Verbinding tussen beeldende kunst en poëzie in de Kloostergangen

‘…Niet door het mooiste sprookjesboek van de plantenman te lezen/niet door enorm om de teddybeer van de knuffelvrouw te lachen…’, zo begint een gedicht van stadsdichter Willemien Spook, die deze en andere woorden van zichzelf op intrigerende wijze heeft vormgegeven.
‘Beeldgedichten’ is de titel van de KZOD-groepstentoonstelling die momenteel te zien is in de Kloostergangen van het stadhuis. Poëzie en beeldende kunst die in elkaar overvloeien in een kunstuiting. Het levert fraaie werken op.

de ‘gewone’ tekstversie van ‘Niet’ van Willemien Spook

Je wandelt de Kloostergangen in en dan is daar rechts meteen dat bijzondere gedicht van Spook. Ze gebruikte er allerlei uitgeknipte woorden voor, een interessant procédé dat we ook kennen van Nobelprijswinnares Hertha Müller. In sommige woorden heeft Spook een losse letter geplakt, zo zien we bij het woord ´hart´ de ´h´ die we kennen van weekblad de Haarlemmer.

‘Niet’ (detail)

Ik vind het een geweldig gedicht, intrigerender dan menig rijmelarijtje dat nu eenmaal van een stadsdichter wordt verwacht bij een opening, jubileum en dergelijke zaken.
Poëzie maken uit een hoogwatergolf, een jeugdherinnering of een paardenbloem, het levert magie op.
Verderop bij de foto ´Lost´ van Rob van Bruggen laat Nuel Gieles het woord ´herfst´ rijmen op ´bederfst´, in een gedicht vol bossoep, vliegenzwammen en pastinaken. De dood hijgt in de nek van de natuur, maar in de verte ontluikt alweer de lente. Een geslaagde combinatie.


Qua schilderkunst valt er veel te genieten. Of het nu José van Waarde, Arjan Bosch, Afke Spaargaren, Frouwine de Graaff, Olga van den Klooster, Arnold Janssen of Lizan van Dijk betreft, ze zetten een beste beentje voor. Aureen Harthoorn koos bij haar drie wat kleinere werken het gedicht ´Het nameloze´ van Gerrit Achterberg, met regels als: ´tussen de mensen in te zijn als een/ tussen de stenen van de straat verloren steen;…´


Ook het materie- en ei-temperaschilderij ‘Klankbord’ van Jacintha Reijnders mag er zijn, voorzien van een soort toverspreuk van ene ´Michelle´.
TEKST: PAUL LIPS

Naschrift: ‘Michelle’ is de jongste kleindochter van Jacintha en Jan Reijnders die een gedicht voor haar oma maakte. Volgens oma Jacintha was het een klankgedicht, dus daar kon gerust een vervolg op gemaakt worden, een schilderij met als titel ‘Klankbord’. Op deze foto – die ons werd toegezonden door Jan Reijnders – geeft Michelle een bezoeker tijdens de tentoonstellingsopening uitleg over het werk.

De tentoonstelling ´Beeldgedichten´ is nog tot en met vrijdag 6 april te zien in de Kloostergangen van het stadhuis, Grote Markt 2. Geopend op werkdagen van acht tot vijf.

Voor meer informatie zie:

Kunst Zij Ons Doel

paulenremco