Eline Coolen en Shelton J. Brown tonen hun eigenzinnige kunst in nieuwe pop-up galerie in pand Anegang 17

Eline Coolen (Haarlem) en Shelton J. Brown (Brooklyn, NY, VS) exposeren in een splinternieuwe pop-up galerie in het pand Anegang 17 in Haarlem. Eline toont olieverfschilderijen en werk in verschillende grafische technieken (zoals monoprint), en Shelton werkt in gemengde techniek, waarbij de tekenpen veelvuldig wordt gehanteerd. Zaterdag 7 augustus is de officiële opening waarbij iedereen vanaf 12.00 uur welkom is, maar Spaarnestroom mocht alvast komen kijken voor een eerste impressie en interview.

door Paul Lips

Eline Coolen en Shelton J. Brown

Eline en Shelton studeerden beiden aan de Breitner Academie in Amsterdam en het Pratt Art Institute in Brooklyn, New York in het kader van een uitwisselingsproject. In die periode bloeide de liefde op. Eline heeft haar studie bijna afgerond en heeft zich geschoold in de richting Docent Beeldende Kunst en Vormgeving. “En Shelton is opgeleid als beeldend kunstenaar aan het Pratt Art Institute”, legt Eline uit. ”Een meer technische opleiding. Op de Breitner Academie leer je meer over educatie, concept en kunst.”

Een gedegen technische basis dus. “Kunst maken enkel vanuit een ‘magisch idee’, daar geloof ik niet in”, legt Shelton uit. “Ik denk niet dat een concept kan werken zonder een technische basis. I don’t believe that the ‘Mona Lisa‘ was just an idea.”

Shelton J. Brown beschikt over een vlotte tekenpen, die hij soms combineert met tipp-ex, oostindische inkt, houtskool of acrylverf. De stijl is beheerst maar ook hier en daar los, met invloeden van Outsider Art en surrealisme. Dat ziet hij als een compliment. “Ik ben een grote fan van Outsider Art en Art Brut. Mensen als Jean Dubuffet. Er is een oud gezegde over kunst dat zegt: voor goede kunst heb je de ‘hand’, het ‘hart’ en het ‘oog’ nodig. Daarnaast hou ik ook van Susan Rothenberg, Gustav Klimt, de Impressionisten, Van Gogh, Hans Holbein, maar ook modernisten als Barnett Newman.”

Hij toont een werk met strip-achtige schetsjes, ‘thumbnails’, waarop een beer te zien is waar een anekdote aan vast zit. “Ik geloof dat het in de staat Colorado was, waar ze met vliegtuigen gigantische hoeveelheden cocaïne verpakt in zakken in de bossen dropten, waar de zogeheten ‘traffickers’ ze zouden oppikken. Maar een enorme grizzly-beer had zo’n zak te pakken gekregen en die opengescheurd. Die was die cocaïne op gaan eten. Zijn hart was vervolgens geëxplodeerd. Dus ‘troopers’ vonden die beer naast die zak met kilo’s cocaïne.”

Het oog valt op enkele kleinere werkjes van de hand van Eline Coolen. Kleine schilderijtjes van aardbeien, die langzaam van vorm veranderen. Eline: “Ik heb aardbeien onder een stolp gezet, en om de zoveel tijd nageschilderd. Een groep aardbeien die langzaam gaat schimmelen en uiteindelijk verdwijnt. Dus het huis heeft enorm gestonken, haha. Het onderwerp van mijn afstuderen was vergankelijkheid. Vooral over het vergaan van tijd. Dat zie je ook terug op deze schilderijen van bloemstukken. Ja, daarbij ben ik inderdaad ook beïnvloed door oude meesters, zoals Jan Davidz. de Heem (1606-1684), die uitsluitend stillevens schilderde. Voor mijn eigen stillevens kijk ik naar afbeeldingen van bloemstukken op internet, en daar een samenstelling van gemaakt. Ik schets dan vervolgens op de laptop en daarna schilder ik dat over. Daarbij verander ik kleuren en pas ze soms aan. De achtergrond van het stilleven is daarbij niet belangrijk, dus die wordt donker. Deze schilderijen zijn gemaakt met olieverf, dun opgebracht. Het zwart is bij geen van deze schilderijen al helemaal droog. Shelton heeft me geholpen met het ontwikkelen van de techniek.”

Op de vraag of er vandaag de dag nog wat geld te verdienen valt met het maken van beeldende kunst antwoorden Eline en Shelton volmondig ‘ja’. Shelton: “Natuurlijk zijn er allerlei kunstenaars die heel veel geld verdienen met het maken van ‘terrible art’. Ik trek me eigenlijk niets aan van wat mensen van mijn kunst vinden. Ik vaar mijn eigen koers. Neem het schilderij ‘De Nachtwacht‘ van Rembrandt, dat werd indertijd ook niet mooi gevonden. Of het werk van Vincent van Gogh, de ‘Aardappeleters‘. Waarom schilder je boeren, was de vraag destijds, en waarom zo lelijk en donker? Er is geen garantie dat mensen jouw werk zullen begrijpen of waarderen. Er bestaat nog zo’n uitspraak: ‘art is not for everyone, but it is for anyone‘. Het is niet altijd makkelijk om kunstenaar te zijn, maar je moet je daar ook niet al te veel zorgen om maken.”

De toekomst ligt voor beiden nog open. Mede door de ‘travel ban’ waar Eline mee te maken heeft. “New York kom ik niet in momenteel.” Een kunstenaarsbestaan zou het stel graag willen leiden. En mocht de kunst niet genoeg opbrengen dan kan Shelton altijd nog kickbox-lessen geven, vertelt hij. Eline is inmiddels docent en heeft al ervaring opgedaan in het kunstonderwijs. Voorlopig gaat het duo zich concentreren op de tentoonstelling in de pop-up galerie, gevestigd in het pand waar eerst de kledingwinkel Just Joke was gevestigd, maar die naar de overkant is verhuisd. Een expositie met bijzonder werk – uniek voor Haarlem – die zeer aan te raden is om te bezichtigen.

Pop-up galerie met tentoonstelling van Eline Coolen en Shelton J. Brown, hele maand augustus 2021 in het pand Anegang 17, Haarlem (schuin tegenover C&A). Opening zaterdag 7 augustus 12.00 tot 22.00 uur. Er zijn ook setjes ansichtkaarten te koop met werk van beiden. Geopend van donderdag tot en met zaterdag 12.00 – 18.00 uur.

Studio Eline Eigen (@eline_eigen) • Instagram-foto’s en -video’s

Shelton Brown (@sheltonjbrown) • Instagram-foto’s en -video’s

Illustrator | Studio Eline Eigen

ATELIERGESPREK: DE VERVREEMDENDE WERELD VAN GERARD VELDMAN

“Parttime Painter”, staat er bij het instagram-account van Haarlemmer Gerard Veldman. Dat klopt. Immers, hij is óók: art-director, en docent Visuele Communicatie, Concept en Creatie. Hoogste tijd voor een ateliergesprek. Aanleiding: zijn tentoongestelde werk bij bar Wolkers op de hoek van de Gedempte Oude Gracht en het Spaarne én het feit dat een van zijn werken te zien is bij Anno Haarlem, het bezoekerscentrum aan de Grote Markt waar je van alles over de historie van de Spaarnestad te weten kunt komen. Daarnaast hangt er een werk in de etalage van ontwerpstudio Buro Craft aan de Lange Bogaardstraat.

door Paul Lips

Even terug naar het najaar van 2020, toen Spaarnestroom een mail ontving onder de titel ‘Zelfpromotie Gerard Veldman’ waarin hij vertelde over zijn beeldende kunst. Aanleiding: een kleine expositie bij Bar Wolkers aan het Spaarne. Vervolgens ging half december de lockdown in en kwam alles stil te liggen. Interview op de lange baan geschoven. Tussentijds tipte journalist John Schoorl de kunstenaar bij ons. ‘Ja, die staat op de vrolijke Spaarnestroom-kandidatenlijst’, was onze reactie. Vervolgens kwam er eindelijk een atelierbezoek, maar ging de Haarlemse stadsglossy HRLM nog eventjes vóór. Inmiddels bleek dat Paul in 2019 al eens en werk van Gerard Veldman had mogen bewonderen, in de Kloostergangen van het stadhuis, voorstellende een schaars geklede dame in jarretellegordel en kousen die juist een keuken in wandelt. Titel: ‘Love + Desire’.

Is zij verbeeld naar een bestaande dame?

“Het schilderij is geïnspireerd op Pam Hogg, een Schotse modeontwerpster. Met twee g’s. Een punk-achtige griet, ze is ook een beetje een celebrity-figuur. Ze heeft een goede naam en staat hoog op de culturele ladder van Schotland. Een goede vriendin van Siouxie Sioux van Siouxie & The Banshees.”

