Wat inspireert… stads-chroniqueur Frans van Deijl

Auteur Frans van Deijl schreef verschillende boeken, en is daarnaast actief als journalist voor HP/De Tijd, én als stadschroniqueur van Haarlem. Voor Haarlems Dagblad schrijft hij wekelijks de column ‘Frans op vrijdag’. Honderd van de ‘leukste, grappigste en mooiste’ afleveringen zijn gebundeld in het boek ‘HAARLEM, nergens anders!, verschenen bij uitgeverij Loutje. We spreken Frans bij café De Stinkende Emmer, bij het koeienpaadje op steenworp afstand van landgoed Elswout. Daar geniet de schrijver van het zonovergoten weiland, dat is voorzien van een laagje rijp. ,,Kijk nou eens, allemaal gratis en voor niks!’’

Hoe is de stemming?
,,Nu gaat het wel weer. Maar als je een boek afhebt en het is gepubliceerd, dan is het klaar. Dan is het weg. Dat je vervolgens tegen jezelf zegt: ‘Ja, en tóen, meneer Van Deijl?’
Dat zijn niet altijd de leukste momenten. De vraag is dan, ga ik weer een boek schrijven, en wat voor boek gaat dat worden?.
Om me te laten inspireren lees ik de ‘Intieme geschriften van Henry Rycroft’, van de Engelse schrijver George Gissing. Dat is verschenen in de serie Privé-domein. Dat gaat over een man die vele boeken heeft geschreven en er dan nóg niet van kan leven.’’

…’Ik loop naar de stad, zonder doel. Waar brengen de benen me heen, wat zien de ogen onderweg? Maar er is niet veel, behalve het besef dat het morgen de langste dag van het jaar is.’… (uit de column ‘Troostwinkels’)

Op wat manieren laat jij je inspireren voor je vrijdagse column?
,,Dat is heel fysiek. Veel wandelen door de stad, vaak ook fietsen door de omgeving. Soms gebeurt er helemaal geen zak. Dan moet ik later nog eens terug naar zo’n plek.
Maar ik ga er van uit dat er altijd wel iets te gebeuren staat. Daar word ik dan blij van. Ik luister inderdaad ook regelmatig gesprekken af. Ik ga het liefst naar plekken waar mensen heel dicht op elkaar aan tafeltjes zitten. Soms zie je ze dan denken: ‘wat staat die gozer toch méé te luisteren?’. Een enkele keer breken ze het gesprek af.’’

…’Vertèl, wil de laatste dame, mede namens mij, weten. Er wordt gefluisterd, gegiecheld. Ik buig wat meer naar hun tafeltje, en het verhaal is duidelijk niet helemaal verteld, maar ik versta geen woord meer. Op enig moment krijgen de dames mij in de gaten en wenden zich demonstratief van mij af…’ (uit de column: ‘Losse eindjes’)

Waar groeide je op?
,,Ik ben geboren in Amsterdam, waar ik zes weken ben verbleven. Vervolgens kreeg mijn vader een baan als typograaf bij het Brabants Dagblad. Daarvòòr werkte hij in Amsterdam bij het – toen nog – dagblad De Tijd. Een typograaf zet de letters, doet de opmaak. Dat gebeurde destijds nog met lood. Een mooi vak.
Wij verhuisden naar een flat in Den Bosch. Een huurhuis in een buitenwijk. Ik was de jongste van acht kinderen. Altijd buiten te vinden. Veel bij sportpark De Vliert, waar FC Den Bosch speelt. Ik liep in die tijd in december nòg in een korte broek. Ik heb die periode beschreven in het boek ‘Monday Monday’, naar het gelijknamige nummer van The Mama’s & The Papa’s. Ik hou erg van de muziek uit de jaren zestig. Die beluisterde ik via de transistorradio.’’

Andreas Schelfhout, ‘Duinlandschap met zicht op Haarlem, 1847’

Andreas Schelfhout, ‘Duinlandschap met zicht op Haarlem, 1847’

…’In het museum val ik als een blok voor een olieverf op paneel van Andreas Schelfhout, een Haagse schilder behorend tot de romantiek. ‘Duinlandschap met zicht op Haarlem, 1847’, heet het schilderij en je zou er zo in willen stappen, met een teletijdmachine of zo, en dat je dan ineens meelopt met de herder en zijn kudde schapen die links op de voorgrond staan afgebeeld.’… (uit de column ‘Wolkenridder’)

In je column ‘Cadeautje’ pleit je er voor dat de gemeente op een aantal plaatsen in de stad in muren of schuttingen ramen of vensters zou kunnen plaatsen, zodat voorbijgangers kunnen genieten van ‘onverwachte, adembenemende door- of inkijkjes’…
,,Ik was ooit bij boekhandel Polare, het vroegere De Slegte, waar ik na een paar trappen beklommen te hebben ineens een prachtig uitzicht had over scheefstaande huizen en een wirwar van binnenplaatsjes. Ik ben er voor als de gemeente dit soort doorkijkjes zou creëren. Dat idee mogen ze gratis van me hebben. Ik heb toch niet de illusie dat ik als schrijver nog rijk zal worden, haha.’’

Tot slot, van welke muziek hou je?
,,Veel van de muziek uit de jaren zestig van de vorige eeuw. Ik hoorde laatst een nummer, ‘Telstar’, van The Tornados. Dat had ik sinds mijn vroege jeugd niet meer gehoord. Daar kan ik om huilen.
Voor de rest draai ik klassiek zoals Bruckner of Bach, jazz enzovoort. Van Bob Dylan was ik niet zo’n fan, ik was meer van The Doors. En later van de disco, met Earth, Wind & Fire. Ik zou overigens nog wel eens een hit willen schrijven. Een liedtekst die dan hoge ogen gooit in de hitparade.’’

INTERVIEW: PAUL LIPS
FOTOGRAFIE: REMCO VAN DER KRUIS

‘Haarlem, nergens anders!’ is verschenen bij uitgeverij Loutje en voor 14,95 euro te koop bij o.a. H. de Vries Boeken. ISBN 9789491936067.
Zaterdag 3 december signeert Frans van Deijl tussen 15.00 en 17.00 uur bij kantoorboekhandel Muijs aan de Gedempte Oude Gracht. Daar zal ook illustrator Eric J. Coolen bij aanwezig zijn.

 

paulenremco

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *