kennen als je dezelfde tocht loopt als hij 45 jaar geleden? Om die vragen te kunnen beantwoorden, ben ik de wandeling eerst helemaal gaan reconstrueren. Met de expositie in Haringbuys als beeldend resultaat.”

,,Aan ‘Project PELGRIM‘ heb ik een jaar gewerkt. Het werd een installatie bestaande uit tekeningen, schilderijen, onderzoeksdocumenten, kijkdozen, projecties en filmmateriaal. Ik baseerde me op mijn herinneringen, tekende uit m’n hoofd. Onderdeel van de tentoonstelling was een leporello van 8,5 meter die de wandeling verbeeldde. Ook het fenomeen ‘kijkdozen’ maakte deel uit van de installatie. Die vind ik altijd zo fascinerend. En van die oude dia’s, compleet met projector. Heb ook gebruik gemaakt van 8mm film. Alles werd één geheel in het Haringbuys, een ruimte vol herinneringen. En veel bezoekers. Er kwam zelfs één mevrouw langs die de wandeling die dag zelf nog een keer gelopen had, gewoon omdat ze er zulke mooie herinneringen aan beleefd had. Ze noemde het haar eigen pelgrimstocht. Dat is toch geweldig?”

Waar groeide je op?

,,Op een boerderij aan de IJweg in Zwanenburg. Met de kerk van Halfweg als ijkpunt waar iedereen ‘s zondags samenkwam. De kerk was zo’n beetje het ‘LinkedIn’ van die tijd, dat was je netwerk. We hadden thuis altijd mensen over de vloer, ook vluchtelingen, iedereen was welkom. Mijn vader was een boer die ook schilderde. En best goed, kijk maar naar dat schilderijtje wat daar op de ezel staat. Een nageschilderde versie van ‘Terras bij avond‘ van Vincent van Gogh. Mijn vader Aak was bescheiden, meer een man van daden dan van woorden. Een uitvinder. In de grond van de schuur had hij bijvoorbeeld een heel gangenstelsel gemaakt met ventilatoren, zodat de aardappels goed droog bleven en niet gingen rotten. En bij de open haard had hij een ‘kiepbank’ gebouwd. Stond de bank de ene kant op ‘gekiept’, dan zat je voor de haard en kiepte hij de andere kant op, dan zag je de woonkamer. Een carrière als uitvinder? Dat had misschien best gekund. Ik denk alleen dat hij daar toch wat te bescheiden voor was.”

Hier in je atelier staat het woord ‘speelsheid’ op een muur geschreven…

,,Speelsheid vind ik heel belangrijk! Het is ook een belangrijk stuk in mij, zonder dat het kinderachtig wordt. Spelen moet je nooit verleren, daardoor blijf je dichtbij jezelf. Of ik kan leven van mijn kunst? Het idee van geld verdienen heb ik losgelaten. Het vertellen van het verhaal vind ik belangrijker. Ik kan in mijn levensonderhoud voorzien doordat ik twee dagen in de zorg werk, in de creatieve dagbesteding. Op dit moment uiteraard met inachtneming van de coronamaatregelen.”

Kun je enkele namen noemen van kunstenaars die jou inspireren?

,,Christian Boltanski is een veelzijdig kunstenaar van wie ik de installatie ‘Na’ in De Oude Kerk in Amsterdam heb gezien. Hij doet heel veel met herinneringen, ook van mensen die hij niet persoonlijk kent of heeft gekend.”

,,De tekeningen van Picasso vind ik ook geweldig, omdat hij het vanuit één lijn doet, zoals bij die stieren. Zijn grafiek is trouwens ook erg mooi.”

,,En Pierre Klossowski, vanwege die prachtige, levensgrote tekeningen met kleurpotlood. Een als kluizenaar levende heer uit een adelijk geslacht, die ook bekend geworden is als schrijver.”

,,Qua literatuur hou ik van het werk van Renate Dorrestein. Een wijze vrouw met een groot oeuvre. Vooral die vroege bizarre verhalen van haar vind ik mooi. En Griet Op de Beeck, bekend van het boek ‘Kom hier dat ik u kus‘.”

,,Graag tip ik ook nog de korte animatiefilm ‘Father and Daughter‘ uit 2000 van Michael Dudok de Wit, over een meisje dat opfietst met haar vader, afscheid neemt, en vervolgens telkens terugkeert naar de plek waar ze afscheid namen.”

Tot slot, van welke muziek hou je, en welke clip mogen we bij dit interview plaatsen?

,,Ik ben gek op oude muziek, zoals van Cole Porter, Billie Holiday en Nina Simone. Stemmen die niet helemaal ‘kloppen’. En de stem van Louis Armstrong, die vind ik helemaal te gek. Daarom kies ik voor het nummer ‘Jeepers Creepers‘. Omdat dit nummer me altijd vrolijk, alert en actief maakt. Ik heb ooit gezegd: als ik in coma raak dan moeten jullie dit nummer voor me draaien. Dan is de kans groot dat ik weer ontwaak!”

INTERVIEW: PAUL LIPS

FOTOGRAFIE: REMCO VAN DER KRUIS/PROPER PICTURES

https://www.instagram.com/margriet_gehrels/

www.griet.net

Marnix DuCroock over de nieuwe plaat van rockband The Last Wave, muzikantenperikelen en fietskunsten door Haarlem

..Élk album is een toestand”, zegt Marnix DuCroock als ik hem bel om een en ander te vernemen over ‘When Everything Was Magical’, het nieuwe album van rockformatie The Last Wave dat zaterdag 24 oktober uitkomt tijdens – de naar de omstandigheden aangepaste – Record Store Day. ,,Ik ben tijdens het werkproces zelfs teruggefloten door twee van mijn bandleden. Nee, dat was niet erg hoor, geen zorgen.” Maar hoe zit dat met die gratis exemplaren?

door Paul Lips

De leden van The Last Wave komen uit alle windstreken. De basis werd zeven jaar geleden gelegd in het lommerrijke Park Sonsbeek, waar de Haarlemse gitarist Marnix Alexander DuCroock (studerend aldaar) de Arnhemse zanger Lennart Klop ontmoette. ,,Die woont nu trouwens in Hengelo.” Rik Haker (gitaar/zang) komt uit Amersfoort, Daan Olthoff (slagwerk) uit Groningen en Julian Hendriks (bas) woont in Velserbroek. Kortom een on-Haarlemse attitude, met vleugelspreidende ambities. Gerard Velthuijs (saxofoon) completeert het geheel. ,,Repeteren is altijd lastig. De vraag is dan: ‘wie gaat er veel kilometers maken deze keer’, haha.”