En ik zag op je insta laatst een afbeelding van ‘Ron Jeremy’s Day At His Office’…

“Ik hou er van om een beetje met seksualiteit te spelen. Ik plaats zo nu en dan een foto van een schilderij op instagram dat voor sommigen als ‘gewaagd’ kan worden ervaren. Een beetje pin-up achtig, waarbij er van alles wordt gesuggereerd, maar je ziet bijna niks of gewoon niks. Het is juist de suggestie. Kijk, deze heb ik laatst ook gemaakt, deze zittende figuren. Ik heb dan gelijk een stuk of vijfentwintig minder volgers of zo. Heel apart.”

We leven in een extreem preutse tijd…

“Je moet ook oppassen met wat je zegt. Je mag niet eens meer zeggen dat iemand een leuk jurkje aan heeft of zo. Maar herinner je je die premièrefoto nog voor de film ‘Turks Fruit‘ van regisseur Paul Verhoeven? Ik kwam hem laatst weer eens tegen. Daarop zie je hoe schrijver Jan Wolkers met één hand een borst van actrice Monique van de Ven omklemt. Dat zou vandaag de dag gewoon ‘einde carrière’ betekenen! Het is toch eigenlijk maf dat we nu weer helemaal de Victoriaanse tijd in gaan? Terwijl onze generatie en de generatie voor ons die vrijheid juist hebben bevochten.”

Het atelier van Gerard Veldman in het Egelantier-complex aan het Groot Heiligland lijkt net een klein museum. Je raakt er niet uitgekeken. Veel felkleurige acrylschilderijen, de meeste voltooid, maar sommige nog als werk-in-uitvoering. Zoals Veldman het zelf beschrijft verwerkt hij allerlei bestaande beelden in zijn schilderijen: uit reclame, cinema, muziek, subculturen, comics, erotica, enzovoort. Hij heeft een fascinatie voor techniek (auto’s en hoe ze in elkaar zitten, zoals de ‘anatomie van een Ford Mustang’) en algehele vervreemding. Geschilderde café-scènes wisselen af met verbeeldingen van keizer Napoleon, punkers, auto’s, een astronaut in een bos of een geschilderde versie van het omslag van de roman ‘Turks Fruit’ van Jan Wolkers. Felle kleuren hebben zijn voorkeur, die soms heerlijk bij elkaar vloeken. Wellicht nog een overblijfsel uit de periode dat hij zelf nog een punker was en in allerlei bandjes speelde.

Wanneer werd jouw drang om te gaan tekenen en schilderen aangewakkerd?

“Als kind in Zwolle tekende ik altijd al. Ik ben vervolgens naar de kunstacademie Minerva in Groningen gegaan, de grafische richting. Daar kreeg ik les van Karst Zwart, de zoon van de vermaarde industrieel ontwerper Piet Zwart. Piet Zwart (1885 – 1977, red.) was een revolutionair ontwerper, die vooral grafisch veel heeft betekend (zoals zijn postzegels voor de PTT), maar ook keukens ontwierp voor Bruynzeel, drinkserviezen, of een kranten- en bloemenkiosk in Den Haag. Daarnaast had hij ook iets met de kunststroming DaDa en maakte fotomontages en dergelijke. Of typografie gecombineerd met fotografie. Ook iemand die heel veel met het fenomeen ‘beeld’ bezig was.”

Je bent opgeleid als grafisch vormgever. Waar heb je zoal gewerkt?

“Als grafisch vormgever en art-director heb ik van alles gedaan. Stage gelopen bij Total Design en op andere plekken in de reclamewereld, vervolgens ben ik in de tijdschriftenbranche beland. Wat nu Sanoma geworden is. Bladen als Viva, Elle, Panorama, Nieuwe Revu, Playboy. Stadhouderskade in Amsterdam. Dat was in de tijd dat er nog geld beschikbaar was. Ik hield me bezig met de vormgeving en productie. Dan moet je ook fotografen aansturen en zo. Dat heb ik zo’n zeventien jaar gedaan. En vervolgens ben ik het onderwijs ingegaan. Bij de Hogeschool van Amsterdam aan de Wibautstraat. Daar ben ik fulltime docent Media & Creatie. En dus parttime schilder. We wonen in de Bosch en Vaartbuurt. Maar ik ben nog steeds fan van PEC Zwolle, haha.”

Wat vind je van Haarlem?

“Haarlem is gewoon leuk. Een levendige stad. Je merkt wel dat Haarlem en omgeving iets rijker is dan Zwolle en omgeving. Rond Haarlem heb je Bloemendaal, Heemstede en Aerdenhout, daar zit rijkdom. Dat is in mijn geboorteplaats Zwolle minder. In Haarlem heb je een rijk cultureel leven. In Zwolle heb je ook wel een theater, en muziekzaal Odeon, en het vermaarde museum De Fundatie. Maar qua kunst die ze daar ten toon stellen vind ik de keuzes soms wel wat apart. Een rapper die een hele zaal krijgt, of zo’n Koons-adept als Joseph Klibansky die dan meteen drie zalen krijgt om zijn werk te tonen. Zelf ben ik overigens al heel tevreden met de plekken waar ik over een tijdje mag exposeren, zoals kunstcentrum De Kolk in Spaarndam en het Seinwezen in Haarlem.”

Tot slot, wat voor muziekclip mogen we bij dit interview plaatsen?

“Mijn tijd is de punk- new wave-periode, met bands als Siouxie & The Banshees, Joy Division en The Cure en zo. Ik was ‘hardcore-doem’ in de tijd. Zelf speelde ik als drummer in de punkbands Braindamage en Filthyfour. En later was ik nog actief als roadie bij Xpoz. Over The Cure heb ik trouwens nog wel een anekdote. In de zomer van 1980 was ik me een stel vrienden op vakantie in Zweden geweest, in een lelijke eend. Via Denemarken reisden we terug richting Zwolle. Bij de Deens/Duitse grens moesten we stoppen voor paspoortcontrole en zo. Voor ons stonden twee van die bestelbussen. Figuren met zonnebrillen op en zwarte leren jassen aan. En dat was The Cure! Die geweldige plaat ‘Seventeen Seconds‘ was nèt uit. We raakten in gesprek, en toen zeiden ze dat ze naar Zwolle moesten en niet precies wisten hoe te rijden. Je had nog geen navigatie in die tijd. En wij kwámen uit Zwolle. Dus zijn ze al die tijd achter ons aan gereden. Toen we in Zwolle aankwamen kregen we een briefje met een telefoonnummer dat we konden bellen, dan mochten we gratis naar het concert. Zo ging dat in die tijd. Dus de clip die bij dit gesprek mag is er een van The Cure, van hun album ‘Faith‘ uit 1981.”

Gerard Veldman (@gerard_veldman) • Instagram-foto’s en -video’s

Tentoonstelling ’50 jaar kunst kopen voor de uitleen’ bij Kunst centrum Haarlem is inderdaad nogal ‘voor elk wat wils’, de context is mager

Een overzicht van 50 jaar aankopen voor de kunstuitleen kan natuurlijk nooit volledig zijn. Bij Kunst centrum Haarlem aan de Gedempte Oude Gracht is momenteel een tentoonstelling te zien waar getracht wordt een doorsnede te tonen van wat de drie directeuren (Jannie Sipkes, Leo Duppen en de huidige directeur Marina Raymakers) in de loop des tijds hebben aangekocht om de kunst aan de man en vrouw te brengen. Vooral de context is aan de magere kant.

door Paul Lips

Jaren geleden was er eens een mannelijke collega uit de journalistiek die zich laatdunkend uitliet over de kleurrijke, vrolijke schilderijen van Haarlemmer Hannes Kuiper. ‘Die kan maar één kunstje’, vond de collega. ”Echt interessante kunstenaars doorlopen verschillende fasen en veranderen regelmatig van stijl.”

Uitgerekend het schilderij ‘De Wandelaars‘ van Hannes Kuiper is een van de blikvangers van de tentoonstelling. We zien twee wandelaars in een zonnig landschap met een water (kanaal, of meertje), stevig voorwaarts stappend onder de blauwe hemel. Een niet nader aan te duiden wezen (kop op benen) treedt hen van de tegenovergestelde kant tegemoet. Links onder de cijfers 1, 2, 3, 4, 5 die een sfeer brengen van ‘een, twee, drie vier, zo gaat-ie goed, zo gaat-ie beter, alwéér een kilometer’. Wellicht ben ik enigszins bevooroordeeld, maar z’n schilderij maakt me vrolijk. Hannes de rocker verschijnt voor mijn geestesoog en zijn hele levenslustige attitude. Het proeven van de optimistische kleuren van het leven – in plaats van gedachten gedrenkt in azijn (zoals bij die collega). Daarnaast, we heten niet allemaal Pablo Picasso, die even vaak van geliefde als van stijl wisselde.

