WAT INSPIREERT… FRANS FUNNEKOTTER

 

Frans Funnekotter is directeur van Hart-Haarlem aan de Kleine Houtweg, de instelling die kunst- en cultuureducatie beschikbaar maakt voor alle Haarlemmers. Frans werd in 1964 geboren in Rotterdam, studeerde in Amsterdam en woont in Haarlem-Noord. In aanloop naar de Open Dag bij Hart, zaterdag 8 september, wil Spaarnestroom weten wat hem zoal inspireert.

Hoe is de stemming?
,,Goed. Na de zomervakantie begint het culturele seizoen weer. We zijn terug van een prachtige vakantie in Krakau en Berlijn. Ik was voor het eerst weer alleen met mijn vrouw op vakantie, zonder de kinderen. Krakau is een mooie stad. Stijlvol, ingetogen, toegankelijk. Er is veel te zien, de mensen zijn aardig en behulpzaam. Ik hou er van om in zo’n stad in buurten rond te dwalen en te kijken waar je voeten je brengen. Bijvoorbeeld bij een verrassend museum, een interessante platenwinkel of een kerk waar een inloop-orgelconcert wordt gegeven. Ik had de racefiets mee, dus stond regelmatig om zeven uur op om zo’n twee a drie uur te fietsen in de omgeving.’’
,,In de omgeving van Krakau ligt Auschwitz-Birkenau. Je kent dat voormalige concentratiekamp van de verhalen en de foto’s, maar om daar rond te lopen is zeer indrukwekkend. Een van de meest indringende dingen vond ik de aanwezigheid van een huisje, waar een van de kampcommandanten tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde. Hij en zijn gezin leefden daar prima. Terwijl zich verderop de meest gruwelijke gebeurtenissen voltrokken. Die kinderen uit dat gezin wisten van niets. De dochter uit dat gezin reageerde na de oorlog vol ongeloof toen ze hoorde wat daar in de directe omgeving was gebeurd. Volgens haar kon het niet zo zijn dat haar vader daar bij betrokken was. Ze is later naar New York verhuisd en kwam te werken in een boetiekje, dat werd gerund door twee joodse mensen, twee kamp-overlevers. Die dochter heeft jarenlang bij die mensen in die boetiek gewerkt, eigenlijk om de geschiedenis als het ware ‘goed te maken’.’’

Teufelsberg, Berlijn (foto Frans Funnekotter)

,,In Berlijn bezochten we de omgeving van het Nordbahnhof. Een stukje van de Muur is daar intact gebleven. Een rij huizen maakte destijds deel uit van de Muur, grensde daar direct aan. Dus stel je voor dat je aan de voorkant je huis binnen gaat, maar aan de achterkant dus niet naar buiten kon, omdat die muur zich daar bevond. Je voelt de geschiedenis aan den lijve. Duitsland heeft het natuurlijk heel moeilijk gehad met die geschiedenis en de erfenis van dat beladen verleden. Maar er zijn prachtige monumenten verrezen, zoals het Holocaust monument, dat bestaat uit al die betonblokken. Ook hebben we de Teufelsberg – de Duivelsberg – bezocht in het voormalige West Berlijn. Dat is een kunstmatige heuvel, met Berlijns puin gebouwd door de geallieerden. Onder die heuvel bevindt zich een fundament van een militair-technische school, die door de nazi’s nooit werd afgebouwd. Een ontwerp van Albert Speer. Aanvankelijk probeerden de geallieerden dat fundament op te blazen, maar het was zó sterk dat dat niet lukte. Toen hebben ze dat puin van de ontelbare gebombardeerde gebouwen er maar overheen gestort. Daar bovenop is toen een enorm afluisterstation gebouwd, bedoeld om informatie over de activiteiten in het Oostblok te verwerven.’’