(foto The Last Wave)

The Last Wave maakt rock, maar schroomt niet een vleugje psychedelica of americana toe te voegen. De plaat was afgerond in juni, de opnamen vonden plaats in Studio A60 in Didam, bij vader en zoon Rick en John te Dorsthorst. ,,Die plaat was dus al klaar. Maar The Last Wave heeft de afgelopen jaren zó veel bezettingen gekend. Wel dertig muzikanten hebben deel uitgemaakt van de band. Die heb ik allemaal bij de nieuwe plaat betrokken. Ja, ze zijn destijds om allerlei verschillende redenen vertrokken. Een band onderhouden is een heel gedoe. Vandaar dat ik nu heb besloten om op basis van een kollektief verder te gaan. Anders is er te veel stress.”

(foto: Studio A60)

Teruggefloten?
,,Op een gegeven moment stonden Rik en Julian op de stoep. ,,Ik dacht bij mezelf: kut, hier is iets fout. Hun stelling was: de afwerking van de plaat is niet goed genoeg. Toen was het dus juni.”

Wat vond jij?
,,Als je met dat hele proces bezig bent zit je zó diep in die plaat dat je het niet meer goed hoort. Je bent niet objectief meer. Wat er zoal aan schortte? Ingewikkeld om dat zo even uit te leggen. Van belang was dat elk instrument afzonderlijk beter zou moeten kunnen klinken. Iets met equalizers. En sommige partijen waren niet helemaal strak ingespeeld. Dat kon beter. Dus tegen het einde van de zomer hebben we een aantal dingen opnieuw gedaan.”

En nu over die stunt tijdens Record Store Day…
,,We geven gratis exemplaren van ‘When Everything Was Magical‘ weg. Dat gebeurt deze zaterdag, tijdens Record Store Day. Bij Sounds in Haarlem en Delft, Waaghals in Arnhem, bij Concerto in Amsterdam, bij Plato in Groningen, Deventer, Utrecht, Zwolle en Leiden. Iedereen die iets koopt bij deze winkels krijgt – als ze dat op prijs stellen – een gratis album. Op = op.”

En een nieuwe videoclip, opgenomen in Haarlem…
,,Op de allerlaatste zomerdag in september. Met in de hoofdrollen Nick en Tygo, twee Haarlemse bikers die allerlei kunsten uithalen op hun fietsen. Ik zag ze bezig op het Stationsplein en heb gevraagd of ze het leuk zouden vinden om een videoclip op te nemen met Henrik van de Pol en mij. Dus ik op de scooter en de cameraman achterstevoren filmend. Kriskras door het centrum van Haarlem. Je zult allerlei plekken herkennen als je de clip van ‘Quick Ride‘ ziet!”

The Last Wave:
https://www.thelastwavemusic.com/
Studio A60:
https://a60.nl/
Sounds Haarlem:
https://www.soundshaarlem.nl/

albumhoes ‘When Everything Was Magical’ (foto Jaap Kroon)

ATELIERGESPREK: DE WERELD VAN MELI KUHN

Haarlemse Meli Kuhn was al bekend van haar dansgroep en haar intrigerende films. De laatste jaren profileert ze zich steeds meer als beeldend kunstenaar. Maar niet alleen in Haarlem, eigenlijk  veel meer buíten de Spaarnestad. Hoogste tijd voor een gesprek in haar atelier, in Nieuwe Vide aan de Minckelersweg.

Zo’n vier jaar geleden speelde Kuhn zich in de kijker met haar films ‘Wurzel’ en ‘Mangel’. Daarnaast waren er optredens van haar eigen Tanztheater Meli Kuhn. Niet zo’n Haarlems kliekje, maar een internationaal gezelschap met dansers uit onder meer Roemenië, Rusland en Spanje. Tijdens repetities van haar dansgroep maakte ze al schetsjes. Ze deed een docentenopleiding aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en trad langzaam met haar werk naar buiten. Ze raakte in contact met iemand die exposities organiseerde en stelde ten toon bij Loods 6, een creatieve plek in het Oostelijk Havengebied in Amsterdam.

Een verbreding richting het maken van beeldende kunst. Hoe ging dat?

,, Tijdens mijn eerste exposities in Duitsland durfde ik mijn werk eerst bijna niet op te hangen. Zo kwetsbaar voelde ik me omdat ik het gevoel had dat ik mijn ziel bloot stelde. En toch is daar de wens je werk aan de wereld te laten zien… Vreemd toch? Al de enthousiaste reacties maakten mij ontzettend blij en daar ben ik erg dankbaar voor. Iemand zei me dat ik ‘het hart geraakt’ had. Ik hoefde eigenlijk niet lang te zoeken naar wat ik wilde uitbeelden. Dat gevoel was er al. Bij mijn andere kunstvormen was ik namelijk ook al op zoek naar de meeste krachtige uitdrukkingsvorm van mijn binnenleven. Omdat ik in Nederland woon, zou ik het ook fijn vinden als mijn kunst hier gezien wordt.”

Je maakt je werken op oud papier. Hoe kom je daar aan?

,,Dat oud papier verzamel ik en haal dat overal vandaan. Het idee dat iets ouds en misschien niet meer bruikbaar een nieuw leven krijgt vind ik een mooie gedachte. De kringloop van het leven… Een tijd terug kreeg ik van een antiquariaat oud braille-papier, van rond 1800. Omdat ik graag wilde weten wat erop stond ben ik zoek gegaan naar iemand die het voor me kon lezen en ontmoette zo Tina, een blinde dame. Het was een heel bijzonder moment toen zij mij voor ging lezen van dit oude papier. Het zijn zangoefeningen van een Franse meisjesschool.”

,,Overigens is het verliezen van het gezichtsvermogen voor mij als kunstenaar een grote angst. Daarom ben ik nu bezig met een zogeheten ‘blindenproject’. Ik ben bezig met te onderzoeken hoe ver je kunt gaan als schilder. Schetsen zonder te zien wat je doet. Je raakt totaal je oriëntatie kwijt , en toch ontstaat er iets heel moois.”

Met welke materialen werk je?

,,Van alles. Inkt, aquarel, gouache, allemaal fijn om mee te werken. Olieverf heb ik onlangs ontdekt. Dat is een soort boetseren met verf. Je bouwt het echt op. Een puur materiaal, waar je ook in kunt vegen of wegschrapen, en dingen laag voor laag kunt opbouwen. Het hoeft niet makkelijk te gaan.”