De kunstuitleen. Artotheek. Plek waar je kunst kunt lenen, als een bibliotheek maar in plaats van boeken dan kunstwerken. Bedacht als Stichting Beeldende Kunst en opgezet door beeldend kunstenaar Pieter Kooistra in 1955 in Amsterdam. Het schijnt dat Kooistra door weer en wind naar adressen in Amsterdam fietste – met in zijn oude fietstas de gevraagde en geleende kunstwerken. De onverslijtbare romantiek van het begin. De formule (tegenwoordig zeggen we: het concept) werd begin jaren zeventig overgenomen door kunstliefhebbers in het hele land, waaronder Haarlem. Jannie Sipkes was degene die de SBK Kennemerland in 1971 startte. Zij richtte zich vooral op aankopen van kunstenaars uit Haarlem en omstreken. Kennelijk lag het zwaartepunt in die tijd op mannelijke kunstenaars. Marinus Fuit, Kees Okx en Rob Clous zijn daar voorbeelden van.

In een tijd waarin begrippen als ‘gelijkwaardigheid’ en inclusiviteit’ onder een vergrootglas liggen is aan deze tentoonstelling te merken dat daar in vroeger tijden niet al te veel waarde aan zulke kwalificaties werd gehecht. Daarnaast is de vraag: wat kán en wil je (anno 2021) tonen op zo’n expositie? Is er simpelweg weinig werk van vrouwelijke kunstenaars (of kunstenaars met een migratie-achtergrond) in het duizenden werken tellende depot in de Waarderpolder te vinden, of is het hier getoonde van de beste kwaliteit die er te vinden was?

In artistiek opzicht blijkt dat de geest van Corneille de uitleenkunst – ten tijde van directeur Leo Duppen – behoorlijk is binnengeslopen. Natuurlijk is het leuk en gezellig om een voorstelling met wat al dan niet vervormde dierfiguren en bloemetjes – of een niets-aan-de-hand-stilleventje een tijdje in je huiskamer te hebben hangen. Om over Herman Brood-imitatoren nog maar te zwijgen. Ook het gemakzuchtig gemaakte latere schilderwerk van Anton Heijboer lijkt vooral ten doel te hebben gehad om centjes op te brengen, en staat in de schaduw van zijn vroege grafische werk. In dat opzicht is de kunst die is aangekocht door de huidige directeur Marina Raymakers meer avontuurlijk te noemen. Wellicht moet een verslaggever verlangend naar kunst die enigszins uitdaagt niet al te veel verwachtingen koesteren bij het kunstcentrum. ‘Voor elk wat wils’ is immers de gedachte.

Op de site van Kunst centrum Haarlem is in enkele alinea’s iets over de historie van de kunstuitleen te lezen. Die informatie is gedegen qua feitjes, maar de verhalen achter de kunstwerken of andere interessante kunstenaars-anekdotes heb ik nog niet kunnen ontdekken. ‘Context’, noemen we dat tegenwoordig. Wie weet kan daar in de toekomst nog een en ander van worden vastgelegd.

’50 jaar kunst kopen voor de uitleen’ bij Kunst Centrum Haarlem, te zien van woensdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 u., Gedempte Oude Gracht 117-121, Haarlem

Actuele kunstupdates | Kunst Centrum Haarlem (kunstcentrum-haarlem.nl)

‘Open’, Manon Hertog

Voorzitter Ellen Wolff blikt vooruit op de viering van 200 jaar Kunst Zij Ons Doel (die loopt van september 2021 tot september 2022): ‘We bruisen van de ideeën’

Voorzitter Ellen Wolff van de Haarlemse kunstenaarsvereniging Kunst Zij Ons Doel heeft even een momentje de gelegenheid om vooruit te blikken op het 200-jarig jubileum, dat vanaf september gevierd zal worden. In de Kloostergangen is dan de tentoonstelling ‘Wie zijn wij, wie ben ik‘ waar de huidige 106 leden van KZOD te zien zijn met een werk op een behapbaar plankje. Maar er komen nog veel meer tentoonstellingen aan, verzekert Ellen Wolff. Immers: “Kunstenaars bruisen van de ideeën.”

door Paul Lips

Ellen Wolff met een voorbeeld van het plankje waarmee KZOD-leden aan de slag zijn gegaan

Ellen, kun je ons alvast een inkijkje geven in het jubileumjaar?

“We hebben in totaal dertien locaties waar we tentoonstellingen houden. We hebben de 106 leden verdeeld over de locaties. Dan moet je denken aan plekken als De Waag, Museum Haarlem, de Kloostergangen, ABC Architectuurcentrum, Seinwezen, Kunst centrum Haarlem, maar ook Van Duivenboden aan de Gedempte Oude Gracht. Er verschijnt in augustus een papieren brochure waarop elke activiteit staat vermeld, openingen, finissages enzovoort. En er komt een jubileumboek, dat tijdens de grote, maar besloten opening op vrijdagmiddag 17 september aangeboden wordt aan de burgemeester. Elke expositie heeft trouwens weer een eigen thema, bijvoorbeeld het thema ‘zelfportret’, waarvan een tentoonstelling in november in de Kloostergangen te zien is. Het wordt heel gevarieerd. Aan het eind van dit jaar verschijnt er dan weer een brochure, die brochure loopt dan van januari tot aan september 2022.”

tekensessie op de gerestaureerde ‘Teekenzolder’ van De Waag, september 2020 (foto KZOD)

Hoe ben jij zelf bij KZOD betrokken geraakt?

“In 1981 ben ik bij Wim Jonker gaan beeldhouwen, op de dinsdagavonden. Werken naar model enzovoort. En ik ben nooit meer opgehouden. Toen heb ik ook een workshop gevolgd bij beeldhouwer Lia Versteege, daar heb ik ook gewerkt in haar atelier, en kwam ik met KZOD in contact. Die hele oude garde van KZOD-beeldhouwers. Ik was in die tijd actief als wijkverpleegkundige, maar na de komst van ons derde kind ben ik daar mee gestopt. Dus vervolgens ben ik fulltime gaan beeldhouwen. Als autodidact. Ik heb wel vroeger gepoogd om naar de kunstacademie in Den Haag gegaan, maar mijn vader gaf geen toestemming. Het bekende verhaal. En nu ben ik eigenlijk meer sculpturist dan beeldhouwer. Ik kreeg ook al heel snel opdrachten. Ik rolde binnen KZOD overal in, ik heb ook tien jaar lang lesgegeven op maandagavonden, beeldhouwen naar model. En werd enthousiast lid.”

En het moment dat je voor de functie van voorzitter werd gevraagd?

“In mei 2016 kwam het trieste moment dat voorzitter Leo van Velzen overleed. In november van dat jaar ben ik gevraagd om voorzitter te worden, nadat Afke Spaargaren een half jaar had waargenomen. Inmiddels heb ik een aantal van mijn ideeën kunnen verwezenlijken, zoals de maandelijkse ontmoetingen tijdens De Salon en het tekenen op locatie onder de titel Place du Tertre. Schilderen op locatie gaan we overigens weer oppakken. Bijvoorbeeld in zalen van het Frans Hals Museum. Schilderen op zaal, zoals dat vroeger ook gebeurde.”

Ellen Wolff geportretteerd door KZOD-lid Joke Kokkelkoren

Jullie maken met een aantal leden ook zo nu en dan een kunstreis begrijp ik (onder normale omstandigheden)… soms gekoppeld aan exposeren in het buitenland…

“Geweldige buitenlandse kunstreizen zoals naar Documenta in Kassel, de uitwisseling met kunstenaars uit Gent en KZOD-kunstenaars die exposeerden in Bad Pyrmont in Duitsland. Daar is altijd veel animo voor en dat vind ik dan ook geweldig om te organiseren. Ik ga altijd eerst zelf kijken om een goed hotel uit te zoeken en contacten te leggen. Daarnaast ga ik graag op atelierbezoek hier in Haarlem en omstreken, bij onze leden. Dat is elke keer een bijzondere ervaring, want elke kunstenaar heeft een eigen wereld en een eigen sfeer. Dat vind ik geweldig en boeiend, omdat ik op die manier de leden beter leer kennen. Wij gaan dat na deze coronaperiode weer oppakken om gezamenlijk weer naar elkaars ateliers te gaan.”

Zijn ze een beetje te besturen voor jou als voorzitter, al die rare kunstenaars met hun fratsen?