De Open Dag van Hart Haarlem staat voor de deur. En daarmee weer een enerverend seizoen…
,,De scholen zijn begonnen en zowel jong als oud vraagt zich af: wat ga ik naast school en werk doen, als hobby. Als Hart stimuleren wij mensen om zich met kunst en cultuur bezig te houden, zowel actief als passief. We bieden cultuureducatie aan in brede zin. Veel van onze activiteiten zij gericht op het onderwijs. Het gaat om het aanboren van creativiteit. Sommige kinderen krijgen de belangstelling voor kunst en cultuur van huis uit mee, maar bij anderen is dat niet vanzelfsprekend. Onderwijs bestaat voor ons niet enkel uit tellen, meten en wegen. Inspireren, creativiteit aanboren en zelfvertrouwen ontwikkelen kan heel goed door middel van cultuureducatie. Dat zie je bij bijvoorbeeld het Haarlems Interscholair Toernooi, waar leerlingen van het voortgezet onderwijs hun talenten tonen.’’

Kinderwijkorkest Haarlem-Oost (foto Hart Haarlem)

En dat in een tijd waarin vaak alles nut moet hebben, waarin cijfertjes van belang zijn, en subsidiegevers als gemeenten enorm gericht zijn op bezoekersaantallen en dergelijke zaken…
,,Ik zie juist dat daar een voorzichtige kentering in komt; het begrip dat er geen objectief instrument is waarmee je Geluk of Inspiratie of Talentontwikkeling mee kunt meten, maar dat dat wel essentiële waarden zijn. Cultuureducatie hoeft niet in te houden dat je altijd gericht bent op een eindresultaat. Je kunt leerlingen stimuleren om zelf dingen vorm te geven, om zelf ontdekkingen te doen, om creatieve oplossingen te bedenken. En dat je daar als organisatie dan structuur bij biedt. Een kader. Je kunt ze op andere manieren leren kijken, aangeven welke mogelijkheden er zoal zijn. Ruimte bieden.’’
Als cultuurinstelling proberen wij iedereen te bereiken. Met vrijwel alle Haarlemse scholen voor Primair Onderwijs en met een gestaag groeiend aantal scholen in het Voortgezet Onderwijs werkt Hart samen aan cultuureducatie. Via Cultuur in School en bijvoorbeeld de wijkorkesten in Schalkwijk en Haarlem-Noord. Hart is de schakel tussen culturele instellingen zoals Stadsschouwburg/Philharmonie, Toneelschuur, Frans Hals Museum, Patronaat en Dolhuys, een enorm netwerk aan kunstenaar-docenten en de scholen.”

Waar groeide je op?
,,In Rotterdam. Eerst in de wijk Schiebroek, later in de wijk Ommoord, in de Prins Alexanderpolder. Dat was een soort Rotterdamse, minder problematische variant van de Bijlmer. Demografisch was het monocultuur: veel jonge gezinnen. Ik groeide op in een katholiek gezin. Mijn vader was organist en koordirigent, mijn moeder was onderwijzeres en gaf later culturele vorming. Er was altijd uitdagende muziek in huis. Een van mijn vaders activiteiten was kerkorganist in de Sint-Liduinakerk. Ik speelde ook wel met hem samen, bijvoorbeeld sonates van Händel. Hij op klavieren en ik op dwarsfluit.’’
,,De familie Funnekotter komt uit een katholieke traditie. Mijn opa had een atelier en handel in kerkelijke kunst en gebruiksvoorwerpen, zoals kazuivels en monstransen en dergelijke. Hij kreeg opdrachten van het bisdom voor het vervaardigen van gewaden is allerlei kleuren, te gebruiken tijdens verschillende gelegenheden. Ook mijn overgrootvader was al in die branche actief. In de familie bezitten we nog steeds een koperen plaat met de inscriptie ‘H.A. Funnekotter en zoon, ateliers voor Kerkelijke Kunst’.’’

,,Mijn vader hield zich dus bezig met kerkelijke muziek en koordirectie. Klassieke muziek was het helemaal voor hem. Alles wat er zo’n beetje na Beethoven kwam, daar kon hij niets mee. Ik ben een kind van de jaren zeventig, dus ik zat destijds met een koptelefoon op, met van die gele oordoppen, en luisterde naar een van de eerste LP’s die ik van mijn eigen verdiende geld kocht: ‘A night at the opera’ van Queen. Ook raakte ik geïnteresseerd in jazz. Oscar Peterson. Bill Evans. De tweede helft van de jaren zeventig kreeg je punk en new wave. Uit die stroming sprak Joe Jackson me aan, vooral zijn eerste platen. Toen ik 15 was wilde ik pop en jazzmuziek op de piano leren. Bij de Rotterdamse Muziekschool was één leraar die zich daarmee bezig hield: Gerard Houtman. In zijn leslokaal stond een Fender Rhodes en een mini-Moog. Een hele nieuwe wereld ging voor me open. Voor zijn lessen moest ik eerst drie kwartier fietsen, maar dat deed ik graag. Ik heb dat altijd onthouden, ook met de ontwikkelingen in Haarlem, als we het PopCentrum op het voormalige Slachthuisterrein gaan betrekken: ‘als jouw les te gek is, dan komen ze van ver hoor’. Die plek op het Slachthuisterrein wordt overigens prachtig, weet ik zeker.’’