Veel vrouwen bevolken je kunstwerken…

,,Heel veel fantasiefiguren. Thuis waren we met vijf meisjes. Vijf zussen. We hebben een innige band. Dus vanuit dat gegeven krijg ik inspiratie. En omdat ik altijd een deel van mezelf in mijn werk verwerk, is het logisch dat het vrouwen zijn. Vandaar ook dat mensen vaak denken dat ze mij in het werk herkennen. Maar er zijn ook mannen te vinden in mijn werk, absoluut!”  

,,Laatst heb ik trouwens een eerste natuurschets gemaakt. Dat wil ik ook onderzoeken. Ik werk echt in fasen. De ene keer ben ik met dit bezig, de andere keer met dat. Ik ben een fan van Paul van der Steen. Een hele goede leermeester. Hij maakt ook van die schetsboekjes. Helaas is hij verhuisd uit Haarlem.”

En dan overal exposeren, behalve in Haarlem?! Why?

,,Tsja. Zo is dat gegaan. Inmiddels zijn er vaste exposities in Duitsland waar ik aan mee doe en heb ik een fijne groep kunstenaarsvrienden daar.  Eind november exposeer ik bij galerie Grimm in Magdeburg en ook in Galerie Klose in Essen, tijdens de Eindejaarsexpositie ‘Zeitzeichen’.  Maar ook in de Eusebiuskerk in Arnhem, als onderdeel van Art Arnhem.”

Je hebt een nieuwe film gemaakt, ‘Helena’. Wat kun je er over vertellen? 

,,’Helena’ heb ik samen met mijn nichtje Teresa Kuhn, die cameravrouw is, gemaakt. Dat was een ontzettend fijne samenwerking. Ali Helnwein heeft weer de muziek voor de film gecomponeerd, net als bij ‘Wurzel’. Ik houd ontzettend van de manier waarop hij mijn films met zijn muziek benadert en er een extra dimensie aan geeft. De film ging afgelopen jaar in première tijdens Cinedans in Amsterdam. Daarna verdween de film in de la en nu dus pas openbaar te zien.” 

,,Ik vind het altijd het mooist als de kijker helemaal vrij zijn eigen invulling, gevoel en voorstelling kan maken van wat hij beleeft bij het kijken van mijn film. In de film zien we een vrouw, Helena, eenzaam in haar zielloze huis. Steeds weer verschijnt vaag een andere vrouw in beeld – haar verborgen binnenkant. Aan het eind omhelst zij deze ‘donkere’ kant van zichzelf.  Ik wilde een groot gemis binnen in jezelf verbeelden, iets wat je kunt voelen maar ook lief kunt hebben. Enfin… kijk zelf maar…!”

Een prachtig atelier op een prachtige plek. Uitzicht op dat krot van een gebouw. Totaal verwaarloosd. Maar er schijnt verbetering in aantocht te zijn.

,,Met allerlei vogels die in en uit vliegen daar. Helaas moeten we verhuizen. Nieuwe Vide moet er uit en elders onderdak vinden. Daarom wil ik bij dit interview graag het filmpje laten zien dat is gemaakt. Het is jammer, want dit is een hele inspirerende plek.”

Tot slot vragen we altijd naar muziek waar je van houdt. Met een clip die je hier graag bij zou zien.

,,’Missa Criolla’. Met deze muziek ben ik opgegroeid. Mijn ouders zijn, toen ze rond de dertig waren vanuit Argentinië naar Duitsland verhuisd en hoorden wij veel Argentijnse muziek thuis. Het is een muziek die mij een gevoel van ‘Heimat’ geeft en mij ter gelijke tijd op een heel bijzondere manier ontzettend diep raakt.”  

INTERVIEW: PAUL LIPS

FOTOGRAFIE: REMCO VAN DER KRUIS

https://www.melikuhn.com/

MODEJOURNALIST NATASJA ADMIRAAL OVER HET BOEK ‘TRANSFORMERS’ VAN ONTWERPER CLAES IVERSEN

‘Transformers’ is de titel van een wonderschoon vormgegeven boek over het werk van ontwerper Claes Iversen. Iversen is naast ontwerper ook actief als beeldend kunstenaar, en maakt schilderijen en interieurontwerpen zoals vloer- en wandkleden. Het boek is in beperkte oplage – 2000 exemplaren – verschenen bij uitgeverij Waanders & De Kunst. De Haarlemse modejournalist Natasja Admiraal schreef de tekst. Tijd voor tekst en uitleg bij een cappuccino.

door Paul Lips / beeld: Claes Iversen/Natasja Admiraal

Natasja, ik begrijp dat ik de naam van Claes Iversen eigenlijk verkeerd uitspreek?
,,Eigenlijk is het ‘Clees’. Claes is van Deense afkomst, dus zijn voornaam spreek je officieel uit als ‘Clees’. Zelf maakt het hem eigenlijk niet zo veel uit, hoor.”

Je volgt de ontwikkelingen in de mode op de voet en schrijft al geruime tijd voor modebladen, maar ook voor andere magazines. Consciëntieus geschreven stukken met een flinke lengte, waarvoor je ook regelmatig reizen maakt…
,,Tijdschriften met een bewaarfactor, in Nederland en België. Dan is het een mooie stap om het gebied te vergroten naar boeken. Achtergrondverhalen die beklijven. Claes wil met zijn nieuwe collectie een groot publiek bereiken en koos daarom voor een multidisciplinaire presentatie. Dit kunstboek is daar onderdeel van.”

Natasja Admiraal bij de opening van de tentoonstelling ‘Mode in Kleur’ in het Kunstmuseum Den Haag

Ik begrijp dat je gevraagd bent om de tekst van dit boek te schrijven. Hoe was dat voor jou?
,,Half juli rinkelde de telefoon en werd me de vraag voorgelegd. Een enorme eer! Ik ken zijn werk, en we hebben allebei de kunstacademie in Den Haag gedaan. Niet tegelijkertijd overigens. Toen hij afstudeerde begon ik net in het eerste jaar van de modeafdeling. Een ontwerper die ik bewonder vanwege zijn vakmanschap. Ik heb een aantal gesprekken met hem mogen voeren, zo kon ik me verder verdiepen in zijn universum. De samenwerking met de uitgever, het team van Claes en vormgevers Ton Hoogerwerf en Dennis Koot verliep uiterst inspirerend. Het is een prachtig koffietafelboek geworden.”