“Met hun fratsen, hahaha. Ik zie het zo: elke dag is een nieuwe dag. Elke dag is een andere dag. En wie je tegenkomt, kleurt de dag. Ik denk dat er geen kunstenaar is die niet soms een beetje vermoeiend is. Als het goed is bruist het van de ideeën. Maar: die ideeën moeten natuurlijk wél uitgevoerd worden. Daar is tijd voor nodig, en dan komt er uiteindelijk meestal een explosie van kunst uit, met een mooie expositie als gevolg. Zelf ben ik iemand die het heerlijk vind om mijn ideeën meteen uit te voeren. Dus het komende jaar gaan we dat voortzetten. De kunstenaars zijn ontzettend enthousiast en staan te trappelen.”

KZOD | Beroepsvereniging van Haarlemse kunstenaars | Opgericht in 1821 – 2021 Jubileumjaar – 200 jaar KZOD

Haarlemmer TRIK over ‘Van wie is de wereld?’ en collagemaker John Heartfield in museum De Fundatie: ‘Heartfield werkte met schaar en lijm, ik met de computer’

Van tijd tot tijd is het noodzakelijk én interessant van gedachten te wisselen met de Haarlemse cartoonist en beeldend kunstenaar TRIK. Aanleiding: de tentoonstelling over de collagemaker ‘John Heartfield – Fotografie plus Dynamiet’ in museum De Fundatie in Zwolle. Waarom een item over een expositie in Zwolle?
Omdat TRIK daar bij betrokken is, in relatie tot zijn studenten van ArtEZ, de hogeschool voor de kunsten aldaar.

door Paul Lips

Het zijn enerverende dagen voor TRIK. Dagen die begin juli in het teken stonden van Art Rotterdam en optreden met de band The Irrational Library in kunstcentrum Roodkapje. “Het was voor het eerst weer met een een live-publiek. Twee shifts, twee live shows. We hadden vier studenten van ArtEZ Zwolle bij ons, die zijn net afgestudeerd en hadden nét hun diploma op zak. Die studenten doen dan een live performance. De band speelt, ik schilder en de studenten doen die performance. Dat is écht gaaf. Als je binnenkwam dacht je: wat gebeurt hiér nou? We hebben Rotterdam gerockt. We hebben van alles kunnen laten zien, schilderijen, maar ook cartoons die het grote publiek nog niet heeft gezien. Per show heb ik een schilderij gemaakt. Een hoop sjouwwerk om dat allemaal mee te nemen? Ja, dat was het wel. Maar we willen het uitbreiden zodra dat kan, met deejays en gastoptredens. Dat live-schilderen doe ik trouwens in de persoon van mijn alter-ego Mr. Monk. Analoog schilderen, puur op intuïtie en improvisatie. Dat is street-art in de lijn van Keith Haring.”

We…are Doomed (@we.aredoomed) • Instagram-foto’s en -video’s

Tijdens onze vorige ontmoeting vertelde je me over John Heartfield, een collagekunstenaar en uitgever die strijd voerde tegen Hitler, de opkomst van de nazi’s en het nationaal-socialisme. Hij was ook gelieerd aan de DaDa-beweging, maar eerlijk gezegd kende ik de naam John Heartfield nog niet…

“Eigenlijk heette hij Helmut Franz Joseph Herzfeld, maar hij heeft zijn naam verengelst toen hij genoeg had van de oorlogspropaganda van Hitler en de zijnen, die vooral gericht was tegen Engeland. John Heartfield was zijn tijd ver vooruit en maakte fotomontages. Collages met schaar en lijm. Hij was keihard in zijn beeldend werk, richtte zich rechtstreeks tegen Hitler. Het zijn werken op papier, dus is het kwetsbaar werk. Het is voor het eerst dat dit werk op deze manier te zien is. Dat gebeurt bijna nooit. De tentoonstelling is al te zien geweest in Berlijn en gaat ook nog naar Londen.”

(beeld: John Heartfield)

Hoe raakte jij bij deze tentoonstelling betrokken?

“Haarlemmer Frénk van der Linden had onlangs een tentoonstelling bij De Fundatie, waar ook twee werken van mij bij kwamen te hangen. Als je kijkt naar het werk van John Heartfield kun je overeenkomsten in zijn en mijn werkwijze ontdekken. Hij deed dat met schaar en lijm, ik met de computer. Voor de expositie ‘Van wie is de wereld?‘ wilde directeur Ralph Keuning samenwerken met de kunstopleiding ArtEZ in Zwolle. Daar geef ik les op de afdeling Illustration Design en doceer ik het vak ‘redactionele illustratie’. Mijn leerlingen gingen vervolgens aan de slag met het fenomeen politieke cartoons.”

Jij bent als TRIK iemand die via je werk constant reageert op de actualiteit, vooral de politieke actualiteit. Hoe is dat gesteld bij leerlingen op de kunstacademie?

“Ik heb het idee dat er weer een opleving is in honger naar activistische kunst. Er is weer oproer. Mensen die de straat opgaan, zich laten horen. Zoals bij Black Lives Matter. Je ziet het ook op de academie. Studenten zijn zich opnieuw meer bewust van politieke ontwikkelingen. Maar ja, zoals wij met The Irrational Library al steeds verkondigen: we zijn gedoemd. Er gebeurt een hoop in de wereld. Russische hackers kunnen ons met één druk op de knop platleggen. En ze hebben ook nog een goeie vormgever in dienst. Daar maak ik me wel zorgen over. Wij zitten ons hier in Nederland druk te maken over de autogordel van Kaag. Terwijl waar het echt over gaat, zoals die hackers, daar mag je je grotere zorgen om maken. En daarbij doemt de vraag op: van wie is de wereld?”

John Heartfield leefde van 1891 tot en met 1968. Hij was een van de initiatiefnemers van DaDa in Berlijn en bespotte Hitler en de nazi’s via posters en tijdschriften. Jij stelt dat Heartfields protestpamfletten keihard waren. Hij moest uiteindelijk ook Duitsland ontvluchten. Dat keiharde aspect van zijn beelden, hoe is dat bij jou?

“Heartfield maakte voor zijn collages gebruik van foto’s, die hij opnieuw rangschikte zodat er absurde beelden ontstonden. Ik schilder soms over foto’s heen maar mijn instrumentarium is toch voornamelijk de computer. Tussen haakjes: de frustratie van Adolf Hitler kwam mede voort uit het feit dat hij was afgewezen voor de kunstacademie. Maar wat nou als Hitler wél was aangenomen op die kunstacademie? Zo zie je maar mensen, wat er kan gebeuren als je een kunstenaar geen erkenning geeft, haha.”

Een voorbeeld van een werk waarin jij min of meer een collagetechniek gebruikt is die van de parodie op de Tour de France-fan langs de weg met dat kartonnen bord met de kreet ‘Allez opi – omi’ dat viral ging vanwege die naargeestige valpartij die er op volgde. Jij maakt er een Rutte van met een kartonnen bord met ‘Allez formatie!’. Toppunt van cynisme, want met die kabinetsformatie wil het maar niet vlotten… Een Facebook-vriend merkte scherpzinnig op dat de figuur een petje van Ome Willem droeg: ‘Rutte’.

“Naar aanleiding van het zomerreces inderdaad. Ja, die kleine grapjes stop ik er vaak in. Er was dat beeld van die vrouw met dat bord en wat er vervolgens gebeurde. Maar er was enkel beeld van televisie! Dus vaag. Dus ik maak dan keuzes tijdens het creatieve proces. En eigenlijk ben ik dan blij dat er enkel vaag beeld is, zodat ik er een vaag figuur zonder duidelijk gezicht van kan maken. Want ik ben ook zat van die gast, die Rutte. Ik heb helemaal geen zin meer om die kop te tekenen!”

“Veel mensen zien die kleine grapjes die ik er in stop niet eens. Het valt ze niet op. Bij die cartoon met Poetin en Navalny als ‘piéta’ zie je aan de enkels van Navalny een klein theezakje hangen. Dat is dat theezakje waarmee die poging gedaan zou zijn om hem te vergiftigen. John Heartfield stopte er ook van zulke details in. Ik heb een arsenaal aan beelden paraat in mijn hoofd. Ik ben een cartoon-activist. Ik ga gewoon door. En ik ben inmiddels gestopt om me er druk over te maken of mensen mijn werk wel snappen. Ik schep veel voldoening met de dingen die ik doe. Zowel met de cartoons als met het live-schilderen bij The Irrational Library. Ik ben in topvorm.”

De tentoonstelling ‘John Heartfield – Fotografie plus Dynamiet’ is nog tot en met zondag 22 augustus te zien in museum De Fundatie in Zwolle. Ook de expositie ‘Van wie is de wereld?’ is daar tot en met 22 augustus te zien.

