Spaarnestroom over Rick de Leeuw: ‘Zonder Omweg’

‘Zonder Omweg’ heet het laatste album van Rick de Leeuw. Donderdagavond speelt hij met zijn band in het Patronaat. Een paar woorden waarmee ik nog enkelen hoop te overtuigen om de fiets te pakken en zich donderdagavond 27 juni naar de Haarlemse poptempel te begeven.

Door Paul Lips

ben je de draad kwijt
’t overzicht verloren
kom dan naar mij

zoek je ’n schouder
en niemand kan je troosten
kom dan naar mij
kom dan naar mij

Een uit duizend herkenbare stem, met aanvankelijk enkel de basgitaar. Zo begint die plaat ‘Zonder Omweg’, die velen ongetwijfeld nog nooit zullen hebben beluisterd, via stream of installatie. Maar die toch zeer aan te raden valt, omdat-ie voortborduurt op de weg die De Leeuw insloeg met ‘Beter als’.
Je zou hem een Nederrocker kunnen noemen, maar de vraag is of dat etiket nog past sinds hij Amsterdam verruilde voor een leven op het platteland van het dorpje Heks in Belgisch Limburg.
Toen ik een collega uit de journalistiek vertelde dat ik van plan was naar het concert van Rick de Leeuw te gaan, haalde hij zijn schouders op. De naam Tröckener Kecks zei hem evenmin iets. Een andere collega, Max Sipkes, vertelde me een tijdje terug dat Rick de Leeuw nog een periode bij hem en zijn familie in huis had gewoond. Dat moet dan in de jaren zeventig geweest zijn, flitste het door me heen. Dezelfde tijd dat mijn buurtgenootje Stan Handgraaf van school werd geschopt en naar het internaat Hageveld werd gebonjourd. Misschien rond de periode dat Harm van Ee en ‘Ricky’ de Leeuw gezamenlijk partijtjes voetbalden in het Frederikspark. Ricky, die op zijn beurt weer de ambitie had om ‘Johan Cruijff’ te willen worden. Maar daar was er al een van. Dus werd hij uitvoerend artiest. Na het zien van The Jam in Paradiso.

Twee keer heb ik het genoegen mogen smaken met mijn band het voorprogramma te verzorgen bij Tröckener Kecks. Begin jaren negentig, met Van Wanten (de naam was een knipoog naar Wendy van Wanten) . Een keer in het Witte Theater, een keer in het Patronaat. Die dagen zijn alweer lang en breed voorbij en komen nooit meer terug. Maar dat is niet erg. Het album ‘>tk’ was een glorieus slotakkoord, met het onvolprezen refrein ‘Zou je niettegenstaande de recente gebeurtenissen toch nog een verblijf op amoureus gebied in overweging willen nemen alsjeblieft’. Een nummer dat zelfs verlosser Johan Cruijff goed bleek te vinden, zo las ik.

ik ben dat weldoordachte
rijk-in-zeven-stappenplan
dat tropisch palmenstrand
waar jij niet op vakantie kan

ik ben dat afgetrainde lichaam
je bent te vaak bezopen man
ik ben wat jij nooit wordt
daar word ik nog zo veel mooier van

ik ben een droom
ik laat me niet pakken
je kan me niet pakken
dus ik besta

Bands komen na jaren weer bij elkaar voor reünieconcerten. Tribute-concepten schieten als paddenstoelen uit de grond en iedereen lijkt enkel nog te willen luisteren naar iets wat reeds bekend in de oren klinkt. Als je niet mee wil in die nostalgiestroom dien je je als artiest dus van tijd tot tijd compleet opnieuw uit te vinden. Er zijn journalisten die schrijven dat Rick de Leeuw toch weer ‘behoorlijk Tröckener Kecks’ klinkt op de nieuwe plaat. Ik vind van niet. Juist die triphop-sfeer met die prominente rol voor de bas beschouw ik als eigenzinnig en bijzonder. Even bijzonder als de ongepolijste poëzie van een band als Gorki met frontman en wijlen Luc de Vos. Het zijn artiesten die volkomen hun eigen weg gaan en zich niet laten ringeloren door de waan van de dag. En dus is er op ‘Zonder Omweg’ ruimte voor een schaamteloze ode aan ‘het geluk’. Een lied dat aanvang met een power-akkoord op de gitaar.

o geluk, o geluk
onverstaanbaar, onbegrijpelijk geluk
o geluk, o geluk
onbetaalbaar, onbeschrijfelijk geluk

ik heb naar je gezocht
toen ik eenzaam was en boos
en de vluchtigheid verkoos in mijn hoofd
ik heb naar je gezocht
in de straten van de stad
in de stegen vuil en zat
heb ik jou gezocht

Het doet enigszins Ramses-achtig aan, het gaat mijns inziens over iemand die het slagveld van de liefde heeft verlaten en enkel nog omhoog wil kijken, of ondertussen op de racevélo even zestig kilometer wegtikt over de schilderachtige wegen van Belgisch Limburg. De mondharmonica aan het eind doet denken aan de rol van het trompetje in ‘Penny Lane’. Sommigen zullen de woorden ‘o geluk’ wellicht kitscherig vinden, maar het is oprecht en mag gerust uit de speakers knallen. Dúrf het maar eens te zingen. Net zoals Van Gogh. Dúrf die lucht maar eens groen te schilderen. Zoals hij deed in ‘Korenveld met maaier’, in september 1889 gezien vanuit zijn kamer in de inrichting in St. Remy.

(bron: Van Goghmuseum)

Donderdagavond brengen De Leeuw en zijn begeleiders een mengeling van nieuw en ouder werk. Laat u zich maar verrassen. Met gezwinde spoed naar het Patronaat (om acht uur trapt opener Bernard Hering af).
Donderdagavond 27 juni.
Zonder omweg.

https://www.rickdeleeuw.be/

paulenremco