Wandkleed van Claes Iversen

Opvallend is de lange vorm van het boek, er staan niet alleen modefoto’s in maar ook schitterende kunstwerken in een minimalistische stijl…
,,Ontwerpers tekenen hun ideeën vaak op een manier waarbij de modellen heel lang ogen, met overdreven proporties dus. Deze proporties kun je in werkelijkheid nooit op die manier terug laten komen. Dus heeft Claes zijn modellen op onzichtbare sokkels geplaatst, waardoor er heel langgerekte silhouetten ontstaan. Vandaar dat de vormgevers hebben gekozen voor een langwerpig formaat van het boek. Het naast elkaar beoefenen van kunstdisciplines is kenmerkend voor Claes. Hij deelt zijn dagen zo in dat hij tijd heeft om te schilderen. In die schilderijen draait het om het lijnenspel en de vlakverdeling. Couturetechnieken – zoals borduren – past hij ook toe op zijn wandkleden en schilderijen.”

Wat is ‘Transformers’ voor een collectie?
,,Claes is voor deze collectie uitgegaan van vijf archetypische kledingstukken: de sweater, het overhemd, het pak, de trenchcoat en de Litte Black Dress. Deze iconische items transformeren in vier stappen tot geëvolueerde versies. Voor de presentatie koos hij voor een expositie in hotel MAI aan de Geldersekade in Amsterdam. Dus geen traditionele catwalkshow, maar een multidisciplinaire installatie, met geëxposeerde kleding, schilderijen, wandkleden en een modefilm. Een eigentijdse manier van presenteren.”

uit het boek ‘Transformers’

Hoe ging je te werk bij het schrijven van de teksten?
,,Je maakt zo’n boek met een team. In samenspraak zijn we tot vijf thema’s gekomen voor de hoofdstukken: ‘Volume‘, ‘Beweging‘, ‘Kleur‘, ‘Lijn‘ en ‘Vorm‘. In het hoofdstuk ‘Vorm‘ bijvoorbeeld wordt beschreven hoe Claes speelt met het gegeven van de ‘Litte Black Dress’. Een tijdloos kledingstuk, waarover Coco Chanel ooit heeft gezegd dat iedere vrouw er minimaal één in de kast zou moeten hebben hangen. Dat zwarte jurkje kent veel verschijningsvormen. Je kunt ‘m heel casual dragen of naar werk. Mooie sieraden erbij en je bent klaar om naar een feestje te gaan. Het is chic, maar ook een beetje veilig. Claes stelt zichzelf de vraag: waarom moet dat jurkje nu eigenlijk altijd zwart zijn? En combineert het vervolgens met de kleur hard-roze. Dus in feite breekt-ie het concept af. Hij transformeert het.”

uit het boek ‘Transformers’

Nu ik je zo door het boek zie bladeren merk ik dat je het zelf ook prachtige ontwerpen vindt…
,,Kijk hier, wat Claes doet met ruches en revers, ja dat vind ik bijzonder. Kijk hier, bij dit broekpak. Een knipoog naar Le Smoking, oftewel de vrouwensmoking. Yves Saint Laurent is daar onder meer bekend mee geworden. Claes heeft als ontwerper eigenlijk een klassiek handschrift, maar voegt daar vaak onverwachtse elementen aan toe. Een dissonant. Bij dit ontwerp heeft-ie weer Escher-achtige figuratie toegepast. Heel grafisch. En hier gebruikt-ie dan ineens weer van die fel-oranje spanbanden.”

Als kunstliefhebber vind ik ook zijn schilderkunst en wandkleed-ontwerpen bijzonder. Het minimalistische daarvan doet me zelfs enigszins denken aan het Spaarnestroom-logo dat kunstenaar TRIK voor ons heeft ontworpen…
,,Het lijkt er inderdaad wel wat op! Het mooie van die schilderijen vind ik dat hij aparte kleuren gebruikt. Kleuren waar een beetje ‘viezigheid’ in zit, zo omschrijft Claes het zelf. Het schuurt een beetje. Neem dat bruin, grijs en blauw dat hij in dat wandkleed gebruikt. Die veelzijdigheid, dat interdisciplinaire spreekt mij persoonlijk erg aan.”

‘Transformers’ is verschenen bij Waanders & De Kunst, prijs € 31,50 ISBN 9789462623132

https://claesiversen.com/

https://www.waandersdekunst.nl/claes-iversen.html

https://www.natasja-admiraal.com/

WAT INSPIREERT… EVA DURLACHER

Haarlemse Eva Durlacher is beeldend kunstenaar, trainer en coach. Ze is bekend van Gouden Boeken, een kunst- en cultuurproject waarmee mensen meer uit hun leven kunnen halen door beelden, verhalen en gevoelens te tekenen. Dit doet ze in samenwerking met Debbie Claassen-Kramer. Het resultaat is inmiddels dat er meer dan honderd goudenboeken zijn gemaakt in Haarlem en omgeving. Ieder een eigen, visueel levensboek.
Daar willen we meer van weten, dus hoog tijd voor een koffie op het zonovergoten terras van Spaarne 66, pal naast de Melkbrug. Detail: Eva prefereert koffie met ‘havermelk’.


door Paul Lips

Hoe is de stemming?
,,Goed… De laatste maanden hebben we vanwege de crisis eerst uit noodzaak zoomsessies gedaan. Maar dat was juist ook bijzonder om te doen. Vanuit allerlei plekken waren mensen vanuit hun huis aan het tekenen over hun leven en boeken aan het maken, vanuit allerlei kamers in Haarlem. Het werkt als en soort middel om elkaar te ontmoeten op de meeste onverwachte manier, middels herinneringen die mensen van elkaar herkennen, en dit helpt ook om een gevoel van eenzaamheid te voorkomen. Na zo’n sessie gaat iedereen dan weer op zichzelf verder met tekenen. Op een gegeven moment wilden er ook mensen uit het buitenland meedoen. Iemand uit Berlijn, en iemand uit Italië. Verhalen werken verbindend. Vanwege de verscherpte coronamaatregelen gaan we de komende tijd opnieuw zoomsessies doen”


Momenteel dus zoomsessies vanwege de verscherpte coronamaatregels. Maar hoe werkt het als de bijeenkomsten weer in het echt mogelijk zijn?
,,Dan gaan we naar de ruimte van Mooizooi, aan de Zwemmerslaan/Terschellingpad in Molenwijk, Schalkwijk. Een groot voormalig schoollokaal met genoeg ruimte om op anderhalve meter van elkaar te kunnen zitten. Er kunnen tien deelnemers per sessie meedoen. Ben je daar wel eens binnen geweest? Het is een ruimte die creativiteit opwekt. We hopen trouwens ook weer aan de slag te gaan in De Ringvaart in Schalkwijk, en in Schoterhof in Haarlem-Noord.”