Van wie is de wereld? – Museum de Fundatie

John Heartfield – Museum de Fundatie

We…are Doomed (@we.aredoomed) • Instagram-foto’s en -video’s

TRIK© (@triknologi) • Instagram-foto’s en -video’s

MrMonk™ (@mrmonk.nl) • Instagram-foto’s en -video’s

TOEGIFT:

Tijdens de voorbereiding van plaatsing van dit artikel werd bekend dat journalist Peter R. de Vries op donderdag 15 juli 2021 op 64-jarige leeftijd is overleden aan de gevolgen van de laffe aanslag op zijn leven. TRIK maakte deze illustratie naar aanleiding van de gebeurtenissen.

(beeld: TRIK)

Gestolde gekte en genialiteit op rijke tentoonstelling ‘Time Lapse’ van Pieter Zwaanswijk bij galerie Kruis-weg68

Een tentoonstelling waarbij nét even andere aspecten van beeldend kunstenaar Pieter Zwaanswijk worden belicht. Die werd de afgelopen weken goed bezocht en is deze week nog te zien op donderdag 15, vrijdag 16 en zaterdag 17 juli bij galerie Kruis-weg68 in Haarlem. Zwaanswijk is er verguld mee. ”Ja, ik ben heel blij met deze expositie, hij oogt netjes”, zegt de Haarlemmer die zijn emoties doorgaans niet al te snel op tafel gooit. Een recenserende impressie.

door Paul Lips

fragment van een schilderij van Pieter Zwaanswijk

Of hij eerder weleens is gerecenseerd, vraag ik hem in de kunstruimte. “Jawel, vroeger wel. Door Jan Zumbrink bijvoorbeeld.” Jan Zumbrink was in vroeger tijden actief als kunstdocent in Utrecht en kunstcriticus voor de plaatselijke krant. “Die kon snoeihard zijn, maar als hij iets goed vond, dan liet hij dat ook duidelijk blijken in zijn artikelen”, herinnert Pieter Zwaanswijk zich nog goed. Het was in de tijd dat er nog een echte kunstredactie was op de plaatselijke burelen. Kom daar vandaag de dag nog eens om. Eén van de krantenkoppen herinnert Zwaanswijk zich nog die er destijds over hem werden gepubliceerd en waarmee zijn kunstenaarschap werd samengevat: ‘Een genie of total loss’. Of dat de precieze woorden zijn die de recensent heeft gebezigd (met een knipoog naar auteur W.F. Hermans) zal wellicht ergens in stoffige archieven terug te vinden zijn.

Michel van Overbeeke van galerie en kunsthandel Kruis-weg68 wilde van Zwaanswijk – de naam schrijven we met een Z – graag recent werk tonen naast het vroege grafische werk (ets/aquatint) uit de jaren zestig en zeventig. Een combinatie die uitstekend heeft uitgepakt. De belangstelling is groot. ‘Time Lapse‘ is de titel van de expo. Tijdverloop. In de vitrine buiten zijn enkele zwart-wit foto’s te zien met een jonge Pieter, aandachtig kijkend naar een kunstwerk dat hij zojuist heeft vervaardigd. Dat werk op de foto oogt iets meer als een linosnede dan als een ets. Detail: Piet’s haardos zit verscholen onder een muts.

‘De Kamer’, ets en aquatint

Pieter Zwaanswijk (1947) is autodidact. Zijn naam hoorde ik voor het eerst eind jaren zeventig, toen hij deel uitmaakte van het roemruchte Jute Project, waarbij ook Gerrit van Dijk, Wigbolt Kruyver en Luc van Lagemaat betrokken waren. Bewoners van Haarlem werden met ludieke acties en kunstuitingen op het verkeerde been gezet, en uitgedaagd na te denken over onderwerpen als Apartheid, ontwikkelingen in de politiek van West-Duitsland of seksisme. Ondertussen was Zwaanswijk ook aan de slag als decorschilder voor de Technische Theatergroep Perspekt en als zelfstandig kunstenaar en docent.

In de loop der jaren zijn Haarlemmers de naam Pieter (of Piet) Zwaanswijk overal wel eens tegengekomen. Tijdens Kunstlijn-edities of allerhande kunstmanifestaties, maar vooral ook in het Jan en Piet Museum (2005-2019). Die vrijplaats aan de Dijkstraat gaf Zwaanswijk de ruimte om zich ongelimiteerd te buiten te gaan aan het vervaardigen van maffe, bizarre beelden, uitdagende schilderijen en tekeningen en onruststokende objecten. Laboratorium van menselijke gekte en tekort, met allerlei maatschappelijke of media-verschijnselen, van politiek foute figuren tot lustopwekkende beeltenissen, met altijd de Dood in vooruitzicht of onmiddellijke nabijheid. Ook de projecten Keekwolk (een kunstzinnige kermis-parodie in de Vishal, 2017) en Spookhuis (een Animal Farm-achtige horrorbeleving in het voormalige Slachthuis, 2019) hadden een nadrukkelijk Zwaanswijk-stempel.

De tentoonstelling bij galerie Kruis-weg68 toont een iets ingetogener Zwaanswijk, hoewel de thema’s macht/onmacht, religie, sex (ja, met een x) overal opduiken. Immers, Zwaanswijk heeft de gehele corona-periode ‘keihard doorgewerkt’, zo laat hij weten. ‘Lekker gewerkt’, benadrukt hij. Kijk maar op zijn Facebook- of Instagrampagina’s, daar vliegen de bizarre geschilderde chimpansees je om de oren. Quasi-Realisme, zo wordt Zwaanswijks werk omschreven op de pagina van galerie Kruis-weg68. De collages waarin geüniformeerde figuren opduiken zijn opvallend ingetogen gemaakt, maar geven de kijker toch stof tot nadenken.

Jango Edwards (foto: Rob Bogaerts / Anefo)

Ook op de grotere schilderijen zijn geüniformeerde figuren te zien. Waar haalt-ie het toch allemaal vandaan, ben je geneigd te denken. Het zijn geüniformeerden die voor de oppervlakkige beschouwer niet direct te herleiden zijn. Maar die voor de verslaggever persoonlijk tot een leuk aha-erlebnisje leiden. De witgeschminkte lippen. Witgeschminkt, zoals de clown Jango Edwards placht te doen bij zijn optredens met de Fools, eind jaren zeventig, begin jaren tachtig. Het maakt de op het schilderij vereeuwigde gezagsdrager nog belachelijker.

Achterin de ruimte nog enkele objecten die min of meer noodgedwongen op klein formaat zijn gemaakt en waar de kijker zelf betekenissen aan mag geven. Een Jezusfiguur vastgebonden aan staven dynamiet waarbij de heilige een bordje met ‘ik ben een beetje bang‘ omhoog houdt laat aan cynisme weinig te raden over. In het ladenblok zijn dan nog een aantal prints te vinden die Zwaanswijk maakte bij gedichten van Joep Kruijver. Die maken dan weer benieuwd naar de bijbehorende poëzie. Laatstgenoemde figureert ook (met alpinopet en pijp) in een – door Max Sipkes en Marie Lagrand geschoten – ironisch filmpje waarin een mannelijk naaktmodel wordt vereeuwigd, in wie wij acteur Wigbolt Kruyver herkennen. Met – geheel in stijl – pianomuziek van Satie daaronder. Altijd weer die pianomuziek van Satie, zoals dat in de jaren zeventig schering en inslag was bij documentaires. De beelden in dit filmpje schijnen overigens enigszins gekuist te zijn, zo melden de makers. In de galerie is de volledige versie te zien.

Hoe dan ook, deze tentoonstelling is een gouden greep van galeriehouders Michel van Overbeeke en Joke Stoute, die Zwaanswijks kunstenaarschap ietsje anders uitlichten. Degenen die zij werk al wat langer kennen kunnen de gestolde gekte en genialiteit voelen, als een vulkaan die ieder moment opnieuw kan uitbarsten.

‘Time Lapse’, tentoonstelling Pieter Zwaanswijk bij galerie Kruis-weg68. Donderdag 15, vrijdag 16 en zaterdag 17 juli van 11.00 – 18.00 uur. Zaterdag 17 juli feestelijke finissage met eenmans-fanfare orkest Arti et Religione.