De muziek had jouw belangstelling. Wilde je daar je vak van maken?
,,Ik deed een tussenjaar aan de Vrije Hogeschool in Driebergen, een oriëntatiejaar waarin ik veel verschillende creatieve vakken kreeg. Ik maakte deel uit van het schoolkoor. Op een gegeven moment zei de docent: ‘volgende week kan ik niet bij de repetitie zijn’. Hij vroeg of ik die repetitie over kon nemen. Dus toen stond ik ineens als dirigent voor het schoolkoor. En dat voelde als thuiskomen.’’
,,Later ben ik ‘lichte muziek’ gaan studeren aan het Amsterdams Conservatorium. Ik ervoer daar een grote mate van vrijheid die tegelijk heel dogmatisch voelde. Je was links, hield van Willem Breuker en Han Bennink, je was anti-USA en dan deugde je. Je hoorde met dédain neer te kijken op alles wat er uit ’t Gooi kwam, zoals die hele Thijs van Leer, Rogier van Otterloo- en Pim Jacobs-kliek. Ik heb me daar persoonlijk nooit veel van aangetrokken. Ik ben blij dat die strikte scheiding en dogmatiek tussen links – rechts nu niet meer zo speelt. Mijn belangstelling voor politiek en maatschappij is altijd gebleven. Ik ben vooral bezorgd over hoe wij de aarde achter laten voor de toekomstige generaties. Dat baart me zorgen. Als directeur van Hart kan ik daar een klein beetje aan werken: we kiezen consequent voor biologische, lokale producten, gaan zuinig om met energie, nemen deel in Haarlem Plastic Vrij.’’


En ondertussen de Haarlemmers warm maken voor kunst en cultuur…
,,Ik ben me sinds een jaar of tien meer met de management-kant gaan bezighouden. Ik was actief als directeur van verschillende schouwburgen, in Heerhugowaard en Leiden, en programmaleider bij Pier K in de Haarlemmermeer. Haarlem is natuurlijk een prachtige plek om te werken. Er is zo veel, en er worden telkens interessante nieuwe projecten opgestart. Zoals recent nog ‘Haarlems Goud’, een initiatief waarin jongeren en ouderen elkaar door middel van kunst en cultuurbeleving ontmoeten. Dat is van grote waarde voor de stad.’’

Tot slot, het kwam al eerder aan bod, maar van welke muziek hou je zoal?
,,Dat is heel breed. De Grote Meester voor mij is Bach – een onuitputtelijke bron. En verder een hele brede range van renaissance-koormuziek tot aan Carla Bley en Tom Waits. Maar ik vind het leuk om iets te noemen waar we in de auto richting Oost-Europa veel naar hebben geluisterd. The Scary Pockets. Een stel goede muzikanten dat funky versies maakt van bekende popsongs. Zoals ‘Just the way you are’, van Billy Joel. Of ‘Sweet child o’ mine’ van Guns N’ Roses. Als je let op wat die muzikanten individueel doen, zoals die toetsenist of die bassist, dan kan ik daar heel vrolijk van worden.’’

INTERVIEW: PAUL LIPS


Open dag cultuurcentrum Hart, Kleine Houtweg 18, zaterdag 8 september tussen 12. 00 en 17:00 uur. Met veel verschillende demonstraties en workshops, en als afsluiting huisband JÖP vanaf 15:30 uur in het Hart Café.
https://www.hart-haarlem.nl/thuis-bij-hart/actueel/q/nid/45/title/open-dag-bij-hart-op-zaterdag-8-september

paulenremco