Je bent betrokken bij het context-programma rond de komende voorstelling ‘Drie Zusters’ van Toneelschuurproducties, in regie van Eline Arbo. Daar zijn een aantal vrouwen van uiteenlopende leeftijden gevraagd om zich te verdiepen in de vraag: ‘waar was jij rebels of moedig en gaf je gehoor aan datgene waar je van droomt of voor wil strijden?’…
,,Daarvoor ben ik inderdaad gevraagd. Om het hele project te starten met een tekenopdracht. Zo’n toneelstuk is iets tastbaars waar veel mensen zich in kunnen herkennen. Het stuk gaat over zusters die blijven hangen in lethargie, die dromen maar niet in actie komen. Tijdens dat context-programma wordt de vraag opgeworpen: ,,Waar ben je rebels geweest, of had je een durf of moed, wat je omgeving niet van jou verwachtte? Rebelse acties met verandering tot gevolg. Als je durf toont heeft dat soms een domino-effect op je hele omgeving, en kun je verandering bewerkstelligen.”

Hoe gaat zo’n tekensessie in z’n werk?
,,We maken eerst een lijstje met associaties. Associaties die belangrijk kunnen zijn, maar soms ook onbelangrijk. Bijvoorbeeld associaties rond herinneringen over je gewoontes met betrekking tot het opstaan ‘s ochtends. Het zijn vaak niet van die ‘kijk mij eens-verhalen’. Vaker is er sprake van ‘verlegen verhaaltjes’, dingen die onbelangrijk leken. Dan gaan we tekenen. Veel mensen zeggen vaak: ik kan niet tekenen. Maar juist dat onbeholpene geeft een bepaalde kracht. Zo’n tekening maak je binnen ongeveer anderhalf uur. Tijdsdruk hoort erbij. Uiteindelijk leveren al die tekeningen een boek op. Een Gouden Boek.”

Waar groeide je op?
,,In Amsterdam, Amstelveen en Haarlem Zuid-West. Duinwijk, aan de andere kant van de Randweg, vlakbij landgoed Elswout. Een beetje een tuttige omgeving. Ik ging naar het ECL, een leuke school. En ik was altijd te vinden in de Toneelschuur en bij toneelworkshops, zoals die van Rieks Swarte. Toneel had mijn interesse. Ik ging ook naar De Brakke Grond, en heb nog een tijdje als kok gewerkt in het Shaffy Theater in Amsterdam. Een bruisende tijd, met het Festival of Fools en zo. De Gentse Feesten bezocht ik graag, of de Boulevard of Broken Dreams. Voorstellingen van theatergroep Radijs, met Josse de Pauw en Eric de Volder. Hauser Orkater met de legendarische muziektheatervoorstelling ‘Zie de mannen vallen‘. In Amsterdam deed ik de audiovisuele vormgeving aan de Rietveld Academie. Een mix van theater en beeldende kunst spreekt me nog altijd aan. Samen met de regieopleiding maakten we toen absurde visuele voorstellingen.”

De belangstelling voor buurtprojecten groeit. Eerder was je ook al betrokken bij ‘Het Verhalenboek van de Vijfhoek’, waar een expositie in de Doelenzaal van de bibliotheek uit voortkwam. Hoe verklaar je dit succes?
,,Ik noem het de democratie van de overgeslagen verhalen. Het is mooi om bijvoorbeeld ouderen een podium te geven. En dan oog te hebben voor de mensen die eerder tijdens hun leven niet een podium hebben gekregen.. Als je creatief aan de slag blijft word je daar gelukkig van. En je blijft wakker. Het is ook een manier om eenzaamheid bij ouderen tegen te gaan. Ik heb allerlei ideeën voor culturele evenementen in die sfeer. Daarbij wil ik dan jong en oud met elkaar verbinden.”


Tot slot, van welke muziek hou je, welke clip kunnen we bij dit interview plaatsen?
,,Ik hou heel veel van klezmer- en zigeunermuziek. Zangeres Shura Lipovsky is een vriendin van me en trekt met haar ensemble Novaya Shira door Europa met jiddische liederen, poëzie en verhalen.”

Website Eva Durlacher: http://www.goudadertraining.nl

Project Gouden Boeken/Gouden Verhalen: https://goudenverhalen.nl/

JACO VAN DER STEEN OVER ZIJN NIEUWE MUZIKALE PROJECT: THE DASHBOARD DANGLERS

Haarlemmer Jaco van der Steen is een muzikale duizendpoot. Altijd bezig met muziek. Opnemen in zijn eigen studio, componeren, optredens op grote of kleine podia. Inmiddels zo goed en zo kwaad als het gaat onder de veranderende omstandigheden. Toen hij meldde dat hij bezig is met een splinternieuwe band – stijl: country en americana – wilden we daar uiteraard alles van weten.

Een tijdje terug kwam ik Jaco van der Steen tegen op straat. We wonen bij elkaar om de hoek. ,,Binnenkort heb ik nieuws voor je!”, riep hij. Altijd leuk natuurlijk voor Spaarnestroom. Vervolgens brak de coronacrisis uit en werd het stil. Tot enkele weken geleden. Toen fietste Jaco weer door de straat. Met – gezeten in de bak van de bakfiets – zijn geliefde. Het tafereel zag er vrolijk en gezellig uit. ,,We gaan afspreken!”, zei Jaco. Zo geschiedde. Dus meldde ik mij op een maandagmiddag bij de studio in de Kennemerstraat.

Aanleiding vormt de lancering van de band The Dashboard Danglers. Volgens de informatie op Facebook: ‘country, americana, pop/rock and originals from the Dutch Westcoast’. Dat roept direct vragen op. Wat is dat voor ensemble? Er staan optredens geboekt in het land, hoe gaat dat allemaal gebeuren onder deze ingewikkelde omstandigheden?

,,Toen we met The Dutch Eagles aan de plaat ‘Even Weg‘ van Boudewijn de Groot werkten, merkte ik al dat ik steeds meer plezier kreeg in het zelf schrijven van nummers. Die zou ik dan ook graag op het podium ten gehore willen brengen. Bij The Dutch Eagles ben je altijd gebonden aan het repertoire van The Eagles. Geweldig materiaal natuurlijk, daar niet van. Vooral ook qua samenzang. Maar uiteindelijk wilde ik een andere richting op.”

,,Op een gegeven moment deed ik met Rebecca Bakker een klein liedjes-programma. Rebecca is een actrice en schrijfster. Dat was tijdens het WoudeWoude Festival. De Woude is een eiland bij het Alkmaarder- en Uitgeestermeer. Een soort mini-dorpje met weilanden en boerderijen. Wij traden daar op in een schuurtje. Onze stemmen samen pasten als een handschoen. De reacties die we kregen waren enorm enthousiast.”