Piet Zwaanswijk – Time Lapse | Galerie KRUIS-WEG68

Negen autonome kunstenaars presenteren eindexamenwerk bij Kunstacademie Haarlem en daar is heel wat te ontdekken

Bijna lege schoollokalen waar je doorheen kunt dwalen. Met kunstwerken aan de muur en hier en daar een staand object. Ik hou er van. De verfspatten nog op de vloer. Dit weekeinde zijn de eindexamenwerken ‘autonome beeldende kunst’ van studenten van de Kunstacademie Haarlem te zien aan de Kleine Houtweg. Ik zou zeggen: spring op de fiets en ga kijken.

door Paul Lips

Wie er binnenwandelt knalt tegen de toet van prinses Amalia op, realistisch geschilderd door Irina Volova. Een weelderig tafereel, compleet met hermelijnen mantel, bloemenpracht en vogeltjes. De dame lijkt zich te schikken in haar rol van toekomstig vorstin en beziet de kijker zonder vrees met ontluikende glimlach. Het schilderij maakt deel uit van een geestige serie waarin het koningshuis een prominente rol speelt, met de leden als hedendaagse iconen.

werk van Mariejo Hermans

Wat voor route neem je tijdens zo’n eindexamententoonstelling? De meest voor de hand liggende, of juist de grillige. Ik kies voor de nét even andere en beklim de trap. Daar hangt halverwege een schilderij dat me charmeert. Een vlot geschilderd portret van een jongedame, van de hand van Mariejo Hermans. De kleur groen in vele varianten overheerst het beeld. De dame kijkt stuurs – met een blik die sommigen zullen kennen van de vroegere stadsdichteres van Haarlem Sylvia Hubers, die kon ook zo kijken – de handen losjes op schoot. Te zien is dat er nat-in-nat is geschilderd, met hier en daar een dalende verf-traan. Deze eerste klap is een daalder waard.

Gekomen op de eerste etage zijn daar de repetitieve werken van Yolanda Tanja, waarin zowel patronen van flatgebouwen als elementen uit de natuur worden gecombineerd. De blik wordt gezogen naar een groot doek van Leo Dooren, waar direct de figuur van professor Nicolaes Tulp te herkennen valt. Ja, die van zijn anatomische les, indertijd geschilderd door Rembrandt van Rijn. Op links kijken de figuren aandachtig toe… Maar in plaats van een lijk blijkt daar de dame van de Olympia van Manet te liggen, maar dan donker zoals de dienstmeid op het oorspronkelijke schilderij. Een vrolijke verwijzing naar de kunstgeschiedenis, maar met een twist. En als je dan even googelt op Olympia van Manet blijkt dat dat indertijd voor een groot schandaal zorgde, omdat Eduard het had gepresteerd om model Victorine Meurent af te beelden als een heuse prostituee, een sekswerker, zoals we vandaag de dag zouden zeggen. En Victorine is later zelf nog een niet onverdienstelijk schilder geworden. Dat zijn leuke weetjes.

werk van Iris Koolen uit de serie ‘Unlock Your Potential’

Dwalend door de ruimte is daar een wand vol werken en werkjes van Iris Koolen. Zij schildert intuïtief en combineert dit vaak met collagetechniek of assemblage, waardoor ‘gestapelde’ werken ontstaan. ‘Sterke’ vrouwen zijn een thema. Niet voor iets heet de serie ‘Unlock Your Potential‘, alsof ze vrouwen wil aanmoedigen een prominentere plek in te nemen in de maatschappij en misschien ook wel de kunst. Gevleugelde, insect-achtige vrouwen, silhouetten, een associatie met een figuur in Yves Klein-blauw, prachtige ‘gestapelde’ ogen, en dat alles vervaardigd met een ruwe toets, zodat de hand van de kunstenaar goed zichtbaar blijft. Het werk van Iris Koolen is ook te zien in de vitrine aan de buitenkant van het gebouw, die met een knipoog Galerie Windows 47 heet (naar het straatnummer van de academie).

Op de zolder – die heerlijke ruime zolder met een raam dat open staat – is meer werk te zien van Mariejo Hermans (die vanaf september als docent verbonden zal zijn aan de academie). Veel portretten van figuren met een dementie-achtergrond, en daar zitten hele mooie werken bij. Ook de met een bewust beperkt palet gemaakte werken van Maud Ramaekers waarin ribkarton een grote rol speelt komen fraai tot hun recht. De als bijenkorven hangende werken in textiel van Maria van Doornik maken het geheel af. Laatstgenoemde heeft elders trouwens nog een geweldig object staan waarbij allerlei kitscherige porseleinen poppetjes worden gecombineerd met sieraad-prularia.

kunstenaarsboekjes van Anja Stam

Terug naar de begane grond, waar de serie koningshuis-staatsieportretten van Irina Volova hangen maar ook het gelaagde werk van Anja Stam te zien is. Bij een van de werken aan de wand schijnen bladen uit telefoonboeken door – uit de tijd dat die nog werden gebruikt. Maar mooi vooral ook zijn de schetsboekjes op het tafeltje, boekjes met krabbels, ideeën, aantekeningen enzovoort. Volgens Pieter Berkhout van de Kunstacademie Haarlem schijnen exposanten zo’n tafeltje netjes te willen maken met een zwart kleedje, maar hij pleit er juist voor om dat niet te doen, zodat de eerder ontstane verfspatten zichtbaar blijven.

werk van Harry Tomesen

Op verschillende van zulke tafeltjes hebben de exposanten hun eindexamenscriptie ter inzage gelegd, en sommigen doen dat in de vorm van een prachtig boekje, zoals het geval is bij Harry Tomesen. Te merken is dat hij al jaren bezig is met het vervaardigen van kunst, waar het thema ‘luchtvaart’ (inclusief crashes) als een rode draad doorheen loopt. Een ‘mix van schilderkunst en collage’ noemt Tomesen het, en hij heeft daarvoor gebruikt gemaakt van materialen deels afkomstig uit (verongelukte) vliegtuigen. Het beperkte kleurgebruik en de vormtaal die Tomesen hanteert wakkert de interesse aan voor deze kunstenaar, die belooft in de toekomst met nog veel meer verrassend werk te zullen komen. Al met al een geslaagde eindexamenexpositie, die nog vandaag (zaterdag 10 juli) en morgen (zondag 11 juli) te zien is aan Kleine Houtweg 47.

Eindexamenexpo 2021 Kunstacademie Haarlem, nog te zien zaterdag 10 en zondag 11 juli, Kleine Houtweg 47, Haarlem, van 10.00 tot 17.00 uur. Daarnaast ook nog werk te zien bij galerie BHAMD!, Grote Houtstraat 14 (vlakbij Paarlaarsteeg)

KHL Kunstacademie Haarlem Leiden

Nauwkeurig kijken – en er de tijd voor nemen – bij Dreefexpositie ‘Counterpart’ in paviljoen Welgelegen

De nieuwe Dreefexpositie ‘Counterpart‘ in Paviljoen Welgelegen toont een staalkaart van wat Zuid-Holland aan beeldende kunst te bieden heeft. De tentoonstelling maakt onderdeel uit van de serie ‘Provincie op bezoek’, waarmee kunst uit verschillende delen van Nederland wordt getoond. En daar mag je gerust even de tijd voor nemen.

door Paul Lips

‘Is, Wordt, Was’, installatie van Joncquil

Omdat het vanwege de coronapandemie nog steeds lastig is om je onbeperkt te bewegen in ons land en/of reisbewegingen voor velen niet vanzelfsprekend zijn, is deze expositie een mooie manier om blikken te verruimen en kunstkennis te vergroten. Daarbij maakt curator Aart van der Kuijl het de bezoeker niet makkelijk: hapklare brokken schotelt hij niet voor, ook al zijn de potloodtekeningen van Rik Smits (Den Haag, 1982) – in de eerste gang die je binnentreedt – toegankelijk te noemen. Het zijn met grote nauwkeurigheid gemaakte tekeningen van imaginaire steden, met veel wolkenkrabbers in metropool-achtige settings. Op de eerste tekeningen zijn menselijke wezens nog volledig afwezig en zijn het gebouwen die domineren, maar verderop verschijnt hier en daar de kleur rood en wordt het beeld speelser, sprookjesachtiger. En als je dan goed kijkt kun je een carnavalsoptocht ontwaren, waar praalwagens worden voortgetrokken door paarden met daarop bijvoorbeeld een kikker, zeemeermin, haan of pauw. Met daarbij dan weer menselijke figuurtjes die niet altijd even lieftallig ogen.

detail van een tekening van Rik Smits

Renie Spoelstra (Drachten, 1974, thuisbasis Rotterdam) toont enigszins mysterieus aandoende houtskooltekeningen. Als leidraad maakt ze foto’s in bos- en recreatiegebieden en creëert daar vervolgens een eigen sfeer mee. Bij zo’n werk als ‘Longin #8, Tree‘ is haar vaardige tekenhand duidelijk waarneembaar, maar ook als Spoelstra zich lijkt te verliezen in bijna volledige donkerte blijft het werk intrigeren. Is het angstwekkend, met ‘Blair Witch Project‘-achtige associaties, of stralen de landschappen juist rust en schemerige vredigheid uit? De kijker mag de fantasie er zelf op loslaten.

Verder wandelend mag je je laten imponeren door de pasteus geschilderde inktvis van Simon Schrikker met abstract-expressionistische allure, de rafelige, gescalpeerde werken met canvas van Lily de Bont of de wervelend kleurrijke, plant-achtige verbeeldingen van Maurice Braspenning. En passant hangen er ook nog enkele kleurrijke, sprookjesachtige tekeningen van de eerder genoemde Rik Smits.

In het ‘kabinet links’ is videokunst te zien van Inge Reisberman en het is aan te raden daar even bij te gaan zitten. Met kleuren die doen denken aan het vermaarde noorderlicht en subtiele veranderingen in het beeld ontstaat een meditatieve werking. Op een andere projectie zou in zwart-wit neerstortend puin te zien moeten zijn, maar op het moment dat ik aanwezig was stond de beamer waarschijnlijk op ‘pause’. Geen echt probleem, de naam Inge Reisberman biedt genoeg om haar kunst voortaan te volgen. Werp vooral ook even een blik in de informatieve boekjes over haar werk die ter inzage in de vensterbank liggen.

detail van het schilderij ‘Where Silence is Silver’ van Joncquil

Als je dan terug de hoek omslaat naar de centrale hal wacht daar nog een verrassing in de vorm van het werk van Joncquil (Zeist, 1973, thuisbasis Den Haag). Joncquil is niet enkel schilder en tekenaar, maar maakt ook sculpturen, installaties en videowerken. Het stilstaan en verstrijken van de tijd beschouwt hij als zijn centrale thema. Dat komt tot uiting op het schilderij ‘Where Silence is Silver’, waarop we op een afgezaagde boomwortel een kraai zien zitten, die een halssnoer heeft bemachtigd. Naast het dier een menselijk doodshoofd als symbool van vergankelijkheid. Je kunt in je leven rijkdom vergaren – met legale of illegale activiteiten – of jarenlang keurig in de pas lopen in jouw van negen-tot-vijf-baantje, uiteindelijk wacht de dood. Je kunt dat in drie woorden samenvatten: ‘Is, Wordt, Was‘. Zoals is het gedicht van Joncquil, een taalspel dat wordt gesublimeerd in een intrigerende installatie met neon.


IS WORDT EN WAS
ZITTEN OP EEN BANK
ZEGT IS TEGEN WAS
IK BEN WAT JIJ WAS
ZEGT WAS TEGEN IS
IK BEN WAT JIJ WORDT
ZEGT WORDT
ALS IK WORDT BLIJF WORD IK JULLIE ALLEBEI
WANNEER IK IS WORDT WAS IK HET OOK

Dreefexpositie ‘Counterpart’ met werk van Lily de Bont, Maurice Braspenning, Joncquil, Inge Reisberman, Simon Schrikker, Rik Smits, Renie Spoelstra.

Geopend op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur, toegang gratis. Tot en met 1 oktober 2021.

Nieuwe expositie in provinciehuis: Counterpart – Provincie Noord-Holland

Creatief ondernemer Chantal Bakhuis: ‘tienduizend leuke ideeën tegelijk’

Wie de naam Chantal Bakhuis intikt ontdekt al snel omschrijvingen als ‘creatief als een jonge hond’, ‘sportieve mentaliteit’ en ‘vrolijke blik’. Van ‘kan niet‘ gaat ze alleen maar harder rennen’, valt er te lezen op haar eigen website. Dat is natuurlijk sowieso een heerlijke levenshouding. Wie is deze creatief ondernemer en conceptontwikkelaar? Hoogste tijd voor een gesprek. Plek: Natuur Speeleiland Haarlem bij de Veerplas, een hemels paradijs waar kinderen lekker mogen ravotten.

door Paul Lips

Chantal Bakhuis (foto pl)

Een zonovergoten middag bij de Veerplas. Heel wat Haarlemmers hangen aan het strandje en zoeken verkoeling in het water. De meesten kennen het gebied als recreatieplek en het roemruchte Veerkwartier waar een drankje en een hapje kan worden genuttigd. Daar daarachter een wereld van plezier onder de noemer Natuur Speeleiland Haarlem ligt zou je als achteloze voorbijganger niet bevroeden. Via een container met deuren kom je op de plek waar kinderen de baas zijn. En waar Chantal Bakhuis de verslaggever een rondleiding geeft.

“Hier beleven we onze dromen. ‘Dromen die je wakker houden’, noem ik het. De kinderen zijn hier de baas. De Ruige Rakkers, zo heten ze hier. Vanaf het moment dat ze hier door deze container lopen komen ze in die droom terecht. De werknemers zijn de opperbazen, ikzelf ben de burgemeester. Kinderen leren hier van alles spelenderwijs over de natuur. We laten ze onbewust actief buiten spelen, zonder dat ze dat echt door hebben. Het draait om plezier maken, maar ze leren hier ook van alles. We hebben dieren ook allerlei namen gegeven, zoals Joep de Mol, Freek Fazant, Vera Vlinder, Rack de Reiger.”

Ik begrijp dat deze speelplek er niet uit zichzelf gekomen is…

“Deze plek was eerst helemaal bebost. Vol met berenklauw, bramenstruiken. Hier moeten we wat gaan doen, vond ik. We hebben bielzen neergelegd en een pilot gedaan. Ik kreeg een tijdelijke gebruiksovereenkomst, ben een team gaan samenstellen en gaan bouwen. Dat was in 2016/2017. We hadden niet zo veel geld beschikbaar, dus hebben overal spullen vandaan gehaald. Kijk, hier heb je de Wenstoren. Daar mogen kinderen hun wens opschrijven. Als ze een bijvoorbeeld schommel willen kunnen ze dat aangeven, dan gaan we kijken of we dat kunnen realiseren.”

Wandelend langs de ‘plasboom voor jongens’ en de ‘Vlindertuin’ zie je in een oogopslag dat die Ruige Rakkers het hier helemaal naar de zin zullen hebben. Maar er is een ‘maar’ begrijp ik…

“Het Natuur Speeleiland is momenteel zoals ik het graag wilde hebben. Het is af. Maar dit is wel het laatste jaar dat we hier kunnen zitten. Toen we hier aan begonnen wisten we dat het tijdelijk was. Pop-up.”

Het hele gebied wordt aangepakt, maar ik begrijp dat er verbeteringen komen, zoals een wandelpad…

“Ja, ik ben ook heel blij dat Merel Janssen van het Veerkwartier op deze plek blijft en het qua horeca verder gaat ontwikkelen. Haar plannen zijn echt mooi. Merel ademt dit gebied. Horeca is overigens niets voor mij hoor. Daarom is het zo fijn om te kunnen samenwerken met het Veerkwartier. Wij hebben zelf namelijk geen water en elektriciteit hier. En als ouders zin hebben in een drankje of hapje kunnen ze dus gewoon bij de buren terecht. Wij zijn inmiddels bezig met een nieuwe locatie. Natuur Speeleiland 2.0. Waar dat gaat komen? Dat maken we binnenkort bekend. Dan gaan we het hier zelf afbreken. De speeltoestellen gaan mee. We gaan die wilgen knotten, versnipperen en dan krijgen ze een herbestemming als paden op de nieuwe locatie. Maar om eerlijk te zijn had ik nooit verwacht dat ik me hier aan de Veerplas zo zou gaan hechten. Deze plek zal ik missen.”

Opvallend is dat er hier van alles is gebouwd met restmateriaal, zoals pallets. En dat die dan weer omgeven zijn door mooie bomen.

“Die wilgen die je hier ziet hebben we zelf geplant, in het eerste jaar dat we hier zaten. Nu is het een reservaat. Daar ben ik best trots op. Ja, en die modderkeuken die je daar ziet is dé hit. Daar worden ze heul vies! Moddertaartjes bakken en noem maar op. En daar verderop kunnen ze apenkooien. Loop nog even mee naar de midgetgolfbaan. Die is ook totáál schots en scheef! Dat maakt het ook weer leuk. Sommige fanatiekelingen worden dan helemaal gek. Want zo’n balletje kan dan ook weer terug rollen, helemaal als het baantje schuin loopt.”

Hoe begon jouw carrière?

“Ik groeide op in Almelo, studeerde Media & Entertainment bij InHolland in Haarlem, werkte op een campingpark in Tuitjenhorn en heb inmiddels de bedrijven Kickzy en LOCO Concepts. Maar het begon allemaal heel klein, met een bolderkar op het strand. Met een vriendin zat ik van tien tot zes bij de Reddingsbrigade en gaf allerlei workshops voor kinderen. Toen hadden de dieren ook al allerlei namen, zoals Sari de Zeester en Karel Krab. Ook heb ik nog een tijdje voor camping De Lakens aan de Zeeweg gewerkt. Maar uiteindelijk ben ik als ondernemer toch m’n eigen weg gegaan.”