,,Ondertussen had Boudewijn de Groot me een Engelse tekst gestuurd die hij had geschreven, ‘Hollywood Blizzard‘. Daarin had hij zijn herinneringen aan een avond beschreven, waarin hij in een etablissement was waar een stripteasedanseres optrad. En daar prompt mee in gesprek raakte. Dat is een Eagle-esk liedje in americana-stijl geworden.’

,,Vast stond dat ik duetten wil zingen met Rebecca. Maar ik ben ook een echte bandmuzikant en houd erg van mooie meerstemmige zang, dus ik wilde een nieuwe band erbij. De formatie van de band ging achteraf gezien best snel. Ik heb echt een top-clubje nu: Martin Bakker speelt bas, Leon Klaasse op slagwerk. Marcel de Groot op gitaar. En ze zingen ook allemaal!’’

Marcel de Groot? Dé Marcel de Groot?? Die zulke mooie dingen deed toen hij deel uitmaakte van het ensemble rond Maarten van Roozendaal?

,,Ik sprak Boudewijn en die zei tegen me: ‘Waarom vráág je hem niet gewoon?’ Toen bleek dat Marcel gewoon wel weer zin had om in een bandje te spelen. Meestal was hij gast in gelegenheidsprojecten, of trad hij solo op.”

Op het album ‘Even Weg’ van Boudewijn de Groot is ook de invloed van country en americana duidelijk te horen…

,,Van die plaat zijn toch nog tienduizend exemplaren verkocht. Een godswonder. Dat nummer ‘De Stoet‘ heeft een beetje de sfeer van dat zingzeg-lied van de Rolling Stones, ‘Faraway Eyes‘. Als we in de auto zitten vragen mijn dochters altijd: ‘mag Boudewijn op?’ Het lied ‘De Boom‘ is hun favoriet. Ik was trouwens aanwezig bij een van die concerten die The Kik in Ahoy Rotterdam deed en waarbij ze de bekendste platen van Boudewijn integraal speelden, met orkest. Ik zat op uitnodiging van Boudewijn helemaal vooraan. Al die nummers kwamen voorbij: ‘Het Land Van Maas En Waal‘, ‘Meester Prikkebeen‘ enzovoort. En als dan aan het einde van de avond de Meester zelf nog even opkomt met zijn gitaar om nog even mee te doen, dan doet dat wel wat hoor.”

The Dashboard Danglers zijn te boeken en hebben een speellijst. Hoe moet dat nu, in deze tijd?

,,Onze muziek is geboekt in middenzalen. ‘Take Me Home’ heet de tour. We gaan nu vanwege de corona twee keer op een avond een ruim uur optreden met wisselend publiek. Steeds ongeveer 100 mensen. Ik denk dat we dat eenvoudig moeten houden, gewoon de band op Perzische tapijten. Het wordt geen vetpot, komend seizoen. Maar ik ben al lang weer blij dat we kleinschalig kunnen beginnen met optredens.’’

“Onze single ‘Simple As That’ is deze week uitgekomen en wat ook nog leuk is om te melden: samen met een lokale producent van hele stoere mondkapjes brengen we binnenkort het eigen nummer ‘Corona Days‘ met een videoclip uit. Om dat te promoten gingen we ook een leuke samenwerking aan met een dansschool in Amsterdam en die hebben er een ‘line-dance’ bij gemaakt. Dat hebben we gefilmd op ‘Het Stenen Hoofd’, buiten aan de oever van het IJ afgelopen zondag. Binnenkort, half oktober, lanceren we de video.

Je bent een soort van duizendpoot, altijd bezig met muzikale projecten en componeren…

,,Oh ja, dit is ook nog leuk om te vertellen: ik heb nu als componist een hit met het nummer ‘Eén keer’ van van zanger Tino Martin, dat ik samen met Marcel Schimscheimer schreef. Het staat op de nieuwe plaat ‘Voor iedereen’. Dat lied kwam 25 september uit en stond al binnen 5 dagen op meer dan 30.000 views op Youtube…dus dat is wel een opsteker in deze tijden.”

Aan het slot van een gesprek vragen we meestal om een persoonlijk favoriet nummer met favoriete clip. Wat is die van jou?

,,The Rubettes! ‘Sugar Baby Love‘. Die gasten waren hartstikke goed, daar was ik als jochie fan van. Ze hebben wel tien hitsingles gehad. Miljoénen exemplaren verkocht, En ik heb ze zelfs nog een keer live zien optreden. In Baarle-Nassau, bij Tilburg. Bijna in de originele bezetting. Toen ‘Sugar Baby Love’ langskwam heb ik helemaal vooraan mee staan zingen met mijn grote helden. Ik was weer tien jaar oud die avond. Na het optreden – in zo’n foeilelijke witte tent – ben ik nog backstage gegaan. Die bassist wees op mij en zei tegen de anderen: ‘that’s the guy with the voice’. Een tópavond!”

INTERVIEW: PAUL LIPS

FOTOGRAFIE: REMCO VAN DER KRUIS

The Dashboard Danglers

Dancing Cowboys

Zinderende vernissage in Spaarndam door Bennink & Roelofs

Velen zullen de kleine sensatie kennen van een muntstuk dat je op z’n kant op tafel zet, om vervolgens met duim en wijsvinger in één beweging (van je af) rond te laten draaien. Het draaien en het geluid van het metaal dat zich langzaam een verstilde plek op het blad verwerft. En dat je dat dan later met een kletterend pannendeksel op het aanrecht uitprobeert, tot ergernis van je moeder. Han Bennink deed zaterdagmiddag hetzelfde, achtereenvolgens met twee cymbalen. Op de stenen vloer van de Oude Kerk in Spaarndam. Het was het eerste geluid dat klonk ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling ‘Beeld en Percussie’, die te zien is in Kunstcentrum De Kolk aan de Westkolk.

tekt & beeld Paul Lips

De galerie is te krap voor een drukbezochte vernissage, dus is het altijd prettig dat de Oude Kerk op steenworp afstand is gelegen. Zo’n veertig belangstellenden mogen aanwezig zijn, verspreid over de kerkbanken. Of iedereen wel de anderhalve meter in acht wil nemen, benadrukt Johanna van Steen van het kunstcentrum een pietsie streng doch rechtvaardig. Vervolgens mag aquarellist Sipke Huismans (die trouwens zelf ook mooi werk maakt) het openingswoord spreken, waarvan één anekdote vooral bijblijft. Huismans verhaalt over het moment dat Han Bennink de militaire dienstkeuring moest ondergaan, en vastbesloten was om daar voor afgekeurd te worden. Bennink had een grote koffer meegebracht, met daarin een drol. In die drol had hij een rotje gestoken, ongetwijfeld bedoeld voor de heren van de keuring. Het resultaat laat zich raden: S5.