Met de bedrijven als Kickzy’s (voor avontuurlijk buiten spelen) en LOCO Concepts (concepten voor toffe winkelcentra). Wat moet ik me daarbij voorstellen, concepten voor toffe winkelcentra?

“We bedenken allerlei acties om winkelcentra in de steden zich beter te laten profileren. Dus niet enkel citymarketing, maar aansluitend op de behoefte vanuit de retail. Daarbij werken we samen met winkeliersverenigingen, vastgoedbeheerders en bestuurders. Kijk ook maar eens op de site bizbinnenstadhaarlem.nl. Persoonlijk heb ik altijd tienduizend leuke ideeën tegelijk. Ik heb wel moeten leren om dat beter te sturen. Soms moet je het dan iets kleiner aanpakken. Zo hebben we laatst in de binnenstad van Haarlem als onderdeel van de activatie Kleurrijk Haarlem gerbera’s uitgedeeld vanuit bakfietsen. Met daarnaast geluksdoosjes waarvan sommigen gevuld waren met een cadeaubon die kon worden besteed bij een van de lokale winkels. Maar ik droom alweer verder over bijvoorbeeld een modeshow vanuit een camper, met modellen die daar uit springen en een presentatie houden van drie minuten. En dan hup, weer naar de volgende locatie in het centrum. En ik heb ideeën over kunst in de openbare ruimte in december tijdens de koopavonden. Die dan mooi worden uitgelicht. Dat het shoppen echt een beleving wordt. Samenwerken met Haarlem Lichtstad? Wie weet.”

Tot slot, heb je nog één filosofische gedachte voor ons?

“Een gedachte die op een tegeltje kan. Mijn levensfilosofie is dat je doorgaans hard zou moeten werken, maar ook je best moet doen om het leuk te hebben. Dus: leef niet om te werken, maar werk om te leven.”

Chantal – Conceptontwikkelaar | Enthousiasmeerde | Presentatrice (chantalbakhuis.nl)

Eigenwijs Conceptenbureau – Kickzy – Kinderen de natuur in Kicken

LOCO concepts voor organisatie en registratie van evenementen (loco-concepts.nl)

Wat is de LOCO Fabriek? – LOCO Fabriek – Meer weten? (loco-fabriek.nl)

(foto: Loco Fabriek)

‘Sneu karma’, gloedvolle reisverhalen van Haarlemmer Joost Pollmann, waarin regenbuien nooit ver weg zijn

‘Sneu karma – Regenachtige reisverhalen’ is de titel van een nieuwe verhalenbundel van Haarlemmer Joost Pollmann. De titel suggereert het al, het is een boek vol gebeurtenissen waar het woord ‘sneu’ op van toepassing is. Bijzonder, want de naam Joost Pollmann roept bij mij niet direct een associatie op met ‘sneu’. Voor mij is hij iemand die mooie dingen tot stand brengt in de wereld van het beeldverhaal, interessante tentoonstellingen samenstelt, boeken uitbrengt en een wandelende encyclopedie is van striptekenaars en hun werk.

door Paul Lips

Jaren geleden – rond 2005 – vertelde striptekenaar en latere zandkunstenaar Gerrie Hondius me achteloos dat zij haar auto had weggegeven. Ze had hem niet meer nodig, ze kon alles wel af met het openbaar vervoer. Bovendien, het ding was gammel. Dus had ze hem geschonken aan Joost Pollmann, zodat hij daar nog enig plezier aan zou kunnen beleven. Lang heeft hij er niet in gereden, zo bleek, want ‘het ding bleek gammeler dan ik op dat moment wist’, verklapte ze me enige dagen geleden toen ik haar er naar vroeg. Hoe dan ook, ik vond het – toen en nu – een nobel gebaar van vrienden die vrienden helpen in tijden van nood.

Lezend in ‘Sneu karma – Regenachtige reisverhalen’ – moest ik terugdenken aan deze anekdote toen ik las over de financiële krapte waar Pollmann jarenlang mee kampte, zoals hij beschrijft in een van de verhalen. De koelkast met slechts één blik bier en een potje vergeten augurken als symbool van die periode. Freelance reporter voor de Volkskrant – waarin niet dagelijks over strips wordt bericht – alsook projectdirecteur van stripmanifestaties, dat zijn natuurlijk niet werkzaamheden waarmee je schathemeltje rijk mee wordt, om vervolgens elke ochtend in een zwembad vol gouden munten en bankbiljetten te kunnen springen. Als collega freelancer weet ik daar over mee te praten. In mijn geval zit daar trouwens nog een grappig weetje aan vast: ooit werd ik voor een plaatselijke krant gevraagd om verslag te doen van de Stripdagen Haarlem. De daar op volgende jaren werd ik wéér gevraagd om verslag te doen, uitsluitend omdat degene die op de redactie de freelance-lijntjes uitzette nogal gemakzuchtig in het digitale archief had zitten koekeloeren en mijn naam daar tegenkwam. Paul Lips tot stripkenner gebombardeerd. Totale onzin. ‘De sneue stripkenner‘ zou een titel van Suske & Wiske kunnen zijn.

Maar na zorgvuldige lezing – zonder afleiding van digitale apparaten – blijkt ‘Sneu karma – Regenachtige reisverhalen’ dus een hele fijne verhalenbundel. Grofweg handelen de gebeurtenissen over vakanties waarin al dan niet wordt gefietst en enorme afstanden worden afgelegd, alsook rond internationale bezoeken aan stripmanifestaties, congressen enzovoort, waar Pollmann wordt geacht te verschijnen om kond te doen van zijn enorme kennis op het gebied van het beeldverhaal, of verslag te doen voor de landelijke ochtendkrant opdat wij strip-leken opgestuwd worden in de vaart der volkeren. Een bezigheid die Pollmann tot ver in de wereld brengt, zo blijkt. En daarin toont hij zich een vlotte verteller, die de wereld met de nodige ironie en zelfspot beschouwt. Het brengt hem tot in Sint Petersburg in Rusland, Lagos in Nigeria, São Paulo in Brazilië of Beiroet in Libanon. Niet alleen leren we talloze namen van tekenaars waarvan we nog nooit hadden gehoord, maar via onnavolgbare gedachtesprongen van de auteur komt dat sneue aspect met behulp van achteloze zinnetjes tot de lezer.

‘… Na de koffie nam ik een kijkje op de Nevski Prospekt. Zelden heb ik me zo onwerkelijk gevoeld, zo getransformeerd tot romanfiguur, als toen ik langs het afgebladderde pleisterwerk van deze beroemde verkeersader struinde. Vergane glorie is toch de mooiste glorie.’

Zich verplaatsend per taxi in verre oorden beseft Pollmann dat hij wordt opgelicht door weer zo’n chauffeur die een enorme omweg rijdt alvorens de auteur op de bestemming af te leveren. We leren over plaatselijke gerechten, of plaatselijke cocktails die aldaar voortreffelijk smaken, maar als je die thuis probeert te fabriceren – zoals Pollmann heeft geprobeerd – smaken naar ‘slootwater met een tic’.

Namen van tekenaars passeren de revue, namen die jou op het spoor brengen van interessante figuren, zoals de Pool Marian Kołodziej (1921-2009) die zijn helse herinneringen als gevangene ‘nummer 432’ in het kamp Auschwitz-Birkenau op late leeftijd in outsider art vastlegde, met potlood en een ragfijne pen.

THE LABYRINTH – Home (thelabyrinthdocumentary.com)

Velen onder ons zullen ooit vol goede moed hebben getracht een reisverslag te schrijven tijdens een tocht naar verre oorden. Notitieblok en pen paraat, om gaandeweg te concluderen dat er weinig valt te beschrijven op zinnetjes als ‘lekker ontbeten vanochtend’ na. Dat er een keerzijde aan reizen zit, waarbij regenbuien nooit ver weg zijn, weet Pollmann op gloedvolle wijze vast te leggen. ‘Kansen missen, daar ben ik goed in’, schrijft hij ergens. Dat ik de kans kreeg om kennis te nemen van deze literaire reisreportages is allesbehalve sneu.

Voor de die-hards onder ons die de boekpresentatie van donderdag 1 juli niet live konden bijwonen is er een youtube-opname van de avond, te vinden op het kanaal van De Pletterij. En wie had kunnen vermoeden dat ik, razende reporter Paul Lips, ooit nog eens een héle plaatkant van Electric Light Orchestra (‘Concerto For A Rainy Day‘) zou beluisteren? Dat heeft die Pollmann toch maar weten te bereiken.

‘Sneu karma – Regenachtige reisverhalen’ kost euro 16,50 en is verschenen bij uitgeverij In de Knipscheer. ISBN 9 789493 143 1 66

www.indeknipscheer.com

Joost Pollmann – Comedium – strip – projecten & strip – publicaties