Als vervolgens de muziek mag klinken gaat dat uiteraard weer op die weergaloze Bennink-wijze. Eerst dat draaien en de TSJING!-geluiden van die neerkletterende bekkens, vervolgens en dan de klanken van de basklarinet van Joris Roelofs die zich mengen met de percussie. Han Bennink beroert de trommels met twee paukenstokken. Het zijn twee snaredrums die hij heeft opgesteld, waarvan er één eerst nog omhuld is met zo’n blauwgeblokte keukenhanddoek. Veelvuldig speelt de in – wit overhemd en zwart giletje gehulde – meester met gesloten ogen. Dan weer met brushes, soms met de handen op de cajon waar hij op zit, een enkel moment met de linkervoet op de snare. Prachtig is het moment dat hij tegen kwart voor vijf – als een soort slotakkoord – met een stick vier keer op een hoefijzer slaat – Ting! Ting! Ting! Ting! – en mompelt: ‘Het is al vier uur, neem ik aan’.

Overigens geeft rietblazer Joris Roelofs de kijker nog een onbedoelde Pletterij-ervaring, als hij op sommige momenten al spelend schuilgaat achter een pilaar (= kachelpijp, wist trouwe lezer Joost Mulder ons te vertellen).
Het zijn zinderende improvisaties, opzwepende grooves, fijne shuffles, latin-ritmes, met flarden van bekende jazz-standards, kortom een muzikale happening zoals we die vandaag de dag zelden nog meemaken. Immers: ,,Je kan op één ding heel veel doen. Slaan op de randen van de snare. Boventonen. Doek er op, doek er af. Dat maakt heel veel uit”, laat de slagwerker zich na afloop ontvallen. Dan zijn er al twee toegiften geweest en de flessen ontkurkt.

Mooi moment om een blik op de tentoonstelling te werpen. Ondertussen vliegen de vinylplaten van ‘Icarus’ – het album dat het duo maakte, vol punky jazz – als warme broodjes uit de koffer. En het thema van de overmoedige, gevleugelde ‘Icarus’ komt dan ook weer terug in de kunst die te zien is. Vergane drumsticks- en vellen worden inventief hergebruikt. Objecten, assemblages – veelal van gevonden materialen – alsook verfijnde collages en messcherpe tekeningen, maken deze tentoonstelling tot een must-see. Oftewel: gewoon even op de fiets stappen en gaan kijken, daar aan de Westkolk. Dat kan nog tot en met 25 oktober.

http://kunstcentrumdekolk.nl/2020/09/19/oktober-han-bennink/

‘Kenau Hasselaer, de stoerste chick van deze tijd’

Dat Haarlem 775 jaar stadsrechten bezit, ach ja, dat is geinig, maar zegt me verder niet veel. Het is een cijfer. Maar dat – in dit min of meer speciale jaar – een voorstelling wordt gespeeld waarin de figuur ‘Kenau’ tot leven wordt gebracht die een heerlijke theaterbeleving teweegbrengt, dat is een van de kersen op de verjaarstaart. Op het voorplein van de Stadsschouwburg is momenteel de muziektheatervoorstelling ‘Kenau’ te zien. De legende van de vrouwelijke held is daarbij totáál verbouwd. En zo hoort het ook. Dinsdagavond was ik er bij.

door Paul Lips


In 2012 gonsde het in de Spaarnestad ineens over ‘Kenau, de film’ die op stapel stond. Monic Hendrickx ging de rol van de ‘heldin’ vertolken en uiteraard waren in de ogen van de dames van Citymarketing meteen eurotekens te ontwaren. Toen de rolprent op televisie werd vertoond heb ik het denk ik tien minuten volgehouden, turend naar de bordkartonnen decors en het belabberde acteerwerk, om daarna te concluderen: typisch weer zo’n product van ‘De Nederlandse Film’.


Nee, geef mij liever het dynamische muziektheater dat Emma van Muiswinkel, Marlies Bosmans, Jasper van Hofwegen, Jasper Stoop, Bart Sietsema en Jacob de Groot over het voetlicht brengen. Geafficheerd als ‘een muzikale zomerkomedie in de buitenlucht’, en dat is precies wat het is. Stijn Renger Dijkema deed de eindregie, Marlies Bosmans schreef het script. Maar juist ook de live-muziek (met spaanse gitaren, toetsen en cajon) tilt het geheel naar een uitstekend niveau.

Dat met een ‘Kenau’ in de spreektaal wordt verwezen naar een bazige vrouw, een potige dame, een feeks of een dragonder wordt door haar vertolkster Emma van Muiswinkel direct om zeep geholpen. Deze ‘schone jonkvrouwe’ heeft niets van een manwijf. Dat je je vervolgens afvraagt waarom haar kompaan ‘Marike’ Vlaams spreekt komt eenvoudigweg omdat zij van oorsprong een Vlaamse ís. Vast ooit naar De Nederlanden afgereisd, en als ‘gelukszoeker’ met open armen in Haerloheim ontvangen. En dan zijn er Generaal Filipé (een heerlijke rol van Jasper van Hofwegen) en zijn soldaten Joaquin (Jasper Stoop) en Manuel (Bart Sietsema). Soldaten die toevallig ook nog eens fijne flamenco-achtige muziek ten gehore brengen. Met van die geestige, romantische teksten waar Imca Marina ongetwijfeld heel vrolijk van zou worden. Uiteraard is er een verteller die de scènes verbindt in de persoon van Jacob de Groot. Had ik trouwens al vermeld dat de kostuums van de hand van Evelien Pfeiffer niet te versmaden zijn? Bij deze.

Ingenieus wordt gebruik gemaakt van de omgeving, zoals de deuren en het zogenaamde ‘balkon’ (de zij-opgangen dus). Aan Kenau de taak om de omsingelde stad Haarlem te vrijwaren van de Spaanse agressor, want: ‘Haarlem moet weer vrij kunnen zijn’, vindt ze. Daarom vraagt ze aan Generaal Filipé en zijn mannen: ‘Kunnen jullie niet gewoon ophoepelen?’
In een geinig Spaans-Hollands brabbeltaaltje klinken zinnen als ‘deze senoritas zijn helemaal loco’. De soldaten staan al klaar met een jerrycan gevuld met brandstof om Haarlem plat te branden. Uiteraard verzinnen de dames een list om de Spanjaarden om de tuin te leiden, maar Generaal Filipé (bijnaam: ‘Gigantesco‘) is ook niet gek. Of het Kenau lukt om de troepen te verdrijven laat zich raden. Voor degenen die de voorstelling nog gaan bezoeken is het in elk geval goed om te weten dat niet gevoetbald wordt met het hoofd van Wigbolt Ripperda. In deze ingenieuze voorstelling is Kenau gewoon ‘de stoerste chick van deze tijd‘.


Het is zo’n avond dat alles klopt. Zo’n avond dat je geneigd bent te schrijven: ‘alles klopt aan Kenau’. Maar dat is weer zo’n recensenten-dooddoener die in feite nietszeggend is. Mooier is om te beschrijven hoe de staande ovatie tot stand komt. Niet zoals bij wéér zo’n matig geacteerde amateurvoorstelling waar de toeschouwers al overeind staan vóórdat het doek dicht is.

Na het slotakkoord rijzen eerst enkelen – gezeten op de stoelen aan de zijkanten – omhoog. Daarna volgen degenen achterin, en langzaam maar zeker staan alle aanwezigen al klappend op vanuit de coronaproof opgestelde zitplaatsen. De goed uitgevoerde, verdiende staande ovatie. Deze voorstelling laat zien dat het loont om te denken in mogelijkheden. Niet bij de pakken neer gaan zitten, maar veerkracht tonen. Zoals ook de Haarlemmers er na de tegenslag van 1573 uiteindelijk weer bovenop kwamen.

https://www.theater-haarlem.nl/programma/17543/Een_muzikale_zomerkomedie_in_de_buitenlucht/KENAU/

Terugverlangen naar ongelukkige tijden met Roos Rebergen

Ik luisterde naar een album en één zinnetje trok mijn speciale belangstelling. ‘Toen ik nog jong en ongelukkig was, oh, wat verlang ik terug naar die tijd…’ Het werd gezongen door Roos Rebergen en is te vinden op haar begin dit jaar verschenen album ‘Lucky’, dat ze opnam met haar band Roosbeef. Ik dacht terug aan de tijd waarin ik zelf nog ongelukkig was, en het Haarlemse café ‘t Melkwoud frequenteerde. En dat eigenaar/barman Klaas dan die ene plaat opzette.

door Paul Lips


Terugverlangen naar een bepaalde tijd doen we uiteraard allemaal wel eens. Meestal naar een tijd waarin je je gelukkig voelde, dat de dingen vanzelf en voor de wind gingen. Des te opvallender is het dat iemand zingt over het terugverlangen naar een tijd dat ze ‘nog jong en ongelukkig was’. Waarom zou je daar naar terug willen? Of zou het kunnen zijn dat je stiekem benauwd bent voor je inmiddels gevonden ‘geluk’. Alsof er een afspraak bestaat voor geluk: in de trant van ‘nu ben je getrouwd en heb je een kind dus kappen met zeuren nou’.

(bron foto: website Roosbeef)


De Melkwoud-tijd was een dynamische tijd. Gelegen in de Zijlstraat die naar de Grote Markt leidde, was daar dat ‘literair café’ met de naam die was ontleend aan het beroemde hoorspel van de Engelse auteur Dylan Thomas (1914-1953). Het was een echte Haarlemse Huiskamer waar rockers, punkies, hippies, feministes, ex-psychiatrisch patiënten, dichters scholieren, blowers en andere creatievelingen elkaar ontmoetten. Kroegtijgers verbleven er tot in de late uurtjes, maar juist de vroege uurtjes waren goud. Zo’n moment dat Klaas een stokbroodje gezond voor je maakte, en en passant die elpee op de draaitafel legde. Met dat ene nummer, dat begon met de woorden: ‘from the dark and of the street, to the bright side of the road‘. Dat heerlijke uptempo-nummer van Van the Man, afkomstig van een van zijn beste albums, ‘Into The Music‘ (1979). Waarin ook de zinsnede ‘help me share my load‘ voorkwam. En dat gold voor mij. Zwaar teleurgesteld in de liefde zocht ik me een weg in het leven, van poëzie tot new wave en van dienstweigeren tot vredesdemonstraties. Die zelf-katapultering leverde een hoop nieuwe vriendschappen op. Een periode waar je zo af en toe naar terug zou kunnen verlangen.


Begin dit jaar bevond ik me in boekhandel Stevens in het winkelcentrum Vier Meren in Hoofddorp. Altijd leuk om daar even te snuffelen, omdat je er boeken kunt vinden die je bij andere boekhandels niet zult aantreffen. Verdomd, het was weer zover. In de sectie ‘poëzie’ vond ik de bundel ‘ik ben al 11 jaar geen 16 meer‘ van Roos Rebergen. Korte en langere absurdistische gedichten, zonder hoofdletters, zonder punten. Zoals:

sorry
sorry hoofd dat ik zo slecht voor u zorg
dat ik u verwaarloos door niet te lezen
en u probeer te vergeten door te drinken
ik wil vaak van u weglopen soms ben ik zelfs bang voor u
ik ren weg en laat het afweten
wanneer u mij het hardste nodig heeft
sorry dat ik u steeds wakker houd
sorry dat ik zo streng voor u ben
sorry dat ik u zo diep kan haten
sorry dat u mij niet kan vertrouwen
dat ik u wil vervloeken vermoorden iets wil aandoen (een jurk)
sorry dat ik u zo laat schrikken
sorry dat ik u niet kan vertrouwen
sorry dat ik u niet mee durf te nemen naar de familie
sorry dat ik u alleen laat op feestjes
en bij de sukkels achterlaat
ik wil het goedmaken
sorry dat ik zoveel beloof
ik weet een pil een dokter een bos bloemen zijn niet genoeg
ik kan mijzelf wel voor de kop slaan
ik wil u niet meer buitensluiten
kom erbij lief hoofd
vier het met mij samen
ik wil niet meer alleen
u bent de liefde van mijn leven al was het niet op het eerste gezicht
groeien moet het groeien
we hebben zuurstof nodig
ik leer u alsmaar beter kennen
ach arm hoofd kom hier in mijn armen
ik leg u op mijn kussen met een schone sloop
met mijn zakdoek dep ik u droog
rustig maar het is goed zo
ik geef u mijn beste vriend van stal mee
hij brengt u naar de bossen de zee de bergen

we hebben zuurstof nodig
want we moeten groeien
we moeten groeien hoor je

(c) Roos Rebergen 2016

Uitgerekend deze Roos Rebergen komt donderdagavond 19 september met haar band Roosbeef optreden in het Patronaat. Met stoelen in de zaal, op gepaste afstand van elkaar. Is het toeval dat onderstaand lied te vinden is op haar album, dat half januari jongstleden werd uitgebracht, twee maanden voor de corona-pandemie?


Roosbeef en Figgy (voorprogramma), donderdag 17 september, Patronaat, Zijlsingel 2, Haarlem. Aanvang 20.00 u.
https://roosbeef.nl/